<?xml version="1.0" encoding="ISO-8859-1"?><article xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id>0259-9422</journal-id>
<journal-title><![CDATA[Hervormde Teologiese Studies]]></journal-title>
<abbrev-journal-title><![CDATA[Herv. teol. stud.]]></abbrev-journal-title>
<issn>0259-9422</issn>
<publisher>
<publisher-name><![CDATA[Nederduitsch Hervormde Kerk Afrika]]></publisher-name>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id>S0259-94222012000100046</article-id>
<title-group>
<article-title xml:lang="nl"><![CDATA[Menselijke vrijheid en het Christelijk geloof]]></article-title>
<article-title xml:lang="en"><![CDATA[Human freedom and the Christian faith]]></article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Doomen]]></surname>
<given-names><![CDATA[Jasper]]></given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="A01"/>
<xref ref-type="aff" rid="A02"/>
</contrib>
</contrib-group>
<aff id="A01">
<institution><![CDATA[,University of Leiden Department of Jurisprudence and Department of Philosophy of Law ]]></institution>
<addr-line><![CDATA[ ]]></addr-line>
<country>The Netherlands</country>
</aff>
<aff id="A02">
<institution><![CDATA[,University of Pretoria Department of New Testament Studies ]]></institution>
<addr-line><![CDATA[ ]]></addr-line>
<country>South Africa</country>
</aff>
<pub-date pub-type="pub">
<day>00</day>
<month>00</month>
<year>2012</year>
</pub-date>
<pub-date pub-type="epub">
<day>00</day>
<month>00</month>
<year>2012</year>
</pub-date>
<volume>68</volume>
<numero>1</numero>
<fpage>105</fpage>
<lpage>113</lpage>
<copyright-statement/>
<copyright-year/>
<self-uri xlink:href="http://www.scielo.org.za/scielo.php?script=sci_arttext&amp;pid=S0259-94222012000100046&amp;lng=en&amp;nrm=iso&amp;tlng=en"></self-uri><self-uri xlink:href="http://www.scielo.org.za/scielo.php?script=sci_abstract&amp;pid=S0259-94222012000100046&amp;lng=en&amp;nrm=iso&amp;tlng=en"></self-uri><self-uri xlink:href="http://www.scielo.org.za/scielo.php?script=sci_pdf&amp;pid=S0259-94222012000100046&amp;lng=en&amp;nrm=iso&amp;tlng=en"></self-uri><abstract abstract-type="short" xml:lang="en"><p><![CDATA[In this article, it is examined whether there is room for human freedom in a Christian perspective. Augustine's and Luther's views are illuminating in order to clarify this matter. The way they deal with the idea of predestination is an important issue. According to Augustine, man is, to a certain degree, able to grasp the way in which God governs man; this idea is not present in Luther's thoughts. Their notions of 'freedom' differ considerably as well; here, too, Augustine has more confidence in human reason than Luther does. However, it is difficult for both Luther and Augustine to defend a notion of human freedom and at the same time maintain God's foreknowledge. Still, even irrespective of that, human freedom is something which cannot easily be demonstrated. For both Christians and non-believers, the issue of human freedom remains an unresolved problem.]]></p></abstract>
</article-meta>
</front><body><![CDATA[ <p align="right"><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>ORIGINAL    RESEARCH</b></font></p>     <p>&nbsp;</p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="4"><b><a name="top"></a>Menselijke    vrijheid en het Christelijk geloof</b></font></p>     <p>&nbsp;</p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="3"><b>Human freedom    and the Christian faith</b></font></p>     <p>&nbsp;</p>     <p>&nbsp;</p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>Jasper Doomen</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Department of Jurisprudence    and Department of Philosophy of Law, University of Leiden, The Netherlands.    Department of New Testament Studies, University of Pretoria, South Africa</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><a href="#back">Correspondence    to</a></font></p>     ]]></body>
<body><![CDATA[<p>&nbsp;</p>     <p>&nbsp;</p> <hr size="1" noshade>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>ABSTRACT</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"> In this article,    it is examined whether there is room for human freedom in a Christian perspective.    Augustine's and Luther's views are illuminating in order to clarify this matter.    The way they deal with the idea of predestination is an important issue. According    to Augustine, man is, to a certain degree, able to grasp the way in which God    governs man; this idea is not present in Luther's thoughts. Their notions of    'freedom' differ considerably as well; here, too, Augustine has more confidence    in human reason than Luther does. However, it is difficult for both Luther and    Augustine to defend a notion of human freedom and at the same time maintain    God's foreknowledge. Still, even irrespective of that, human freedom is something    which cannot easily be demonstrated. For both Christians and non-believers,    the issue of human freedom remains an unresolved problem.</font></p> <hr size="1" noshade>     <p>&nbsp;</p>     <p>&nbsp;</p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="3"><b>Inleiding</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Het doel van dit    artikel ligt erin aan te geven in hoeverre menselijke vrijheid verenigbaar is    met een Christelijk perspectief. Hiertoe zijn de behandelingen van Augustinus    en Luther over het onderwerp behulpzaam. Deze blijken op vele punten overeen    te stemmen, maar er zijn, ten gevolge van verschillende uitgangspunten, ook    belangrijke verschillen.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De paragraaf 'Predestinatie    en vrije wil' behandelt de predestinatieleer, die zowel bij Augustinus als bij    Luther een rol speelt en die door beiden wordt aangehangen. In de paragraaf    'De betekenis van de predestinatie' wordt aangegeven hoe Gods voorkennis verschilt    van de (voor zover aanwezige) menselijke. In de paragraaf 'Gevolgen' wordt onderzocht    hoe Augustinus omgaat met enkele problemen die met de predestinatieleer verbonden    zijn; de paragraaf 'De betekenis van genade' behandelt Luthers antwoorden, waarbij    een vergelijking met Augustinus wordt gemaakt. In de paragraaf 'De grenzen van    een redelijke analyse' worden deze antwoorden aan een kritische beschouwing    onderworpen.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De paragraaf 'Het    vrijheidsbegrip bij Augustinus, Luther en Erasmus' behandelt het vrijheidsbegrip.    Ook aan Erasmus, als tegenpool van Luther, zal hier enige aandacht geschonken    worden. De paragraaf 'Domeinverkenning' geeft de verschillende standpunten van    Augustinus, Luther en Erasmus weer, waarna in de paragraaf 'De gevolgen van    de verschillende standpunten' duidelijk zal worden dat deze verschillende uitgangspunten    tot uiteenlopende visies leiden, die niet in overeenstemming te brengen zijn.    In de paragraaf 'Problemen' worden enkele consequenties van de verschillende    visies aangegeven. De beschouwingen van zowel Augustinus, Luther als Erasmus    brengen problemen met zich mee die ze mijns inziens onhoudbaar maken.</font></p>     ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">In de paragraaf    '"Vrijheid": Een problematisch begrip' wordt hiervoor een alternatief geboden.    Dit bestaat in de (radicale) oplossing dat menselijke vrijheid niet bestaat.    Aangezien beide in de paragraaf 'Het vrijheidsbegrip bij Augustinus en Erasmus'    aangegeven opties om het begrip 'vrijheid' in het handelen te handhaven, namelijk    enerzijds gezien als geleid worden in het handelen en anderzijds als de mogelijkheid    om een eigen beslissing te nemen, problematisch zijn, lijkt dit me het enige    alternatief.</font></p>     <p>&nbsp;</p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="3"><b>Predestinatie    en vrije wil</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>De betekenis    van de predestinatie</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Een belangrijk    onderwerp dat bij Augustinus en Luther aandacht krijgt is de predestinatie.    God voorzag v&oacute;&oacute;r de schepping hoe de wereld zich zou ontwikkelen.    Hij voorzag dat Adam zou zondigen, hoe vervolgens alle mensen door de erfzonde    schuldig waren en hoe ze zouden handelen. Deze kwestie brengt een aantal problemen    met zich mee, waaraan aandacht besteed zal worden vanaf de paragraaf 'Het vrijheidsbegrip    bij Augustinus en Erasmus'. In deze paragraaf gaat het om het contrast tussen    Gods voorkennis en de menselijke kennis van de toekomst.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De astrologie kan    hierbij als illustratie dienen. Zij levert een verklaring voor de gedragingen    van mensen. Volgens deze verklaring bepaalt het lot hoe men zal handelen. Augustinus    verzet zich tegen deze gedachtegang: de gratie van God staat boven de sterren    (Augustinus 1974: boek 2, 6, 12 &#91;428/429&#93;). Volgens Augustinus kent    God de goede dingen toe in Zijn gratie, die niet noodzakelijk is. God handelt    namelijk niet volgens een noodzaak. Duidelijk is dat niets uit het lot voortkomt    (Augustinus 1974: boek 2, 6, 12 &#91;428/429&#93;). God redt de mens niet omdat    dit noodzakelijk is, maar vanwege Zijn goedheid: Gods gratie is Zijn geschenk    aan de mens.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Augustinus kent    geen waarde toe aan de astrologie: als astrologen een juiste voorspelling doen,    komt dit niet doordat ze een juiste horoscoop getrokken hebben, maar door een    geheime inspiratie (Augustinus 1959: boek 5, 7 &#91;668/669&#93;). De astrologen    hebben gelijk in de zin dat er een voorkennis van de toekomst is; waar het Augustinus    om gaat is echter de manier waarop ze dit invullen. God heeft voorkennis, 'want    het bestaan van God erkennen en Hem toch deze voorkennis ontzeggen, dat is het    toppunt van de dwaasheid' (Augustinus 1959: boek 5, 9 &#91;672/673&#93;). De    toekomst ligt vast, maar niets komt voort uit het lot (Augustinus 1974: boek    2, 6, 12 &#91;428/429&#93;). Op deze wijze gaat ook Luther met deze kwestie    om. Hij legt de nadruk op Gods besluit en onderscheidt Gods voorkennis van die    van de mens. De mens kan een zons- of maansverduistering voorspellen op grond    van ervaringsgegevens: men heeft onderzoek gedaan, kent bepaalde patronen in    de natuur en kan op grond hiervan een voorspelling doen.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Gods voorkennis    verschilt van die van de mens, enerzijds in de zin dat Hij zelf besluit wat    er zal gebeuren en de mens niet, anderzijds in de zin dat Zijn besluit ook noodzakelijk    zal gebeuren, terwijl dit voor de bevindingen van de mens niet geldt (Luther    1908:716). De mens kan zich vergissen: als zijn gegevens niet kloppen; dan zal    de verduistering (tegen verwachting in) niet plaatsvinden. Bovendien is de verduistering    een voorwaardelijk proces en geen noodzakelijk: de omstandigheden voor de verduistering    moeten aanwezig zijn. De verduistering kan wel noodzakelijk zijn, maar dan slechts    als gevolg op een bepaalde oorzaak; op zich is ze niet noodzakelijk (met een    moderne bewoording: ze is niet noodzakelijk in alle mogelijke werelden). Gods    besluit, daarentegen, zal noodzakelijkerwijs plaatsvinden (Luther 1908:716).    Anderzijds volgt God geen noodzakelijk proces, zoals het natuurverschijnsel;    Hij is juist de initiator van het proces.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>Gevolgen</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De onderwerpen    predestinatie en erfzonde brengen belangrijke problemen met zich mee. Ook hier    heeft zowel Augustinus als Luther, die grotendeels overeenstemmen in de behandeling    ervan, oplossingen proberen te bieden. In de rest van de paragraaf zal onderzocht    worden in hoeverre deze toereikend zijn.</font></p>     ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Volgens de predestinatieleer    wordt een aantal gelovigen door God uitverkoren; dit gebeurt niet op grond van    hun verdiensten, omdat deze afwezig zijn. Een objectie hiertegen kan zijn dat    het uitverkoren worden dan willekeurig is: als God Zijn gratie niet geeft op    grond van verdiensten van de mens, wat is dan het criterium op grond waarvan    de gratie geschonken wordt? Als de mens niets kan doen om zijn eigen heil te    bewerkstelligen, dan moet God een ieder gratie geven.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De waarde van deze    objectie wordt bepaald door de uitgangspunten die men heeft. Als men stelt dat    de mens als een onbeschreven blad is bij de geboorte en hem niets te verwijten    valt, dan is het inderdaad vreemd dat God een onderscheid maakt en sommigen    wel genade schenkt en anderen niet.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Augustinus gaat    hier echter niet van uit. Alle mensen zijn volgens hem vanaf de geboorte belast    met de zonde van de eerste mens.<a name="top1"></a><a href="#back1"><sup>1</sup></a>    Niemand is uit zichzelf in staat om een goede handeling te beginnen of te voltooien    (Augustinus 1962:1, 2 (466/467). Hiervan uitgaande kan Augustinus de 'bewijslast'    omdraaien: het is niet zo dat men onschuldig is en in principe gratie moet ontvangen,    maar men is schuldig en moet gestraft worden. Als er mensen verlost worden,    dan komt dit voort uit Gods goede wil; in beginsel wordt niemand verlost. God    zegt dat Hij Jakob heeft liefgehad, maar Esau heeft gehaat (Mal 1:2). Augustinus    leest dit als volgt: Jakob krijgt Gods genade en Esau niet; beiden hebben straf    verdiend, alleen heeft God Jakob gered (Steinmetz 1986:17). Slechts door gratie    hebben de uitverkorenen ontvangen wat ze ontvangen hebben (Augustinus 1962:6,    11 &#91;498/499&#93;).</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Het is duidelijk    dat God niemand hoeft te verlossen. Echter, als Hij goed en almachtig is, waarom    strekt Zijn genade zich dan niet uit over allen en worden slechts enkelen gered?    Hierop heeft Augustinus twee antwoorden, in beide gevallen steunend op de Bijbel.    Ten eerste redt God niet alle mensen, omdat Hij Zijn toorn wil tonen en de mens    Zijn macht wil laten kennen (Rom 9:18-23) (Augustinus 1962:8, 14 &#91;508/509&#93;).    Ten tweede zijn Gods motieven niet bij de mens bekend en mag deze Zijn oordeel    niet in twijfel trekken (Rom 9:20; 11:33) (Augustinus 1962:8, 16 &#91;514/515&#93;).    De predestinatie is de voorbereiding op de genade (Augustinus:10, 19 &#91;522/523&#93;).    Gods belofte wordt slechts gerealiseerd als men gelooft, maar zelfs het geloof    is een geschenk van God (Augustinus 1974: boek 2, 6, 12 (428/429, 430/431);    1962:10, 20 (&#91;526/527&#93;). Gods gratie wordt niet veroorzaakt door menselijke    verdiensten, maar slechts door Zijn medelijden (Augustinus 1962:14, 27 (546/547).    Augustinus stelt zelfs dat <i>al</i> het goede van God komt: 'Omne &#91;...&#93;    bonum ex Deo, nulla ergo natura est quae non sit ex Deo' (Augustinus 1976: boek    2, 20, 54 &#91;376/377&#93;).</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>De betekenis    van genade</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Zowel voor Augustinus    als voor Luther speelt de gedachte dat het geloof een geschenk van God is een    belangrijke rol; het uitverkoren worden door God gebeurt niet op grond van menselijke    verdiensten en God, hoewel Zijn motieven niet bij de mens bekend zijn, handelt    rechtvaardig (Von Loewenich 1959:78). Wel heeft 'genade' voor Augustinus een    andere betekenis dan voor Luther: voor Augustinus is het <i>formatio</i> van    de natuur; voor Luther <i>reparatio</i> (Von Loewenich 1959:84). Volgens Augustinus    ligt het in de menselijke natuur om zondaar en rechtvaardige tegelijk te zijn    en gaat het erom dat, aangezien het eerste overheerst - de mens is zondaar geworden    - het laatste aspect ontwikkeld wordt (waarvoor God benodigd is): dit is de    ontwikkeling (formatio) van het tweede aspect.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Luther stelt dat    God niets wat in de mens aanwezig is ontwikkelt, maar de mens, die door en door    zondaar is, rechtvaardigt: dit is het herstel (reparatio) van het tweede aspect.    God herstelt de situatie die oorspronkelijk (v&oacute;&oacute;r Adams zonde)    het geval was. Dit verschil in zienswijze ligt wellicht in het feit dat Augustinus    sterk be&iuml;nvloed is door Plato en Luther niet (Von Loewenich 1959:84). Augustinus    wil de kwestie (in elk geval tot op zekere hoogte) inzichtelijk maken, terwijl    dit voor Luther geen rol speelt. Hij benadrukt juist voortdurend de tekortkomingen    van het verstand en het is niet zijn doel om een samenhangende wijsgerige gedachtegang    op te bouwen.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De gedachte dat    de predestinatie op de genade voorbereidt (Luther 1883:225) speelt ook voor    Luther een belangrijke rol. Gratie wordt ook volgens hem niet toegekend als    beloning voor bepaalde verdiensten. Een onderscheid moet worden gemaakt tussen    <i>potentia activa</i> en <i>potentia subiectiva.</i> Het eerste houdt in dat    men een handeling voort kan brengen, het tweede dat men in staat is iets te    ontvangen. Tot het slechte kan de mens zich uit zichzelf richten: dit ligt in    zijn aard. Een goede handeling, echter, kan hij pas verrichten nadat God hem    hiertoe in staat heeft gemaakt (Luther 1883:360).</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Augustinus' stelling    dat Gods motieven onbekend zijn wordt ook door Luther uitgewerkt. Hij geeft    aan dat de mens de geheimen van God niet moet proberen te kennen, maar deze    slechts moet aanbidden (Luther 1908:712). Hij gaat echter nog verder: terwijl    Augustinus nog stelt dat de zonde ingaat tegen de eeuwige wet, waarbij de goddelijke    wet boven de natuur staat (Gilson 1936:328) en deze de wil van God is (Gilson    1936:334), benadrukt Luther dat de mens Gods werken niet naar menselijke maatstaven    mag beoordelen. Men moet rekening houden met de afstand tussen God en de mens    (Althaus 1962:244).</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Bij Augustinus    is nog sprake van een bepaalde orde, volgens welke de menselijke normen een    afspiegeling zijn van de eeuwige wet. Ook hier blijkt de invloed van Plato.    Bij Luther ontbreekt dit houvast: niet alleen weet men niet waarom God doet    wat Hij doet, maar zelfs een model voor het juiste handelen ontbreekt, niet    in de zin dat men geen onderscheid kan maken tussen juist en onjuist handelen,    maar in de zin dat God bepaalt wat juist handelen is. Buiten God is niets goeds    en al het goede is in God (Luther 1938:393).</font></p>     ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>De grenzen van    een redelijke analyse</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De antwoorden die    Augustinus en Luther op de met de predestinatieleer gepaard gaande vraagstukken    geven worden gekenmerkt door hun verschillende standpunten, die er de oorzaak    van zijn dat ze bepaalde Bijbelpassages op uiteenlopende wijzen interpreteren.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Een belangrijke    passage voor zowel Augustinus als Luther is Romeinen 11:33, waarin aangegeven    wordt dat Gods motieven onbekend zijn. Dit kan men zo breed of nauw interpreteren    als men wil. Een nauwe interpretatie, volgens welke slechts een gedeelte van    Gods natuur onbekend is, laat een bepaalde kennis van God toe. Augustinus geeft,    zoals in de paragraaf 'De betekenis van genade' bleek, aan dat God aan het hoofd    van een (door Hem bepaalde) orde staat; kent men deze orde, dan kent men bepaalde    aspecten van God. Luther maakt gebruik van een brede interpretatie en geeft    een gedachtegang volgens welke God volstrekt onbekend is. Zo wil God vele dingen    die Hij niet meedeelt (Luther 1908:685).</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Het nadeel van    de genoemde passage is dat ze gebruikt kan worden wanneer men om antwoorden    verlegen zit: men probeert tot een sluitende gedachtegang te komen en wanneer    de grens van het kunnen is bereikt in de zin dat geen bevredigende antwoorden    meer gegeven kunnen worden, zet men de passage in. De optie bestaat zelfs om,    via een zeer brede interpretatie, God als oorzaak boven alle bepaling te duiden    (zoals Pseudo-Dionysius de Areopagiet &#91;al dan niet op grond van de passage&#93;    doet &#91;Pseudo-Dionysius 1987:141&#93;). Op deze wijze worden alle moeilijkheden    omzeild doordat men stelt dat alle spreken over God ontoereikend is.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Deze 'vluchtroute'    was voortdurend aanwezig: ofwel bouwde men een filosofische gedachtegang op    waarvan de grenzen op een bepaald moment - afhankelijk van de mening van de    filosoof - aangegeven werden, ofwel zag men, zoals Luther, in het geheel af    van een dergelijke gedachtegang. Dat deze mogelijkheid haar tekortkomingen heeft,    geeft Luther overigens ruiterlijk toe: na Romeinen 9:20 ('O mens, wie ben jij    om met God te redetwisten?') aangehaald te hebben zegt hij: 'O pulchrum effugium'    &#91;'Heerlijke uitvlucht!'&#93; (Luther 1908:716). Deze tekortkomingen, die    Augustinus niet toe zou laten en zou proberen op te lossen, spelen voor Luther    geen rol, omdat de redelijke verklaring voor hem geen waarde heeft.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De voorgaande twee    problemen kunnen tot op zekere hoogte opgelost worden door rekening te houden    met de uitgangspunten van de verschillende denkers: een ieder hanteert de Schrift,    waarbij verschillende interpretaties tot verschillende gedachtegangen leiden.    Een moeilijk te verwerken probleem is evenwel dat van de erfzonde. In de paragraaf    'Gevolgen' werd duidelijk dat in de Bijbel zelf kritische vragen met betrekking    tot dit onderwerp gesteld worden. Het bleef onderwerp van discussie. Op het    Concilie van Trente (1545-1563) werd vastgesteld dat de erfzonde vergeven wordt    door het doopsel (Adam 1968:376). Na het Concilie werden de idee&euml;n van    Catharinus Ambrosius invloedrijk. Hij gaf aan dat de erfzonde slechts een extrinsieke    toekenning is van de zonde van Adam, dat wil zeggen: de zonde wordt ge&euml;rfd    vanwege het feit dat er een eenheid bestaat tussen Adam en alle andere mensen,    doordat Adam, als vertegenwoordiger van de mensheid, een overeenkomst met God    sloot.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Zowel het doopsel    als de erfzonde kan niet op deze wijze verdedigd worden. Door het doopsel te    gebruiken als reiniging van de erfzonde omzeilt men het probleem. Bovendien    blijft de vraag wat er gebeurt met kinderen die sterven alvorens gedoopt te    zijn. Hierop is geantwoord<a name="top2"></a><a href="#back2"><sup>2</sup></a>    dat de wens van de ouders het doopsel kan vervangen, maar dit antwoord is opnieuw    een omzeiling van het probleem.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De erfzonde kan    slechts verdedigd worden wanneer men een bepaalde band tussen mensen veronderstelt    die ervoor zorgt dat de zonde van de eerste mens overgedragen wordt op volgende    generaties. Het is de vraag of men een dergelijke band mag aannemen. Als men    Adam ziet als de vertegenwoordiger van de gehele mensheid, die een verdrag sluit    met God, dan volgt hieruit dat Adams zonde ook die van alle andere mensen is.    Een probleem met deze gedachte is dat de grond om Adam als vertegenwoordiger    op te laten treden, ontbreekt; bovendien is ieder mens een uniek persoon.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Dit punt laat ik    hier verder rusten; een redelijke analyse levert voor deze kwestie geen oplossing    en ze moet mijns inziens als een geloofskwestie worden behandeld. Een dergelijke    analyse kan voor het vrijheidsbegrip echter wel van betekenis zijn; dit zal    het onderwerp van de volgende paragrafen zijn.</font></p>     <p>&nbsp;</p>     ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="3"><b>Het vrijheidsbegrip    bij Augustinus, Luther en Erasmus</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">In deze paragraaf    zal onderzocht worden wat Augustinus en Luther onder 'vrijheid' verstaan. Ook    Erasmus, die als tegenpool van Luther een interessante visie had, zal aandacht    krijgen. Op grond hiervan kan vastgesteld worden in hoeverre hun visies volgehouden    kunnen worden en waar zich problemen voordoen.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>Domeinverkenning</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Augustinus geeft    aan dat vrijheid niet ge&iuml;soleerd kan worden gezien van Gods gratie, die    nodig is om verlost te kunnen worden (Ogliari 2003:245) en dat er geen ware    vrijheid is behalve die van gelukkige mannen die zich verbinden aan de eeuwige    wet (Augustinus 1976: boek 1, 15, 32 &#91;256/257&#93;).<a name="top3"></a><a href="#back3"><sup>3</sup></a>    Zoals Ogliari (2003) het verwoordt:</font></p>     <blockquote>        <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">True <i>libertas</i>      is the synergetic combination of divine grace and human agency, whereby what      is good is both willed and accomplished. It is the freedom from the slavery      of vice, from the necessity of sin to which fallen man, bereft of grace, is      subjected. &#91;...&#93; Properly speaking, the <i>libertas</i> is not the      power of choosing but the love for the good. It is the state of the will orientated      towards the Good, viz. God. Such <i>libertas</i> cannot exist but through      grace. (p. 248)</font></p> </blockquote>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Voor Augustinus    is vrijheid: het ingepast zijn in de orde der dingen. In boek drie van <i>De    libero arbitrio</i> werkt Augustinus deze gedachte uit: de mens dient Gods geboden    op te volgen. De zonde houdt in dat men het gebod niet ontvangt, niet overweegt    of niet opvolgt (Augustinus 1976: boek 3, 24, 72 &#91;518/519&#93;). De rede    is hier beslissend: kinderen en dieren, die geen overwegingen kunnen maken,    zijn wijs noch dom (de predikaten zijn niet op hen van toepassing) en beschikken    niet over een wil (Augustinus 1976: boek 3, 24, 71 &#91;516/517&#93;). Augustinus    verbindt hier echter niet de conclusie aan dat kinderen niet zondigen, omdat    dit zijn opvatting over de erfzonde zou tegenspreken.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Augustinus ziet    vrijheid als een verlengstuk van de rede: als men wijs is en werkelijk inzicht    heeft, dan zal men zich onder de eeuwige wet Gods scharen en op deze wijze vrij    zijn. Luther verbreekt deze verbinding tussen redelijk inzicht en vrijheid.    Vrijheid houdt voor een Christen slechts in, dat men aan God gebonden is; als    'werktuig van God' is men vrij van zichzelf (Seeberg 1940:191). Vrij zijn van    zichzelf betekent dat men niet meer gebonden is aan het voortdurende zondigen    dat gepaard gaat met de natuurlijke staat van de mens. Ook voor Luther houdt    vrijheid dus in dat men zich in een bepaalde situatie bevindt. In strikte zin    mag men vrijheid ook slechts aan God toeschrijven: vrijheid is een Godspredikaat    en niet meer dan dat (Luther 1908:636). Zolang de mens niet door God begeleid    wordt, zondigt hij (Luther 1908: 634). Hieruit volgt dat zelfs de wil die door    God wordt geleid onder een noodzaak staat (Luther 1908:635).</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Erasmus verstaat    onder vrije wil de kracht van de menselijke wil, waardoor de mens zich op datgene    kan richten wat tot eeuwige heil voert, of zich ervan kan afwenden (Mildenberger    1984:4). Hij stelt dat de vrije wil gesitueerd moet worden op een moment voordat    van goed en kwaad sprake is. Pas nadat men heeft gekozen, kan gesproken worden    van goed en kwaad. Luther verzet zich tegen deze gedachtegang. Hij vergelijkt    de mens met een lastdier <i>(iumentum),</i> dat ofwel door God, ofwel door Satan    bereden wordt (Luther 1908:635). De mens kan niet een willekeurige richting    inslaan, maar wordt altijd bestuurd. Er is geen neutrale houding (Luther 1908:779)    (zoals Erasmus leert).</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>De gevolgen    van de verschillende standpunten</b></font></p>     ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De visies van Augustinus,    Luther en Erasmus met betrekking tot het begrip 'vrijheid' verschillen aanzienlijk.    Welke van deze zienswijzen is het meest overtuigend? Een belangrijk probleem    hangt samen met het feit dat een ieder 'vrijheid' verschillend definieert. Volgens    Augustinus bestaat werkelijke vrijheid pas in het deelhebben aan de eeuwige    wet van God. Luther stelt dat de vrije mens slechts door God wordt geleid, terwijl    Erasmus enige ruimte openlaat voor een menselijke keuze.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Bij Augustinus'    definitie van 'lot' komt deze kwestie opnieuw op. Hij noemt Cicero, die een    situatie waarin sprake is van voorkennis van God over toekomstige gebeurtenissen    als gedetermineerd ziet. Niets hangt dan nog af van de mens en er is geen vrije    wil. Ofwel is er geen voorkennis, ofwel heeft de mens een vrije wil, maar niet    beide situaties zijn het geval (Augustinus 1959: boek 5, 9, 2 &#91;674/675&#93;).    Augustinus ontkent het noodlot in deze zin (Augustinus 1959: boek 5, 9, 3 &#91;676/677&#93;)    en zoekt naar een andere uitleg. Door noodlot <i>(fatum)</i> te zien als afgeleid    van spreken <i>(fari)</i> kan men Gods verkondiging inzien: God heeft aangegeven    wat er zou gebeuren en dit is onherroepelijk (Augustinus 1959: boek 5, 9, 3    &#91;676/677, 678/679&#93;). De toekomst is aan God bekend, maar er is geen    sprake van een <i>fatum</i> in de zin waarin Cicero het gebruikt. Door dit verschil    van definieren is Gods voorkennis volgens Augustinus verenigbaar met menselijke    vrijheid, volgens Cicero niet.<a name="top4"></a><a href="#back4"><sup>4</sup></a></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Hiernaast speelt    het feit dat Luther en Erasmus een verschillend mensbeeld hebben een rol. Terwijl    Erasmus aangeeft dat de mens zichzelf kan verbeteren door onderwijs en kan kiezen,    zij het met Gods hulp, voor zijn heil, staat het voor Luther vast dat de mens    niets kan bewerkstelligen en God voor al het goede dat hem ten deel kan vallen    verantwoordelijk is (Luther 1883:361).</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Hetzelfde probleem    is, zoals in de paragraaf 'De betekenis van genade' duidelijk werd, het geval    bij de definitie van 'genade'. Luthers opvatting van de mens verschilt van die    van Augustinus, waardoor ook hun begrip van 'genade' verschilt.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Op grond van deze    verschillende definities en uitgangspunten komt men tot verschillende visies.    Het is moeilijk om aan te geven welke van deze visies het meest overtuigt. Zo    kan Erasmus aangeven dat er vrijheid moet zijn, omdat er anders geen ruimte    voor verdiensten is en Gods keuze om sommigen te redden en anderen niet in dit    geval willekeurig zou zijn (Mildenberger 1984:6). Voor Luther heeft deze gedachtegang    echter geen waarde, aangezien er volgens hem geen menselijke verdiensten zijn.    Een discussie tussen Erasmus en Luther levert geen waardevolle resultaten op,    omdat ze langs elkaar heen praten; ze kunnen geen afstand nemen van hun posities    en zijn daardoor onverenigbaar.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Het is moeilijk    om de posities op hun waarde te schatten. In de beoordeling kan een voorkeur    voor &eacute;&eacute;n van beide visies een rol spelen (tegenwoordig zal men    over het algemeen wellicht eerder geneigd zijn zich bij Erasmus' positie aan    te sluiten dan bij die van Luther), waardoor deze beoordeling niet objectief    is.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>Problemen</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Aan een aantal    problemen die uit het voorafgaande rijzen moet nadere aandacht worden besteed.    Augustinus stelt dat de menselijke vrijheid niet ontkend hoeft te worden wanneer    men aangeeft dat God de toekomst kent. Deze opvatting lijkt inconsequent te    zijn. Ze kan echter verdedigd worden door de vrije wilsbesluiten in het proces    dat God voorziet op te nemen. Hij weet vooraf hoe de mens zal handelen, maar    dit impliceert niet dat de mens niet vrij is (Augustinus 1959: boek 5, 9, 3    &#91;678/679&#93;).</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Hier moeten twee    situaties onderscheiden worden. God kan de mens precies zo laten handelen als    Hij wil. Doordat Hij de toekomst vastlegt, zal de mens Zijn wil volgen. Deze    situatie komt neer op determinisme. Dit is echter niet wat Augustinus bedoelt.    Het gaat erom dat God weet hoe de mens zal handelen in een situatie waarin deze    kan kiezen. Hij voorziet hoe de mens zal handelen. Omdat Hij niet de schepper    van de handeling is, is hier echter geen sprake van determinisme. Augustinus    kan deze visie huldigen vanwege het feit dat hij de wilsbesluiten in de causale    orde opneemt.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Een volgend punt    is het feit dat de mens volgens Luther slechts zedelijk handelt wanneer God    in hem werkzaam is en er slechts zedelijkheid is wanneer men gelooft (Seeberg    1940:193). Aangezien zelfs het geloof Gods werk is (Luther 1883:364), ontstaat    hier een probleem: als al het goede van God afkomstig is, zelfs het geloof,    dan zijn er geen menselijke verdiensten. Dit stelt Luther dan ook. Echter, als    dit het geval is, dan kan men niet meer van zedelijkheid spreken. Evenmin als    het handelen van een zwemmer die in het water geplaatst is en wiens armen en    benen door anderen worden bewogen, waardoor hij vooruitkomt, zwemmen is, kan    dit handelen zedelijk genoemd worden.</font></p>     ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Bij Augustinus    en Luther bestaat bovendien het probleem dat vrijheid slechts binnen een gegeven    situatie mogelijk is. Het is de vraag, rekening houdend met de definities die    ze geven,<a name="top5"></a><a href="#back5"><sup>5</sup></a> of dit de notie    'vrijheid' recht doet. Vrij is men volgens Augustinus slechts binnen de kaders    van de eeuwige wet, volgens Luther slechts als werktuig van God. Een probleem    hiermee is dat men geen re&euml;le keuze heeft tussen alternatieven. Het is    alsof men bij de paardenraces zelf mag kiezen op welk paard men wedt, maar voor    de race te horen krijgt welk paard zal winnen. Op een ander paard wedden is    onverstandig (Augustinus) of zondig (Luther).</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Het lijkt me adequater    niet te spreken van vrijheid wanneer men eenmaal op het juiste paard heeft gewed,    maar vrijheid te situeren op het moment dat men gaat 'wedden'. Dit is Erasmus'    benadering. Aan deze aanpak kleeft echter een ander probleem. Erasmus veronderstelt    dat men tot op zekere hoogte zelf kan besluiten, anders is er geen ruimte voor    God om te belonen of te straffen. Men kan zelf &eacute;&eacute;n van de opties    verkiezen.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Deze benadering    is mijns inziens evenmin vol te houden. In de laatste paragraaf zal ik proberen    duidelijk te maken waarom niet en tevens een alternatief bieden voor de gepresenteerde    visies.</font></p>     <p>&nbsp;</p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="3"><b>'Vrijheid':    Een problematisch begrip</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Er zijn, als men    de notie 'vrijheid' wil hanteren en zich niet wil beperken tot eenvoudige bewegingsvrijheid,    twee mogelijkheden. Ofwel betekent vrijheid dat men deel uitmaakt van een bepaalde    structuur en dat men geleid wordt, bijvoorbeeld door God (Luther) of door Gods    eeuwige wet (Augustinus), ofwel gaat het om een situatie waarin men zelf een    beslissing kan nemen, daarbij geholpen door God (Erasmus), of niet (zoals sommige    moderne denkers stellen).</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">In de 20ste eeuw    is steeds meer aandacht voor de individuele mens gevraagd. Hiermee gaat een    gedachte gepaard die het menselijk handelen centraal stelt, al dan niet vanuit    een athe&iuml;stische motivatie. Sartre wijst de mens aan als degene die een    verandering in de wereld kan bewerkstelligen en daarvoor ook verantwoordelijk    is: 'L'ouvrier charg&eacute; de dynamiter une carri&ecirc;re et qui a ob&eacute;i    aux ordres donn&eacute;s a agi lorsqu'il a provoqu&eacute; l'explosion pr&eacute;vue:    il savait, en effet, ce qu'il faisait ou, si l'on pr&eacute;f&ecirc;re, il r&eacute;alisait    intentionnellement un projet conscient' (Sartre 1943:508). Hoewel de arbeider    een opdracht heeft, is de beslissing aan hem: hij heeft de vrije keuze om haar    uit te voeren of niet.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De problemen met    de eerste gedachtegang heb ik in de paragraaf 'Het vrijheidsbegrip bij Augustinus,    Luther en Erasmus' uiteengezet. Het belangrijkste probleem dat met de tweede    gepaard gaat is dat er mijns inziens in elke situatie waarin men een beslissing    moet nemen slechts &eacute;&eacute;n re&euml;le optie is. Uit alle bestaande    alternatieven is dit het alternatief dat ten slotte geselecteerd<a name="top6"></a><a href="#back6"><sup>6</sup></a>    wordt.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Men kan in iedere    situatie maar &eacute;&eacute;n handeling verrichten en niet zelf kiezen wat    men zal doen. Men zal steeds datgene doen wat men het meest geschikt (het beste)    vindt. Dit kan van persoon tot persoon verschillen (vandaar dat ik liever 'het    meest geschikt' gebruik dan 'het beste'). Ook al overweegt men een aantal alternatieven    en selecteert men er &eacute;&eacute;n, dan nog is van vrije keuze geen sprake:    er is immers slechts &eacute;&eacute;n re&euml;le optie: de meest geschikte.    Natuurlijk is sprake van bewegingsvrijheid, maar dat kan niet bepalend zijn.    Zelfs een steen die van een berg wordt geduwd en onbelemmerd door obstakels    een weg naar beneden vindt, of een veer die door de lucht zweeft, is in deze    zin feitelijk vrij. Hierin is een parallel met Augustinus te vinden, die een    onderscheid maakt tussen <i>'liberum arbitrium'</i> &#91;het kunnen kiezen&#93;    en <i>'libertas'</i> &#91;vrijheid&#93; (vgl. Ogliari 2003:248).</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Men kan dan aanvoeren    dat de mens op een fundamentelere manier vrij is dan bewegingsvrij; de mens    lijkt immers te ervaren dat hij zijn handelen vrij kan bepalen. Als de aandacht    wordt gericht op de oorzaken van het handelen, kan aan het licht komen of deze    respons doorslaggevend moet zijn. Wegner's (2002) positie in dezen is een nuchtere:</font></p>     ]]></body>
<body><![CDATA[<blockquote>        <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">The real causes      of human action are unconscious, so it is not surprising that behavior could      often arise &#91;. &#93; without the person's having conscious insight into      its causation. (p. 97)</font></p> </blockquote>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De reden om te    denken dat sprake is van een 'vrije wil' wordt daarbij gepresenteerd als een    soort van 'wishful thinking':</font></p>     <blockquote>        <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">It may be that      the illusion of conscious will is persistent because we honor so deeply what      people mean to do that we readily overlook the causal forces that have impinged      on them to force their action. (Wegner 2008:238)</font></p> </blockquote>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Een voorzichtige    analyse beperkt zich tot het constateren dat sprake is van factoren die het    handelen bepalen,<a name="top7"></a><a href="#back7"><sup>7</sup></a> waarbij    een 'vrije wil' een fictieve notie is.<a name="top8"></a><a href="#back8"><sup>8</sup></a>    Wat men hiervan ook moge vinden, 'vrije wil' is hoe dan ook een vage notie,    tenzij men daaronder iets anders wil verstaan dan wat ermee bedoeld wordt, namelijk    een bewegingsvrijheid van de wil. Als het daarom zou gaan, zou de mens immers    nog steeds niet vrij zijn, maar zou het er slechts op neerkomen dat de wil,    in het midden gelaten of de mens hierop enige invloed heeft, niet wordt belemmerd.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De vraag welke    factoren bepalend zijn is er een die vanuit de wetenschap beantwoord moet worden;    men kan dan bijvoorbeeld denken aan genen. Vanuit de theologie of filosofie    kan dan worden bepleit dat <i>naast</i> die factoren een 'vrije wil' bestaat,    of (wat, als men geen compatibilist is, op hetzelfde neerkomt) dat de elementen    waarvan sprake is niet eens moeten worden ge&iuml;dentificeerd als factoren.    Zoals gezegd lijkt een dergelijke opvatting me echter problematisch.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Een genuanceerde    benadering is echter steeds van groot belang. Als de mens wordt geregeerd door    factoren is geen sprake van vrijheid (afgezien van bewegingsvrijheid, waar het,    zoals gezegd, niet om kan gaan). Deze positie heeft een <i>a</i> priori-karakter,    omdat niet empirisch onderzocht wordt welke factoren het zou kunnen betreffen    - wat, zoals aangegeven, aan de wetenschap is -, maar de basale stelling aan    de orde is of &uuml;berhaupt sprake is van een wezen wiens handelen door factoren    wordt bepaald. Als het om de mens gaat, kan men aanvoeren:</font></p>     <blockquote>        <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">&#91; . &#93;      The human organism and human behaviour are such terribly complex things, and      so little is known about the details of that terrible complexity (in comparison      with what there is to be known), that it is hard to see why anyone should      think that what we do know renders a belief that human behaviour is determined      reasonable. (Van Inwagen 1983:198)</font></p> </blockquote>     ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Deze observatie    is waardevol, maar hieraan moet mijns inziens volgt uit de complexiteit van    de mens niet dat hij vrij zou zijn.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Ik zal nu proberen    de gedachtegang te concretiseren aan de hand van een voorbeeld. Stel dat men    moet beslissen of men v&oacute;&oacute;r of tegen de doodstraf als bestraffing    door de Staat is. Men kan hierbij zowel argumenten v&oacute;&oacute;r als tegen    aanvoeren. Welke argumenten de doorslag geven, hangt af van het gewicht dat    men aan de afzonderlijke argumenten toekent. Op grond van bepaalde factoren,    zoals een bepaalde opvoeding of kennisneming van bepaalde visies, kan een gedachtegang    tot stand komen. Men bepaalt deze factoren niet zelf<a name="top9"></a><a href="#back9"><sup>9</sup></a>    en is niet vrij om een visie te ontwikkelen. De handeling die op grond van deze    overweging tot stand komt is daarmee evenmin vrij. Aangezien een directe aansluiting    van de factoren op een van de mogelijke overwegingen het geval is, kan men in    dit proces niet werkelijk van vrijheid spreken.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">In het zojuist    gegeven voorbeeld, waarin het ging om de vraag of men v&oacute;&oacute;r of    tegen de doodstraf is, zijn de argumenten factoren. Men wordt door bepaalde    argumenten gedwongen tot een bepaald standpunt. De argumenten bepaalt men niet    zelf en men is dan ook niet vrij om te kiezen voor het uiteindelijke standpunt.    Ook in situaties waarin de rede niet beslissend is, is men niet vrij. Men kan    ook v&oacute;&oacute;r of tegen de doodstraf zijn uit emotionele overwegingen,    welke men evenmin zelf bepaalt.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Op deze wijze moet    ook met het voorbeeld van Sartre omgegaan worden. De arbeider lijkt zelf te    kunnen kiezen om de opdracht uit te voeren of niet. Dit is echter niet het geval:    hij maakt een afweging en laat zich in zijn handelen leiden door de mogelijke    gevolgen van de beide alternatieven. (Als hij de opdracht niet uitvoert, kan    hij bijvoorbeeld ontslagen worden. Het gaat om de vraag of hij dit gevolg belangrijk    genoeg vindt; het belang kent hij echter niet zelf toe, maar dit komt tot stand    op grond van factoren &#91;bijvoorbeeld argumenten&#93;.)</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Augustinus legt    het zwaartepunt bij de vraag of men tot iets wordt gedwongen of niet (Augustinus    1961:10, 14 &#91;90/91&#93;). Er kan van vrijheid sprake zijn als men niet in    een bepaalde richting wordt geleid. Mijns inziens is er een dergelijke dwang,    afkomstig van de genoemde factoren. Deze gedachte is verenigbaar met het Christelijk    geloof: God kan de oorzaak van de factoren zijn. (Of dit ook zo is, kan mijns    inziens niet door middel van de rede vastgesteld worden; een beschouwing hierover    laat ik achterwege.)</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Als men een standpunt    inneemt, wordt men gestuurd door deze factoren. Vrijheid kan op deze wijze mijns    inziens niet consequent verdedigd worden. Als men aan de notie 'vrijheid' in    het handelen wil vasthouden, dan zal dit ofwel moeten inhouden dat men geleid    wordt in het handelen, ofwel dat men de mogelijkheid heeft om zelf een beslissing    te nemen. De eerste betekenis doet geen recht aan de notie, de tweede kan niet    verdedigd worden omdat men in zijn beslissingen voortdurend gestuurd wordt.    Vrijheid speelt, met andere woorden, geen rol in het handelen van de mens.<a name="top10"></a><a href="#back10"><sup>10</sup></a></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">In de moderne tijd,    waarin de invloed van de Kerk en de Bijbel sterk afgenomen is, is de noodzaak    om aan een notie van vrijheid in het handelen vast te houden ook verminderd.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Erasmus kon nog    aanvoeren dat de mens keuzevrijheid moest hebben, omdat God hem anders niet    kon straffen (Mildenberger 1984:6). Deze gedachte speelt ook bij Augustinus    een rol: als de vrije wil niet bestond, dan zou men niet gestraft kunnen worden.    Men wordt gestraft, dus is er een vrije wil. Formeel klopt deze argumentatie    <i>(modus tollendo tollens):</i> als niet <i>q</i> dan niet p; p; (dus) q. Het    is echter de vraag of de eerste premisse waar is. Deze is tegenwoordig niet    meer vanzelfsprekend.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De benaderingen    van Augustinus en Luther kunnen niet eenvoudig terzijde geschoven en hebben    hun waarde. Vooral Augustinus' poging om een overeenstemming te vinden tussen    de woorden van de Schrift en redelijke overwegingen is indrukwekkend. Wanneer    men de uitgangspunten waarop hun aanpak steunt aan een kritisch onderzoek onderwerpt,    blijken vele van hun resultaten problematisch te zijn; uitgangspunten heeft    evenwel een ieder, ook de moderne mens, en het is het verstandigst om voortdurend    rekening te houden met de mogelijkheid dat men zijn mening moet herzien.</font></p>     <p>&nbsp;</p>     ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="3"><b>Conclusie</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Ik heb een poging    gedaan om aan te geven hoe Augustinus en Luther denken over menselijke vrijheid    en hoe ze proberen om de geloofswaarheden ermee in overeenstemming te brengen.    In de paragraaf 'Predestinatie en vrije wil' kwamen enkele kwesties omtrent    de predestinatieleer aan bod, waarbij een definitieve analyse, vanwege de aard    van het onderwerp, achterwege bleef. De paragrafen 'Het vrijheidsbegrip bij    Augustinus, Luther en Erasmus' en '"Vrijheid": Een problematisch begrip' waren    gericht op het onderwerp 'vrijheid'. De gedachte dat vrijheid geen rol speelt    in het handelen van de mens geldt mijns inziens niet alleen voor het denkkader    van het Christendom, maar moet breder gezien worden. In dit artikel lag, vanwege    het uitgangspunt en de bijzondere aandacht voor Augustinus en Luther, de nadruk    echter op de rol die het in het Christendom kan spelen. De meeste argumenten    om de problematiek van vrijheid in het handelen te illustreren zijn hier dan    ook mee verbonden, hoewel in de paragraaf '"Vrijheid": Een problematisch begrip'    gepoogd is een algemene analyse te geven.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Bij de behandeling    van Augustinus' gedachten werd duidelijk dat 'vrijheid' opgevat moet worden    als het deelhebben aan de eeuwige wet; met een redelijke overweging kan men    zijn vrijheid bewerkstelligen. Luther geeft het vertrouwen in de rede op. Ook    hij vult 'vrijheid' in door haar te karakteriseren als een situatie waarin men    geleid wordt; volgens hem is de leiding volledig in handen van God. Erasmus    geeft een andere betekenis aan 'vrijheid', mede vanwege zijn mensopvatting,    die verschilt van die van Luther.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De problemen waarmee    deze visies te kampen hebben, maken ze mijns inziens alle drie onhoudbaar. Augustinus    en Luther gebruiken 'vrijheid' slechts om een positieve situatie te kenmerken    (namelijk de situatie waarin men, doordat men de eeuwige wet dan wel God volgt,    goed handelt) en zien daardoor af van de inhoud van het begrip. Bij Erasmus'    benadering speelt een dieper liggend probleem. Vrijheid wordt door hem gesitueerd    in de reflectie: men is vrij om, na een aantal alternatieven overwogen te hebben,    zelf voor &eacute;&eacute;n van deze alternatieven te kiezen.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Inderdaad overweegt    men een aantal alternatieven. Aan welke hiervan ten slotte de voorkeur boven    de andere gegeven wordt, beslist men echter niet zelf; in elk proces bepalen    factoren, die men zelf niet bepaalt, het resultaat. Bij een redelijke overweging    zijn deze factoren bijvoorbeeld argumenten; in een geval waarin het gaat om    een voorkeur die op andere gronden tot stand komt, spelen andere factoren een    rol. Vrijheid speelt in deze kwestie geen rol en de volgende stap is dan ook    te stellen dat het niet bestaat. Voor Augustinus en Luther was dit geen optie.    Te stellen dat datgene wat ze zeggen door het feit dat deze consequentie bij    hen ontbreekt geen waarde heeft, is echter niet terecht: ze hielden geen rekening    met deze optie omdat deze vanuit hun positie niet aanwezig was.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>Tegenstrijdige    belangen</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De auteur verklaart    geen financi&euml;le of persoonlijke belangen te hebben die hem ongepast kunnen    hebben be&iuml;nvloed bij het schrijven van dit artikel.</font></p>     <p>&nbsp;</p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="3"><b>Literatuurverwijzingen</b></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Adam, A., 1968,    <i>Lehrbuch der Dogmengeschichte,</i> Band 2. Mohn, G&uuml;tersloh.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=150001&pid=S0259-9422201200010004600001&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Althaus, P., 1962,    <i>Die Theologie Martin Luthers,</i> G&uuml;tersloher Verlagshaus, G&uuml;tersloh.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=150003&pid=S0259-9422201200010004600002&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Augustinus, A.,    <i>Oeuvres de Saint Augustin,</i> Biblioth&ecirc;que Augustienne, Descl&eacute;e    de Brouwer, Parijs:<i> </i></font><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><i>De    libero arbitrio,</i> deel 6, 1976; <i>De duabus animabus,</i> deel 17, 1961;    <i>Contra duas epistulas pelagianorum,</i> deel 23, 1974; <i>De praedestinatione    sanctorum,</i> deel 24, 1962; <i>De civitate Dei:</i> boek 1-5, deel 33, 1959.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=150005&pid=S0259-9422201200010004600003&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Bonaventura, 1885,    <i>Commentaria in Quatuor Libros Sententiarum Magistri Petri Lombardi,</i> Opera    Omnia, vol. 2. Ad Claras Aquas, Florence.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=150007&pid=S0259-9422201200010004600004&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Chappell, T., 1995,    <i>Aristotle and Augustine on Freedom,</i> St. Martin's Press, London. <a href="http://dx.doi.org/10.1057/9780230379510" target="_blank">http://dx.doi.org/10.1057/9780230379510</a></font>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=150009&pid=S0259-9422201200010004600005&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --><!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Gilson, E., 1936,    <i>The spirit of Mediaeval Philosophy,</i> transl. A. Downes, Sheed &amp; Ward,    London.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=150010&pid=S0259-9422201200010004600006&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --><!-- ref --> Von Loewenich, W., 1959, <i>Von Augustin zu Luther,</i> Luther-Verlag,    Witten.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=150011&pid=S0259-9422201200010004600007&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Luther, M., <i>Martin    Luthers Werke: Kritische Gesamtausgabe,</i> Hermann B&ouml;hlau/ Hermann B&ouml;hlaus    Nachfolger, Weimar: <i>Disputatio contra scholasticam theologiam; Disputatio    Heidelbergae habita,</i> Band 1, 1883; <i>De servo arbitrio,</i> Band 18, 1908;    <i>Vorlesung &uuml;ber den R&ouml;merbrief,</i> Band 56, 1938.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=150013&pid=S0259-9422201200010004600008&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Mildenberger, F.,    1984, <i>Der freie Wille ist offenkundig nur ein Gottespr&auml;dikat,</i> Friedrich-Alexander-    Universit&auml;t, Erlangen.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=150015&pid=S0259-9422201200010004600009&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Ogliari, D., 2003,    <i>Gratia et Certamen,</i> Leuven University Press, Leuven.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=150017&pid=S0259-9422201200010004600010&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Pseudo-Dionysius,    1987, <i>The complete works: The mystical theology,</i> transl. C. Luibheid,    (original title <i>De mystica theologia),</i> The Paulist Press, Mahwah, NJ.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=150019&pid=S0259-9422201200010004600011&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Sartre, J.P., 1943,    <i>L &ecirc;tre et le n&eacute;ant,</i> Gallimard, Paris.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=150021&pid=S0259-9422201200010004600012&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Seeberg, E., 1940,    <i>Grundz&uuml;ge der Theologie Luthers,</i> Kohlhammer, Stuttgart.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=150023&pid=S0259-9422201200010004600013&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Steinmetz, D.,    1986, <i>Luther in Context,</i> Indiana University Press, Bloomington, IN.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=150025&pid=S0259-9422201200010004600014&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Van Inwagen, P.,    1983, <i>An Essay on Free Will,</i> Clarendon Press, Oxford.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=150027&pid=S0259-9422201200010004600015&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Wegner, D., 2002,    <i>The Illusion of Conscious Will,</i> MIT Press, Cambridge, MA.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=150029&pid=S0259-9422201200010004600016&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Wegner, D., 2008,    'Self is Magic', in J. Baer, J. Kaufman &amp; R. Baumeister (eds.), <i>Are We    Free? Psychology and Free Will,</i> pp. 226-247, Oxford University Press, Oxford.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=150031&pid=S0259-9422201200010004600017&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <p>&nbsp;</p>     <p>&nbsp;</p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b><a name="back"></a><a href="#top"><img src="/img/revistas/hts/v68n1/seta.jpg" border="0"></a>    Correspondence to:    <br>   </b> Jasper Doomen    <br>   J. Perkstraat 4 A, 2321 VH Leiden, The Netherlands    <br>   Email: <a href="mailto:jasperdoomen@yahoo.com">jasperdoomen@yahoo.com</a> </font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Received: 09 May    2011    <br>   Accepted: 02 Jan. 2012    <br>   Published: 16 May 2012</font></p>     ]]></body>
<body><![CDATA[<p>&nbsp;</p>     <p>&nbsp;</p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>Note:</b> Jasper    Doomen (MA, JD) is participating as research associate in the project 'Biblical    Theology and Hermeneutics', directed by Prof. Dr Andries G. van Aarde, honorary    professor at the Faculty of Theology of the University of Pretoria, South Africa.    <br>   &copy; 2012. The Authors. Licensee: AOSIS OpenJournals. This work is licensed    under the Creative Commons Attribution License.    <br>   <a name="back1"></a><a href="#top1">1</a>. Na de eerste zonde (door Adam &#91;Gen    3:17&#93;) is de mensheid hiermee belast. In het Nieuwe Testament komt de erfzonde    niet aan bod; in het Oude Testament wordt de kwestie niet expliciet behandeld,    maar het komt (als men vrij interpreteert) aan bod in Job 14:4 en Prediker 2:24,    25. In elk geval wordt in Ezra 18:14-32 kritiek geuit op de erfzonde: ieder    mens is slechts verantwoordelijk voor zijn eigen daden.    <br>   <a name="back2"></a><a href="#top2">2</a>. Bijvoorbeeld door Bonaventura (1885:    boek 2, dist. 32, art. 1, q. 1 &#91;739&#93;).    <br>   <a name="back3"></a><a href="#top3">3</a>. 'Zonde' heeft daarbij overigens betrekking    op een beperkter aantal gevallen dan 'verkeerd handelen' (Chappell 1995:146,    147).    <br>   <a name="back4"></a><a href="#top4">4</a>.Het valt te betogen dat Augustinus    de heidense notie van fatum als uitgangspunt nam en deze aanpaste aan de Christelijke    leer (Ogliari 2003:389-393).    <br>   <a name="back5"></a><a href="#top5">5</a>. Het feit dat men 'vrijheid' verschillend    definieert betekent uiteraard niet dat elke willekeurige definitie in aanmerking    kan komen.    <br>   <a name="back6"></a><a href="#top6">6</a>.'Geselecteerd', niet 'gekozen': dit    laatste impliceert dat men bij het selecteren vrij is, wat ik ontken.    ]]></body>
<body><![CDATA[<br>   <a name="back7"></a><a href="#top7">7</a>.Problematisch hierbij is natuurlijk    wel dat men zal moeten vaststellen dat &uuml;berhaupt sprake is van factoren,    zodat de afwezigheid van een 'vrije wil' moet worden vastgesteld bij het onderzoek,    wil men niet verzanden in een cirkelredenering. Theoretisch valt dit, voor zover    ik kan nagaan, niet op te lossen. In de praktijk zal het betekenen dat men de    'bewijslast' kan omdraaien en de gronden van het handelen kan identificeren    als factoren (waarbij dus geen sprake is van een 'vrije wil'), tenzij het tegendeel    blijkt. Het is dan dus aan de verdedigers van het bestaan van een 'vrije wil'    om het bestaan daarvan te verdedigen.    <br>   <a name="back8"></a><a href="#top8">8</a>.Overigens voeren aanhangers van de    positie die bekend staat als het compatibilisme aan dat 'vrije wil' en determinisme    verenigbaar (compatibel) zijn. Ik laat een uitgebreide analyse op dit punt achterwege    en volsta met de opmerking dat ook compatibilisten duidelijk zullen moeten maken    hoe een 'vrije wil' kan bestaan, als dat tenminste mogelijk is.    <br>   <a name="back9"></a><a href="#top9">9</a>. In elk geval is onduidelijk hoe men    deze zelf zou kunnen bepalen.    <br>   <a name="back10"></a><a href="#top10">10</a>. Of er in het handelen van God    ook sprake is van geleid worden door factoren is moeilijk aan te geven. Het    is denkbaar dat Hij de factoren tot stand heeft gebracht, maar dan ontstaat    de vraag wat hiervan de grond is (opnieuw factoren?). Ik denk dat hier, net    als hierboven, een redelijke benadering tekortschiet; ook hier is een behandeling    achterwege gebleven; deze is voor de opzet van dit artikel ook niet van belang.</font></p>      ]]></body>
<REFERENCES></REFERENCES<back>
<ref-list>
<ref id="B1">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Adam]]></surname>
<given-names><![CDATA[A.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Lehrbuch der Dogmengeschichte]]></source>
<year>1968</year>
<volume>2</volume>
<publisher-loc><![CDATA[Gütersloh ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Mohn]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B2">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Althaus]]></surname>
<given-names><![CDATA[P.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Die Theologie Martin Luthers]]></source>
<year>1962</year>
<publisher-loc><![CDATA[Gütersloh ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Gütersloher Verlagshaus]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B3">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Augustinus]]></surname>
<given-names><![CDATA[A.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Oeuvres de Saint Augustin: Bibliothêque Augustienne]]></source>
<year></year>
<publisher-loc><![CDATA[Parijs ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Desclée de Brouwer]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B4">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Bonaventura]]></surname>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Commentaria in Quatuor Libros Sententiarum Magistri Petri Lombardi]]></source>
<year>1885</year>
<volume>2</volume>
<publisher-loc><![CDATA[Florence ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Ad Claras Aquas]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B5">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Chappell]]></surname>
<given-names><![CDATA[T.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Aristotle and Augustine on Freedom]]></source>
<year>1995</year>
<publisher-loc><![CDATA[London ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[St. Martin's Press]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B6">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Gilson]]></surname>
<given-names><![CDATA[E.]]></given-names>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[Downes]]></surname>
<given-names><![CDATA[A.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[The spirit of Mediaeval Philosophy]]></source>
<year>1936</year>
<publisher-loc><![CDATA[London ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Sheed & Ward]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B7">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Von Loewenich]]></surname>
<given-names><![CDATA[W.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Von Augustin zu Luther]]></source>
<year>1959</year>
<publisher-loc><![CDATA[Witten ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Luther-Verlag]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B8">
<nlm-citation citation-type="">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Luther]]></surname>
<given-names><![CDATA[M.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Martin Luthers Werke: Kritische Gesamtausgabe]]></source>
<year>1938</year>
<volume>56</volume>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B9">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Mildenberger]]></surname>
<given-names><![CDATA[F.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Der freie Wille ist offenkundig nur ein Gottesprädikat]]></source>
<year>1984</year>
<publisher-loc><![CDATA[Erlangen ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Friedrich-Alexander- Universität]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B10">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Ogliari]]></surname>
<given-names><![CDATA[D.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Gratia et Certamen]]></source>
<year>2003</year>
<publisher-loc><![CDATA[Leuven ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Leuven University Press]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B11">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Pseudo-Dionysius]]></surname>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[Luibheid]]></surname>
<given-names><![CDATA[C.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[The complete works: The mystical theology]]></source>
<year>1987</year>
<publisher-loc><![CDATA[Mahwah^eNJ NJ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[The Paulist Press]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B12">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Sartre]]></surname>
<given-names><![CDATA[J.P.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[L être et le néant]]></source>
<year>1943</year>
<publisher-loc><![CDATA[Paris ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Gallimard]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B13">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Seeberg]]></surname>
<given-names><![CDATA[E.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Grundzüge der Theologie Luthers]]></source>
<year>1940</year>
<publisher-loc><![CDATA[Stuttgart ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Kohlhammer]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B14">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Steinmetz]]></surname>
<given-names><![CDATA[D.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Luther in Context]]></source>
<year>1986</year>
<publisher-loc><![CDATA[Bloomington^eIN IN]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Indiana University Press]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B15">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Van Inwagen]]></surname>
<given-names><![CDATA[P.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[An Essay on Free Will]]></source>
<year>1983</year>
<publisher-loc><![CDATA[Oxford ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Clarendon Press]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B16">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Wegner]]></surname>
<given-names><![CDATA[D.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[The Illusion of Conscious Will]]></source>
<year>2002</year>
<publisher-loc><![CDATA[Cambridge^eMA MA]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[MIT Press]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B17">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Wegner]]></surname>
<given-names><![CDATA[D.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<article-title xml:lang="en"><![CDATA['Self is Magic']]></article-title>
<person-group person-group-type="editor">
<name>
<surname><![CDATA[Baer]]></surname>
<given-names><![CDATA[J.]]></given-names>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[Kaufman]]></surname>
<given-names><![CDATA[J.]]></given-names>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[Baumeister]]></surname>
<given-names><![CDATA[R.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Are We Free?: Psychology and Free Will]]></source>
<year>2008</year>
<page-range>226-247</page-range><publisher-loc><![CDATA[Oxford ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Oxford University Press]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
</ref-list>
</back>
</article>
