<?xml version="1.0" encoding="ISO-8859-1"?><article xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id>0259-9422</journal-id>
<journal-title><![CDATA[Hervormde Teologiese Studies]]></journal-title>
<abbrev-journal-title><![CDATA[Herv. teol. stud.]]></abbrev-journal-title>
<issn>0259-9422</issn>
<publisher>
<publisher-name><![CDATA[Nederduitsch Hervormde Kerk Afrika]]></publisher-name>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id>S0259-94222012000100019</article-id>
<title-group>
<article-title xml:lang="af"><![CDATA[De macht van de dood en de kracht van God: enkele Bijbelse perspectieven]]></article-title>
<article-title xml:lang="en"><![CDATA[The might of death and the power of God: some Biblical perspectives]]></article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Weren]]></surname>
<given-names><![CDATA[Wim J.C.]]></given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="A01"/>
<xref ref-type="aff" rid="A02"/>
</contrib>
</contrib-group>
<aff id="A01">
<institution><![CDATA[,Tilburg University School of Humanities ]]></institution>
<addr-line><![CDATA[ ]]></addr-line>
<country>The Netherlands</country>
</aff>
<aff id="A02">
<institution><![CDATA[,Department of New Testament Studies University of Pretoria ]]></institution>
<addr-line><![CDATA[ ]]></addr-line>
<country>South Africa</country>
</aff>
<pub-date pub-type="pub">
<day>00</day>
<month>00</month>
<year>2012</year>
</pub-date>
<pub-date pub-type="epub">
<day>00</day>
<month>00</month>
<year>2012</year>
</pub-date>
<volume>68</volume>
<numero>1</numero>
<fpage>49</fpage>
<lpage>57</lpage>
<copyright-statement/>
<copyright-year/>
<self-uri xlink:href="http://www.scielo.org.za/scielo.php?script=sci_arttext&amp;pid=S0259-94222012000100019&amp;lng=en&amp;nrm=iso&amp;tlng=en"></self-uri><self-uri xlink:href="http://www.scielo.org.za/scielo.php?script=sci_abstract&amp;pid=S0259-94222012000100019&amp;lng=en&amp;nrm=iso&amp;tlng=en"></self-uri><self-uri xlink:href="http://www.scielo.org.za/scielo.php?script=sci_pdf&amp;pid=S0259-94222012000100019&amp;lng=en&amp;nrm=iso&amp;tlng=en"></self-uri><abstract abstract-type="short" xml:lang="nl"><p><![CDATA[This article investigates how the might of death and the power of God are related in biblical writings. Factually, there are various biblical images concerning this relationship. Four of them are discussed in this contribution. Firstly, according to many texts, there is no afterlife and God's power is limited and he is not able to save people after they have died. Secondly, view is disputed in other texts in which it is emphasised that the life of people who are faithful to God and his Torah, will have an open ending. This hope is based on God's power and not on an indestructible personal core or some divine dimension deep within human beings. Thirdly, the most well known idea is the concept of resurrection which originated in Judaism and emerged when in the second century BCE martyrs died because of their religious convictions. Fourthly, this model has been applied to Jesus, who after having been rescued from death by God, was placed in a position that in many respects is similar to God's position. In this article recent discoveries about developments in biblical ideas about God's and Jesus' competence and functions are integrated.]]></p></abstract>
</article-meta>
</front><body><![CDATA[ <p align="right"><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>ORIGINAL    RESEARCH</b></font></p>     <p>&nbsp;</p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="4"><b><a name="top"></a>De    macht van de dood en de kracht van God: Enkele Bijbelse perspectieven</b></font></p>     <p>&nbsp;</p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="3"><b>The might of    death and the power of God: Some biblical perspectives</b></font></p>     <p>&nbsp;</p>     <p>&nbsp;</p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>Wim J.C. Weren</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">School of Humanities,    Tilburg University, The Netherlands. Department of New Testament Studies, University    of Pretoria, South Africa</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><a href="#back">Correspondence    to</a></font></p>     ]]></body>
<body><![CDATA[<p>&nbsp;</p>     <p>&nbsp;</p> <hr size="1" noshade>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>ABSTRACT</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"> This article investigates    how the might of death and the power of God are related in biblical writings.    Factually, there are various biblical images concerning this relationship. Four    of them are discussed in this contribution. Firstly, according to many texts,    there is no afterlife and God's power is limited and he is not able to save    people after they have died. Secondly, view is disputed in other texts in which    it is emphasised that the life of people who are faithful to God and his Torah,    will have an open ending. This hope is based on God's power and not on an indestructible    personal core or some divine dimension deep within human beings. Thirdly, the    most well known idea is the concept of resurrection which originated in Judaism    and emerged when in the second century BCE martyrs died because of their religious    convictions. Fourthly, this model has been applied to Jesus, who after having    been rescued from death by God, was placed in a position that in many respects    is similar to God's position. In this article recent discoveries about developments    in biblical ideas about God's and Jesus' competence and functions are integrated.</font></p> <hr size="1" noshade>     <p>&nbsp;</p>     <p>&nbsp;</p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="3"><b>Inleiding</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">In zijn discussie    met de Sadducee&euml;n over de opstanding van de doden verwijt Jezus zijn gesprekspartners    dat zij de Schriften niet kennen en geen notie hebben van de macht of de kracht    van God (Mc 12:24; Mt 22:29).<a name="top1"></a><a href="#back1"><sup>1</sup></a>    Interessant is dat kennis van de Schrift en de kennis van Gods macht over de    dood hier met elkaar zijn verbonden. Dat roept enkele vragen op:</font></p> <ul>       <li><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Welk beeld geeft      de Bijbel van de macht van de dood?</font></li>       <li><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Zijn de dood      en God in de Bijbel twee machten die allebei heer en meester zijn over een      eigen domein?</font></li>       ]]></body>
<body><![CDATA[<li><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">In zijn weerwoord      aan het adres van de Sadducee&euml;n veronderstelt Jezus dat God het vermogen      heeft om doden te doen herrijzen. Waarop is deze hoop gebaseerd en wat is      de inhoud van deze verwachting?</font></li>       <li><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Hoe verhoudt      God zich tot Jezus, en welke positie neemt Jezus in ten opzichte van God als      het gaat om hun rol in de strijd tegen de dood?</font></li>     </ul>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">In deze bijdrage    start ik met een verkenning van oudtestamentische beelden van de verhou-ding    tussen God en de dood (paragrafen 1-3). In dat verband zullen we zien dat Gods    macht over de dood steeds verder is uitgebreid en langs verschillende lijnen    is uitgewerkt. In paragraaf 4 bespreek ik het verschijnsel dat Jezus na zijn    opwekking uit de doden door God in vroeg-christelijke geloofsgemeenschappen    is gaan gelden als iemand die deelt in Gods macht over de dood. Een intrigerende    vraag is hoe hij zich in zijn postpaschale functie van 'leidsman ten leven'    verhoudt tot 'de God van het leven' of 'de levende God'.</font></p>     <p>&nbsp;</p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="3"><b>De macht van    de dood en de onmacht van God</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>De dood vaagt    mensen helemaal weg</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Dat het menselijke    bestaan eindig is, is in de Bijbel een vanzelfsprekend gegeven.<a name="top2"></a><a href="#back2"><sup>2</sup></a>    Dit wordt pas een probleem als het leven wordt ontregeld door de plotselinge    en vroegtijdige dood, die de mens op een verraderlijke manier verrast en als    een klapnet op hem valt (Pred 9:12). Dan wordt de overweldigende macht van de    dood pas goed voelbaar.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Vele Bijbelse teksten    bevatten niet de troost dat er licht gloort aan het einde van de tunnel. Nee,    de dood is een zwart gat, waarin alle leven vroeg of laat verdwijnt, en er is    geen weg terug (bijv. Jes 38; Ps 102; Sir 41; Pred 3:18-22; 9:4-6). In de Bijbel    komen soms gelovigen aan het woord die de dood beleven als een ernstige crisis,    die de hele persoon wegvaagt. Als de dood eenmaal is ingetreden, kan ook God    geen soelaas meer bieden (Ps 6:6; 30:10; 115:17-18; Sir 17:27-28). Doodgaan    betekent afgesneden worden, niet alleen van de dan nog levende mensen maar ook    van de levende God (Ps 88:6; Ez 37:11; zie Olyan 2003:43-51).</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Vanwege zijn macht    wordt de dood voorgesteld als een persoon (bijv. Jes 5:14; Jer 9:20; Hos 13:14;    Job 18:13-14), maar in de Bijbel wordt de dood nergens expliciet als een god    of godin gepresenteerd, die gelijkwaardig zou zijn aan Isra&euml;ls God. In    het Bijbelse dodenrijk zijn er geen goden, en ook Isra&euml;ls God heeft daar    niets te zoeken. Hier ligt een belangrijk verschil met andere Oud-oosterse culturen    en religies, die de heerschappij over het dodenrijk in handen leggen van goden    en godinnen.</font></p>     ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Ook al is de dood    in de Bijbel niet ook zelf een god (we zouden hier kunnen spreken van ontmythologisering),    toch neemt hij een eigen positie in, naast God, en beschikt hij over een machtsgebied    dat zelfs voor God niet toegankelijk lijkt te zijn. Zo komt in Psalm 88 naar    voren dat er grenzen zijn aan Gods reddend vermogen. Hij kan wel iemand redden    v&oacute;&oacute;r de dood, maar iemand die definitief beland is in de gevangenis    van het dodenrijk, kan daaruit ook door God niet meer worden bevrijd.<a name="top3"></a><a href="#back3"><sup>3</sup></a></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>Wereldbeeld:    De dood aan de rand en toch midden in het leven</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Binnen het Oud-oosterse    wereldbeeld heeft de dood een eigen domein, het dodenrijk, dat in het Hebreeuws    wordt aangeduid als de <i>Sjeool <img src="/img/revistas/hts/v68n1/19s01.jpg" alt="" align="absmiddle" /></i>.<a name="top4"></a><a href="#back4"><sup>4</sup></a>    Dit domein wordt voorgesteld als een holte die onder de aarde is gelegen of    op de bodem van de oeroceaan (Jes 14:15; Job 26:5; 38:16-18; Jona 2:4-7). Binnen    deze visie is de <i>Sjeool</i> de tegenpool van de hemel, de woonstee van God,    die boven de hoogste wateren troont (Ps 103:19), maar ook van Gods huis op de    Sion, de tempel van Jeruzalem.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Het dodenrijk wordt    soms ook gesitueerd aan het uiteinde van de aardschijf, waar de zon ter kimme    neigt (bijv. Ps 42-43; 61:2-3; 63:1-3; 107:4-7). In het centrum van de aarde    ligt het woongebied van de mensen, dat door steppen en woestijnen, die dor en    doods zijn, is afgegrensd van het domein van de dood.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">In beide visies    is de <i>Sjeool</i> een afgebakende ruimte die op grote afstand staat van de    wereld van God en van de mensen. Zo is er een flinke distantie tussen de 'God    van het leven'<a name="top5"></a><a href="#back5"><sup>5</sup></a> en de doden,    die als onrein worden beschouwd. Na hun overlijden gaan mensen niet naar de    door God bewoonde hemelen maar naar een ruimte onder de aarde of aan het uiteinde    van de wereld, waar zij worden vastgehouden als in een gevangenis, achter gesloten    deuren, en waar zij geleidelijk aan verzinken in de vergetelheid.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Hoewel het dodenrijk    binnen de toenmalige kosmologie een afgeschermde ruimte is, doet de macht van    de dood zich niet alleen gelden in dat begrensde domein. De dood is een dynamische    kracht die zich op allerlei manieren manifesteert in het leven van mensen, lang    v&oacute;&oacute;r hun levenseinde. Zijn macht strekt zich uit tot in het <i>Diesseits,</i>    waar de dood zijn grimmig gezicht reeds laat zien wanneer mensen ziek zijn,    getroffen worden door rampspoed, eenzaam zijn of straatarm of omringd zijn door    vijanden. Het dodenrijk is overal waar de dood zijn heerschappij uitoefent.    Of in de woorden van een oude Latijnse antifoon: <i>media vita in morte sumus.</i>    Dit motief treffen we aan in diverse psalmen (bijv. Ps 22:15; 31:13; 42:2; 107:18)    en kan zowel slaan op doodservaringen van individuen als op crisissituaties    waarin het voortbestaan van de totale gemeenschap op het spel staat (Jes 38:10;    Jona 2:7; Sir 51:6).<a name="top6"></a><a href="#back6"><sup>6</sup></a></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>Conclusie</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Ik rond deze paragraaf    af met de conclusie dat de Bijbel ruimte heeft voor het idee dat er met de dood    een einde komt aan alle relaties, zelfs aan de relatie met God. Ook deze voorstelling    is een geloofs- en denkmodel, en niet een pure weergave van empirische feiten.    In zijn meest krasse vorm houdt dit model in dat God niet bij machte is om de    macht van de dood te breken. Dood hoort bij een wereld waarin God afwezig is.    Dit model is binnen de Schrift niet een relict uit een grijs verleden. Het komt    ook voor in jongere geschrif-ten, zoals Job en Prediker.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">In onze westerse    cultuur is dit model nog springlevend. Hoewel ons wereldbeeld totaal anders    is dan dat van het Oude Nabije Oosten, kennen we nog altijd dezelfde plaats    toe aan de dood. Aan de ene kant proberen we de dood zover mogelijk voor ons    uit te schuiven, naar de rand van het leven. Dankzij de ontwikkelingen in de    medische wetenschappen slagen we daar bijzonder goed in. De gemiddelde levensduur    ligt momenteel veel hoger dan in Bijbelse tijden. Maar evengoed als toen steekt    de dood nog altijd de kop op midden in het leven. Deze ervaring leidt gemakkelijk    tot de vraag hoe de veel te vroege dood te rijmen valt met Gods menslievendheid.    Deze vraag hoeft niet per se te leiden tot de radicale bewering dat er geen    God zou zijn, maar wel zijn tijden van leegte en gemis voor gelovigen vaak tijden    van <i>Gottesfinsternis.</i> Ook in hun leven zijn er lange periodes waarin    God zich verbergt.</font></p>     <p>&nbsp;</p>     ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="3"><b>De kracht van    Gods liefde en trouw</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>Vertrouwen op    Gods trouw</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Op basis van ervaringen    met Gods liefde en trouw is al vroeg een meer hoopgevend geloofs- en denkmodel    ontwikkeld dat een perspectief openhoudt op een leven dat verder reikt dan de    dood, zonder dat dit perspectief wordt uitgedrukt in termen van het later opgebloeide    opstandingsgeloof.<a name="top7"></a><a href="#back7"><sup>7</sup></a> De kern    van dit model is dat God zijn relatie met mensen die zich aan hem gehecht hebben    en zich houden aan de Thora, nooit opgeeft. De dood moge dan een onverbiddelijke    grens zijn voor alle stervelingen, voor God is de grens waarop mensen stoten,    helemaal geen grens. Hij is een bron van duurzaam leven voor allen die op hem    vertrouwen en trouw zijn aan de Thora (Ps 36:6.10).</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Dat een wetsgetrouw    leven toekomst heeft, spruit niet voort uit een blind vertrouwen op de eigen    menselijke kracht maar is geworteld in het vertrouwen dat God zijn relatie met    zo iemand nooit opgeeft. Dit staat kernachtig uitgedrukt in Psalm 73:26: 'Al    bezwijkt mijn hart en vergaat mijn lichaam, de rots van mijn bestaan, al wat    ik heb is God, nu en altijd.' Omdat God er is, ligt de weg naar 'het leven'    ook na de dood nog altijd open, zonder dat duidelijk is wat dat leven precies    zal inhouden. Het bijzondere van dit model is dat de hoop op duurzaam leven    gefundeerd wordt in God. Het fundament ligt in een bepaalde theologie. In de    mens zelf is er niets dat de dood kan overleven, geen ziel, geen hoger bewustzijn,    geen diepste Zelf. Dat zijn concepten die een ander mensbeeld veronderstellen    dan het mensbeeld dat in de Bijbel centraal staat.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>'Leven' in Psalm    16</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Ik illustreer het    hier bedoelde taalspel aan de hand van Psalm 16. Deze psalm komt uit een milieu    waarin aanhangers van JHWH zich omgeven weten door vereerders van andere goden.    Het lied ligt in de mond van iemand die zich misschien pas kort geleden tot    Isra&euml;ls God heeft bekeerd. Hij beweert dat dienaars van andere goden veel    verdriet te wachten staat en dat zij al tijdens hun leven voortdurend ten prooi    vallen aan de smarten van het dodenrijk. Daar staat tegenover dat aanhangers    van de ENE kunnen rekenen op een veilig en gelukkig leven. De psalmist brengt    dit in de verzen 10-11 als volgt onder woorden:</font></p>     <blockquote>        <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">10&nbsp;U levert      mij niet over aan het dodenrijk, en laat uw trouwe dienaar het graf niet zien.    <br>     11&nbsp;U wijst mij de weg naar het leven: overvloedige vreugde in uw nabijheid,      voor altijd een lieflijke plek aan uw zijde.</font></p> </blockquote>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Het begrip 'leven'    wordt hier gekenmerkt door een zekere semantische onbepaaldheid. Vandaar ook    dat er in beginsel twee interpretatiemogelijkheden zijn. De eerste is dat de    psalmist doelt op een lang en gelukkig leven aan deze zijde van het graf, een    leven dat niet voortijdig wordt aangetast door kwade machten. Deze <i>diesseitige</i>    interpretatie is te vinden in vele exegetische studies, die de hoop op een leven    voor altijd aan Gods zijde hooguit kunnen zien als een tussenstap in de richting    van het later ontwikkelde opstandingsgeloof (zie Liess 2004).</font></p>     ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De tweede interpretatie    gaat een stap verder. Een hechte verbondenheid met God en trouw aan de Thora    brengen levenslang geluk en vreugde, maar daarmee is het begrip 'leven' niet    uitgeput. In Psalm 16:11 is dat duidelijk omdat daar sprake is van 'overvloedige    vreugde' en van geluk 'voor altijd', dat ten deel valt aan trouwe dienaren Gods,    die God altijd voor ogen houden en zich ophouden aan zijn zijde (16:7). Ze koesteren    de hoop dat hun leven niet onherroepelijk stukloopt op de biologische dood.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Beide interpretaties    steunen op goede argumenten, maar gezien de semantische openheid van de gebezigde    termen geef ik aan de tweede optie de voorkeur. Maar wellicht is het nog beter    om af te zien van een nadere semantische bepaling van het door God geschonken    leven. Wat dat leven inhoudt, blijft in vele teksten vaag, onbepaald en open    (Deut 30:19-20; Lev 18:5; Ps 119:1, 77, 93, 159; Ez 18:9 ,17, 19, 21-22, 29;    Am 5:4; Spr 3:1-2, 13-18; 4:20-22; Sir 17:11; 45:5). Daarom moeten we 'leven'    hier niet inperken tot de concrete zegeningen van gezondheid, voorspoed, een    gelukkig huwelijk of een rijke kinderschaar, maar evenmin moeten we de onbepaaldheid    oplossen door 'leven' hier op te vatten als eeuwig en onsterfelijk leven.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>De groeiende    competentie van JHWH</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De gedachte dat    het leven een open einde heeft, is opgekomen in kringen van aanhangers van JHWH    die propageerden dat hun God de enige God was die er echt toe deed. Naast hem    zagen zij geen ruimte voor andere goden en machten. De functies en competenties    van deze andere goden werden door hen overgeheveld naar Isra&euml;ls God. Dit    leidde ertoe dat hij zeggenschap kreeg over steeds meer levensterreinen.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De Duitse exegeten    G&ouml;nke Eberhardt en Bernd Janowski spreken met het oog op dit proces van    de <i>Kompetenzausweitung</i> van JHWH, waarmee de geleidelijke verbreding is    bedoeld van JHWH's functies en van zijn vermogen tot handelen (Eberhardt 2007,    2009; Janowski 2009). Het door hen beschreven proces wordt bevestigd door resultaten    van recent onderzoek op het terrein van Isra&euml;ls religiegeschiedenis (Van    der Toorn 1995; Mettinger 1995; Dietrich &amp; Klopfenstein 1994; Armstrong    1995; Oeming &amp; Schmid 2003).</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Teksten uit de    Hebreeuwse Bijbel wekken de indruk dat het geloof dat JHWH de enige God is,    al teruggaat tot de tijd van Mozes, maar op grond van archeologische vondsten    en nieuwe inzichten in de geschiedenis van Isra&euml;l en van de religies en    culturen van het Oude Nabije Oosten heeft in brede kring de overtuiging postgevat    dat monolatrie (het vereren van slechts &eacute;&eacute;n God) en monothe&iuml;sme    (er is maar &eacute;&eacute;n God die er werkelijk toe doet; andere goden hebben    geen effectieve macht) in Isra&euml;l pas tussen 800 en 600 ingang hebben gevonden.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Oorspronkelijk    was JHWH een lokale godheid met macht over bepaalde natuurverschijnselen. In    de koninkrijken Isra&euml;l en Juda is hij uitgegroeid tot de nationale god,    aan wie een gemeenschapsstichtende werking werd toegeschreven en die zijn kracht    behalve in de natuur ook toonde in de geschiedenis. De ondergang van de dynastie    van David en de Babylonische ballingschap (586-539 BCE) zorgden voor een diepe    crisis. Isra&euml;l moest zijn eigen identiteit op-nieuw gaan defini&euml;ren    als volk te midden van de volkeren, en in dat kader moesten ook nieuwe beelden    van JHWH ontwikkeld worden. Er ontstonden twee stromingen, (1) een vernauwende    stroming die het anders-zijn van Isra&euml;ls cultuur en religie zoveel mogelijk    wilde handhaven en JHWH graag bleef zien als een particuliere God en (2) een    verbredende stroming die een grote openheid aan de dag legde voor andere volkeren    en in dat verband een meer universalistisch godsbeeld ontwikkelde, waarbinnen    JHWH gezien werd als heerser over alle volkeren en als schepper van hemel en    aarde.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Door de geleidelijke    uitbreiding van JHWH's functies kreeg hij steeds meer macht over de dood en    het dodenrijk. In hun publicaties noemen Eberhardt en Janowski diverse teksten    waaraan het proces van <i>Kompetenzausweitung</i> kan worden afgelezen. Zij    plaatsen deze teksten op een tijdslijn die ongeveer 600 jaren omvat. Eberhardt    maakt daarbij een onderscheid tussen het niveau van de kosmologie en dat van    de soteriologie:<a name="top8"></a><a href="#back8"><sup>8</sup></a></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Op het niveau van    de kosmologie maken de in dit schema opgenomen teksten duidelijk dat het dodenrijk    voor JHWH toegankelijk is, net zoals de hemel dat altijd al was. Op het niveau    van de soteriologie komt naar voren dat Isra&euml;ls God redding kan brengen    uit de dood en dat zowel leven als dood in zijn hand liggen.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De ontgoddelijking    van andere goden en de overdracht van hun competenties op JHWH culmineerden    in de belijdenis dat JHWH de ene en enige God is van Isra&euml;l (Deut 6:4;    vgl. Ex 20:2-6; Deut 5:6-10). In dit monothe&iuml;stisch godsbeeld ligt ge&iuml;mpliceerd    dat God de potentie heeft om de macht van de dood in te tomen.</font></p>     ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>Conclusie</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">In deze paragraaf    is een Bijbels taalspel beschreven waarin over een doortocht door de dood kan    worden gesproken zonder dat daarvoor het jargon nodig is dat kenmerkend is voor    het latere verrijzenisgeloof. In dit taalspel verschijnt God als een nabije    God, die zijn getrouwen beschermt, ook in het uur van hun dood. Dit model drijft    niet op het geloof van de gelovigen in God maar op Gods trouw aan gelovigen.    In dit model heeft het leven een open einde, zonder dat dit concreet wordt ingekleurd.</font></p>     <p>&nbsp;</p>     <p align="center"><a href="/img/revistas/hts/v68n1/19t01.jpg">Tabel 1</a></p>     <p>&nbsp;</p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="3"><b>Verrijzenisgeloof    en Gods scheppingskracht</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>Historische    context</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">In deze derde paragraaf    sta ik stil bij het verrijzenisgeloof, dat is opgebloeid in Joodse kringen.    Verrijzen is een gelaagd begrip, dat onder meer kan slaan op de wederopbloei    van Isra&euml;l als natie na een diepe crisis, het herstel van een ernstige    ziekte, de bevrijding uit sociaal isolement, of op het doen herleven van doden.<a name="top9"></a><a href="#back9"><sup>9</sup></a>    De laatstgenoemde betekenis is pas opgekomen in het tweede kwart van de tweede    eeuw voor het begin van onze jaartelling. Wat was dat voor een periode?</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">In het jaar 198    BCE hebben de Seleuciden (Syri&euml;) de macht over Palestina overgenomen van    de Ptolemee&euml;n (Egypte). Aanvankelijk liet het nieuwe bewind de tempelcultus    in Jeruzalem en de Joodse wetten ongemoeid, maar met het aantreden in 175 BCE    van de Seleucidische koning Antiochus IV werd de koers verlegd. Hij wilde een    verregaande hellenisering doorvoeren van de Joodse religie en cultuur. Daarbij    kon hij rekenen op de steun van Joden en Jodinnen die hun geloof goed verenigbaar    achtten met het Griekse denken en een Griekse levensstijl. Maar andere Joden    en Jodinnen waren preciezer in de leer en meenden dat hellenistische idee&euml;n    en praktijken in strijd waren met hun trouw aan JHWH en aan de Joodse leefregels.    In hun verzet tegen Antiochus en zijn Joodse supporters gingen zij zover dat    ze zich liever lieten doodmartelen dan dat ze zouden willen breken met de Thora.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Het traditionele    deuteronomistische retributieschema leed in deze nieuwe omstandigheden schipbreuk.    Dit schema staat beschreven in Deuteronomium 28: degenen die Gods geboden naleven,    worden rijkelijk gezegend met voorspoed en geluk (28:1-14), maar degenen die    dat niet doen, worden getroffen door allerlei vormen van rampspoed (28:15-68).    Onder het bewind van Antiochus IV gebeurde precies het tegenovergestelde. Vrome    en deugdzame Joden en Jodinnen vonden de dood omdat ze zich aan de Thora hielden,    terwijl het afzweren van de Thora leidde tot een comfortabel leven. In deze    penibele situatie moest een nieuw denk- en geloofsmodel worden geschapen, dat    erin zou voorzien dat God zijn trouwe martelaren ook <i>na</i> hun dood nog    zou kunnen redden, en dat hij hun recht zou kunnen verschaf-fen, <i>nadat</i>    zij het slachtoffer waren geworden van gruwelijk onrecht.</font></p>     ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>Uit de dood    doen verrijzen</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Ik bespreek dit    model aan de hand van het legendarische verhaal over een moeder en haar zeven    zonen in 2 Makkabee&euml;n 7. In dit verhaal worden verschillende termen gebruikt    om dit nieuwe geloof tot uitdrukking te brengen: 'God zal zich over ons ontfermen'    (7:6, 33); hij zal de geloofshelden 'tot een nieuw, eeuwig leven opwekken' (7:9,    14); de martelaren zullen hun afgehakte handen eens van God terugkrijgen (7:10);    volgens de moeder zal de schepper van de wereld, die aan haar kinderen de levensadem    heeft geschonken, de levensadem ook weer aan hen teruggeven (7:22-23)<a name="top10"></a><a href="#back10"><sup>10</sup></a>;    aan de broers is 'na een kortstondig lijden het eeuwige leven ten deel gevallen'    (7:36).</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Deze uitspraken    bevestigen de actieve rol van God. De martelaren kunnen niet uit zichzelf ontwaken    uit de slaap van de dood. Alleen God kan hen na hun dood nog redden. Hij doet    dat niet door hen terug te laten keren naar hun oude leven van v&oacute;&oacute;r    de dood, maar door aan hen een nieuw leven te schenken. Daarbij wordt geen wissel    getrokken op het voortbestaan van een onsterfelijke ziel. Het verhaal schenkt    wel veel aandacht aan het lichaam. Omdat de geloofshelden zware fysieke verminkingen    moeten ondergaan, wordt hun opwekking uit de dood voorgesteld als het herstel    van hun hele persoon, inclusief hun geschonden lichaam. Met dat lichaam hebben    ze gestalte gegeven aan hun religieuze en culturele identiteit. Het is dus geen    wonder dat ook het lichaam moet delen in het toekomstige herstel.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>Verrijzenisgeloof    en scheppingsgeloof</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Het idee dat martelaren    na hun dood door God ten leven worden gewekt, wordt in 2 Makkabee&euml;n 7 verankerd    in het geloof dat God de schepper van de wereld is. De moeder van de zeven jongens    noemt hem zo in 7:23. Zij zegt dat God aan de oorsprong staat van het ontstaan    van de mens en dat hij van alles het ontstaan heeft uitgedacht. Deze bewering    sluit aan bij Genesis 1-2.<a name="top11"></a><a href="#back11"><sup>11</sup></a>    De vrouw redeneert op basis van een dubbele analogie:<a name="top12"></a><a href="#back12"><sup>12</sup></a></font></p> <ul>       <li><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Als God in staat      was om kinderen te laten ontstaan in haar schoot en hen de levensadem heeft      geschonken (vergelijk Gen 2:7), dan kan hij hen ook herscheppen door hen de      levensadem terug te geven, nadat die bij hun dood naar God is teruggekeerd.</font></li>       <li><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Als God in staat      was om heel de kosmos te scheppen, dan kan hij ook doden ten leven wekken.      Of hierbij verondersteld wordt dat de kosmos uit het niets is gescha-pen (<i>creatio      ex nihilo</i>) en dat God doden uit het niets kan doen herrijzen, is niet      zeker. Een andere mogelijkheid is dat God gezien zijn ordenend handelen als      schepper ook in staat moet worden geacht om orde te scheppen in de chaos van      de dood.</font></li>     </ul>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Het doen herleven    van doden is hier een daad van God, naar analogie van zijn scheppend vermogen.    De door de vrouw ontwikkelde argumentatie gaat uit van een godsidee dat pas    tijdens of kort na de Babylonische ballingschap tot ontwikkeling is gekomen.    In deze kritieke periode rees de vraag of JHWH ook present is buiten het land    Isra&euml;l en buiten de tempel van Jeruzalem. De voormalige staatsgod, de schepper    van Isra&euml;l, groeide toen uit tot een God, die zeggenschap heeft over heel    de kosmos en alle volkeren. De universele schepper-God kan doden laten herrijzen,    door hen te herscheppen uit stof en as.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Omdat JHWH als    'de koning van de wereld' (2 Makk 7:9) een unieke en absolute positie inneemt,    en omdat hij de enige is en er naast hem geen andere god is, is het ook alleen    JHWH die laat sterven en leven geeft (Deut 36:39). In het verhaal over de moeder    en haar zeven zonen komt naar voren dat hij individuen en groepen niet alleen    kan redden uit de dood maar dat hij hen ook in het verderf kan storten, bij    wijze van straf. Dat hij daartoe het vermogen heeft, blijkt uit de dreigende    bewoordingen waarmee de geloofshelden zich vlak voor hun dood tot koning Antiochus    richten (7:14, 17, 19, 31, 36). Deze dreigementen worden bewaarheid in het verhaal    over het smartelijke levenseinde van Antiochus in 2 Makkabee&euml;n 9. Als niet    ook de macht om te doden in Gods hand zou liggen, zou er een tegenmacht nodig    zijn die de dood kan brengen, maar een dergelijk duaal stelsel zou strijdig    zijn met het steeds verder gaande streven naar een monothe&iuml;stisch godsbeeld.</font></p>     ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>Conclusies</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Ik sluit deze paragraaf    af met drie conclusies; (1) het idee dat Isra&euml;ls God het vermogen heeft    om doden te doen herrijzen, kwam voor het eerst naar voren in martelaarsverhalen    (zoals 2 Makk 7) en in apocalyptische teksten (zoals Dan 12:1-3) die laten zien    dat God aan geloofsgetuigen na hun dood nog recht kan en zal verschaffen; (2)    Gods vermogen om doden te doen herleven, hangt samen met het idee dat hij er    in zijn rol als schepper continu voor waakt dat de kosmos niet terugvalt in    de chaos; (3) verrijzenis is een gebeuren dat aanvankelijk niet met het voortbestaan    van een geest of ziel werd geasso-cieerd, maar betrekking had op heel de mens,    inclusief zijn lichamelijkheid.</font></p>     <p>&nbsp;</p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="3"><b>Gods blijvende    band met de gekruisigde Jezus</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">In de paragrafen    2 en 3 kwam aan de orde dat God zijn relatie met rechtvaardigen en martelaren    nooit opgeeft. In bepaalde Joodse kringen werd hun voortbestaan uitge-drukt    in termen van opwekken, opstaan of verrijzen. De achterliggende gedachte is    dat het God is die de doden doet herleven. Daarvoor is niet nodig dat er in    de mens zelf een onverwoestbare kern schuilgaat. Het verrijzenisidee steunt    enkel op Gods blijvende relatie met zijn getrouwen en op zijn scheppingskracht.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>Jezus is door    God ten leven gewekt</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Ik trek deze lijn    nu door naar het Nieuwe Testament. Opvallend is hoe eenstemmig de nieuwtestamentische    geschriften naar voren brengen dat de gekruisigde Jezus vrijwel meteen of in    ieder geval kort na zijn dood ('op de derde dag') door God tot leven is gewekt.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Dit gebeuren wordt    in het Grieks in de regel zo geformuleerd dat duidelijk is dat Jezus niet uit    eigen kracht is verrezen of uit zijn graf is opgestaan, maar dat het God was    die hem tot leven heeft gewekt. De plaatsen in het Nieuwe Testament waar de    Griekse termen </font><font  size="2">&#941;&#947;&#949;&#943;&#961;&#969;</font><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">    &#91;'opwekken'&#93; en </font><font  size="2">&#940;&#957;&#943;&#963;&#964;&#951;&#956;&#953;</font><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">    &#91;'opstaan'&#93; betrekking hebben op het tot leven wekken of gaan herleven    van Jezus, kunnen worden ingedeeld in drie categorie&euml;n:<a name="top13"></a><a href="#back13"><sup>13</sup></a></font></p> <ol>       <li><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">God is het actief      handelend subject van het werkwoord 'opwekken' of 'opstaan': <i>hij wekt Jezus      op</i> (bijv. Hand 3:15; in totaal 18 keer in het NT) of <i>hij doet Jezus      opstaan</i> (bijv. Hand 2:24; in totaal 6 keer in het NT).</font></li>       <li><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Er zijn ook      teksten waarin passieve vormen van 'opwekken' worden gebruikt en het impliciet      blijft wie het subject is dat de handeling voltrekt; meestal wordt verondersteld      dat de handeling ook hier door God wordt voltrokken (exegeten spreken van      een <i>passivum divinum</i>): <i>Jezus wordt/is opgewekt</i> (bijv. Mt 16:21;      in totaal 31 keer in het NT).</font></li>       ]]></body>
<body><![CDATA[<li><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Jezus is zelf      het actief handelend subject: <i>Jezus laat de tempel herrijzen</i> (Joh 2:19,20;      'deze tempel' is hijzelf; zie 2:21) of <i>Jezus staat op</i> (bijv. Mc 8:31;      in totaal 12 keer in het NT).</font></li>     </ol>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">In de categorie&euml;n    1 en 2 is er expliciet of impliciet sprake van dat God degene is die de gekruisigde    Jezus tot leven wekt; alleen de teksten uit categorie 3 gaan ervan uit dat Jezus    de kracht heeft om zelf uit de dood op te staan.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De omslag na Jezus'    dood wordt niet alleen beschreven in termen van opwekken of opstaan. Daarnaast    zijn er nog diverse andere formules, zoals moge blijken uit het nu volgende    overzicht, dat niet uitputtend is (Geysels 1996:26).</font></p> <ul>       <li><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">God heeft hem      hoog verheven (Hand 2:33; 5:31; Fil 2:9).</font></li>       <li><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">God heeft hem      verheerlijkt (Hand 3:13).</font></li>       <li><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">God heeft hem      een plaats gegeven aan zijn rechterhand (Ef 1:20; vgl. ook Hand 2:33; 5:31).</font></li>       <li><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">God heeft hem      tot Heer en Messias aangesteld (Hand 2:36).</font></li>       <li><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Hij is aangewezen      als Zoon van God (Rom 1:4).</font></li>       <li><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">God heeft hem      de naam geschonken die elke naam te boven gaat (Fil 2:9).</font></li>       ]]></body>
<body><![CDATA[<li><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Hij is opgenomen      in heerlijkheid (1 Tim 3:16).</font></li>     </ul>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Deze formules bevestigen    of veronderstellen dat God na Jezus' kruisdood een fundamentele omslag tot stand    heeft gebracht. Wat deze omslag inhoudt, wordt te mager uitgedrukt als we ons    beperken tot de uitspraak dat Jezus voortleeft in de herinnering, of dat de    blijvende betekenis van zijn <i>way of life</i> door God is beaamd, of dat de    zaak waarvoor hij stond door zijn volgelingen wordt voortgezet. De genoemde    formules drukken uit dat er ook iets moet zijn gebeurd met Jezus z&eacute;lf.    Dat gebeuren kan als volgt worden omschreven: door toedoen van God heeft Jezus    in eigen persoon deel gekregen aan een leven dat niet meer door de dood begrensd    wordt, hij is voorgoed geborgen bij God, en vanuit deze positie blijft hij actief    betrokken bij het wel en wee van zijn aanhangers.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Waarop steunt het    geloof dat Jezus weer leeft? Dit geloof is het product van een complex samenspel    tussen drie factoren: (1) herinneringen aan Jezus' publieke optreden; (2) nieuwe    ervaringen van zijn blijvende presentie bij de zijnen na zijn dood; (3) deze    herinneringen en nieuwe ervaringen zijn ge&iuml;nterpreteerd in het licht van    Schriftteksten. Ik geef dit samenspel eerst weer in een schema, om het daarna    in het kort toe te lichten (zie <a href="#f1">Figuur 1</a>).</font></p>     <p><a name="f1"></a></p>     <p>&nbsp;</p>     <p align="center"><img src="/img/revistas/hts/v68n1/19f01.jpg"></p>     <p>&nbsp;</p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">In mijn toelichting    begin ik met Jezus' leven. Een van de zekerste historische feiten is dat hij    vol was van God en zijn Geest. Bij alles wat hij zei en deed, liet hij zich    leiden door God, met wie hij een eigen, unieke relatie onderhield. Hij kon-digde    aan dat Gods rijk van vrede en gerechtigheid nabij was en al gestalte kreeg    wanneer hij zieken genas en demonen uitdreef (Mt 12:28; Luc 11:20). Hij gaf    een soms eigenzinnige interpretatie van de Thora vanuit centrale waarden zoals    recht, barmhartigheid en trouw (Mt 23:23). Door de Thora in praktijk te brengen    heiligde hij Gods naam. Hij zag God als een God van levenden, die trouw blijft    aan zijn verbonds-relatie met individuen en groepen (Mc 12:27 parr.). Vlak voor    zijn dood sprak hij het vertrouwen uit dat hij eens zou delen in de zegeningen    die zouden voortvloeien uit de definitieve vestiging van Gods koninkrijk (Mc    14:25 parr.).</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Zijn leven was    zozeer door God getekend dat het voor de hand lag dat gezagsvolle Schriftteksten    over rechtvaardigen en martelaren die na hun dood door God gered en gereha-biliteerd    werden, ook op hem werden toegepast. De uiteen-lopende formules waarmee Gods    reactie op zijn kruisdood in het Nieuwe Testament wordt omschreven, hebben bijna    allemaal hun wortels in oudtestamentische teksten. We zouden zelfs kunnen zeggen    dat alle geloofs- en denkmodellen die ik in de paragrafen 1-3 heb beschreven,    in hem zijn uitgemond. Het duidelijkste geldt dat voor het derde model. Zoals    het bloed van de martelaren verzoening bracht tussen God en zijn volk (2 Makk    7:33, 37), zo had ook Jezus' bloed een verzoenende werking. Door zijn dood nam    hij de zonden weg van de wereld (bijv. Joh 1:29).</font></p>     ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Het inzicht dat    Jezus nu 'de levende' is, is dus de vrucht van exegese van de Schrift. Zijn    lijden en dood moeten begrepen worden in het licht van Mozes, de Profeten en    de Psalmen (Luc 24:27, 44). Het vermogen daartoe is niet de vrucht van een geleidelijk    en moeizaam leerproces dat de leerlingen op eigen kracht hebben doorgemaakt.    Naar hun vaste overtuiging was het Jezus zelf die na zijn dood hun ogen en hun    verstand opende en hen tot het inzicht bracht dat hij weer leeft. Deze overtuiging    werd versterkt door nieuwe en verrassende ontwikkelingen in hun eigen kring,    die zij beleefden als blijken van Jezus' hernieuwde presentie in hun midden.    Een constante is dat zij de nieuwe existentie van Jezus uitdrukten in relationele    termen (hij is weer present in hun midden, hij werkt actief op hen in) en dat    zij door deze ervaringen ook zelf tot een nieuw leven kwamen. Sanders (1993:276-281)    neemt het ontstaan van vitale religieuze gemeenschappen kort na Jezus' dood    op in zijn lijst van feiten uit Jezus' leven die hij historisch betrouwbaar    acht. Naar zijn oordeel is het een onloochenbaar historisch feit dat Jezus'    leerlingen na zijn dood bijzondere ervaringen hebben opgedaan waaruit zij afleidden    dat hij door God tot leven was gewekt.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>Verbreding van    Jezus' competentie</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Uit mijn analyse    van Bijbelse beelden van Gods relatie met doden is gebleken dat JHWH steeds    meer het centrum is geworden van Isra&euml;ls geloof en dat zijn gezag op den    duur zelfs werd uitgebreid tot alle volkeren. Tijdens dit proces werden vermogens    en functies van andere goden op JHWH overgedragen, zodat hij kon uitgroeien    tot de Ene en de Enige.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">In de vroeg-christelijke    geloofsgemeenschappen zien we een soortgelijk proces tot ontwikkeling komen.    Door zijn volgelingen werd Jezus steeds meer in het centrum geplaatst van h&uacute;n    geloof en leven, en hij kreeg competenties en functies toebedeeld die voorheen    in JHWH waren samengebald. Het proces van de overdracht van competenties van    de vele goden op de ene JHWH werd nu gevolgd door het verschijnsel dat Jezus    ging delen in functies die aan de Ene waren voorbehouden. Strikt genomen ging    het hierbij niet om een <i>overdracht</i> van functies van God naar Jezus, want    dan zou Jezus op den duur de plaats van God hebben ingenomen, maar om een <i>participatie</i>    van Jezus aan Gods heilbrengend handelen.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Ik verduidelijk    dit proces aan de hand van enkele voorbeelden. Het meest in het oog springende    verschijnsel is dat Jezus een aantal titels krijgt die ook voor God worden gebruikt.    Hiertoe behoren de naam 'Heer', die boven alle namen is, maar ook aanduidingen    als koning, krijger, herder, en rechter van levenden en doden. Interessant is    dat de uitspraak 'ik ben de eerste en de laatste' in het Oude Testament enkel    in de mond van God ligt (Jes 41:4; 44:6; 48:12) maar in het laatste bijbelboek    op Jezus wordt betrokken (Apoc 1:17; 2:8, 13). God is de alfa en de omega (Apoc    1:8; 21:6), maar Christus is dat ook (Apoc 22:13). Zoals God op den duur toegang    heeft verworven tot de <i>Sjeool,</i> zo heeft Jezus de sleutels in handen van    de dood en het dodenrijk (Apoc 1:18). 'De levende God' wordt geflankeerd door    Jezus als 'de Levende' (Luc 24:5; Apoc 1:18). Zoals God aan een gestorvene de    levensadem kan teruggeven (1 Kon 17:22), zo kan ook Jezus dat doen (Luc 8:55).    Volgens Jesaja 25:8 zal God de dood vernietigen; in 1 Korinthi&euml;rs 15:26,    54-58 wordt deze actie aan Jezus toegeschreven.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Dit proces van    de uitbreiding van Jezus' vermogens en functies leidt ertoe dat ook aan hemzelf    het vermogen wordt toegeschreven om uit de dood op te staan. In het Griekse    Nieuwe Testament treffen we daar al voorbeelden van aan (zie de derde categorie    in mijn overzicht aan het begin van deze paragraaf). In de Vulgata is hun aantal    flink uitgebreid. Hier zijn ook alle passieve vormen van </font><font  size="2">&#941;&#947;&#949;&#943;&#961;&#969;</font><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">    uit mijn tweede categorie opgevat als activiteiten die Jezus zelf heeft voltrokken;    de Griekse passiva zijn in deze Latijnse vertaling weergegeven met actieve vormen    van de werkwoorden <i>surgere</i> en <i>resurgere</i> met Jezus als handelend    subject. Deze zelfde Latijnse werkwoorden worden in de Vulgata gebruikt wanneer    in de derde categorie in het Grieks sprake is van 'opstaan'. We zien hier dus    dat de omslag na Jezus' dood steeds meer werd beschouwd als een handeling die    Jezus zelf heeft voltrokken en dat zijn vermogen om dit te doen steeds sterker    beklemtoond is.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Dat hij zelf de    kracht heeft om te herleven en dat het initiatief daartoe bij hemzelf ligt,    wordt in heel eigen bewoordingen vertolkt in Johannes 10:17-18:</font></p>     <blockquote>        <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De Vader heeft      mij lief omdat ik mijn leven geef, om het ook weer terug te nemen. Niemand      neemt mijn leven, ik geef het zelf. Ik ben vrij om het te geven en om het      weer terug te nemen - dat is de opdracht die ik van mijn Vader heb gekregen.</font></p> </blockquote>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Deze formulering    past bij de overtuiging van de vierde evangelist dat de Vader en de Zoon hetzelfde    doen, kunnen en willen. Toch is van een totale versmelting geen sprake, want    ook in dit evangelie blijft God de bron van de kracht of de macht waarmee Jezus    is begiftigd (5:19, 27; 17:2).</font></p>     ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Er is dus een grens    aan de uitbreiding van Jezus' vermogens en functies. Zijn positie wordt in het    Nieuwe Testament niet zo ver uitvergroot dat hij een tweede God zou worden,    laat staan dat hij de enige God zou zijn. <a name="top14"></a><a href="#back14"><sup>14</sup></a>    Op het einde der tijden draagt hij zijn heerschappij over aan de Vader, die    dan alles in alles zal zijn (1 Kor 15:28).</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Hoe kunnen we het    nieuwtestamentische beeld van de verhouding tussen Jezus en God het beste omschrijven?    Een treffende beeld is dat hij 'het beeld is van de onzichtbare God' (Kol 1:15;    2 Kor 4:4). Daarmee is niet bedoeld dat Jezus slechts een vage afspiegeling    zou zijn van God, nee, hij stelt God juist ten volle present. In Jezus als icoon    van de onzichtbare God wordt zichtbaar hoe menslievend God is, dat hij recht    en gerechtigheid brengt, dat hij vol mededogen is en vol zorg en dat hij iedereen    vervult met de creatieve energie van zijn Geest. Jezus, die door de kracht van    God tot leven is gewekt (2 Kor 13:4), is zelf Gods kracht geworden (1 Kor 1:24).    Voor volgelingen van Jezus geldt dan ook dat zij niet over God kunnen spreken    zonder over Jezus te spreken, maar ook het omgekeerde is waar: over Jezus spreken    is voor hen ook over God spreken.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>Jezus' blijvende    band met zijn volgelingen</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Dat Jezus uit de    dood is opgewekt, houdt een hoopvol perspectief in voor zijn volgelingen: ook    zij zullen de dood bij de voleinding van de wereld te boven komen. Zoals Jezus'    opwekking uit de dood steunt op zijn innige band met God, zo steunt de verwachting    dat ook zijn volgelingen zullen verrijzen, op hun relatie met Jezus. Hij is    de eerste van de doden die zou opstaan (Hand 26:23), de gids en voorman op de    weg naar het leven (Joh 14:6; Hand 3:15), de eerstgeborene onder zijn broeders    (Rom 8:29), de eerstgeborene van heel de schepping (Kol 1:15), de eerstgeborene    uit de doden (Kol 1:18; Apoc 1:5), de eersteling van hen die ontslapen zijn    (1 Kor 15:20). De toekomst die voor de gelovigen in het verschiet ligt, wordt    beschreven met relationele termen: zij zullen 'met Christus' zijn of 'in Christus'    zijn (bijv. Fil 1:23; 1 Thess 4:17; 5:10), ze zullen intrekken bij de Heer (2    Kor 5:8) of met hem zijn in het paradijs (Luc 23:43).</font></p>     <p>&nbsp;</p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="3"><b>Ter afsluiting</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">In dit artikel    heb ik laten zien dat Bijbelse visies op leven en dood steeds verbonden zijn    met voorstellingen van God en zijn macht over leven en dood. Een centrale stelling    in mijn artikel is dat geloof in God in de Schrift de enige grond is voor de    hoop op een leven dat verder reikt dan de dood. Deze hoop berust niet op een    voor de dood onaantastbare kern in de mens zelf. Zonder de God van Isra&euml;l    en zijn werkzaamheid in Jezus zou de dood tot god worden. God is niet alleen    de schenker van het leven; ook de dood gaat niet buiten hem om. Dat God macht    heeft over de dood, is ook voor gelovigen niet altijd evident. Het is geen sinecure    om in tijden van duisternis en gemis Gods presentie te ontdekken en om zich    juist ook dan over te geven in de handen van iemand van wie geloofd en gehoopt    mag worden dat in hem vervolmaking en voltooiing gevonden kunnen worden.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>Tegenstrijdige    belangen</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De auteur verklaart    geen financi&euml;le of persoonlijke belangen te hebben die hem ongepast kunnen    hebben be&iuml;nvloed bij het schrijven van dit artikel.</font></p>     <p>&nbsp;</p>     ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="3"><b>Literatuurverwijzingen</b></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Armstrong, K.,    1995, <i>Een geschiedenis van God: Vierduizend jaar jodendom, christendom en    islam,</i> Anthos, Baarn.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=142585&pid=S0259-9422201200010001900001&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Barth, C., 1947,    <i>Die Errettung vom Tode in den individuellen Klage- und Dankliedern des Alten    Testamentes,</i> Evangelischer Verlag, Zollikon.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=142587&pid=S0259-9422201200010001900002&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Charlesworth, J.H.,    2006, 'Where does the concept of resurrection appear and how do we know that?',    in J.H. Charlesworth <i>et al.</i> (eds.), <i>Resurrection: The origin and future    of a biblical doctrine,</i> pp. 1-21, T &amp; T Clark, New York, NY/London.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=142589&pid=S0259-9422201200010001900003&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Cr&uuml;semann,    F., 2003, ,Rhetorische Fragen? Eine Aufk&uuml;ndigung des Konsenses &uuml;ber    Psalm 88:11-13 und seine Bedeutung f&uuml;r das alttestamentliche Reden von    Gott und Tod', <i>Biblical Interpretation</i> 11, 345-360.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=142591&pid=S0259-9422201200010001900004&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Dietrich, W. &amp;    Klopfenstein, M.A. (Hrsg.), 1994, <i>Ein Gott allein? JHwH-verehrung und biblischer    Monotheismus im Kontext der israelitischen und altorientalischen Religionsgeschichte,</i>    Universit&auml;tsverlag, Freiburg Schweiz. (OBO, 139).    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=142593&pid=S0259-9422201200010001900005&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Eberhardt, G.,    2007, <i>JHWH und die Unterwelt: Spuren einer Kompetenzausweitung JHWHs im Alten    Testament,</i> Mohr Siebeck, T&uuml;bingen. (FAT, 2. Reihe, 23).    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=142595&pid=S0259-9422201200010001900006&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Eberhardt, G.,    2009, ,Die Gottesferne der Unterwelt in der JHWH-Religion', in A. Berlejung    &amp; B. Janowski (Hrsg.), <i>Tod und Jenseits im alten Israel und in seiner    Umwelt: Theologische, religionsgeschichtliche, arch&auml;ologische und ikonographische    Aspekte,</i> pp. 373-395, Mohr Siebeck, T&uuml;bingen.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=142597&pid=S0259-9422201200010001900007&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Fischer, A.A.,    2005, <i>Tod und Jenseits im Alten Orient und Alten Testament,</i> Neukirchener    Verlag, Neukirchen-Vluyn.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=142599&pid=S0259-9422201200010001900008&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Geysels, L., 1996,    <i>Tot leven gewekt: Verrijzenisgeloof bijbels beleden,</i> Lannoo, Tielt.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=142601&pid=S0259-9422201200010001900009&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Hofius, O., 2002,    ,Â„Am dritten Tage auferstanden von den Toten": Erw&auml;gungen zum Passiv </font><font  size="2">&#917;&#915;&#917;&#921;&#929;&#917;&#931;&#920;&#913;&#921;</font><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">    in christologischen Aussagen des Neuen Testaments', in R. Bieringer, V. Koperski    &amp; B. Lataire (eds.), <i>Resurrection in the New Testament,</i> pp. 93-106,    University Press/Peeters, Leuven. (BETL, 165).    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=142603&pid=S0259-9422201200010001900010&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Janowski, B., 2009,    ,JHWH und die Toten: Zur Geschichte des Todes im Alten Israel', in A. Berlejung    &amp; B. Janowski (Hrsg.), <i>Tod und Jenseits im alten Israel und in seiner    Umwelt: Theologische, religionsgeschichtliche, arch&auml;ologische und ikonographische    Aspekte,</i> pp. 447-477, Mohr Siebeck, T&uuml;bingen.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=142605&pid=S0259-9422201200010001900011&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Jarick, J., 1999,    'Questioning Sheol', in S.E. Porter, M.A. Hayes &amp; D. Tombs (eds.), <i>Resurrection,</i>    pp. 22-32, Sheffield Academic Press, Sheffield. (JSNTSup, 186).    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=142607&pid=S0259-9422201200010001900012&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Leuenberger, M.,    2009, ,Das Problem des vorzeitigen Todes in der israelitischen Religions- und    Theologiegeschichte', in A. Berlejung &amp; B. Janowski (Hrsg.), <i>Tod und    Jenseits im alten Israel und in seiner Umwelt: Theologische, religionsgeschichtliche,    arch&auml;ologische und ikonographische Aspekte,</i> pp. 151-176, Mohr Siebeck,    T&uuml;bingen.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=142609&pid=S0259-9422201200010001900013&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Liess, K., 2004,    <i>Der Weg des Lebens: Psalm 16 und das Lebens- und Todesverst&auml;ndnis der    Individualpsalmen,</i> Mohr Siebeck, T&uuml;bingen. (FAT, 2 Reihe, 5)</font>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=142611&pid=S0259-9422201200010001900014&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --><!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Liess, K., 2009,    ,Â„Hast du die Tore der Finsternis gesehen?" (Ijob 38,17): Zur Lokalisierung    des Totenreiches im Alten Testament', in A. Berlejung &amp; B. Janowski (Hrsg.),    <i>Tod und Jenseits im alten Israel und in seiner Umwelt: Theologische, religionsgeschichtliche,    arch&auml;ologische und ikonographische Aspekte,</i> pp. 397-422, Mohr Siebeck,    T&uuml;bingen.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=142612&pid=S0259-9422201200010001900015&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     ]]></body>
<body><![CDATA[<!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Martin-Archard,    R., 1992, s.v. 'Resurrection (OT)', <i>The Anchor Bible Dictionary</i> 5, 680-684.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=142614&pid=S0259-9422201200010001900016&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Mettinger, T.N.D.,    1995, s.v. 'Yahweh Zebaoth', in K. van der Toorn, B. Becking &amp; P.W. van    der Horst (eds.), <i>Dictionary of deities and demons in the Bible,</i> col.    1730-1740, Brill, Leiden/New York, NY/K&oacute;ln.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=142616&pid=S0259-9422201200010001900017&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Nickelsburg, G.W.E.,    1992, s.v. 'Resurrection (Early Judaism and Christianity)', <i>The Anchor Bible    Dictionary</i> 5, 684-691.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=142618&pid=S0259-9422201200010001900018&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Noordt, E., 2001,    Tod und Zukunft: Das Wagnis des Ezechiel: Ez 37,1-14 und die eschatologische    Hoffnung', in E. Noort &amp; M. Popovic (Hrsg.), <i>Hoffnung f&uuml;r die Zukunft:    Modelle eschatologischen und apokalyptischen Denkens,</i> pp. 7-16, Universiteitsdrukkerij    Rijksuniversiteit Groningen, Groningen.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=142620&pid=S0259-9422201200010001900019&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">O'Donnell, M.B.,    1999, 'Some New Testament words for resurrection and the company they keep',    in S.E. Porter, M.A. Hayes &amp; D. Tombs (eds.), <i>Resurrection,</i> pp. 136-163,    Sheffield Academic Press, Sheffield. (JSNTSup, 186).    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=142622&pid=S0259-9422201200010001900020&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     ]]></body>
<body><![CDATA[<!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Oeming, M. &amp;    Schmid, K. (eds.) 2003, <i>Der eine Gott und die G&ouml;tter: Polytheismus und    Monotheismus im antiken Israel,</i> Theologischer Verlag, Z&uuml;rich. (AThANT,    82)</font>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=142624&pid=S0259-9422201200010001900021&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --><!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Olyan, S.M. 2003,    '"We are utterly cutt off": Some possible nuances of <i>ngzrnw lnw</i> in Ezek    37:11', <i>Catholic Biblical Quarterly</i> 65, 43-51.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=142625&pid=S0259-9422201200010001900022&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Richards, K.H.,    1992, s.v. 'Death: Old Testament', <i>The Anchor Bible Dictionary</i> 2, 108-110.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=142627&pid=S0259-9422201200010001900023&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Sanders, J.P.,    1993, <i>The historical figure of Jesus,</i> Allen Lane The Penguin Press, London.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=142629&pid=S0259-9422201200010001900024&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Segal, A.F., 2004,    <i>Life after death: A history of the afterlife in the religions of the West,</i>    Doubleday, New York.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=142631&pid=S0259-9422201200010001900025&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Van der Toorn,    K., 1995, s.v. 'Yahweh', in K. van der Toorn, B. Becking &amp; P.W. van der    Horst (eds.), <i>Dictionary of deities and demons in the Bible,</i> col. 1711-1730,    Brill, Leiden/ New York/K&ouml;ln.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=142633&pid=S0259-9422201200010001900026&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Walton, J.H., 2006,    <i>Ancient Near Eastern thought and the Old Testament: Introducing the conceptual    world of the Hebrew Bible,</i> Baker Academic, Grand Rapids, MI.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=142635&pid=S0259-9422201200010001900027&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Weren, W., 1999,    'Vier vensters op Jezus, de Zoon van God', in W. Weren, H. Kuitert &amp; N.    Schreurs, <i>Jezus: Zoon van God?,</i> pp. 24-38, Meinema, Zoetermeer.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=142637&pid=S0259-9422201200010001900028&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Weren, W., 2010,    <i>Dood, en dan? Stemmen uit de Bijbel, echo's in onze cultuur,</i> Meinema,    Zoetermeer, Pelckmans, Kapellen.    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=142639&pid=S0259-9422201200010001900029&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Wright, N.T., 2003,    <i>The resurrection of the Son of God,</i> Fortress, Minneapolis, MN. (Christian    origins and the question of God, 3).    &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=142641&pid=S0259-9422201200010001900030&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --></font></p>     <p>&nbsp;</p>     ]]></body>
<body><![CDATA[<p>&nbsp;</p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b><a name="back"></a><a href="#top"><img src="/img/revistas/hts/v68n1/seta.jpg" border="0"></a>    Correspondence to:    <br>   </b> Wim Weren    <br>   Hertog Hendriklaan 23, NL-5062 CJ, Oisterwijk, The Netherlands    <br>   Email: <a href="mailto:w.j.c.weren@uvt.nl">w.j.c.weren@uvt.nl</a></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Received: 09 May    2011    <br>   Accepted: 16 May 2011    <br>   Published: 26 Mar. 2012</font></p>     <p>&nbsp;</p>     <p>&nbsp;</p>     ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">&copy; 2012. The    Authors. Licensee: AOSIS OpenJournals. This work is licensed under the Creative    Commons Attribution License.    <br>   Note: Prof. Dr Wim J.C. Weren is a research associate in the project 'Biblical    Theology and Hermeneutics', directed by Prof. Dr Andries G. van Aarde, honorary    professor at the Faculty of Theology of the University of Pretoria, South Africa.    This article was initially presented at the NavNUT Conference 'Mag in die Nuwe    Testament', 16-19 January 2011 at the University of Stellenbosch.    <br>   <a name="back1"></a><a href="#top1">1</a>. Dit artikel is een verdere uitwerking    van Weren (2010). In mijn weergave van Bijbelse teksten baseer ik me in deze    bijdrage op de <i>NBV Studiebijbel</i> uit 2008. In deze uitgave van de Nieuwe    Bijbelvertaling is de Godsnaam HEER vervangen door JHWH. In de Nieuwe Bijbelvertaling    worden persoonlijke voornaamwoorden die naar God verwijzen, met een kleine letter    geschreven. In deze bijdrage volg ik beide keuzes.    <br>   <a name="back2"></a><a href="#top2">2</a>. Een goed overzicht van het Bijbelse    denken over de dood bieden Richards (1992), Wright (2003), Segal (2004) en Fischer    (2005).    <br>   <a name="back3"></a><a href="#top3">3</a>. Dat God volgens Psalm 88 geen toegang    zou hebben tot de doden en geen macht zou hebben over het dodenrijk, wordt betwist    door E. Noordt (2001:7-16) en Cr&uuml;semann (2003:356): 'Die Fragen im Zentrum    von Psalm 88 reden von so etwas wie Auferstehung'; <i>ibid.:</i> '... die sp&auml;teren    Vorstellungen &#91;liegen&#93; ansatzweise schon in Psalm 88 vor, als M&ouml;glichkeiten    Gottes.'    <br>   <a name="back4"></a><a href="#top4">4</a>. Het woord <i><img src="/img/revistas/hts/v68n1/19s01.jpg" alt="" align="absmiddle" /></i>    komt qua vorm overeen met de <i>infinitivus constructus</i> van het werkwoord    <i><img src="/img/revistas/hts/v68n1/19s01.jpg" alt="" align="absmiddle" /></i> dat 'vragen'    of 'een verzoek doen' betekent, maar wie wat vraagt aan wie is daarmee nog niet    opgehelderd. Diverse opties worden besproken en gewogen door Jarick (1999:22-32).    Zie ook Walton (2006: 313-329) en Liess (2009:397-422).    <br>   <a name="back5"></a><a href="#top5">5</a>. De aanduiding 'God van het leven    <img src="/img/revistas/hts/v68n1/19s02.jpg" alt="" align="absmiddle" /> is te vinden in Deuteronomium    5:26; 1 Samu&euml;l 17:26,36; Jeremia 10:10; 23:36.    <br>   <a name="back6"></a><a href="#top6">6</a>. Deze dynamische opvatting van de    macht van het dodenrijk is op een treffende wijze beschreven door Barth (1947).    <br>   <a name="back7"></a><a href="#top7">7</a>. Dit wordt volkomen genegeerd door    Martin-Archard (1992:680): 'When one reads the OT, one fact is striking: that    Israel is attached to life - to this life - and in no way dreams of a marvellous    life hereafter.'    <br>   <a name="back8"></a><a href="#top8">8</a>. Dit overzicht staat in Eberhardt    (2007:401 en 2009:392). Uitgebreidere varianten daarvan zijn te vinden bij Janowski    (2009:450, 469) en Leuenberger (2009:171).    ]]></body>
<body><![CDATA[<br>   <a name="back9"></a><a href="#top9">9</a>. In zijn poging om de verschillende    betekenissen te classificeren komt Charlesworth (2006:1-21) tot zestien categorie&euml;n.    Nummer vijftien uit zijn lijst is 'the belief in the resurrection of the person,    in the body &#91;...&#93;, at some future day &#91;...&#93;, with some continuity    between the person who lived, died, and was raised again by God &#91;...&#93;,    to everlasting life' (Charlesworth 2006:12).    <br>   <a name="back10"></a><a href="#top10">10</a>. In het Grieks is hier sprake van    </font><font  size="2">&#960;&#957;&#949;&#973;&#956;&#945; &#954;&#945;&#943;    &#950;&#969;&#942;</font><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">,    een hendiadys ('adem en leven') met de betekenis 'levensadem' (vgl. ook 2 Makk    14:46). In de Hebreeuwse Bijbel kunnen verschillende termen de levensadem aanduiden:    </font><font  size="2">&#1504;&#1508;&#1513;</font><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">    ,</font><font  size="2">&#1504;&#1513;&#1502;&#1495;</font><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">    en </font><font  size="2">&#1512;&#1512;&#1495;</font><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">    Geen van deze woorden moet met 'ziel' worden vertaald.    <br>   <a name="back11"></a><a href="#top11">11</a>. Daarnaast hanteert de vrouw in    7:22-23 en in 7:27-29 technische termen uit de Griekse filosofie. Zie Weren    (2010:127-130). In 4 Makkabee&euml;n 8-17 wordt het verhaal over de zeven broers    en hun moeder opnieuw verteld, maar nu in de taal van de Griekse filosofie;    de toekomstige opwekking uit de dood wordt daar vervangen door concepten als    onsterfelijkheid en onvergankelijkheid; zie Nickelsburg (1992:684).    <br>   <a name="back12"></a><a href="#top12">12</a>. Hierop wees mijn collega J.W.    van Henten (UvA) tijdens de conferentie 'Macht in het Nieuwe Testament' in Stellenbosch    van 17-19 januari 2011, naar aanleiding van mijn voordracht over 'De macht van    de dood en de kracht van God: Enkele Bijbelse perspectieven'.    <br>   <a name="back13"></a><a href="#top13">13</a>. Met deze indeling neem ik afstand    van de bewering van O. Hofius (2002:105-106) dat </font><font  size="2">&#941;&#947;&#949;&#943;&#961;&#959;&#956;&#945;&#953;</font><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">,    de passieve vorm van </font><font  size="2">&#941;&#947;&#949;&#943;&#961;&#969;</font><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">,    soms ook een reflexieve en zelfs een actieve betekenis kan hebben en dan weergegeven    zou kunnen worden met 'hij is verrezen'. Een pleidooi voor een meer genuanceerde    contextuele analyse is te vinden in O'Donnell (1999:136-163). Mijn indeling    van de relevante passages in drie categorie&euml;n is een variant van zijn overzicht    op pagina 160.    <br>   <a name="back14"></a><a href="#top14">14</a>. Dit geldt ook voor de acht nieuwtestamentische    teksten waarin Jezus 'God' wordt genoemd: Johannes 1:1, 18; 20:28; Romeinen    9:5; Titus 2:13; Hebree&euml;n 1:8-9; 2 Petrus 1:1; 1 Johannes 5:20. Zie Weren    (1999:33-35).</font></p>      ]]></body>
<REFERENCES></REFERENCES<back>
<ref-list>
<ref id="B1">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Armstrong]]></surname>
<given-names><![CDATA[K.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Een geschiedenis van God: Vierduizend jaar jodendom, christendom en islam]]></source>
<year>1995</year>
<publisher-loc><![CDATA[Baarn ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Anthos]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B2">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Barth]]></surname>
<given-names><![CDATA[C.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Die Errettung vom Tode in den individuellen Klage- und Dankliedern des Alten Testamentes]]></source>
<year>1947</year>
<publisher-loc><![CDATA[Zollikon ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Evangelischer Verlag]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B3">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Charlesworth]]></surname>
<given-names><![CDATA[J.H.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<article-title xml:lang="en"><![CDATA['Where does the concept of resurrection appear and how do we know that?']]></article-title>
<person-group person-group-type="editor">
<name>
<surname><![CDATA[Charlesworth]]></surname>
<given-names><![CDATA[J.H.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Resurrection: The origin and future of a biblical doctrine]]></source>
<year>2006</year>
<page-range>1-21</page-range><publisher-loc><![CDATA[New YorkNYLondon ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[T & T Clark]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B4">
<nlm-citation citation-type="journal">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Crüsemann]]></surname>
<given-names><![CDATA[F.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<article-title xml:lang="de"><![CDATA[Rhetorische Fragen?: Eine Aufkündigung des Konsenses über Psalm 88:11-13 und seine Bedeutung für das alttestamentliche Reden von Gott und Tod]]></article-title>
<source><![CDATA[Biblical Interpretation]]></source>
<year>2003</year>
<volume>11</volume>
<page-range>345-360</page-range></nlm-citation>
</ref>
<ref id="B5">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Dietrich]]></surname>
<given-names><![CDATA[W.]]></given-names>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[Klopfenstein]]></surname>
<given-names><![CDATA[M.A.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Ein Gott allein?: JHwH-verehrung und biblischer Monotheismus im Kontext der israelitischen und altorientalischen Religionsgeschichte]]></source>
<year>1994</year>
<publisher-loc><![CDATA[Freiburg ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Universitätsverlag]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B6">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Eberhardt]]></surname>
<given-names><![CDATA[G.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[JHWH und die Unterwelt: Spuren einer Kompetenzausweitung JHWHs im Alten Testament]]></source>
<year>2007</year>
<publisher-loc><![CDATA[Tübingen ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Mohr Siebeck]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B7">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Eberhardt]]></surname>
<given-names><![CDATA[G.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<article-title xml:lang="de"><![CDATA[Die Gottesferne der Unterwelt in der JHWH-Religion']]></article-title>
<person-group person-group-type="editor">
<name>
<surname><![CDATA[Berlejung]]></surname>
<given-names><![CDATA[A.]]></given-names>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[Janowski]]></surname>
<given-names><![CDATA[B.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Tod und Jenseits im alten Israel und in seiner Umwelt: Theologische, religionsgeschichtliche, archäologische und ikonographische Aspekte]]></source>
<year>2009</year>
<page-range>373-395</page-range><publisher-loc><![CDATA[Tübingen ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Mohr Siebeck]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B8">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Fischer]]></surname>
<given-names><![CDATA[A.A.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Tod und Jenseits im Alten Orient und Alten Testament]]></source>
<year>2005</year>
<publisher-loc><![CDATA[Neukirchen-Vluyn ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Neukirchener Verlag]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B9">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Geysels]]></surname>
<given-names><![CDATA[L.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Tot leven gewekt: Verrijzenisgeloof bijbels beleden]]></source>
<year>1996</year>
<publisher-loc><![CDATA[Lannoo ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Tielt]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B10">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Hofius]]></surname>
<given-names><![CDATA[O.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<article-title xml:lang="de"><![CDATA[„Am dritten Tage auferstanden von den Toten": Erwägungen zum Passiv &#917;&#915;&#917;&#921;&#929;&#917;&#931;&#920;&#913;&#921; in christologischen Aussagen des Neuen Testaments]]></article-title>
<person-group person-group-type="editor">
<name>
<surname><![CDATA[Bieringer]]></surname>
<given-names><![CDATA[R.]]></given-names>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[Koperski]]></surname>
<given-names><![CDATA[V.]]></given-names>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[Lataire]]></surname>
<given-names><![CDATA[B.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Resurrection in the New Testament]]></source>
<year>2002</year>
<page-range>93-106</page-range><publisher-loc><![CDATA[Leuven ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[University PressPeeters]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B11">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Janowski]]></surname>
<given-names><![CDATA[B.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<article-title xml:lang="de"><![CDATA[JHWH und die Toten: Zur Geschichte des Todes im Alten Israel]]></article-title>
<person-group person-group-type="editor">
<name>
<surname><![CDATA[Berlejung]]></surname>
<given-names><![CDATA[A.]]></given-names>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[Janowski]]></surname>
<given-names><![CDATA[B.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Tod und Jenseits im alten Israel und in seiner Umwelt: Theologische, religionsgeschichtliche, archäologische und ikonographische Aspekte]]></source>
<year>2009</year>
<page-range>447-477</page-range><publisher-loc><![CDATA[Tübingen ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Mohr Siebeck]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B12">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Jarick]]></surname>
<given-names><![CDATA[J.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<article-title xml:lang="en"><![CDATA['Questioning Sheol']]></article-title>
<person-group person-group-type="editor">
<name>
<surname><![CDATA[Porter]]></surname>
<given-names><![CDATA[S.E.]]></given-names>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[Hayes]]></surname>
<given-names><![CDATA[M.A.]]></given-names>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[Tombs]]></surname>
<given-names><![CDATA[D.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Resurrection]]></source>
<year>1999</year>
<page-range>22-32</page-range><publisher-loc><![CDATA[Sheffield ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Sheffield Academic Press]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B13">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Leuenberger]]></surname>
<given-names><![CDATA[M.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<article-title xml:lang="af"><![CDATA[Das Problem des vorzeitigen Todes in der israelitischen Religions- und Theologiegeschichte']]></article-title>
<person-group person-group-type="editor">
<name>
<surname><![CDATA[Berlejung]]></surname>
<given-names><![CDATA[A.]]></given-names>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[Janowski]]></surname>
<given-names><![CDATA[B.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Tod und Jenseits im alten Israel und in seiner Umwelt: Theologische, religionsgeschichtliche, archäologische und ikonographische Aspekte]]></source>
<year>2009</year>
<page-range>151-176</page-range><publisher-loc><![CDATA[Tübingen ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Mohr Siebeck]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B14">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Liess]]></surname>
<given-names><![CDATA[K.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Der Weg des Lebens: Psalm 16 und das Lebens- und Todesverständnis der Individualpsalmen]]></source>
<year>2004</year>
<publisher-loc><![CDATA[Tübingen ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Mohr Siebeck]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B15">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Liess]]></surname>
<given-names><![CDATA[K.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<article-title xml:lang="pt"><![CDATA[„Hast du die Tore der Finsternis gesehen?" (Ijob 38,17): Zur Lokalisierung des Totenreiches im Alten Testament]]></article-title>
<person-group person-group-type="editor">
<name>
<surname><![CDATA[Berlejung]]></surname>
<given-names><![CDATA[A.]]></given-names>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[Janowski]]></surname>
<given-names><![CDATA[B.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Tod und Jenseits im alten Israel und in seiner Umwelt: Theologische, religionsgeschichtliche, archäologische und ikonographische Aspekte]]></source>
<year>2009</year>
<page-range>397-422</page-range><publisher-loc><![CDATA[Tübingen ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Mohr Siebeck]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B16">
<nlm-citation citation-type="journal">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Martin-Archard]]></surname>
<given-names><![CDATA[R.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<article-title xml:lang="en"><![CDATA['Resurrection (OT)']]></article-title>
<source><![CDATA[The Anchor Bible Dictionary]]></source>
<year>1992</year>
<volume>5</volume>
<page-range>680-684</page-range></nlm-citation>
</ref>
<ref id="B17">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Mettinger]]></surname>
<given-names><![CDATA[T.N.D.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<article-title xml:lang="de"><![CDATA['Yahweh Zebaoth']]></article-title>
<person-group person-group-type="editor">
<name>
<surname><![CDATA[Toorn]]></surname>
<given-names><![CDATA[K. van der]]></given-names>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[Becking]]></surname>
<given-names><![CDATA[B.]]></given-names>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[Horst]]></surname>
<given-names><![CDATA[P.W. van der]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Dictionary of deities and demons in the Bible]]></source>
<year>1995</year>
<page-range>1730-1740</page-range><publisher-loc><![CDATA[Leiden^eNYNew YorkKóln NY]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Brill]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B18">
<nlm-citation citation-type="journal">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Nickelsburg]]></surname>
<given-names><![CDATA[G.W.E.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<article-title xml:lang="en"><![CDATA['Resurrection (Early Judaism and Christianity)']]></article-title>
<source><![CDATA[The Anchor Bible Dictionary]]></source>
<year>1992</year>
<volume>5</volume>
<page-range>684-691</page-range></nlm-citation>
</ref>
<ref id="B19">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Noordt]]></surname>
<given-names><![CDATA[E.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<article-title xml:lang="en"><![CDATA[Tod und Zukunft: Das Wagnis des Ezechiel: Ez 37,1-14 und die eschatologische Hoffnung]]></article-title>
<person-group person-group-type="editor">
<name>
<surname><![CDATA[Noort]]></surname>
<given-names><![CDATA[E.]]></given-names>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[Popovic]]></surname>
<given-names><![CDATA[M.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Hoffnung für die Zukunft: Modelle eschatologischen und apokalyptischen Denkens]]></source>
<year>2001</year>
<page-range>7-16</page-range><publisher-loc><![CDATA[Groningen ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Universiteitsdrukkerij Rijksuniversiteit Groningen]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B20">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[O'Donnell]]></surname>
<given-names><![CDATA[M.B.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<article-title xml:lang="en"><![CDATA['Some New Testament words for resurrection and the company they keep']]></article-title>
<person-group person-group-type="editor">
<name>
<surname><![CDATA[Porter]]></surname>
<given-names><![CDATA[S.E.]]></given-names>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[Hayes]]></surname>
<given-names><![CDATA[M.A.]]></given-names>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[Tombs]]></surname>
<given-names><![CDATA[D.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Resurrection]]></source>
<year>1999</year>
<page-range>136-163</page-range><publisher-loc><![CDATA[Sheffield ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Sheffield Academic Press]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B21">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Oeming]]></surname>
<given-names><![CDATA[M.]]></given-names>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[Schmid]]></surname>
<given-names><![CDATA[K.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Der eine Gott und die Götter: Polytheismus und Monotheismus im antiken Israel]]></source>
<year>2003</year>
<publisher-loc><![CDATA[Zürich ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Theologischer Verlag]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B22">
<nlm-citation citation-type="journal">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Olyan]]></surname>
<given-names><![CDATA[S.M.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<article-title xml:lang="en"><![CDATA["We are utterly cutt off": Some possible nuances of ngzrnw lnw in Ezek 37:11]]></article-title>
<source><![CDATA[Catholic Biblical Quarterly]]></source>
<year>2003</year>
<volume>65</volume>
<page-range>43-51</page-range></nlm-citation>
</ref>
<ref id="B23">
<nlm-citation citation-type="journal">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Richards]]></surname>
<given-names><![CDATA[K.H.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<article-title xml:lang="en"><![CDATA[Death: Old Testament]]></article-title>
<source><![CDATA[The Anchor Bible Dictionary]]></source>
<year>1992</year>
<volume>2</volume>
<page-range>108-110</page-range></nlm-citation>
</ref>
<ref id="B24">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Sanders]]></surname>
<given-names><![CDATA[J.P.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[The historical figure of Jesus]]></source>
<year>1993</year>
<publisher-loc><![CDATA[London ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Allen Lane The Penguin Press]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B25">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Segal]]></surname>
<given-names><![CDATA[A.F.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Life after death: A history of the afterlife in the religions of the West]]></source>
<year>2004</year>
<publisher-loc><![CDATA[New York ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Doubleday]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B26">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Van der Toorn]]></surname>
<given-names><![CDATA[K.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<article-title xml:lang="de"><![CDATA['Yahweh']]></article-title>
<person-group person-group-type="editor">
<name>
<surname><![CDATA[Toorn]]></surname>
<given-names><![CDATA[K. van der]]></given-names>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[Becking]]></surname>
<given-names><![CDATA[B.]]></given-names>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[Horst]]></surname>
<given-names><![CDATA[P.W. van der]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Dictionary of deities and demons in the Bible]]></source>
<year>1995</year>
<publisher-loc><![CDATA[LeidenNew YorkKöln ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Brill]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B27">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Walton]]></surname>
<given-names><![CDATA[J.H.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Ancient Near Eastern thought and the Old Testament: Introducing the conceptual world of the Hebrew Bible]]></source>
<year>2006</year>
<publisher-loc><![CDATA[Grand Rapids^eMI MI]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Baker Academic]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B28">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Weren]]></surname>
<given-names><![CDATA[W.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<article-title xml:lang="nl"><![CDATA['Vier vensters op Jezus, de Zoon van God']]></article-title>
<person-group person-group-type="editor">
<name>
<surname><![CDATA[Weren]]></surname>
<given-names><![CDATA[W.]]></given-names>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[Kuitert]]></surname>
<given-names><![CDATA[H.]]></given-names>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[Schreurs]]></surname>
<given-names><![CDATA[N.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Jezus: Zoon van God?]]></source>
<year>1999</year>
<page-range>24-38</page-range><publisher-loc><![CDATA[Zoetermeer ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Meinema]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B29">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Weren]]></surname>
<given-names><![CDATA[W.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Dood, en dan?: Stemmen uit de Bijbel, echo's in onze cultuur]]></source>
<year>2010</year>
<publisher-loc><![CDATA[Kapellen ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Meinema, Zoetermeer, Pelckmans]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B30">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Wright]]></surname>
<given-names><![CDATA[N.T.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[The resurrection of the Son of God]]></source>
<year>2003</year>
<publisher-loc><![CDATA[Minneapolis^eMN MN]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Fortress]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
</ref-list>
</back>
</article>
