SciELO - Scientific Electronic Library Online

 
vol.65 issue1Schimmig, heftig, verpletterend. De Afrikaanse literatuur in Nederland in 2019 author indexsubject indexarticles search
Home Pagealphabetic serial listing  

Services on Demand

Journal

Article

Indicators

    Related links

    • On index processCited by Google
    • On index processSimilars in Google

    Share


    Tydskrif vir Geesteswetenskappe

    On-line version ISSN 2224-7912Print version ISSN 0041-4751

    Tydskr. geesteswet. vol.65 n.1 Pretoria Mar. 2025

    https://doi.org/10.17159/2224-7912/2025/v65n1a26 

    VARIA

     

    Connecting paths: Afrikaans literature in the Netherlands in 2024 / Verbindingspaadjes: De Afrikaanse literatuur in Nederland in 2024

     

     

    Doordat Geert Wilders, anno 2021 veroordeeld wegens groepsbelediging ('willen jullie in deze stad en in Nederland meer of minder Marokkanen?', 2014), in 2023 met 24 % van de stemmen de verkiezingen voor de Tweede Kamer won, kregen wij in 2024 een regering van ongewone samenstelling, met een partijloze minister-president, die tot dan de hoogste ambtenaar was op het ministerie van Justitie en Veiligheid.

    In Oekraïne en in Palestina bracht 2024 geen vrede. In Nederland wonen meer dan 100.000 Oekraïense vluchtelingen. De oorlog in Gaza leidt bij ons tot hoogoplopend debat en veel betogingen. De aanklacht van Zuid-Afrika bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag trok de aandacht. Na felle demonstraties bij universiteiten breken universiteitsbesturen zich het hoofd over de vraag, met welke Israëlische instellingen zij blijven samenwerken en met welke niet.

    Los van deze tegenstellingen werd de reeks bomaanslagen in Nederland groter. Ging het eerst om ruzies tussen drugsbendes, inmiddels grijpen allerlei lieden in geval van boosheid naar de vuurwerkbom. Een afgewezen minnaar liet in Den Haag het winkeltje van zijn vroegere geliefde opblazen, met als gevolg zes doden.

    De Nederlandse boekenkoper kwam in 2024 met een onschuldig klapstuk. Het meest verkochte boek bleek, na zeven jaar overmacht van vertalingen, van de hand van een Nederlandse auteur: De camino (2021) van de Limburgse thrillerschrijfster Anya Niewierra. In 2023 werd De camino al wel het meest uitgeleend in de Openbare Bibliotheek; dit jaar stond het zowel in winkel als bibliotheek bovenaan.

    Wij Nederlanders praten en schrijven dikwijls over de 'ontlezing': de mensen lezen steeds minder, in het bijzonder de jongeren, en als iemand wel iets leest, dan is het op de sociale media. Toch is de boekverkoop gelijk gebleven (43 miljoen). Het aandeel 'Nederlandse fictie' groeide zelfs, al was het maar 1%. De verschuiving van boeken op papier naar e-boeken is miniem, het e-aandeel blijft 9%. Iets meer groei zien we bij de uitgeleende bibliotheekboeken (luisterboeken meegeteld 52 miljoen, plus 3%) en bij het percentage Engelse boeken, verkocht in Nederlandse winkels: dat is gestegen van 20 naar 22%. Van dat laatste mogen we de jongeren dan toch wel de schuld geven...

     

    Erkenning

    2024 was ook het jaar waarin Olf Praamstra & ik uit Zuid-Afrika een prachtige erkenning voor ons werk kregen: de Prestasieprys van de Van Ewijck Stigting, vooral voor ons boek Geen land voor dromen. Dat gaat over de Nederlandse literatuur van Zuid-Afrika, van Jan van Riebeeck tot Alfred Schaffer, dus niet over Afrikaanse literatuur, en valt dus strikt genomen buiten mijn onderwerp. Ik hoop nu maar op begrip bij de lezer. Ook de strengste wachtpost houdt een eigen kind moeilijk buiten.

     

    Spectrum, Voertaal, DWB

    Intussen bracht meer dan één tijdschrift, digitaal of op papier, in Nederland ook de enige echte Afrikaanse literatuur wel degelijk ter sprake. Spectrum doet dat regelmatig, van en voor de vrienden van het Amsterdamse Zuid-Afrikahuis (www.zuidafrikahuis.nl), in maart met twee opvallende artikelen.

    Jan Douwe Westhoeve verwijst met zijn 'Hoog bezoek uit Zuid-Afrika' naar de hutkoffer met het archief van Ingrid Jonker, die nog altijd 'op bezoek' is in Den Haag, in het Nederlands Literatuurmuseum. Die koffer is voor hem een culturele schatkist, omdat Westhoeve daar Jonkers briefwisselingen vindt met mensen als Laurens van der Post, André Brink, Abraham Jonker en Jack Cope ('elke brief aan Cope ... is een juweeltje'). Volgens Westhoeve zien wij Jonker tot nu toe veel te veel als een 'hysterische' dichteres, volstrekt beheerst door psychische problemen, terwijl zij in feite een strijdbare vrouw was, die eigen opvattingen koesterde over de politiek en de literatuur van Zuid-Afrika. Haar hutkoffer staat nu als het ware klaar 'om de strijd aan te gaan' met het verkeerde beeld dat wij van Jonker zouden hebben.

    In dezelfde aflevering maakt Ingrid Glorie duidelijk hoe Etienne van Heerden in zijn nieuwe roman Gebeente zijn bekende magisch-realistische schrijfwijze 'naar een nieuwe hoogte' voert. Zij geeft veel aandacht aan verwijzingen naar het Nieuwe Testament en naar de actualiteit van Zuid-Afrika en spreekt over 'een meeslepende dynamiek', zowel qua inhoud als qua stijl. Om samen te vatten: 'ondanks al dit heerlijke barokke en soms een beetje baldadige fabuleren is Gebeente opnieuw een roman met een diepe ernst, die indringende vragen stelt.'

    In september kwam Spectrum opnieuw met een recensie van nog onvertaalde Afrikaanse literatuur. Veronique Jepthas was over de bundel Weerskyn van Alwyn Roux minstens zo goed te spreken als Glorie over Gebeente, wat haar bracht tot de klinkende slotsom: 'Weerskyn daeg elke digter yt.'

    Hoewel ieder in Zuid-Afrika zich evengoed naar https://voertaal.nu kan begeven als wij, digi-vrienden in Nederland, wijs ik toch graag op de Voertaal-activiteit van Yves T'Sjoen: zijn reeks 'Tweespraak', waarin hij - strikt vriendschappelijk - de degens kruist met schrijvers en vooral dichters, soms uit Europa maar vooral uit Zuid-Afrika. Met Charl-Pierre Naudé, Zandra Bezuidenhout en anderen bespreekt hij uiteenlopende culturele verbindingsbruggen tussen Zuid-Afrika en de Lage Landen.

    De kop DW B zal niet ieder op het goede pad helpen. Het eerbiedwaardige Vlaamse literaire tijdschrift Dietsche Warande & Belfort, het oudste van Vlaanderen, presenteert zich bij voorkeur met deze 'afko'. Maar het toont zijn moderniteit en levenskracht ook met maar liefst een heel Zuid-Afrika-nummer: O so beloke/Bescherm ons. Bijdragen en vertalingen van tientallen Zuid-Afrikanen, Vlamingen en Nederlanders. De grote man achter dit project is Alfred Schaffer (Pelckmans 20).

     

    In levenden lijve

    Weinig kan de bruggen van T'Sjoen daadwerkelijker versterken dan Zuid-Afrikaanse kunstenaars op bezoek in Nederland en Vlaanderen. Tom Dreyer en Alwyn Roux kwamen met hun bundels Nou in infrarooi en Weerskyn naar hier. Op 16 maart traden zij in Perdu in Amsterdam op met dubbel en dwars bekroonde dichters als Hannah van Binsbergen en Nachoem Wijnberg. In de voormalige Tilburgse locomotiefwerkplaats, nu bibliotheek LocHal, deden ze mee aan een Brabantse dichterswerkgroep onder leiding van de tweetalige dichteres Carina van der Walt. In Leiden onthaalde de Commissie Zuid-Afrika van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, in de persoon van Jos Damen, de twee dichters op een fietstocht naar de Afrikaanse muurgedichten in Leiden-Zuid: 'Taalles' van Eybers en 'Die kind is nie dood nie' van Jonker.

    Het ophefmakende duo 'Die Antwoord' keerde na geruime tijd terug naar Utrecht (TivoliVredenburg), veroorzaakte opnieuw een beetje ophef maar had bij zijn publiek beslist succes (NRC 9 april). Nataniël deed op 16 november Amsterdam aan met 'Vroeg Kersfees', naar verluidt vooral met het oog op Zuid-Afrikanen uit de diaspora. In het nieuwe Theater Amsterdam, aan het IJ.

    Vanwege de Nederlandse vertaling van haar roman Kompoun was Ronelda S. Kamfer in de hoofdstad wat langer te gast. Zij woonde in het gastenverblijf van het Nederlands Letterenfonds aan het Spui en gaf optredens en vraaggesprekken. Bij voorbeeld in de Konink-lijke Schouwburg in Den Haag, tijdens 'Writers Unlimited' (v/h Winternachten, 21 januari) en tijdens de 'Zondagochtendpoëzie' van de Athenaeum-boekhandel, aan hetzelfde Spui, een week later. Ter aankondiging bracht De Groene Amsterdammer een kort vraaggesprek met Maria van Dordrecht (9 januari).

    Uitgebreider komt Kamfer aan het woord in de Leidse universiteitskrant Mare, in een gesprek met Romy van den Akker (7 maart). Op vraag 1, 'Wie zijn je literaire helden?', volgt als verrassend antwoord: 'mijn grootouders', als verwijzing naar het beslissende gewicht van de orale traditie voor Kamfer, al zegt ze ook wel te houden 'van Shakespeare, van Dostojevski, en van all the English girls. ' Zelfbewust stelt zij in het interview haar afkomst, haar milieu en de eigen cultuur voor al haar schrijven op de voorgrond: 'Hoe disfunctioneel mijn familie ook was, hun verhalen moeten worden opgeschreven' en ook: 'zolang verkrachtingen plaatsvinden, blijf ik erover schrijven.'

    Op 8 maart ontving de Leidse Universiteitsbibliotheek haar voor een 'Schrijversbezoek - Ontmoeting met schrijver en dichter Ronelda S. Kamfer', ingeleid door Tommy van Avermaete. Zo'n dertig bezoekers werden onthaald op een drietalig programma. Kamfer las voor uit Kompoun, met Nederlandse vertaling op een scherm en Margriet van der Waal voerde met haar een gesprek in het Engels.

    De avond smaakte naar meer en de alerte bibliotheek presenteerde vijf dagen later een vergelijkbaar programma rond de grafische romancier, dichter en essayist Nathan Trantraal, die, niet geheel toevallig, ook in Nederland verbleef. Van Avermaete leidde weer in, Trantraal gaf performances, in het Engels maar ook in Kaaps-Afrikaans met Engelse boventitels. De Leidse docent Yasco Horsman onderstreepte tijdens het vervolggesprek de zeldzaamheid van Trantraals dubbeltalent: van dichter en stripschrijver. In het publiek herkende ik tot mijn verrassing H.J. Pieterse, niet in zijn rol van vooraanstaand Afrikaans auteur maar naar eigen zeggen als oud-docent van Trantraal.

     

    Vertaling

    Vertalingen en de reacties die ze uitlokken, zijn evengoed culturele verbindingspaadjes. Kamfers Kompoun werd in het Nederlands Compoun (Wereldbibliotheek 22,99, e-boek 11,99), in de vertaling van Alfred Schaffer, die in zijn 'Tweespraak' met T'Sjoen (Voertaal maart) al iets over zijn vertalerswerk vertelt. De Wereldbibliotheek hoorde tot de oudste Nederlandse uitgeverijen (1905), befaamd vanwege goedkope uitgaven van klassieke literatuur, maar is nu - net als Kamfers vorige uitgeverij Podium - een imprint van Park Uitgevers, Amsterdam, die op zijn beurt hoort tot LannooMeulenhoff, de Nederlandse tak van de grotendeels Vlaamse Lannoo Uitgeverij Groep. Om u een indruk te geven van de organisatie van de Nederlandse uitgeverswereld.

    De Vlaamse criticus Remo Verdickt gaat in tegen de aanbeveling van Adriaan van Dis op het vooromslag: 'Kamfer geeft vlam aan haar woorden.' Over de vrouw 'aan de onderkant van de Zuid-Afrikaanse samenleving', over de verhouding tussen de huidskleuren, de talen en de sociale klassen van Zuid-Afrika leest Verdickt 'zinnige dingen', maar de structuur is zo los dat voor hem juist de vlam uitblijft: dat het de leeservaring bederft. Verdickt herkent Kamfers dichterlijk taalgebruik, maar dat leidt volgens hem soms tot 'geforceerde vergelijkingen.' Maar vanwege Kamfers belangrijke verhaalstof toont de recensent zich evengoed benieuwd naar Kamfers volgende roman (De Standaard 1 juni).

    Ilse Josepha Lazaroms oordeelt onder de kop 'Kapotte mensen' in De Groene Amsterdammer (1 augustus) positiever. De vertaling noemt zij 'indrukwekkend' en Kamfers 'weergave van haar familiegeschiedenis . fenomenaal; de taal brandt en raast en ontroert.' Zij karakteriseert Compoun als een boek vol gruwelen, waar alles om de taal draait. De 'door elkaar gehutste chronologie', die het boek voor Verdickt bedierf, leidt voor Lazaroms tot 'een breekbare, beeldschone compositie.'

    In haar titeluitleg verbindt Margriet van der Waal 'Compoun' met het Afrikaanse (en Nederlandse!) oorspronkelijk Maleise 'kampong', maar zij geeft veel meer mogelijke verwijzingen. Voor de vertaling heeft ook Van der Waal niets dan lof en over de compositie maakt zij verhelderende opmerkingen, maar beslissend is voor haar dat alle verlies en alle woede in dit boek aanleiding vormen voor 'een zoektocht naar een uitweg' en dat de lezer weliswaar 'rauwe woede' voorgezet krijgt, maar niet zonder 'een enorme dosis ironie en humor' (ZAM magazine 17 november).

    Uitgeverij A.W. Bruna stamt uit 1868 en is vooral bekend van avonturenromans en andere spannende boeken, en van de schier eindeloze pocketreeks: 'Zwarte Beertjes.' Deon Meyer is een van haar grote succesauteurs. In 2024 verscheen Leeuw ( 24,99, e-boek 14,99), vertaald door Meyers inmiddels vaste vertaalkrachten: Karina van Santen en Martine Vosmaer.

    Marijn van der Jagt geeft Meyer voor Leeuw vier (van de vijf) sterren in de bijbel van de liefhebbers: de Detective & Thrillergids van het maandblad Vrij Nederland. In de Bennie Griessel-serie vindt Van der Jagt altijd een verwevenheid van misdaad met Zuid-Afrikaanse politieke machinaties, zo ook in Leeuw. Extra bewondering heeft hij voor de compositie van het verhaal. 'Heerlijk leesvoer door de spanningsopbouw, de kleurrijke karakters en het geestige gesomber van onze ploeterende speurhelden.'

    Ook de Vlaamse Standaard noemt Leeuw bij monde van John Vervoort: 'een voltreffer' (20 april). In de Nederlandse Limburger toont Gert de Vos zich een kleine maand eerder al net zo geestdriftig, met opnieuw vier sterren: 'Naar goede gewoonte is Deon Meyer niet vies van wat maatschappelijke duiding, maar naar nog betere gewoonte staat dat de suspense van een alweer uitmuntende plot nergens in de weg' (25 maart). Fenna Riethof laat weten: 'Mijn exemplaar is gehavend', wat wil zeggen: geestdriftig gelezen (AD/Amersfoortse Courant en andere AD-kopbladen, 29 juni). En om de landsbrede lof af te ronden de bekroonde Nederlandse thrillerschrijver Lex Noteboom, op een vraag van Arjen Ribbens naar Notebooms vakantie-lectuur: 'een stapel boeken van Deon Meyer' (NRC 26 juli). Meyers beste is voor Noteboom: Koorts, met 'een profetische visie over enge virussen', en dat ruim vóór corona.

    De kleine uitgever Zirimiri in Amsterdam richt zich vooral op vertalingen uit zelden vertaalde talen. Na Lien Botha en Ingrid Winterbach is François Smith met De getuigenis ( 21,50) de derde Afrikaner in het fonds. Vertaler is Robert Dorsman. Jammer genoeg laat de Nederlandse pers het tot nu toe over dit boek vrijwel afweten. De bibliotheek-voorlichtings-dienst NBD Biblion geeft een korte samenvatting en sluit af met de typering: 'In zachte stijl en op licht poëtische toon geschreven ... Met name geschikt voor een literaire lezersgroep.' De waardering op literaire websites is matig. Daar tonen lezers zich bevreemd over de gedachten en gedragingen van de hoofdfiguren. De denkwereld van Gerbrand en Retha staan te ver van hen af, en De getuigenis daardoor ook.

    Een andere kleine uitgever, Noordboek in Gorredijk (Friesland), kwam met Reservetijd, over heel oud worden van Elsa Joubert ( 21,90). Met een informatief nawoord van de vertaler Rob van der Veer en drie pagina's 'Verklarende woordenlijst.' In de NRC was Frits Abrahams, zelf een veteraan-columnist die 'in blessuretijd' met elan zijn werk voortzet, zijn collega's, de vaste boekbesprekers, met zijn reactie juist te vlug af ('Een creatieve 95-jarige', 15 maart). Hem treft de vitaliteit die Joubert uitstraalt, zonder valse illusie, vol van het besef van alle teloorgang die oud worden nu eenmaal met zich meebrengt. 'Eigenlijk kunnen al dit soort oudemensengebouwen beter Verlies heten', haalt hij Joubert aan. Op Abrahams had het boek uiteindelijk toch 'vooral een opbeurend effect' omdat het 'laat zien wat er ook op hoge leeftijd aan creativiteit nog mogelijk is.'

    Evelien van Veen merkt in de Volkskrant op hoezeer in het schrijven van Joubert heden en verleden door elkaar lopen ('Zo werkt het brein van een oudere', 1 juni). Maar het boek blijft glashelder, de auteur heeft de teugels vast in handen. Van Veen stipt ook Jouberts latere 'natuurreis' aan, noodzakelijkerwijs beperkt tot de tuin van het tehuis, maar daardoor niet minder aangrijpend. Zij citeert: 'om de armzaligste palmboom huil ik . Hoe ouder je wordt, hoe dichter je blaas bij je ogen komt te zitten.'

     

    Verlies

    G.J. Schutte herdacht in de 'Nieuwsbrief' van het Zuid-Afrikahuis (mei) zijn oud-student Bart de Graaff (geb. 1959), op 9 april onverwacht overleden in Pretoria. In 1993 is De Graaff bij Schutte gepromoveerd op De mythe van de stamverwantschap: Nederland en Zuid-Afrika 1902-1930 - later maakte hij vooral naam als onvermoeibaar reiziger langs Zuid-Afrikaanse dorpen en plase. Van zijn 1599 km tussen Amsterdam en Gouda, een ontdekkingstocht langs Nederlandse plaatsnamen in Zuid-Afrika kwam er zelfs een filmversie en op basis van zijn onderzoek leverde hij scenario's voor andere documentaires. Al reizend legde De Graaff contacten met plaatselijke bibliotheken, kerken, bestuurders en vooral met oudere bewoners. Door hun verhalen belandde hij als vanzelf bij orale literatuur. In een reeks publicaties liet hij Nederland delen in zijn bijzondere kennis van en verwantschapsgevoelens voor nauwelijks opgemerkte mensen en gemeenschappen.

    Op 13 december overleed in Nijmegen Riet de Jong-Goossens (geb. 1937). De Afrikaanse literatuur in Nederland verloor zijn belangrijkste vertaler. Riet de Jong heeft 'een groot deel van de Zuid-Afrikaanse literatuur voor het Nederlands publiek ontsloten', zegt de jury die haar de belangrijkste Nederlandse vertaalprijs had toegekend, de Martinus Nijhoffprijs (2010). Naar verluidt omvat haar vertaalwerk meer dan zestig titels. Agaat (2006) heeft waarschijnlijk van al haar werk de meeste bijval gekregen, zowel om de vertaalprestatie als door de verrassende verkoopcijfers. Ook met Stemmen uit zee (2004), de Nederlandse versie van Eilande, behaalde zij een groot succes.

    Het overlijden van Breyten Breytenbach (24 november) vond de breedste respons. Zijn gevangenschap maakte hem een van de bekendste Zuid-Afrikanen in Nederland. Men wist dat hij dichter was, maar voor het brede publiek was hij in de eerste plaats anti-apartheidsstrijder. Naast Breytenbachs vriend Adriaan van Dis en anderen ontplooiden dichters als Remco Campert en Lucebert activiteiten om hem vrij te krijgen. Na zijn vrijlating ontving hij van de Haagse Jan Campertstichting een Eenmalige Extra Prijs (1983). Zijn boeken werden vertaald (niet altijd goed verkocht), zijn schilderijen tentoongesteld, bij zijn zeventigste verjaardag kende de stad Hengelo een groot Breytenbach-programma, met als hoofdgasten de heer en mevrouw Breytenbach.

    In het afgelopenjaar gafYves T'Sjoen aandacht aan Breytenbach, onder meer op Voertaal (augustus), in T'Sjoens gesprek met Adriaan van Dis. Ook gaf T'Sjoen een aansprekende aanvulling op de bibliografie van Breytenbachs in het Nederlands verschenen werk (Galloway, Woordenaar woordnar 'n huldiging, 2019). De vertaling 'De zelfdood' blijkt namelijk van de hand van de beroemde schrijver Frans Kellendonk.

    Het ANP, het Algemeen Nederlands Persbureau, verzorgde naar aanleiding van Breytenbachs overlijden een persbericht. Zijn dood was voorpaginanieuws voor NRC en Trouw (25 november). De NRC had meteen een uitvoerig in memoriam van Toef Jaeger, die hem vanuit Breytenbachs bekende poëtische vraag 'En jy, slagter?' tegelijk herdacht als veelzijdig vernieuwend kunstenaar en als maatschappijcriticus. Zij sluit ook af met poëzie, met 'Testament van een rebel'. Daar herkent zij Breytenbachs vrees, dat hij uiteindelijk niets zou kunnen veranderen. Maar die vrees brengt hem niet af van zijn levenslange wens: 'geef mij een pen / opdat ik kan zingen / dat leven niet voor niets is.'

    In Trouw stond een interview van Harmen van Dijk met Adriaan van Dis. Die hamert op het grote belang van zijn dichterschap, zowel voor de Afrikaanse poëzie als voor de Afrikaanse taal. Laat op dezelfde 25ste november vulde Van Dis voor de Nederlandse radio dit beeld aan met anekdotes, hoe hij Breytenbach herkende bij hun eerste ontmoeting (aan rode schoenen) en over de felgekleurde jurken die Breytenbachs zus aantrok bij gevangenisbezoek, om voor haar broer wat kleur te brengen in een ook letterlijk helemaal grijze tijd (NPO 1, 'Met het oog op morgen').

    Op 26 november sluit Geertjan de Vugt daarbij onbedoeld aan, als hij zijn herdenking in de Volkskrant begint met Breytenbachs verbijstering, toen die na jaren van gevangenschap de wereld terugzag: 'O mijn god, o mijn god, ik had nooit gedacht dat het zo zou zijn . Al die geluiden, geuren en kleuren.' Hij noemt Breytenbach een 'activist' maar zonder dat hij de centrale betekenis van diens dichterschap over het hoofd ziet. Voor dezelfde krant had Maartje Geels Breytenbachs overlijden online al uitvoerig gememoreerd. Teun Dominicus schreef erover in Het Parool (26 november).

    Een regionale editie van De Telegraaf (29 november) herinnerde ons aan een 'Breytenbachplataan' aan de Westersingel in Rotterdam, die Breytenbach zelf tijdens 'Poetry International' (1986) met linten heeft versierd en omgedoopt tot Graf van de Onbekende Dichter. De boom blijkt er nog te staan.

    In De Groene Amsterdammer gaf Alfred Schaffer op 5 december een overzicht van Breytenbachs leven en werk, met de klemtoon op diens veelzijdigheid: als dichter, schrijver, schilder, zenboeddhist en Afrikaanstalige Zuid-Afrikaan - 'overal thuis' maar ook 'altijd onderweg ... ongrijpbaar, en voorgoed een banneling die slechts in de poëzie kon bestaan'.

    David Cohen vertelt in Spectrum (december) hoe hij via een 'jongedame' met Breytenbachnektatoeage op de Berlijnse Friedrichstraße en dankzij zijn eigen kennismaking met Breytenbachs werk en persoon zelf dichter werd, in zijn 'stiefmoedertaal': het Jiddisch. In dezelfde aflevering begint Francine Maessen haar deskundige 'In memoriam' met bekende woorden: 'Ons is 'n bastervolk met 'n bastertaal', om ook te eindigen met Breytenbach over het Afrikaans: 'hierdie taal, liefling ... verdwyn omdat dit in die mond / van besoedelde witmense was'.

    Breytenbachs band met Hengelo keert terug in De Twentsche Courant Tubantia (12 december). Michel Hasselerharm voert een Hengelose pleitbezorger voor Breytenbach ten tonele, die de 'Veertien sonnette vir 'n engel in Hengelo', het grote geschenk van de dichter aan de stad uit 2009, in Hengelo een vaste plaats wil bezorgen.

    Zijn overlijden heeft Breytenbach in Nederland weer onder de aandacht gebracht. Bloemlezingen als De zingende hand en Allerliefste komen weer uit de kast. In hoeverre leeft zijn poëzie in Nederland? In 2014 haalde een Russische raket in Oekraïne een vliegtuig neer met 298 mensen, de meesten Nederlanders. Bij een herdenking in 2024 las een mevrouw die haar dochter, schoonzoon en kleinkinderen verloor, een gedicht voor: 'Allerliefste, ik stuur je een duif met een rode borst, want niemand zal op een boodschap die rood is schieten. Ik gooi mijn duif hoog in de lucht en alle jagers zullen denken dat het de zon is' (NRC 18 juli). Het lijdt geen twijfel: dit is Afrikaanse literatuur in Nederland.

    Eep Francken

    Noordwes-Universiteit

    E-pos: eepfrancken@planet.nl