<?xml version="1.0" encoding="ISO-8859-1"?><article xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
<front>
<journal-meta>
<journal-id>0041-476X</journal-id>
<journal-title><![CDATA[Tydskrif vir Letterkunde]]></journal-title>
<abbrev-journal-title><![CDATA[Tydskr. letterkd.]]></abbrev-journal-title>
<issn>0041-476X</issn>
<publisher>
<publisher-name><![CDATA[Tydskrif vir Letterkunde Association, Department of Afrikaans, University of Pretoria]]></publisher-name>
</publisher>
</journal-meta>
<article-meta>
<article-id>S0041-476X2012000200001</article-id>
<title-group>
<article-title xml:lang="nl"><![CDATA['Zou de wereldbol een beetje aan het leeglopen zijn?'Herman de Coninck over het Afrikaans en Afrikaner maatschappij, cultuur en politiek]]></article-title>
<article-title xml:lang="en"><![CDATA[Herman de Coninck on Afrikaans and Afrikaner society, culture and politics]]></article-title>
</title-group>
<contrib-group>
<contrib contrib-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[T'Sjoen]]></surname>
<given-names><![CDATA[Yves]]></given-names>
</name>
<xref ref-type="aff" rid="A01"/>
</contrib>
</contrib-group>
<aff id="A01">
<institution><![CDATA[,Universiteit van Stellenbosch Departement Afrikaans en Nederlands ]]></institution>
<addr-line><![CDATA[ ]]></addr-line>
</aff>
<pub-date pub-type="pub">
<day>00</day>
<month>00</month>
<year>2012</year>
</pub-date>
<pub-date pub-type="epub">
<day>00</day>
<month>00</month>
<year>2012</year>
</pub-date>
<volume>49</volume>
<numero>2</numero>
<fpage>05</fpage>
<lpage>24</lpage>
<copyright-statement/>
<copyright-year/>
<self-uri xlink:href="http://www.scielo.org.za/scielo.php?script=sci_arttext&amp;pid=S0041-476X2012000200001&amp;lng=en&amp;nrm=iso&amp;tlng=en"></self-uri><self-uri xlink:href="http://www.scielo.org.za/scielo.php?script=sci_abstract&amp;pid=S0041-476X2012000200001&amp;lng=en&amp;nrm=iso&amp;tlng=en"></self-uri><self-uri xlink:href="http://www.scielo.org.za/scielo.php?script=sci_pdf&amp;pid=S0041-476X2012000200001&amp;lng=en&amp;nrm=iso&amp;tlng=en"></self-uri><abstract abstract-type="short" xml:lang="en"><p><![CDATA[In the institutional context of literature in Flanders Herman de Coninck (1944 - 97) was an important player (or "actor"). The author is well known as a poet, a literary critic and editor of the Dutch Granta-like magazine Nieuw Wereldtijdschrift (NWT). Academics and essayists have paid much critical attention to de Coninck's poetics and aesthetic views. In a recent anthology of Flemish poetry since the sixties, Hotel New Flandres (2008), he is called an innovative "paradigmatic poet" in the poetry system of Flanders. Much less known is his place in and relationship to the field of Afrikaans literature. Daniel Hugo published two anthologies with poetry of de Coninck in Afrikaans and Antjie Krog was invited by the Flemish editor to participate in NWT. Later on, these essays were rewritten and brought together in Krog's Country of My Skull. Reading prose and poetry by de Coninck and focusing on references to South Africa, we can study his perspective on Afrikaans (language and literature), his points of view on social and political developments in the post-apartheid era. The purpose of this article is to present documentary material to illustrate and comment on de Coninck's ideas on literature, language and society. This commentary on ideological and aesthetic opinions can form the basis for further discursive and institutional research with regard to the presence in and the image building of South Africa in the works by a canonized Flemish writer]]></p></abstract>
<kwd-group>
<kwd lng="en"><![CDATA[Flemish literature]]></kwd>
<kwd lng="en"><![CDATA[Afrikaans literature]]></kwd>
<kwd lng="en"><![CDATA[language and society]]></kwd>
<kwd lng="en"><![CDATA[political and cultural discourse]]></kwd>
</kwd-group>
</article-meta>
</front><body><![CDATA[ <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="4"><b>'Zou de wereldbol    een beetje aan het leeglopen zijn?'Herman de Coninck over het Afrikaans en Afrikaner    maatschappij, cultuur en politiek</b></font></p>     <p>&nbsp;</p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="3"><b>Herman de Coninck    on Afrikaans and Afrikaner society, culture and politics</b></font></p>     <p>&nbsp;</p>     <p>&nbsp;</p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>Yves T'Sjoen</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Hhoofddocent ver-bonden    aan de Vakgroep Letterkunde van de Universiteit Gent en als buitenge-woon hoogleraar    aan het Departement Afrikaans en Nederlands, Universiteit van Stellenbosch.    Hij is gespecialiseerd in moderne editiewetenschap en moder-ne po&euml;ziestudie    (interbellum en naoor-log-se Nederlandstalige po&euml;zie). E-mail: <a href="mailto:Yves.TSjoen@UGent.be">Yves.TSjoen@UGent.be</a></font></p>     <p>&nbsp;</p>     <p>&nbsp;</p> <hr size="1" noshade>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>ABSTRACT</b></font></p>     ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">In the institutional    context of literature in Flanders Herman de Coninck (1944 - 97) was an important    player (or "actor"). The author is well known as a poet, a literary critic and    editor of the Dutch Granta-like magazine Nieuw Wereldtijdschrift (NWT). Academics    and essayists have paid much critical attention to de Coninck's poetics and    aesthetic views. In a recent anthology of Flemish poetry since the sixties,    Hotel New Flandres (2008), he is called an innovative "paradigmatic poet" in    the poetry system of Flanders. Much less known is his place in and relationship    to the field of Afrikaans literature. Daniel Hugo published two anthologies    with poetry of de Coninck in Afrikaans and Antjie Krog was invited by the Flemish    editor to participate in NWT. Later on, these essays were rewritten and brought    together in Krog's Country of My Skull. Reading prose and poetry by de Coninck    and focusing on references to South Africa, we can study his perspective on    Afrikaans (language and literature), his points of view on social and political    developments in the post-apartheid era. The purpose of this article is to present    documentary material to illustrate and comment on de Coninck's ideas on literature,    language and society. This commentary on ideological and aesthetic opinions    can form the basis for further discursive and institutional research with regard    to the presence in and the image building of South Africa in the works by a    canonized Flemish writer. </font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><b>Keywords:</b>    Flemish literature, Afrikaans literature, language and society, political and    cultural discourse.</font></p> <hr size="1" noshade>     <p>&nbsp;</p>     <p>&nbsp;</p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">In de inleidende    tekst van de invloedrijke studie <i>De productie van literatuur</i> (2006),    die in Nederland (en Vlaanderen) het literair-institutioneel onderzoek op de    kaart heeft gezet, hebben samenstellers Kees van Rees en Gillis Dorleijn een    poging ondernomen om vanuit veldtheoretische inzichten (o.a. van de Franse socioloog    Pierre Bourdieu) het maatschappelijke veld te defini&euml;ren. Kort samengevat:    het literaire veld (een complex van instituties, actoren, mechanismen en strategie&euml;n)    wordt als een onderdeel van het culturele en het maatschappelijke veld beschouwd.    Het culturele veld is ingebed in een samenleving die als een "geheel van onderling    afhankelijke sferen" wordt omschreven (cultuur, politiek, economie). Politieke    en socio-economische factoren kunnen een impact hebben op de ontwikkeling van    het culturele veld en ook andersom kan cultuur een effect sorteren in het maatschappelijke    leven. Een actor in een specifiek literair veld kan uiteraard ook bemoeienis    hebben met andere culturen en taalgebieden. Of concreet: in het institutioneel    onderzoek kan worden gepeild naar netwerken van schrijvers die zich via contacten,    vertalingen, het redacteurschap van tijdschriften et cetera over de landsgrenzen    spreiden. In hun tekst spreken beide auteurs, met betrekking tot het studieboek,    over "de instituties en actoren die in Nederland het literaire veld uitmaken    en de inbedding van dit veld in andere maatschappelijke velden in Nederland"    (Dorleijn en Van Rees 23).</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Herman de Coninck    is een actor die in het Nederlandse taalgebied (in Nederland en Vlaanderen)    op verschillende terreinen present was. Institutioneel als tijd-schrift-redacteur    en journalist, dichter en vertaler; po&euml;ticaal (of beter: in de functie    van verstrekker van symbolisch kapitaal) als gezaghebbend criticus, bloemlezer,    lector en essayist. Een aspect dat tot vandaag minder aandacht kreeg, zijn De    Conincks banden en opvattingen omtrent de Afrikaanse literatuur in Zuid-Afrika.    De Coninck was er enkele keren op uitnodiging te gast en in de vertaling van    Daniel Hugo is de dichter aanwezig in het Afrikaanse literaire veld. Hugo bezorgde    een eerste Afrikaanse ver-taling met <i>Liefde, miskien</i> (1996), een bloemlezing    uit De Conincks eerste drie dicht-bundels, en in 2009 verscheen <i>Die lenige    liefde</i> (naar de titel van De Conincks de-buutbundel in 1969). Die laatste    publicatie biedt een Afrikaanse anthologie van vijftig gedichten (met name een    keuze van twintig teksten uit <i>Liefde, miskien</i>, aangevuld met dertig nieuwe    vertalingen) uit De Conincks postuum uitgegeven verzamelbundel <i>De gedichten</i>    (2000).</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De opzet van deze    bijdrage is, naast de po&euml;ticale opvattingen, de visie van De Coninck op    de Zuid-Afrikaanse politiek en maatschappij te duiden aan de hand van expliciete    uitspraken en autobiografische fragmenten uit het literaire oeuvre.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Deze verkennende    inventariserende tekst presenteert een globaal overzicht van de institutionele    banden met en ideologische uitspraken van de Vlaamse actor De Coninck over Zuid-Afrika    en het Afrikaans. In mijn overwegend <i>documentaire</i> bijdrage bied ik een    becommentarieerd overzicht van alle tekstplaatsen in De Conincks oeuvre waar    wordt gerefereerd aan Zuid-Afrika en het Afrikaans. Een netwerkanalyse, waarbij    allerlei contacten met schrijvers, uitgevers en vertalers aan bod moeten komen,    dient nog een aanvang te nemen.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Naar de werkexterne    opvattingen van Herman de Coninck (1944 - 97), over Afrikaanse taal en politiek,    en meer specifiek over maatschappelijke en politieke ontwikkelingen in Zuid-Afrika    na de eerste democratische verkiezingen sinds de opheffing van het apartheidsysteem    (27 april 1994), is nog maar weinig onderzoek verricht. Nochtans heeft De Coninck    in vijf genummerde autobiografische proza-fragmenten, getiteld "Het niets tussen    twee plekken" en gebundeld in <i>De cowboybroek van Maria Magdalena en andere    reisverhalen</i> (107 - 34; <i>Het proza</i> 649 - 82), zijn zienswijze geformuleerd    op de levensvatbaarheid van Mandela's zogeheten Regenboognatie, en de perspectieven    van het Afrikaans als een van de elf offici&euml;le ambtelijke talen van het    nieuwe Zuid-Afrika. De Conincks beeld van het land is een constructie die tot    stand is gekomen naar aanleiding van vier bezoeken en gebaseerd op gesprekken    over en een confrontatie met de hedendaagse Afrikaanse po&euml;zie. Uiteindelijk    hebben de contacten met Afrikaanstalige schrijvers, wat we vandaag <i>interculturele    networking</i> noemen, geleid tot twee bloemlezingen met naar het Afrikaans    vertaalde gedichten uit De Conincks verzamelde po&euml;zie. Ook andersom heeft    de Vlaamse schrijver, in zijn rubriek "De vliegende keeper" in de krant <i>De    Morgen</i> en in het <i>Nieuw Wereldtijdschrift</i> (waarvan hij in 1984 stichtend    redacteur was), aandacht gevraagd voor het Afrikaans, de Afrikaanse literatuur    en de complexe politieke situatie in Zuid-Afrika.</font></p>     <p>&nbsp;</p>     ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="3"><b>Eerste contacten</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De eerste aanblik    van Zuid-Afrika geschiedde voor Herman de Coninck uit "het oog" van een vliegtuigraampje.    Deze optische metafoor is overigens ontleend aan Brey-tenbach. De Zuid-Afrikareiziger    schreef in het fragment "Cultuur als besmetting", na de belevenis van de spectaculaire    bocht die het vliegtuig over de Atlantische oceaan maakt bij het naderen van    Kaapstad:</font></p>     <blockquote>        <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Het eerste wat      je vanuit het vliegtuig ziet is de Tafelberg, een altaar voor de goden. Het      eerste wat ik denk is: het land is alvast mooi. Helemaal een klootzak kan      die Jan van Riebeeck niet geweest zijn, dat hij uitgerekend hier aan land      kwam. Vaak hangt er een wolk boven de berg. Die heet: tafelkleed. Het tweede      wat ik dus denk is: ook de taal is alvast mooi. Maar mag je dat wel denken?"      (<i>De cowboybroek</i> 111)</font></p> </blockquote>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Aan de ethisch    gefundeerde terughoudendheid van De Coninck zal ik verder in dit opstel enkele    beschouwingen wijden.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">In het voetspoor    van Herman de Coninck, en terloops in deze bijdrage ook van zijn toenmalige    echtgenote Kristien Hemmerechts (45 - 66), tracht ik op basis van de verspreid    gepubliceerde en gebundelde opstellen over Zuid-Afrika te achterhalen welke    uitspraken De Coninck heeft gedaan over het land en meer specifiek over het    Afrikaans. Ik volg een traject dat zal leiden naar enkele Afrikaanse dichters    en naar de lingu&iuml;stische (al dan niet gecreoliseerde) smeltkroes die het    Afrikaans is. De Coninck heeft van zijn dominante institutionele positie in    het literaire veld van Vlaanderen (en Nederland) gebruik gemaakt om het werk    van dichters in Zuid-Afrika ook in het Nederlandse taalgebied onder de aandacht    te brengen en/of te promoten. Vroeger dan Gerrit Komrij, met een ruime bloemlezing    uit de Afrikaanse po&euml;zie <i>(De Afrikaanse po&euml;zie in duizend en enige    gedichten)</i>, heeft de Vlaamse schrijver en criticus een lans gebroken voor    de Afrikaanstalige literatuur van Zuid-Afrika. Mede op zijn instigatie is Afrikaanse    po&euml;zie naar het Nederlands vertaald en ontstond in de post-apartheid-periode    meer publieke belangstelling voor ontwikkelingen in het literaire landschap    van Zuid-Afrika.</font></p>     <p>&nbsp;</p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="3"><b>Reisimpressies    van Zuid-Afrika</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De Coninck heeft    zijn herinneringen aan twee verblijven in Zuid-Afrika, in oktober 1994 (een    half jaar na de verkiezingen van 27 april) en in 1995, te boek gesteld in de    bundel <i>De cowboybroek van Maria Magdalena</i> (1996). De uitgave is een van    de laatste boekpublicaties van De Coninck. Een jaar later overleed hij in Lissabon.    Ik voeg er nog aan toe dat hij ook in oktober 1996 in het land was, zoals verderop    nog zal blijken uit enkele overgeleverde brieven aan zijn toenmalige echtgenote    Kristien Hem-merechts.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Hemmerechts heeft    op haar beurt reisherinneringen in een tekst verwerkt, getiteld "Stemmen van    Zuid-Afrika" en een jaar eerder opgenomen in de bundel <i>Amsterdam retour</i>    (1995). Een vergelijkende lectuur van beide bundels levert weinig spectaculairs    op. De Coninck en Hemmerechts reisden samen en doen in hun beschrijvend proza    verslag van hun gedeelde reiservaring. Anekdoten en beschouwingen, gesprekken,    herinneringen aan personen en gebeurtenissen echo&euml;n in beider egogeschriften.    Zo lees ik bij Hemmerechts (61) over een bezoek aan Witsand, het idyllische    dorpje geborgen in een oogverblindende witte duinenmassa in de branding van    de Indische Oceaan. Hemmerechts zelf schreef trouwens een roman <i>Wit zand</i>,    genoemd naar het toponiem Wissant in Frans-Vlaanderen. Daar verwijst ze nadrukkelijk    naar in haar "Stemmen van Zuid-Afrika". Ook het autobiografische verhaal van    De Coninck over hun gezamenlijk verblijf in de buurt van het natuurreservaat    De Hoop, in het Oosten van de West-Kaapse provincie, heet "Wit zand". In dit    prozafragment stelt de verteller drie plekken centraal die luisteren naar diezelfde    naam.</font></p>     ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De anekdote over    "Lawaaiwater" (of dus Witsand) aan de "zuidkust van Zuid-Afrika", op weg naar    Grahamstad en Port Elizabeth in de Oost-Kaap, staat beschreven in het volgende    verhaalfragment van De Coninck, dat niet toevallig begint met een aftelrijmpje    van de dichter Van Zyl:</font></p>     <blockquote>        <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">&#91;...&#93;      Op reis in Zuid-Afrika ontmoetten we de dichter Wium van Zyl en zijn vrouw      Dorothea. Wium is de auteur van het in Zuid-Afrika zeer beroemde versje "Sout-en-peperpotjies":</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Ons twee is maatjies</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"> precies eenders</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><i>buiten ons      gaatjies.</i></font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Ze hadden een      buitenhuisje in Witsand, zuidkust Zuid-Afrika, waar de Brede Rivier uitmondt      in zee. Ze zouden zeer verguld zijn als we daar een lang weekend wilden doorbrengen,      de enige tegenprestatie die ze vroegen was dat Kristien voor de wegwijzer      naar Witsand zou poseren met haar boek <i>Wit Zand</i>. Het werd het heug-lijkste      weekend van de hele reis. Het huisje bleek "Lawaaiwater" te heten: dat moest      wel een vondst van Wium zijn. Of van het water zelf, want de Brede Rivier      komt hier aangestormd om terecht te komen in de remstrook van haar zeemonding:      zee die de rivier in wil, rivier die de zee in wil, het zorgt voor een luidruchtige      stilstand. Onze slaapkamer heeft een balkon, en dat balkon een schommelstoel,      en daarin bezit ik ten zeerste mezelf. Zo hoort de wereld te zijn, er bestaan      plekken waar de wereld dat gesnapt heeft. Het is september, walvissenseizoen.      En jawel, zelfs vanaf het balkon zie je ze, nog geen vijftig meter zee-inwaarts,      eerst een fonteintje, dan een vin of een staart: walvissen, kleine, drie &agrave;      vier meter, ontroerende speelvogels, speelvissen, van een groot geslacht.      De zee is roestkleurig, vanwege ijzermineralen vermoed ik, pas veel verder      probeert ze haar blauwen uit. Het zand is zo wit als beloofd. Duinen met rillerige      ruggengraatruggen. Daarachter hard-groen <i>kleinhout</i>. Het strand wemelt      van de <i>strandpipers</i> en de witgatspreeuwen. De namen van de dingen zijn      hier bijna zo mooi als de dingen zelf. Tegen de avond zie ik op het strand      een man met een soort fietspomp bezig. Het lijkt alsof hij de aarde aan het      oppompen is. Hij zwoegt er bij. Nu je het zegt, het loopt hier zo zacht, zou      de wereldbol inderdaad een beetje aan het leeglopen zijn? Nee, zegt de man,      hij is op zoek naar mud prawns, moddergarnalen als aas om morgen mee te vissen.</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Later het Zuiderkruis      tegen de achtergrond van de helderste melkweg ooit gezien, een hemel met een      soort roodvonk, lijkt het wel, geelvonk. Het te grote en het te kleine en      hoe dat hetzelfde is: kijken naar schelpen, kijken naar de melkweg. Ik ben      een zandkorrel in het diepst van mijn gedachten. (<i>De cowboybroek</i> 118      - 19)</font></p> </blockquote>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Het verhaal, waaruit    ik dit fragment put, is gelardeerd met po&euml;tisch geformuleerde anekdotische    beschrijvingen zoals wel meer voorkomen in reisimpressies van deze romantische    schrijver. De verteller vergaapt zich aan "ontroerende speelvogels" en "duinen    met rillerige ruggengraatruggen". Hij staat in bewondering voor de "helderste    melkweg" en mijmert vanuit een eurocentrisch perspectief over de wonderen van    de Zuid-Afrikaanse natuur. Hoe po&euml;tisch of retorisch geformuleerd ook,    deze auteur ontsnapt duidelijk niet aan de clich&eacute;beelden van de natuurpracht    in Zuid-Afrika.</font></p>     <p>&nbsp;</p>     ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="3"><b>Een onbestaand    gedicht van Breytenbach</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Relevanter dan    een beschouwing te wijden aan dergelijke reisreportageachtige fragmenten, of    het autobiografische gehalte van De Conincks verhalend proza te onderzoeken,    is te peilen naar diens meer ge&iuml;mpliceerde of uitgesproken standpunten    over Zuid-Afrika. "Charisma in de uitverkoop" en "Cultuur als besmetting" zijn    wat dat betreft revelerende teksten waarin de schrijver zijn bedenkingen over    het weer-zinwekkende karakter van het politieke systeem en over de schoonheid    van de mensen en de landschappen heeft verwerkt, maar ook zijn visie op het    Afrikaans.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Het eerste verhaal    "Charisma in de uitverkoop" van De Coninck in <i>De cowboybroek</i> begint als    volgt:</font></p>     <blockquote>        <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Ik ben twee keer      in Zuid-Afrika geweest, in 1994, volop in de euforie van Mandela, en in 1995,      toen een verbitterde blanke taxichauffeur me vertelde dat er spoedig een burgeroorlog      zou losbarsten tussen Zoeloes en Xhosa's, en na enig bloedver-gieten zou men      opnieuw de blanken nodig hebben als strenge opzichters, hoopte hij. In mijn      kop en in dit verslag waaien 1994 en 1995 door elkaar (107).</font></p> </blockquote>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De eerste reis    waaraan de schrijver hier refereert, had zoals gezegd plaats in oktober 1994.    De aanleiding voor een tweede verblijf, begin augustus 1995, was een lezingentournee    die De Coninck bracht op een neerlandistiekcongres in Bloemfontein en in Potchefstroom    ("het ergste van het ergste, of het witste van het witste" (uit een brief van    Herman de Coninck aan Dani&euml;l Hugo, dd. 27 juli 1995; <i>Postumiteit</i>    614). Aansluitend, na zijn publieke optreden aan de universiteiten en in culturele    centra van beide steden, ondernam hij naar eigen zeggen in opdracht van een    Belgisch radioprogramma een autotocht naar de Drakensbergen. Over deze tweede    reis, die hem toen niet naar de Kaap bracht, schreef hij een brief aan Daniel    Hugo. Zoals gezegd heeft Hugo met <i>Liefde, miskien</i> (1996) een voor het    Afrikaanse publiek beeld-bepalende bloemlezing uit De Conincks po&euml;zie naar    het Afrikaans samengesteld.<a name="top1"></a><a href="#back1"><sup>1</sup></a>    Dat De Coninck &uuml;berhaupt een tweede reis naar het zuidelijk halfrond heeft    ondernomen, was blijkens onderstaande brief helemaal niet zo evident.</font></p>     <blockquote>        <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">&#91;...&#93;      Ik zie daar zeer tegenop. 1/ Kristien gaat niet mee. 2/ Zonder haar ben ik      helemaal geen dapper reiziger. 3/ Ik heb gisteren mijn rib gebroken: gewoon      thuis van de trap gevallen, uitgegleden op mijn kousen. Alles wat ik met mijn      linkerarm doe, doet pijn. In Zuid-Afrika moet ik met die arm schakelen met      de auto. 4/ Ik moet ten laatste 13 augustus terug in Belgi&euml; zijn, dus      ik heb geen tijd om jullie in Kaapstad te bezoeken. Vooral dat laatste vind      ik jammer &#91;...&#93;. (<i>Postumiteit</i> 614)</font></p> </blockquote>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Nog v&oacute;&oacute;r    beide excursies waarover hij rapporteert en fictionaliseert in <i>De cowboybroek</i>,    toen hij naast Bloemfontein en "Potch" ook het "Britse" Durban heeft bezocht,    had De Coninck zijn belangstelling voor Zuid-Afrika al meermaals laten blijken.    Meer bepaald op het moment dat het verscheurde land de nadagen van het apartheidsregime    doormaakte en de toekomst bijzonder onzeker oogde. De Coninck heeft ook enkele    keren zijn waardering, zo niet zijn fascinatie, voor het literaire werk van    schrijvers als J. M. Coetzee, Nadine Gordimer, Elisabeth Eybers en Breyten Breytenbach    uit-gesproken. Aan die laatste "verzetsfiguur", schrijver in de diaspora, heeft    hij overigens ook een gedicht gewijd (Van den Bergh 356). De genese van het    gedicht moet worden gedateerd nadat Breytenbach in 1992 mee het Gor&eacute;e    Institute, Centre for democracy, development and culture heeft opgericht (met    een verwijzing naar het slaveneiland Gor&eacute;e voor de kust van Dakar, Senegal).    Het instituut streefde ernaar het contact tussen intellectuelen en democratische    instellingen in Afrika te bevorderen, en de democratie op het continent te stimuleren    (&#91;Auteurscollectief&#93; 75). De bemiddelaarsrol die Breytenbach vervulde,    en zich dus ook institutioneel aantrok, zit mee verwerkt in het gedicht. De    tekst van De Coninck is niet opgenomen in een dichtbundel, maar kan wel worden    teruggevonden in het essayboek <i>De vliegende keeper</i> (1995). Het gedicht    bestaat uit door De Coninck vertaalde en door hemzelf tussen aanhalingstekens    geplaatste regels uit (eigen en vertaalde) po&euml;zie van Breytenbach.</font></p>     <blockquote>        ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">"Wanneer een      oude man sterft in Afrika,    <br>     brandt er een bibliotheek af."</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Ik kom uit het      niets en zal tot niets komen,    <br>     maar ik neem er wel de tijd voor.    <br>     De wereld waarin ik thuis ben is Afrika.    <br>     Het is de enige uitweg die ik heb om gebruik    <br>     te maken van al mijn zintuigen en vermogens.    <br>     Deze aarde was de eerste die sprak.    <br>     Zij heeft mij voor eens en altijd uitgesproken.</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De zuidooster      stuift door de straten van de stad,    ]]></body>
<body><![CDATA[<br>     verandert het geslacht van honden.    <br>     De zon valt als een koffiezakje in de ketel    <br>     en al spoedig is de nacht zwart doorgelopen.    <br>     Heiligen storten in de leegte, niets achterlatend    <br>     dan een kreet als een serpentine in de lucht.</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">"Liefde is niet      maken, maar vergezellen".    <br>     (<i>De vliegende keeper</i> 34 - 35)</font></p> </blockquote>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Over dit romantisch    getoonzette maar evenzeer politiek-ideologisch geladen gedicht (Breytenbach    als "alerte politieke verslaggever"), dat tegelijk als programmatisch voor De    Conincks eigen po&euml;ticale opvattingen <i>at that time</i> kan worden gelezen    (met als sleutelbegrippen ontregeling en troost),<a name="top2"></a><a href="#back2"><sup>2</sup></a>    tekende hij nog het volgende op:</font></p>     <blockquote>        <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">&#91;Dit&#93;      gedicht is een onbestaand gedicht van Breytenbach. Zijn po&euml;zie vind ik      moeilijk, maar ik zou er eens beter mijn best op moeten doen. Zijn verslag      <i>Terugkeer naar het paradijs</i> vind ik gedreven, soms zijn het overhaaste      kladnotities, meestal is het buitengewoon knap. Het voordeel van Breytenbach      is dat hij ook veel weet, en dat je tussen zijn erudiete verslaggeverij ineens      een zin pure po&euml;zie aantreft, waarna hij gelukkig weer tot de orde van      de dag overgaat. Zo hoort po&euml;zie te functioneren, in een prozatekst:      ontregelend. Het proza regelt het dan wel verder. Zo lees je het ver-slag      van de dood van iemands vader, heel accuraat, waarna de regels: "Wanneer een      oude vrouw sterft is de wereld vol vlinders, wanneer de ogen van een oude      man breken, worden de bomen donker." Waarna nieuwe alinea, andere levens,      want er zijn er genoeg. De scrupuleloze commer&ccedil;ant bijvoorbeeld: "een      vogel die schijt in alle bomen". Breytenbach heeft het oog van de alerte politieke      verslaggever, gecombineerd met de taalwijsheid van de Toearegs. In zijn inleiding      schrijft hij in elk geval dat hij troost vindt bij gezegden als: "De dood      is niet iets als thee-drinken."</font></p>       ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Ik heb een gedicht      gemaakt, uitsluitend bestaande uit regels van Breytenbach</font><font  size="2">&#8212;</font><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">en      van anderen die hij citeert &#91;...&#93;. Ik vind het een erg mooi Breytenbach-gedicht.      Alleen heeft hij het nooit zo onder elkaar opgeschreven. En als je Afrika      vervangt door Vlaanderen, zou ik er zelf wel voor willen tekenen &#91;...&#93;.      (<i>De vliegende keeper</i> 34)</font></p> </blockquote>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De Coninck blijkt    gecharmeerd door de "scrupuleloze" versregels van Breytenbach die onder meer    ontleend zijn aan "de taalwijsheid van de Toearegs".<a name="top3"></a><a href="#back3"><sup>3</sup></a>    Het is met name de combinatie van erudiete en politiek geladen passages &eacute;n    "de wijsheid" van primitieve volkeren die voor de dichter de overtuigingskracht    van deze schriftuur bepaalt. Het is evenwel niet de po&euml;zie <i>an sich</i>    ("de pure po&euml;zie") die de Vlaamse schrijver in de ban hield. Hij heeft    het expliciet over "de verslaggeverij". Versregels fungeren als deraillerende    elementen in een prozatekst; ze zorgen klaarblijkelijk voor verdieping, voor    een brok levenswijsheid die je op dat moment in de verslaggeving niet verwacht.    Dat is wat hij noemt de registerwisseling tussen het proza van Breytenbach en    het taaleigen van het Noord-Afrikaanse nomadische Berbervolk.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De Coninck mag    dan wel zijn eigen Breytenbach-gedicht hebben geconcipieerd met vertaalde regels    die de Zuid-Afrikaanse schrijver zelf zou hebben ontworpen of die hij in vertalingen    ontleende aan andere schrijvers (de Toearegs), hij noemt het eclectisch samengestelde    gedicht vooral "erg mooi". Hij besluit veelzeggend: "als je Afrika vervangt    door Vlaanderen, <i>zou ik er zelf wel voor willen tekenen</i>" (mijn cur-sivering).    Het is ongetwijfeld de wijze waarop Breytenbach zijn liefde voor Afrika belijdt    ("De wereld waarin ik thuis ben is Afrika"), door gebruik te maken van beelden    ontleend aan teksten van inheemse Afrikaans volkeren, die De Coninck weet aan    te spreken. De transparantie van het taalgebruik, de parlandistische toon, de    van "levenswijsheid" vervulde beeldentaal zijn de ingredi&euml;nten van een    po&euml;zie die ook hij in het eigen scheppende oeuvre voorstond.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Overigens, naast    deze po&euml;ticaal te lezen Breytenbach-compilatie</font><font  size="2">&#8212;</font><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Breytenbach    <i>&agrave; la mani&egrave;re de</i> De Coninck</font><font  size="2">&#8212;</font><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">heeft    hij volgens het beproefde proced&eacute; in hetzelfde opstel in <i>De vliegende    keeper</i> ook een gedicht voor Czeslaw Milosz geconcipieerd, met regels ontleend    aan het dichtwerk van de Poolse Nobelprijswinnaar.</font></p>     <p>&nbsp;</p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="3"><b>Politieke stellingname    in <i>Nieuw Wereldtijdschrift</i></b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De Coninck was    niet alleen dichter en po&euml;ziecriticus. Hij was ook tijdschriftredacteur.    In 1984 is in Vlaanderen uit de erfenis van het vrijzinnige <i>Nieuw Vlaams    Tijdschrift</i> (1944 - 83) het glossy, op glanzend papier gedrukte <i>Nieuw    Wereldtijdschrift</i> opgericht. In dit literair-journalistieke magazine vroeg    hoofdredacteur De Coninck meermaals aandacht voor markante teksten uit de Zuid-Afrikaanse    literatuur. In het jaar van zijn Breytenbach-gedicht verscheen een speciaal    aan Zuid-Afrika gewijde aflevering van het <i>NWT</i> (mei-juni 1995), met bijdragen    van (in volgorde van verschijnen) Etienne van Heerden, Henk van Woerden, Andr&eacute;    Brink, Stephen Watson (in een vertaling van Eva Gerlach), Antjie Krog, Riana    Scheepers, Damon Galgut, J. M. Coetzee en Chris van Wyk; van Koen Wessing is    een portfolio met foto's in de townships op-genomen. De Coninck, samensteller    van de aflevering, leidde ook in, en was wellicht verantwoordelijk voor de <i>leads</i>    bij de respectieve bijdragen. In het woord vooraf benadrukte hij, als het ware    om het initiatief in de lage landen te legitimeren, de ommezwaai die zich na    de vrijlating van Mandela en daarna na de verkiezingen van 1994 in het land    had voltrokken. De Coninck formuleert zijn kritische kanttekenin-gen bij de    manier waarop de culturele boycot ten tijde van de alleenheerschappij van de    Nasionale Party is gevoerd. Uiteindelijk hebben die drastische maatregelen zich    gekeerd tegen de Afrikaanse literatuur en "de progressieve Afrikaanse schrijvers",    zo stelt De Coninck, en niet diegenen getroffen die in hun handelen en mentaliteit    gruwelijke feiten hebben gepleegd.</font></p>     <blockquote>        <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De tijd is voorbij      dat wij Zuid-Afrika op z'n nummer wilden zetten. Dat ging soms hard. Ik herinner      me een Nacht van de Po&euml;zie in Utrecht waarop Willem Frederik Hermans      was uitgenodigd, die toen pas naar Zuid-Afrika was geweest. De zwarte dichter      Julian With dreigde toen met een rel. Waarop Hermans bedankte.</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Andersom vertelde      de Afrikaanse dichter Wyum &#91;sic&#93; van Zyl me hoe hij begin jaren tachtig      in Nederland aan zijn doctoraal over Hermans zat te werken en hoe hij zich      voortdurend opgejaagd voelde: men had hem eens op heterdaad moeten betrappen,      dan was hij meteen het land uit gezet.</font></p>       ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Nee, een economische      boycot is uitstekend, maar niemand houdt zich eraan. Maar met een culturele      boycot ontzeg je juist de progressieve Afrikaanse schrijvers de solidariteit      die ze in hun eenzaam geschrijf zo nodig hebben. En de voorstanders van de      apartheid? Juist hen hadden we onze geschriften niet moeten onthouden. We      hadden hen ermee moeten bombarderen. Cultuur is een wapen.</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Kortom, dit Zuid-Afrikanummer      komt tien jaar te laat. Het kan geen aanspraak meer maken op moed.</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Maar misschien      kan het nog interesse wekken, want Zuid-Afrika heeft een knap--pe literatuur.</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">We hebben geen      enkele poging gedaan om een politieke <i>status questionis</i> te maken. Maar      in zijn totaliteit, in de samenstelling van zijn tekorten, geeft het nummer      toch een goed beeld, hopen wij, van een onoplosbaar land, dat zichzelf, althans      in dit nummer, op een inspirerende manier tegenspreekt en aanvult. ("Voorwoord"      1995: 3)</font></p> </blockquote>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Analoge passages    over de functies van cultuur en de betekenis van de Afrikaanse literatuur d.w.z.    literatuur in het Afrikaans, heeft De Coninck verwerkt in "Cultuur als besmetting"    (in <i>De cowboybroek</i>). Taal en politiek: ze grijpen volgens onze auteur    in een land als Zuid-Afrika immer en altijd in elkaar. Taal heeft er per definitie    een ideologische lading die niet los kan worden gezien van maatschappelijke    en politieke gebeurtenissen. In het volgende fragment worden de schoonheid en    de disparaatheid van het Afrikaans bezongen. De taxatie van het Afrikaans, die    trouwens aansluit bij vaker geregistreerde uitspraken van Nederlandssprekenden    over de speelsheid en zangerigheid van het Afrikaans, nog v&oacute;&oacute;r    De Coninck in 1994 een eerste keer de Zuid-Afrikaanse bodem betrad en het Afrikaans    van <i>native speakers</i> aanhoorde, is klaarblijkelijk louter en alleen gebaseerd    op jeugdsentimenten. Meer bepaald op zijn eerste kennismaking op de schoolbanken    met de Afrikaanse literatuur. De herinneringen gaan terug op schoolbloemlezingen,    zoals <i>Zuid en Noord</i>, die op de lectuurlijst stonden van het katholiek    middelbaar onderwijs in Belgi&euml;. Daarover schreef hij: "&#91;deze schoolboeken&#93;    eindigden altijd met een sectie Afrikaanse po&euml;zie. Van W&#91;y&#93;k Louw    stond er nog in, en een enkele keer ging men zelfs tot Elisabeth Eybers. Ik    vond het een buitengewoon po&euml;tische, licht amusante taal" (<i>De cowboybroek</i>    112). Overigens, in later verschenen anthologische schoolboeken als <i>De dubbelfluit</i>,    samengesteld door de Vlaamse priester-dichter en Groot-Nederlands denkende Anton    van Wilderode, komen nog steeds Afrikaanse schrijvers als Eybers en Opperman    voor. Aan de recuperatiestrategie&euml;n (gericht op enkele Afrikaanse dichters),    vanuit een nationalistisch Al-Diets standpunt, kan een interessant onderzoek    worden gewijd.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Aan de taal van    deze dichters, het Afrikaans, betuigt De Coninck zijn liefde. Ik citeer het    fragment in extenso, ook al gezien de politieke relevantie van de uitspraken    die de schrijver doet en de visie die hij in de openingsalinea op het ontstaan    en de eigenheid van het Afrikaans naar voren schuift.</font></p>     <blockquote>        <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">&#91;...&#93;      Uit &#91;een&#93; ingewikkelde haat-liefde moet het Afrikaans ontstaan zijn.      Zal ik eens iets gedurfds proberen? Haat-liefde: zou het dan kunnen dat de      apartheid uit haat is ontstaan en het Afrikaans uit liefde? Zou het kunnen      dat deze taal, het Afrikaans, mee van het beste is wat dit land te bieden      heeft? Al wat de Afrikaners in hun apartheidspolitiek niet konden gedogen,      rassenvermenging, hebben ze in hun taal wel toegelaten. Met zijn dubbele ontkenning      is het een soort oud West-Vlaams dat zich met alle graagte heeft vermengd      met Engels en Zoeloe en Xhosa, dat zijn calvinisme heeft doorspekt met zwarte      lekkerheden, dat zijn reglementen mee heeft laten genieten van zonde. Het      is taalkundig gezien de meest overspelige taal die ik ken. Pas nu begrijp      ik waarom Breyten Breytenbach er nog altijd niet in slaagt zich Europeaan      te noemen. Hij is een zoon van de landschappen van de Karoo, van schraalte      en onmetelijkheid en dubbele wolkenvelden: lagere wolken waardoorheen je de      hogere ziet. (Niet het proza is hier gelaagd, maar de hemel.) En bovenal:      hij spreekt de zeer besmette taal die het Afrikaans is. Hij bepleit zelfs      die besmettelijkheid, het kan niet besmet genoeg, cultuur is besmetting.</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">"De taal is gansch      het volk": was dat hier maar waar geweest.</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Er is voor deze      taal zelfs een monument opgericht, in Paarl. Het enige taal-monument ter wereld.      Volgens Tom Lanoye is het een ge&euml;recteerde fallus met drie ballen - maar      de fallus is hol, je kunt er onderaan in, en dan merk je bovendien dat hij      bovenaan besneden is, je kijkt naar een topje blauwe lucht, zodat je je helemaal      een spermatozo&ouml;n voelt, onder de indruk van de lange weg die het Afrikaans      nog te gaan heeft. Maar het is wel bereid zich het zwerk in te schieten. Mandela      heeft het monument laten staan. Waarschijnlijk tot de dag dat de tien andere      talen ook hun monument eisen. Ik voel me een beetje IJzerbedevaartachtig.      Maar ik lees ook bij de entree een versteend citaat van de dichter Van W&#91;y&#93;k      Louw, die de hoop uitspreekt dat deze verbasterde taal, net dankzij haar verbastering,      iets van Europa &eacute;n van Afrika zal kunnen huisvesten. Het is niet deze      taal waar iets mis mee is.</font></p>       ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Zal het Afrikaans      overleven? Ja, denkt J. M. Coetzee, maar niet het deftige Afrikaans van de      blanken, maar het nog veel verbasterder dialect dat de bruinmense spreken.      In Andr&eacute; Brinks boekje 27 april. Een jaar later staan een paar voorbeelden      van dit taaltje. Helaas ook een paar voorbeelden van verbittering na &eacute;&eacute;n      jaar Mandela &#91;citaten van Jan Rabie en Adam Small, <i>yt</i>&#93; &#91;...&#93;      In een stuk in de NRC van vorige zomer maakt Henk van Woerden zich vrolijk      over de pogingen die zowat alle Afrikaanse neerlandici nu doen om hun taal,      met subsidie van de Nederlandse Taalunie, met rugdekking van het prestigieuzere      Nederlands, van de vergetelheid te redden. Maar het gaat niet om een taalstrijd,      maar om een klassenstrijd binnen die taal, zegt hij.</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Ik heb zelf aan      zo'n congres voor neerlandici meegedaan, in Bloemfontein. Ik wil daar graag      iets op terugzeggen. Dat de Taalunie het Afrikaans steunt: beter laat dan      nooit. Het is meer <i>Wiedergutmachung</i> dan steun. De economische boycot      was zeer terecht, en die heeft gewerkt ook. Maar juist de culturele boycot      van Nederland heeft het prestige van zowel het Nederlands als het Afrikaans      ondermijnd. Aan de universiteiten werd dat zo verschrikkelijk gelijkhebberige      Nederlands gehaat. Die afkeer heeft bijgedragen tot de snelheid waarmee het      Afrikaans verbasterde. (Ik lees in een hotelkamer in een bijbel van het begin      van de eeuw. Dat Afrikaans is voor mij woord voor woord verstaanbaar. Bij      &eacute;&eacute;n alinea van Adam Small heb ik vijftig voetnoten nodig.)</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Het was vooral      grotesk. Dichter en hoogleraar Wium van Zyl, die in de Am-sterdamse universiteitsbibliotheek      kwam werken aan zijn doctoraal over W. F. Hermans, zat daar in de voortdurende      vrees dat hij ontmaskerd zou worden en over de grens gezet. Francis Galloway,      die eind jaren tachtig doctoreerde over Breyten Breytenbach, werd de toegang      tot het huis van de Anne Frank-stichting ontzegd. Tegelijkertijd zou W. F.      Hermans</font><font  size="2">&#8212;</font><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">die      toen pas was ingegaan op een uitnodiging om Zuid-Afrika te bezoeken, ondanks      het feit dat hij met een kleurlinge was getrouwd</font><font  size="2">&#8212;</font><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">komen      voorlezen op de Nacht van de Po&euml;zie in Utrecht. De zeer donkerzwarte      dichter Julian S. With, die niet alleen zijn naam tegen heeft maar helaas      ook zowat al zijn po&euml;zie, dreigde toen met een rel. Waarop Hermans bedankte.</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Het meest absurde      was dat het blanke protest in Zuid-Afrika zich juist in die culturele sector      afspeelde: door de boycot werd uitgerekend aan het progressieve blanke protest      onze solidariteit ontzegd. En de voorstanders van de apartheid? Juist hun      hadden we onze geschriften niet moeten onthouden, zegt Andr&eacute; Brink,      we hadden hen ermee moeten bombarderen.</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Verder ben ik      als Vlaming, weet hebbende van taal- en klassenstrijd, geneigd te denken dat      taal zijn dialecten mag hebben, want daar heerst nogal wat vindingrijkheid</font><font  size="2">&#8212;</font><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">maar      dat het toch goed is dat de dikke Van Dale het een beetje bij elkaar houdt,      anders gaan die dialecten al te gauw hun eigen leven leiden. Zuid-Afrika zit      al opgescheept met elf offici&euml;le talen. Ik zie er het nut niet van in      dat ook het Afrikaans zich nog eens zou opsplitsen in een dialect of drie.      Het blank en bruin en het zwart Afrikaans (want ook dat laatste bestaat) hebben      elkaar nodig. Taalpolitiek is geven en nemen. Tot er</font><font  size="2">&#8212;</font><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">ik      zeg maar wat</font><font  size="2">&#8212;</font><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">een      bruinmens-Multatuli opduikt. En dan is taal krijgen. &#91;...&#93; (<i>De      cowboybroek</i> 114 - 17, zie ook Brink)</font></p> </blockquote>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Het is wellicht    opmerkelijk dat De Coninck in deze uitvoerige passage de courant gemaakte associatie    tussen de rassenpolitiek van de Nasionale Party (1948 - 94) en het Afrikaans    niet legt. De offici&euml;le taal zelf is in de tijd van het verwerpelijke apart-heidssysteem    en de segregatiepolitiek van de blanke minoriteit in verband gebracht met deze    politieke ideologie. Afrikaans, zo was de mening in landen die het regime boycotten,    stond gelijk aan (de taal van) de verdrukker, van het fascisto&iuml;de en door    etnische presupposities gedomineerde gedachtegoed. De Coninck, die naar eigen    zeggen cultuur als wapen beschouwde, vereenzelvigt de taal net ni&eacute;t of    onpro-blematisch met een ideologische stellingname. Het Afrikaans is een smeltkroes,    een kruispunt van diverse talen, en wordt gesproken door meer mensen dan alleen    de conservatieve "witmense". Breytenbach, zo stelt onze schrijver, adoreerde    deze "overspelige taal", die invloeden van het Engels, Hollands, Frans, Maleis,    Zoeloe, Xhosa en nog enkele andere talen heeft ondergaan. In die zin is Afrikaans    voor Herman de Coninck een "zeer besmette taal". Waar hij Breytenbach om benijdt,    is precies diens beheersing van het Afrikaans (en meer in het bijzonder voor    de keuze voor een literair oeuvre in het Afrikaans en in het Engels). Het Afrikaans    wordt voorgesteld als een slagader van een literair oeuvre dat Breytenbachs    roots in de Karoo verbindt met "Afrika".<a name="top4"></a><a href="#back4"><sup>4</sup></a>    In Paarl, in de buurt van Stellenbosch en Franschhoek, staat het enige monument    in de wereld dat specifiek voor een taal is opgericht. Beeldend is De Conincks    beschrijving van het monument dat als een signaal van de verdere dynamische    ontwikkeling van het Afrikaans wordt verzinnebeeld. Zijn besluit is taalpolitiek    te lezen: het Afrikaans verenigt in zich Europa en Afrika. Het is net die verstrengeling    van beide continenten die hij in zijn op imitatio gebaseerde Breytenbach-gedicht    probeerde scherp te stellen. Breytenbachs fascinatie voor de taal van de nomadische    Toearegs, "de wereld waarin ik thuis ben is Afrika", maar dus ook voor het Afrikaans    van de Karoo (en zijn landelijke geboortegrond), &eacute;n diens on-verzettelijkheid,    is wat De Coninck zo aantrekt in de literaire persoonlijkheid en de cultuurpolitieke    houding van de auteur van <i>Terug naar het paradijs</i>. <i>Een Afrikaans journaal</i>    (1993) (Ten Berge).</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">In de tweede alinea    van bovenstaand citaat reflecteert De Coninck over de toekomst van het Afrikaans    in een post-apartheid periode. Hij lijkt Coetzee's visie te onderschrijven dat    alleen het verbasterde Afrikaans, niet de taal van de blanke eurocentrische    elite maar die van "de bruinmense", zal overleven. Hij put daarvoor uit zijn    eigen beperkte ondervinding op een neerlandistiekcongres in Bloemfontein. De    culturele boycot van Zuid-Afrika, vooral in Nederland (ook door de Nederlandse    Taalunie), wordt</font><font  size="2">&#8212;</font><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">zoals    al eerder bleek uit een voorwoord in <i>Nieuw Wereldtijdschrift</i></font><font  size="2">&#8212;</font><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">betreurd.    Precies deze boycotmaatregelen noemt hij als een van de redenen waarom het Afrikaans    in ijltempo verbastert. Het Nederlands was door de politieke houding van menig    regeringsleider voor vele Afrikaanssprekenden de taal van "de moreel superieure    betweters in Den Haag en Amsterdam". Hij schetst enkele concrete voorbeelden    van aanvaringen, van een sfeer van achterdocht en geestelijke terreur die in    Nederland ten aanzien van Afrikaners bestond. Hij onderschat daarmee nog de    wijze waarop Breytenbach, als gevangengezet anti-apartheidactivist, heeft bijgedragen    aan de politieke beweging die zich in Nederland richtte tegen de regering van    de Nasionale Party (Goedegebuure 220).</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Het was vooral    in de culturele sector dat de onmogelijkheid nog samen te werken tussen Zuid-Afrika    en Nederland/Vlaanderen, tussen academici en schrijvers, is gecontesteerd. In    casu op een moment dat, volgens De Coninck, vooral de steun vanuit Nederland    en Vlaanderen cruciaal was. Die afwijzende houding heeft zich tegen het Afrikaans    gekeerd, luidt zijn conclusie. Net op het ogenblik dat de blanke progressieven    in Zuid-Afrika, die het systeem met protestacties en literaire teksten ondermijnden,    alle steun konden gebruiken, bleven zij door een algemeen uitgevaardigde boycot    in de kou staan en verkeerden zij in een volstrekt isolement. Op het moment    dat het democratisch denken alle Europese steun kon gebruiken, is een dam rond    het Afrikaner nationalisme gebouwd. Een cocon waarin het natio-nalisme op zichzelf    terugplooide ten koste van al wie in het land vooruitstrevende denkbeelden had    en <i>open minded</i> was. De Coninck bepleit een gestandaardiseerde Afrikaanse    taal, waarin ruimte is voor taalvariatie, maar waarbij ook moet worden nagedacht    over de taalpolitieke functie van een sterke eenheidstaal. Hij stapt in zijn    conclusie uiteraard voorbij aan een Afrikaanse literatuur die ook door "bruinmense"    en door "swartmense" wordt geschreven. De "bruinmens-Multatuli" is misschien    al opgestaan; uit de "Multatuli" in de woordsamenstelling spreekt tegelijk een    paternalistische houding die de Nederlandse literatuur hoger aanschrijft dan    wat "bruinmense" zouden vermogen. Herman de Conincks apologie voor het Afrikaans    is mede ingegeven, behalve door de Vlaamse "taal- en klassenstrijd", door een    reductionistisch beeld van de literatuur die in het Afrikaans wordt geschreven    en de bonte mengeling van taalgebruikers. Dat de "bruinmens-Multatuli" opstaat,    lijkt voor hem nog ver in de toekomst te liggen. Vandaar dat de Afrikaanssprekenden    er goed aan doen de rangen te sluiten, zo decreteert de taal- en cultuurpoliticus    in De Coninck. Zij zouden er beter aan doen voor een doelgerichte taalpolitieke    strategie te opteren waarbij standaardisering hoog op de agenda moet staan.    De realiteit heeft een derge-lijke zienswijze intussen achterhaald.</font></p>     <p>&nbsp;</p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="3"><b>Eybers, Krog    en het <i>Nieuw Wereldtijdschrift</i></b></font></p>     ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Uit de nagelaten    brieven, zeven jaar na zijn dood onder de titel <i>Een aangename postumiteit</i>    verschenen, blijkt dat Herman de Coninck als hoofdredacteur van het <i>NWT</i>    in de beginjaren van het tijdschrift (de jaren tachtig dus) verscheidene keren    heeft geprobeerd Elisabeth Eybers (1915 - 2007) te vermurwen mee te werken aan    het blad. Hij wou graag een interview met de in Amsterdam gedomicilieerde Eybers,    een genre waarvoor zij zich nog niet eerder had laten strikken. Het is de enige    brief aan Eybers die in het brievenboek voorkomt. Er spreekt een opmerkelijk    bewonderende, bijna adorerende, maar ook wel een zeer nederige houding uit.    Tegelijk spreekt De Coninck, op dat ogenblik de auteur van vier dichtbundels    (<i>De lenige liefde</i>, <i>Zolang er sneeuw ligt</i>, <i>Met een klank van    hobo</i> en <i>De hectaren van het geheugen</i>) en van de verzamelbundel <i>Onbegonnen    werk. Gedichten 1964 - 1982</i> (1985), en dus niet gehinderd door enige bescheidenheid,    van niet minder dan "gevoelsverwantschap".</font></p>     <blockquote>        <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">11.6.85</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Geachte Mevrouw,</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Separaat stuur      ik u het laatste nummer van het NWT, hopend dat u het mooi genoeg vindt om      er ooit eens gedichten aan af te staan.</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Bovendien zou      ik graag, ter gelegenheid van het verschijnen van uw nieuwe bundel &#91;<i>Drijfsand</i>      of <i>Gedigte 1962 - 1982</i>, <i>yt</i>&#93;, een interview met u maken.</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Ik weet dat u      dat gewoonlijk weigert. Ik heb althans nog nooit een vraaggesprek met u gelezen.      Maar misschien juist daarom vraag ik het: het zou des te unieker zijn voor      ons.</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Ik weet verder      niet goed wat daaraan toe te voegen.</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Helpt het u als      ik u ook een dichtbundel van mezelf toestuur, zodat u enige ge-voelsverwantschap      kunt constateren? Of is dat juist opdringerig? Ik doe het dan toch maar, je      weet nooit.</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Met hartelijke,      bewonderende groet,</font></p>       ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Herman De Coninck      (<i>Postumiteit</i> 214)</font></p> </blockquote>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Er is geen interview    met de door de Vlaamse dichter bewonderde Elisabeth Eybers in het <i>NWT</i>    verschenen.</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Een andere, aanzienlijk    jongere maar al even spraakmakende journaliste/dichter die De Coninck bijzonder    hoog schatte, is Antjie Krog. In het voorwoord van het <i>NWT</i>-nummer, dat    integraal is gewijd aan Zuid-Afrika, had De Coninck al de lof gezongen van de    politiek actieve en maatschappelijk ge&euml;ngageerde Krog en van het periodiek    <i>Die Suid-Afrikaan</i>. Hij zou daar later in een persoonlijke brief, gedateerd    op 20 mei 1996, nog verder op ingaan. In <i>NWT</i>, mei 1995, kunnen we lezen:</font></p>     <blockquote>        <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Antjie Krog is      dichteres, een paar jaar geleden nog te gast op Poetry International, en "uitvoerend      redakteur" van <i>Die Suid-Afrikaan</i>, een blad dat misschien wel graag      een soort <i>Nieuw Wereldtijdschrift</i> zou willen zijn, maar het daar politiek      te druk voor heeft. <i>Die Suid-Afrikaan</i> is een twee&euml;neenhalf-talig      blad: Afrikaans en Engels door elkaar, een enkele keer mag ook Xhosa. Literatuur      is de bedoeling, maar politieke pamfletten zijn dringender. Antjie Krog schrijft      daar gedreven voor-woorden bij, die meestal eindigen met de formule "groetnis      en genade". Dat laatste smeekt ze de gekleurde bevolking af, omdat ze zo haar      best doet. Dat klopt ook. Welke filosoof was het ook weer, die, gewezen op      zijn ijzeren inconsequentie, zei dat hij dan wel als een wegwijzer de juiste      richting aanwees, maar gezien zijn functie toch maar beter zelf ter plaatse      kon blijven? Zo niet Antjie Krog. Ze legt zelf alle kilometers af die ze aanwijst,      in alle richtingen. (Inleidende tekst van Herman de Coninck in Krog 30 - 35)</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">De brief die      De Coninck Krog stuurde in het voorjaar van 1996, over het functioneren en      de maatschappelijke impact van de Waarheids- en Verzoeningscommissie, waar      Krog korte tijd later het getuigenisboek <i>De kleur van je hart</i> (oorspronkelijk      <i>Country of My Skull</i>) aan heeft gewijd, kan ik hier gezien de lengte      niet integraal citeren (<i>Postumiteit</i> 672 - 75). Het is voor beide auteurs      in menig opzicht een belangrijke brief. De Coninck had Krog gevraagd over      de confronterende hoorzittingen van de door aartsbisschop Desmond Tutu voorgezeten      Truth and Reconciliation Commission verslag uit te brengen in het <i>NWT</i>.      Aldus kondigde De Coninck de reeks aan:</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Vanaf dit nummer      begint Antjie Krog, dichteres en journaliste, met een twee-maande-lijkse brief      uit Kaapstad. Daar gebeuren buitengewoon boeiende dingen die hier nauwelijks      het nieuws halen omdat er niet genoeg doden bij vallen. Die zijn al gevallen      en het gaat er nu juist om hoe Zuid-Afrika daarmee probeert om te gaan. Sinds      kort is er een waarheidscommissie bezig met het onderzoek naar "oorlogsmisdrijven"      tijdens de apartheid. Die misdrijven kunnen aangeklaagd worden en bestraft</font><font  size="2">&#8212;</font><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">maar      ook vergeven. Dat geldt met name voor ideologische misdaden. Het gevolg is      alvast dat Eug&egrave;ne Terre'Blanche zich nu probeert te profileren als      ideoloog: hij heeft nooit tegen de zwarten gevochten maar tegen het communisme.      Ant&#91;j&#93;ie Krog is hoofd van het clubje radiojournalisten dat hierover      rapporteert, met verontwaardiging en woede en schaamte en slapeloze nachten.      ("Voorwoord" 1996: 3)</font></p> </blockquote>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">In totaal schreef    Krog voor het <i>NWT</i> zes afleveringen in de rubriek "Brief uit Kaapstad"    (in 1996, afl.4, 5 en 6; in 1997, afl. 1, 2 en in het dubbelnummer dat aan de    kort tevoren overleden De Coninck is gewijd: 5/6).<a name="top5"></a><a href="#back5"><sup>5</sup></a>    De "Brief uit Kaapstad" was trouwens de concrete aanzet voor het schrijven van    <i>De kleur van je hart</i> (2001). Het spreekt voor zich dat zowel De Conincks    invitatiebrief als de zes bijdragen van Krog in <i>NWT</i> nader onderzoek verdienen.</font></p>     <p>&nbsp;</p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="3"><b>Twee late gedichten</b></font></p>     ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Voor de epiloog    van deze verkennende beschouwing over de relaties tussen Herman de Coninck en    Zuid-Afrika keer ik terug naar de po&euml;zie. Een derde verblijf in Zuid-Afrika,    na de bezoeken in 1994 en in 1995, had plaats in oktober 1996. Mogelijk was    het echtpaar De Coninck er ook al in april van dat jaar geweest, zodat we kunnen    concluderen dat hij er mogelijk vier keer op bezoek was. We lezen over die Kaapse    reis in het najaar van 1996, toen de dichter onder meer te gast was bij Riana    Scheepers en Daniel Hugo, in twee brieven die hij richtte aan zijn vrouw op    het thuisfront in Berchem (Antwerpen). De reis was opgezet als een promotietoer,    ter gelegenheid van de uitgave van Daniel Hugo's vertaling van gedichten van    De Coninck. Hij ontmoette tijdens dat verblijf ook de Vlaamse collega-schrijver    Tom Lanoye, die al sinds enkele jaren een eigen appartement bezat in Kaapstad    (en de buurman is van Antjie Krog) (Lanoye, "Kaap de Goede Hoop" 162 - 208;    <i>Vitriool</i> 92 - 142). Op 13 oktober 1996 had een ontmoeting plaats met    de Afrikaanse dichter en arts Phil du Plessis. Aldus hangt De Coninck een hilarisch    maar ook tragisch portret van Du Plessis op:</font></p>     <blockquote>        <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Hij is 52, homo,      arts, en een soort renaissance-mens, uomo universale. Weet alles van artsenij,      psychoanalyse, architectuur, schilderkunst, po&euml;zie. Drinkt vanaf 's ochtends      witte wijn. Rookt als een Turk, zelfs terwijl hij eet. Gaat nooit op invitaties      in van mensen bij wie hij niet mag roken. Heeft een prachtig huis aan zee,      zijn veranda lijkt wel een badhuisje, zo vlakbij. Heeft een kunstcollectie      van 10 miljoen BF &#91;250.000 euro, <i>yt</i>&#93;, en een platencollectie      van 1 miljoen, waaronder nog 78-toerenplaten, en twee zelf aan te zwengelen      78-pick-ups. Daarop laat hij dan zowel jiddische jazz horen, als de eerste      opname van King Creole, van Elvis Presley. Hij is vroeger al eens in een droogdok      van 10 meter diep gegooid door een recalcitrante gigolo (5 breuken). Nu is      hij smoor op een macho-fotomodel van 26, maar plato-nisch, want zodra hij      naar hem een vinger uitsteekt, krijgt hij op zijn smoel. &#91;...&#93;. (<i>Het      proza</i> 727 - 28)</font></p> </blockquote>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Du Plessis duikt    vervolgens weer op in een brief van De Coninck aan Daniel Hugo. In de verzamelde    opstellen heb ik geen verwijzingen naar de po&euml;zie van Du Plessis aangetroffen.    In diezelfde brief polst De Coninck naar de receptie van <i>Liefde, miskien</i>    in de Zuid-Afrikaanse literatuurkritiek. Met de kritische ontvangst bleek het    nogal mee te vallen. Op 9 januari 1997 voegt hij in een volgende brief aan Hugo    een net geschreven gedicht toe, dat later (postuum) is gebundeld in <i>Vingerafdrukken</i>    (1997). De anekdotische laag ("Zo schrijft de werkelijkheid soms/een strofe    of twee voor me op") verwijst naar de al eerder vermelde schrijverstournee die    De Coninck, op instigatie van Van Zyl en onder meer in aanwezigheid van Simon    Vinkenoog, naar de Atlantische kust bij Kaapstad heeft gebracht. Het gedicht    refereert expliciet aan het reisproza in <i>De cowboybroek</i>. In de verantwoording    van de dichtbundel noteerde De Coninck: "Enkele reisgedichten uit de afdeling    "Ginder" zijn oorspronkelijk als proza ge-publiceerd, o.a. in <i>De cowboybroek    van Maria Magdalena</i>, maar waren daar niet tevreden mee, wilden uit hun context,    wilden regels kwijt en er andere bij. (Zo werkt po&euml;zie: sommige regels    zijn vragende partij)." (<i>Vingerafdrukken</i> 65 - 66)</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Ewewig</font></p>     <blockquote>        <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Simon Vinkenoog      over de zee nabij Kaapstad:    <br>     "Ongelofelijk hoe waterpas, h&egrave;!"    <br>     "En zo weinig scheepjes!"    <br>     "Jamaar, 't is zondag!"</font></p>       ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Later vertelt      Phil du Plessis hoe zijn grootvader    <br>     metselaar was, viool speelde, en een glazen oog had.    <br>     Om te zien of een muur waterpas stond, legde hij zijn glazen    <br>     oog erop, begon viool te spelen, en als het oog bleef liggen</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">was de muur waterpas.      Zo schrijft de werkelijkheid soms    <br>     een strofe of twee voor me op en begint viool te spelen, omdat het zondag      is.    <br>     (<i>Vingerafdrukken</i> 41)<a name="top6"></a><a href="#back6"><sup>6</sup></a></font></p> </blockquote>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">In dezelfde afdeling    in <i>Vingerafdrukken</i>, "Ginder", komt ook een tweede gedicht voor waarin    Zuid-Afrika de setting is, met name "Hotel in Durban".</font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Hotel in Durban</font></p>     <blockquote>        ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Rond halfzes      gaat zon onder, komt zee boven.    <br>     Gooit haar zilverigheid in het rond, komt aanrollen    <br>     op haar breedste alexandrijnen van schuim,    <br>     op haar twaalfkilometers.</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Mijn balkon is      een groot televisiescherm waarop zee.    <br>     Overdag zijn er honderd soorten lawaai. 's Nachts twee: zee    <br>     die zich luidruchtig opgraaft uit de mijnwerkerij van zichzelf,    <br>     en krekels. Wat krekels doen is zoiets als vioolspelen op die ene</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">zenuw waaraan      je tandpijn hebt. Tuinman spuit 's ochtends    <br>     voor het hotel de struiken schoon: uit &eacute;&eacute;n    ]]></body>
<body><![CDATA[<br>     plant schieten er miljoenen weg. Ik heb maar honderd woorden.</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Daarin ontstaat      een groot zeggen    <br>     waarin de zee zich &eacute;&eacute;n voor &eacute;&eacute;n voor &eacute;&eacute;n    <br>     voor &eacute;&eacute;n wil nederleggen.</font></p>       <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">(<i>Vingerafdrukken</i>      42)</font></p> </blockquote>     <p>&nbsp;</p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="3"><b>Slot: 'Zonder    de townships was er een oplossing'</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Over de plaats    van Zuid-Afrika in De Conincks leven en werk is met deze documentaire bijdrage    het laatste woord niet gezegd. Dit verkennend artikel is het resultaat van een    poging een eerste overzicht van tekstplaatsen in po&euml;zie, reisproza, po&euml;ziekritieken    en brieven te geven. De beschouwing besluit ik met een laatste fragment uit    een brief, die in april 1995 moet worden gesitueerd. Na de eerste reis naar    Zuid-Afrika, in oktober van het vorige jaar, schreef De Coninck aan zijn vriend    Jan van Bilsen:</font></p>     <blockquote>        <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Ik ben &#91;...&#93;      vorig jaar oktober &#91;in Zuid-Afrika&#93; geweest, en er is een goede kans      dat ik er binnenkort opnieuw naartoe ga. Ook daar is de hele situatie hachelijk,      en zelf ben ik uitermate pessimistisch, maar de mensen die ik ginder ontmoet      heb, zijn allemaal buitensporig bereid tot political correctness. Alleen zegt      iedereen erbij: ik hoop dat Nelson Mandela nog lang mag leven. Want het ANC      heeft nu wel de macht, maar ze moeten nog gaan ontdekken dat ze niet meer      geld hebben dan de vorige regering. Het geld is opgesoepeerd &#91;sic&#93;      in de oorlog met Angola. Ik heb de townships bezocht. Ik had dat beter niet      gedaan. Zonder de townships was er een oplossing. Maar met de townships, nee.      Miljoenen mensen die daar in gods natuur zitten te kakken en die dat wonen      noemen. Wat moet je eerst subsidi&euml;ren, een put onder hun gat of een dak      boven hun kop?</font></p>       ]]></body>
<body><![CDATA[<p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">En toch heerst      daar momenteel wereldoptimisme. De onwaarschijnlijkheid van verdraagzaamheid.      Zo lang het duurt. En het duurt nooit lang. &#91;...&#93; (<i>Het proza</i>      591</font><font  size="2">&#8212;</font><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">92)</font></p> </blockquote>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Over het ontnuchterende    bezoek aan de townships, "de nieuwste en grootste township Khayelitsha" in de    omgeving van Kaapstad, en hoe taal en politiek in Zuid-Afrika altijd weer verankerd    zijn, heeft De Coninck in "Charisma in de uitverkoop" geschreven. Het kan het    fundament zijn voor een meer uitgewerkte studie van De Conincks beeldvorming    van Zuid-Afrika en het Afrikaans.<a name="top7"></a><a href="#back7"><sup>7</sup></a></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Instituties en    actoren doen een beroep op opvattingen over kunst en cultuur, politiek en maatschappij,    om hun oordelen en zienswijzen te rechtvaardigen of te rationaliseren (Dorleijn    en Van Rees 16). Dat normatieve discours is altijd tijd- en plaatsgebonden,    d.w.z. zij trachten andere leden van het maatschappelijke (of culturele/literaire)    veld te overtuigen van hun visie op land en cultuur. Het verzamelde tekstmateriaal    van Herman de Coninck, een belangrijke institutionele actor in het culturele    veld van Vlaanderen in de jaren negentig, kan een licht werpen op diens normerende    denkpatronen. In dit artikel staat de beeldvorming over Zuid-Afrika en het Afrikaans    centraal. Relevante onderzoeksvragen kunnen zich vervolgens richten op de retorische    en discursieve proced&eacute;s die De Coninck in autobiografische en gefictionaliseerde    teksten aanwendt. Vanuit imagologisch perspectief kan onderzoek worden gedaan    naar de wijze waarop deze speler, in diens publicaties over Zuid-Afrikaanse    themata en werkexterne contacten met bevriende schrijvers en vertalers, die    wereld heeft waargenomen en een beeld geconstrueerd. In <i>De productie van    literatuur</i> is al betoogd dat het literaire en culturele veld "vanuit een    relationeel perspectief" moeten worden geanalyseerd (Dorleijn en Van Rees 25).    In mijn bijdrage heb ik ook de bredere inbedding in het maatschappelijke veld    verdisconteerd. Dit documentaire materiaal kan de grondstof leveren teneinde    de politiek-ideologische stellingname van De Coninck met betrekking tot het    maatschappelijke en culturele leven in Zuid-Afrika (in de jaren negentig) diepgaander    te bestuderen.</font></p>     <p>&nbsp;</p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="3"><b>Aantekeningen</b></font></p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2"><a name="back1"></a><a href="#top1">1</a>.    Daniel Hugo selecteerde voor de eerste vertaling <i>Liefde, miskien</i> de gedichten    uit De Coninck 1992. Op het achterplat staat vermeld dat uitsluitend uit <i>De    lenige liefde</i> (1969), <i>Zolang er sneeuw ligt</i> (1975) en <i>Met een    klank van hobo</i> (1980) is gekozen. Ook de volgende typering van De Conincks    po&euml;zie komt daarop voor, naar Daniel Hugo's eigen zeggen vermoedelijk van    de hand van Frederik de Jager (uitgeverij Queillerie): "Kenmerke van sy werk    is die alledaagse tema, die verrassende gesigshoek, die praatstyl, die oorspronklike    beeldspraak en die versagtende ironie". In 2009 vertaalde Daniel Hugo ook een    bloemlezing uit De Conincks po&euml;tische oeuvre onder de titel van het po&euml;ziedebuut    <i>De lenige liefde</i> (Pretoria: Protea Boekhuis). De Afrikaanse uitgave <i>De    lenige liefde</i> is dus niet de vertaling van De Conincks debuutbundel. Met    dank aan Daniel Hugo (post op de literaire weblog <i>Versindaba</i>, 21.01.2010).    <br>   <a name="back2"></a><a href="#top2">2</a>. Herman de Coninck publiceerde in    totaal vier essaybundels die integraal aan literatuur zijn gewijd. De eerste    boekpublicatie is getiteld <i>Over de troost van pessimisme</i> (1983).    <br>   <a name="back3"></a><a href="#top3">3</a>. Ik wist na uitvoerig speurwerk in    de gebundelde po&euml;zie niet te achterhalen aan welke gedichten de regels    zijn ontleend die aan Breytenbach worden toegeschreven.    <br>   <a name="back4"></a><a href="#top4">4</a>. Breytenbachs po&euml;zie is doorspekt    met dergelijke verwijzingen. In <i>Die huis van die dowe</i> (Kaapstad/Pretoria:    Human &amp; Rousseau, 1967) streepte ik onder meer deze regels in het gedicht    "In julle hoede" aan: "Jy is my taal, die saad / van my bevrugting, jy is die    woord / waarin ek drome kan stort" (de jij kan hier refereren aan een vrouw    maar ook aan de taal en het land).    <br>   <a name="back5"></a><a href="#top5">5</a>. De afleveringen verschenen onder    de volgende titels: "Ubuntu en amnestie" (<i>NWT</i> 1996/4, 38 - 41), "Zwart    tegen zwart, blank tegen blank" (<i>NWT</i> 1996.5, 42 - 45), "Nog een pakkend    stukje" (<i>NWT</i> 1996.6, 48 - 51), "Biecht zonder vergeving" (<i>NWT</i>    1997.1, 62 - 65), "Ruzie over de verzoening" (<i>NWT</i> 1997.2, 56 - 57) en    "Een oneindige, vijandige nacht..." (<i>NWT</i> 1997.5/6, 116 - 120). Robert    Dorsman maakte de vertalingen.    ]]></body>
<body><![CDATA[<br>   <a name="back6"></a><a href="#top6">6</a>. In het "Nawoord" achterin de bundel    legt de dichter uit "&#91;v&#93;oor wie dat niet zou hebben beseft" dat "ewewig"    Afrikaans is voor "evenwicht".    <br>   <a name="back7"></a><a href="#top7">7</a>. Voor dat onderzoek moet onder meer    rekening worden gehouden met enkele publicaties van De Coninck die in deze beschouwing    niet zijn meegenomen. Zie o.a. "Een vredig gangsterisme", in: <i>Nieuw Wereldtijdschrift</i>    1997.2, 46 - 53. De bijdrage is een recensie van de foto's van J&uuml;rgen Schadeberg,    <i>Sof'town Blues. Images from the black '50's</i> en "de zwarte journalistiek"    van het Zuid-Afrikaanse blad <i>Drum</i> (Johannesburg). Zie D.C. Woodson, <i>An    Index to "Africa's leading magazine". 1951 - 1965</i>. U Wisconsin, 1988.</font></p> <p/>  <p/>      <p>&nbsp;</p>     <p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="3"><b>Bibliografie</b></font></p>     <!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">&#91;Auteurscollectief&#93;.    <i>Breyten Breytenbach uit de eerste hand. Schilderijen, tekeningen en essays</i>.    Haarlem/Amsterdam: Frans Hals Museum/Meulenhoff, 1995.</font>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=829380&pid=S0041-476X201200020000100001&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --><!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Berge, H.C. ten.    "De grillige lijn. Een verkenning van Breyten Breytenbachs geschreven werk."    2009. &lt;<a href="http://www.litnet.co.za" target="_blank">www.litnet.co.za</a>&gt;.</font>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=829381&pid=S0041-476X201200020000100002&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --><!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Bergh, E. van den.    <i>Cultuur en migratie in Nederland. Kunsten in beweging 1900 - 1980</i>. Ed.    M. Meijer en R. Buikema. Den Haag: Sdu Uitgevers, 2003: 345 - 60. Zie ook: &lt;<a href="http://www.dbnl.org/tekst/meij017cult01_01/" target="_blank">http://www.dbnl.org/tekst/meij017cult01_01/</a>&gt;</font>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=829382&pid=S0041-476X201200020000100003&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --><!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Brink, A. (ed.).    <i>27 April. One year later/Een jaar later</i>. Pretoria/Kaapstad: Queillerie,    1995.</font>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=829383&pid=S0041-476X201200020000100004&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --><!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Coninck, H. de.    <i>Onbegonnen werk. Gedichten 1964 - 1982</i>. 1984 (vierde druk). Antwerpen:    Manteau 1992.</font>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=829384&pid=S0041-476X201200020000100005&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --><!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">__. "Twee gedichten".    <i>De vliegende keeper</i>. Amsterdam/Antwerpen: De Arbeiderspers, (1995): 32    - 35.</font>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=829385&pid=S0041-476X201200020000100006&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --><!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">&#91;__.&#93;.    "Voorwoord". <i>Nieuw Wereldtijdschrift</i> 1995.3 (mei-juni): 3.</font>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=829386&pid=S0041-476X201200020000100007&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --><!-- ref --><p><font size="2" face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif">__. <i>De cowboybroek    van Maria Magdalena</i>. Amsterdam/Antwerpen: De Arbeiderspers, 1996.</font>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=829387&pid=S0041-476X201200020000100008&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --><!-- ref --><p><font size="2" face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif">__. "Voorwoord".    <i>Nieuw Wereldtijdschrift</i> 1996.4 (juli-augustus): 3.</font>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=829388&pid=S0041-476X201200020000100009&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --><!-- ref --><p><font size="2" face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif">__. <i>Liefde,    miskien</i>. Daniel Hugo (samenstelling en vertaling). Kaapstad: Queillerie-Uitgewers,    1996.</font>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=829389&pid=S0041-476X201200020000100010&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --><!-- ref --><p><font size="2" face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif">__. <i>Vingerafdrukken</i>.    Amsterdam/Antwerpen: De Arbeiderspers, 1997.</font>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=829390&pid=S0041-476X201200020000100011&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --><!-- ref --><p><font size="2" face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif">__. <i>Het proza</i>    (2 delen). Ed. P. de Wispelaere en J. de Preter. Amsterdam/Antwerpen: De Arbeiderspers,    deel 2, 541 - 682, i.h.b. (2000): 649 - 82.</font>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=829391&pid=S0041-476X201200020000100012&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --><!-- ref --><p><font size="2" face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif">__. <i>De gedichten</i>    (2 delen). H. Brems (ed.). Amsterdam/Antwerpen: De Arbeiderspers, 2000.</font>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=829392&pid=S0041-476X201200020000100013&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --><!-- ref --><p><font size="2" face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif">__. <i>Een aangename    postumiteit. Brieven 1965 - 1997</i>. Ed. B. Barnard, K. Hemmerechts, P. Piryns    en A. Schreuder. Amsterdam/Antwerpen: De Arbeiderspers, 2004.</font>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=829393&pid=S0041-476X201200020000100014&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --><!-- ref --><p><font size="2" face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif">__. <i>Die lenige    liefde</i>. Daniel Hugo (samenstelling en vertaling). Pretoria: Protea Boekhuis,    2009.</font>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=829394&pid=S0041-476X201200020000100015&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --><!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Dorleijn, G.J.    en K. van Rees (red.). "Het Nederlandse literaire veld 1800 - 2000." Idem, <i>De    productie van literatuur. Het literaire veld in Nederland 1800-2000</i>. Nijmegen:    Vantilt, (2006): 15 - 37.</font>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=829395&pid=S0041-476X201200020000100016&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --><!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Goedegebuure, J.    "'De weerklank wordt door de situatie bepaald.' Breyten Breytenbach in de spiegel    van de Nederlandse kritiek." <i>Literatuur</i> 1993.4. 217 - 22.</font>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=829396&pid=S0041-476X201200020000100017&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --><!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Hemmerechts, K.    "De stemmen van Zuid-Afrika." <i>Amsterdam retour</i>. Amsterdam, Antwerpen:    Atlas, 1995. 45 - 66.</font>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=829397&pid=S0041-476X201200020000100018&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --><!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Komrij, G. <i>De    Afrikaanse po&euml;zie in duizend en enige gedichten</i>. Amsterdam: Bert Bakker,    1999.</font>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=829398&pid=S0041-476X201200020000100019&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --><!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Krog, A. "Fragmenten    van een lafaard." Vert. R. Dorsman. <i>Nieuw Wereldtijdschrift</i> 1995.3 (mei-juni),    30 - 35.</font>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=829399&pid=S0041-476X201200020000100020&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --><!-- ref --><p><font face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif" size="2">Lanoye, T. "Kaap    de Goede Hoop." <i>Maten en gewichten</i>. Amsterdam: Prometheus. 1994. 162    - 208.</font>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=829400&pid=S0041-476X201200020000100021&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --><!-- ref --><p><font size="2" face="Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif">__. <i>Vitriool    voor gevorderden 1994 - 2003</i>. Amsterdam: Prometheus. 2004. 92 - 142.</font>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;[&#160;<a href="javascript:void(0);" onclick="javascript: window.open('/scielo.php?script=sci_nlinks&ref=829401&pid=S0041-476X201200020000100022&lng=','','width=640,height=500,resizable=yes,scrollbars=1,menubar=yes,');">Links</a>&#160;]<!-- end-ref --> ]]></body>
<REFERENCES></REFERENCES<back>
<ref-list>
<ref id="B1">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
</name>
<name>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Breyten Breytenbach uit de eerste hand: Schilderijen, tekeningen en essays.]]></source>
<year>1995</year>
<publisher-loc><![CDATA[Haarlem/Amsterdam ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Frans Hals Museum/Meulenhoff]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B2">
<nlm-citation citation-type="">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Berge]]></surname>
<given-names><![CDATA[H.C]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Een verkenning van Breyten Breytenbachs geschreven werk]]></source>
<year>2009</year>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B3">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[van den]]></surname>
<given-names><![CDATA[Bergh, E]]></given-names>
</name>
</person-group>
<article-title xml:lang="nl"><![CDATA[Cultuur en migratie in Nederland: Kunsten in beweging 1900 - 1980.]]></article-title>
<person-group person-group-type="editor">
<name>
<surname><![CDATA[Meijer]]></surname>
<given-names><![CDATA[M]]></given-names>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[Buikema]]></surname>
<given-names><![CDATA[R]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[]]></source>
<year>2003</year>
<page-range>345 - 60</page-range><publisher-loc><![CDATA[Den Haag ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Sdu Uitgevers]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B4">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Brink]]></surname>
<given-names><![CDATA[A]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[One year later/Een jaar later.]]></source>
<year>27 A</year>
<month>pr</month>
<day>il</day>
<publisher-loc><![CDATA[Pretoria/Kaapstad ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Queillerie]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B5">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Coninck]]></surname>
<given-names><![CDATA[H]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[de. Onbegonnen werk: Gedichten 1964 - 1982]]></source>
<year>1984</year>
<edition>vierde druk</edition>
<publisher-loc><![CDATA[Antwerpen ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Manteau]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B6">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Coninck]]></surname>
<given-names><![CDATA[H]]></given-names>
</name>
</person-group>
<person-group person-group-type="editor">
<name>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA["Twee gedichten": De vliegende keeper]]></source>
<year>1995</year>
<page-range>32 - 35</page-range><publisher-loc><![CDATA[Amsterdam/Antwerpen ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[De Arbeiderspers]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B7">
<nlm-citation citation-type="">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Coninck]]></surname>
<given-names><![CDATA[H]]></given-names>
</name>
</person-group>
<person-group person-group-type="editor">
<name>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA["Voorwoord": Nieuw Wereldtijdschrift 1995.3 (mei-juni)]]></source>
<year></year>
<page-range>3</page-range></nlm-citation>
</ref>
<ref id="B8">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Coninck]]></surname>
<given-names><![CDATA[H]]></given-names>
</name>
</person-group>
<person-group person-group-type="editor">
<name>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[De cowboybroek van Maria Magdalena]]></source>
<year></year>
<publisher-loc><![CDATA[Amsterdam/Antwerpen ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[De Arbeiderspers]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B9">
<nlm-citation citation-type="">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Coninck]]></surname>
<given-names><![CDATA[H]]></given-names>
</name>
</person-group>
<person-group person-group-type="editor">
<name>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA["Voorwoord". Nieuw Wereldtijdschrift 1996.4 (juli-augustus)]]></source>
<year></year>
<page-range>3</page-range></nlm-citation>
</ref>
<ref id="B10">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Coninck]]></surname>
<given-names><![CDATA[H]]></given-names>
</name>
</person-group>
<person-group person-group-type="editor">
<name>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Liefde, miskien: Daniel Hugo (samenstelling en vertaling)]]></source>
<year>1996</year>
<publisher-loc><![CDATA[Kaapstad ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Queillerie-Uitgewers]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B11">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Coninck]]></surname>
<given-names><![CDATA[H]]></given-names>
</name>
</person-group>
<person-group person-group-type="editor">
<name>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Vingerafdrukken]]></source>
<year>1997</year>
<publisher-loc><![CDATA[Amsterdam/Antwerpen ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[De Arbeiderspers]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B12">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Coninck]]></surname>
<given-names><![CDATA[H]]></given-names>
</name>
</person-group>
<person-group person-group-type="editor">
<name>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[de Wispelaere]]></surname>
<given-names><![CDATA[P.]]></given-names>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[de Preter]]></surname>
<given-names><![CDATA[J]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Het proza (2 delen)]]></source>
<year>2000</year>
<page-range>541 - 682</page-range><page-range>649 - 82.</page-range><publisher-loc><![CDATA[Amsterdam/Antwerpen ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[De Arbeiderspers]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B13">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Coninck]]></surname>
<given-names><![CDATA[H]]></given-names>
</name>
</person-group>
<person-group person-group-type="editor">
<name>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[Brems]]></surname>
<given-names><![CDATA[H]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[De gedichten (2 delen)]]></source>
<year>2000</year>
<publisher-loc><![CDATA[Amsterdam/Antwerpen ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[De Arbeiderspers]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B14">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Coninck]]></surname>
<given-names><![CDATA[H]]></given-names>
</name>
</person-group>
<person-group person-group-type="editor">
<name>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[Barnard]]></surname>
<given-names><![CDATA[B]]></given-names>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[Hemmerechts]]></surname>
<given-names><![CDATA[K]]></given-names>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[Piryns]]></surname>
<given-names><![CDATA[P]]></given-names>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[Schreuder]]></surname>
<given-names><![CDATA[A]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Een aangename postumiteit: Brieven 1965 - 1997]]></source>
<year>2004</year>
<publisher-loc><![CDATA[Amsterdam/Antwerpen ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[De Arbeiderspers]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B15">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Coninck]]></surname>
<given-names><![CDATA[H]]></given-names>
</name>
</person-group>
<person-group person-group-type="editor">
<name>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Die lenige liefde: Daniel Hugo (samenstelling en vertaling)]]></source>
<year>2009</year>
<publisher-loc><![CDATA[Pretoria ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Protea Boekhuis]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B16">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Dorleijn]]></surname>
<given-names><![CDATA[G.J]]></given-names>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[van Rees]]></surname>
<given-names><![CDATA[K.]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA["Het Nederlandse literaire veld 1800 - 2000." Idem, De productie van literatuur: Het literaire veld in Nederland 1800-2000]]></source>
<year>2006</year>
<page-range>15 - 37</page-range><publisher-loc><![CDATA[Nijmegen ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Vantilt]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B17">
<nlm-citation citation-type="">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[oedegebuure]]></surname>
<given-names><![CDATA[J]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA["'De weerklank wordt door de situatie bepaald: ' Breyten Breytenbach in de spiegel van de Nederlandse kritiek." Literatuur]]></source>
<year>1993</year>
<volume>4</volume>
<page-range>217 - 22</page-range></nlm-citation>
</ref>
<ref id="B18">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Hemmerechts]]></surname>
<given-names><![CDATA[K]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA["De stemmen van Zuid-Afrika: Amsterdam retour]]></source>
<year>1995</year>
<page-range>45 - 66</page-range><publisher-loc><![CDATA[Amsterdam, Antwerpen ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Atlas]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B19">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Komrij]]></surname>
<given-names><![CDATA[G]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[De Afrikaanse poëzie in duizend en enige gedichten]]></source>
<year>1999</year>
<publisher-loc><![CDATA[Amsterdam ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Bert Bakker]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B20">
<nlm-citation citation-type="">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Krog]]></surname>
<given-names><![CDATA[A]]></given-names>
</name>
<name>
<surname><![CDATA[Dorsman]]></surname>
<given-names><![CDATA[R]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA["Fragmenten van een lafaard]]></source>
<year>1995</year>
<volume>3</volume>
<page-range>30 - 35</page-range></nlm-citation>
</ref>
<ref id="B21">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Lanoye]]></surname>
<given-names><![CDATA[T]]></given-names>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA["Kaap de Goede Hoop: " Maten en gewichten]]></source>
<year>1994</year>
<page-range>162 - 208</page-range><publisher-loc><![CDATA[Amsterdam ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Prometheus]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
<ref id="B22">
<nlm-citation citation-type="book">
<person-group person-group-type="author">
<name>
<surname><![CDATA[Lanoye]]></surname>
<given-names><![CDATA[T]]></given-names>
</name>
</person-group>
<person-group person-group-type="editor">
<name>
</name>
</person-group>
<source><![CDATA[Vitriool voor gevorderden 1994 - 2003]]></source>
<year>2004</year>
<page-range>92 - 142</page-range><publisher-loc><![CDATA[Amsterdam ]]></publisher-loc>
<publisher-name><![CDATA[Prometheus]]></publisher-name>
</nlm-citation>
</ref>
</ref-list>
</back>
</article>
