SciELO - Scientific Electronic Library Online

 
vol.20 número1And then there were three: Drittschadensliquidation nach dem ersten Kapitel der lex Aquilia?Roman law and the causa legitima for reprisal in Bartolus índice de autoresíndice de materiabúsqueda de artículos
Home Pagelista alfabética de revistas  

Servicios Personalizados

Articulo

Indicadores

Links relacionados

  • En proceso de indezaciónCitado por Google
  • En proceso de indezaciónSimilares en Google

Compartir


Fundamina

versión On-line ISSN 2411-7870
versión impresa ISSN 1021-545X

Fundamina (Pretoria) vol.20 no.1 Pretoria ene. 2014

 

Leopold August Warnkönig, een voorganger van François Laurent in de Universiteiten van Luik en Gent

 

 

Jean-Frangois Gerkens

Professor, Romeins Recht en Rechtsvergelijking, Faculteit voor Recht, Politieke Wetenschap en Criminologie, Universiteit Luik

 

 


ABSTRACT

The universities of Ghent and Liège were both established in 1817, the year of the discovery of the Veronese palimpsest. For the University of Liège, it meant that an eminent German academic, Leopold August Warnkönig, would bring the knowledge of the German Historical School not only to Liège, but also to Belgium, as he also taught at the Universities of Louvain and Ghent. Warnkönig is probably somewhat less known in Belgium than Frangois Laurent, who followed a similar academic journey: studying in Liège and becoming a professor in Ghent. This article tries to shed some light on the achievements of Warnkönig - a great German scholar who deserves much credit for his contribution to Belgium jurisprudence.


 

 

Heel graag wil ik dit bescheiden stukje over Leopold August Warnkönig aan Laurens Winkel opdragen. Laurens Winkel heeft altijd zeer veel betekend voor de romanistiek in de Lage Landen. Eigenlijk is Warnkönig dan ook een gepast thema, omdat hij in drie verschillende universiteiten van de Lage Landen gedoceerd heeft, in een tijd wanneer België en Nederland één land waren.

 

1. Inleiding

Over drie jaar zijn we in 2017, dus twee eeuwen na de stichting van onze twee universiteiten1. Maar eigenlijk werden in 1817 drie universiteiten gesticht en dit is niet meer algemeen bekend. Naast Gent en Luik werd ook de Rijksuniversiteit Leuven gesticht. Het idee van Willem van Oranje was dat de zuidelijke Nederlanden net zoals de noordelijke Nederlanden drie universiteiten nodig hadden. Maar, omdat er niet voldoende Belgen in staat waren om op universitair niveau te doceren, werd een groot aantal buitenlanders aangesteld, en daaronder een groot aantal Duitsers. Het is moeilijk te ontkennen dat in het begin van de negentiende eeuw, de Duitsers ook überhaupt tot de beste juristen hoorden.

Zo werd ook Warnkönig in 1817 in Luik aangesteld, om aan de nieuwe rijksuniversiteit Romeins recht te doceren. Toen Warnkönig naar Luik geroepen werd, was hij nog maar drieëntwintig jaar oud (voor onze Gentse collegas is dit misschien niet zo verbazend, als men weet dat Jacques-Joseph Haus2 pas eenentwintig jaar oud was, toen hij in Gent begon te doceren).

Eigenlijk had België in 1817 geen echte professor voor Romeins recht. Zo kwam men op het idee om een leerling van Gustav Hugo en Friedrich Carl von Savigny over te halen; zeker geen slecht idee. Warnkönig had eerst in Heidelberg gestudeerd en daarna zijn doctorale proefschrift onder leiding van Hugo in Göttingen geschreven.

 

2. Het doceren van Romeins recht in België voor 1817

Als er in België geen goede romanisten waren, hoe werd het Romeins recht dan voor 1817 in België gedoceerd?

Natuurlijk begint de universiteitsgeschiedenis in België met de oude universiteit in Leuven. Eigenlijk had deze universiteit twee rechtsfaculteiten: een faculteit voor Romeins recht en één voor kerkelijk recht3. Als grote romanist, heeft Leuven Mudaeus gehad. Gabriel Mudaeus zei van zichzelf, dat hij een pupil van Guillaume Budé en André Alciat was. Over Mudaeus heeft een andere Gentse professor geschreven, alhoewel toen hij dit schreef, was hij al ex-Gentse professor: Ik bedoel hier Fernand De Visscher4, die de Universiteit Gent in 1930 verlaten heeft om enkele jaren later in Leuven te doceren. Toen De Visscher over Mudaeus schreef, stelde hij zich voor als opvolger van Mudaeus.

Wat betreft Mudaeus lijkt het dat hij een heel beperkte wetenschappelijke productie gehad heeft. De oude Leuvense universiteit schijnt niet al te veel grote professoren gehad te hebben. Toen de Fransen de universiteit in 1797 sloten, had deze geen bijzonder goede reputatie. Toen heette het dat de Leuvense universiteit dicht moest, omdat ze toch te slecht was. Natuurlijk is niet iedereen het daar over eens5, maar het werd toch vaker geschreven. Warnkönig schrijft bijvoorbeeld:

La seule Université qui existat en Belgique, après la réunion d'une partie de la Flandre au royaume de France (Douay était autrefois la seconde Université Belge), tomba rapidement en décadence, durant la seconde partie du dix-septième siècle, et cessa bientot de tenir un rang parmi les Académies célèbres de l'Europe. Dans le même temps, Leide, Groningue, Utrecht, Franeker, et quelques autres écoles de la Hollande, obtinrent une grande célébrité, et contribuèrent efficacement aux progrès de la jurisprudence. Les jurisconsultes qu'elles produisirent jouirent d'une autorité qui fut longtemps exclusive, non seulement dans les Provinces-Unies, mais aussi dans diverses autres contrées.

Les causes de cette différence de prospérité sont faciles á concevoir. La Belgique, asservie par la domination espagnole, vit peu á peu s'éteindre dans son sein toutes les lumières comme toutes les branches de l'industrie. La force morale du peuple finit par succomber sous le despotisme oligarchique d'un clergé intéressé et d'une noblesse ignorante. En Hollande, la liberté politique et religieuse réveillait sans cesse l'activité des esprits; la nation n'était puissante que par ses forces intellectuelles et morales.

L'université de Louvain avait offert, au dix-septième siècle, une des meilleures écoles de Droit de l'Europe. L'enseignement y était donné dans l'esprit et suivant la méthode des écoles de France, qui alors jouissaient de la plus grande célébrité. Plusieurs professeurs de cette Université avaient été disciples de Cujas, ou avaient obtenu les éloges de ce grand jurisconsulte (Mudaeus, Raevardus); il en sortit plusieurs hommes du plus grand mérite, qui remplirent honorablement diverses chaires dans les Universités d'Allemagne (Gail, Wesenbeck, Van Giffen ...), ou leurs ouvrages sont encore très estimés. Mais la splendeur de l'école de Louvain ne subsistait plus au dix-huitième siècle; dès lors elle ne produisit presqu'aucun jurisconsulte dont la réputation s'étendit á l'étranger. Le grand canoniste Van Espen et ensuite Leplat, en furent éloignés par persécution; leur exemple prouve qu'on ne devait plus, en effet, s'attendre á rencontrer dans cette école des hommes d'un mérite supérieur.

L'esprit des quatorzième et quinzième siècles reparut dans cette Académie; la méthode scholastique y reprit tellement son empire, qu'en 1761 on réimprima, á l'usage des étudiants en Droit, un manuel du Droit romain composé dans le onzième siècle, et qui avait été, á la vérité, publié quelques années auparavant en Allemagne, mais comme un monument propre á constater l'état de la science pendant le moyen âge.

Joseph II, á son avènement au trone, trouvant cette école dans un état de décrépitude qui la rendait ennemie des lumières, et la tenait sous le joug de la barbarie, voulut la supprimer; mais les moyens qu'il employa pour atteindre son but, l'empêchèrent de réussir. L'Université de Louvain fut bientot rétablie, et subsista dans le même état jusqu'á la révolution frangaise; elle fut alors aisément anéantie (1798[6]), et sa suppression fut approuvée par tous les hommes éclairés de la Belgique.

On ne peut cependant nier que, même á l'époque de son plus grand abaissement, il n'y eüt encore, á l'Université de Louvain, des hommes fort instruits dans le droit romain et dans le droit canonique, et qu'il n'en soit sorti des praticiens utiles á leur pays. Mais la science n'y faisait aucun progrès.

L'époque de la décadence de l'Université de Louvain était, pour celles de la Hollande, un temps de splendeur... .7

In de ogen van Warnkönig was de situatie van de Leuvense universiteit dus gewoon hopeloos.

Toen de Leuvense universiteit gesloten werd, kwam er niet onmiddellijk een nieuwe universiteit in België. De bibliotheken en het materiaal werden van Leuven naar Brussel verplaatst8. Maar het is pas in 18069 dat er in Brussel een rechtsschool geopend werd. Deze Brusselse rechtsschool was toen één van de twaalf Franse rechtsscholen met Parijs, Dijon, Grenoble, Toulon, Poitiers, Rennes, Caen, Aix-en-Provence, Straatsburg, Coblenz en Turijn10.

Wat werd toen in deze Franse rechtsscholen gedoceerd? Het zal niet verbazen: bijna alleen maar het wetboek Napoleon. De cursussen waren "cours de législation"11, cursussen van wetgeving. Het studeren van het Romeins recht was heel oppervlakkig. De officiële naam van de cursus Romeins recht was eigenlijk: "Droit romain dans ses rapports avec le droit frangais"12. De professor die deze cursus moest verwezenlijken was een professor uit de oude Leuvense universiteit. Zijn naam was Michel-Joseph Vangobbelschroy13. Gepubliceerd heeft deze niets14. En zijn onderwijs was eigenlijk hetzelfde als de cursus Instituten aan de oude Universiteit Leuven. Hij was van mening, dat het de civilisten waren, die het moderne recht met het Romeins recht moesten vergelijken en niet omgekeerd15. Om goed te begrijpen hoe decadent de rechtsstudies toendertijd waren, is het misschien nuttig te zeggen dat de proefschriften (de toenmalige "thèses de licence") vaak tegen betaling door de professoren zelf geschreven werden16. Warnkönig schrijft over het onderwijs in de Brusselse faculteit:

En Belgique, ou l'instruction publique avait été si négligée pendant la révolution, ou l'enseignement public de la jurisprudence avait entièrement cessé, l'établissement de la nouvelle école de Droit parut un bienfait; on y accourut de toute part, et bientot elle devient une des meilleures de France. On y remarquait plusieurs professeurs très distingués, dont les legons étaient suivies par un grand nombre d'élèves; cependant, les vices organiques de l'enseignement établi par Napoléon se faisaient toujours sentir. Le nouveau Code civil était l'unique objet des études; la jurisprudence, dépouillée de son caractère scientifique, n'était que l'art, ou plutot la routine d'expliquer les dispositions de ce Code, á qui tout le monde devait le tribut de son admiration, et qui dut être proné comme étant la base du bonheur général. L'étude du Droit romain, si nécessaire pour former l'esprit du jurisconsulte, y était très superficielle; on abandonna également toutes les autres parties, dont la réunion pourrait seule donner á la jurisprudence un grand ensemble. C'est ainsi que l'étude du droit perdit toute dignité, et mérita bientot d'être envisagé plutot comme un métier que comme une science.

Wetenschap was inderdaad geen doel meer. Alleen de praktijk telde17. Om dit te illustreren merkt men dat het in die jaren heel eenvoudig was, om een exemplaar van het wetboek Napoleon te kopen, maar dat in Brussel het Corpus iuris civilis bijna onmogelijk te vinden was18.

 

3. Rechtsonderwijs in de Nederlandse tijd

De overgang van Frankrijk tot Nederland heeft dan wel een grote verandering gebracht. De rechtsfaculteit van Brussel werd pas in 1817 gesloten, na de stichting van de faculteiten van Gent, Leuven en Luik. De ambitie van deze nieuwe universiteiten was om het model van de glorierijke Duitse universiteiten te volgen. Dit was een klein verschil met de Nederlandse universiteiten (Leiden, Utrecht en Groningen), voor wie Duitsland niet het absolute model was. Warnkönig schrijft, een beetje gekwetst, dat de Nederlanders weinig of geen belangstelling hebben voor de recente vooruitgang van de Duitse historische school19. In de nieuwe universiteiten van de Zuiderlijke provincies van de Nederlanden zou het dus anders worden, al is het alleen omdat er daar een groot aantal Duitse professoren werd aangesteld. Maar in tegendeel tot wat men zou kunnen denken, komen de Duitsers niet alleen - en zelfs niet vooral - om Romeins recht te doceren20. Drie grote Duitse juristen zijn toen naar België gekomen: Haus21 in Gent, Birnbaum22 in Leuven en Warnkönig in Luik. Maar alleen Warnkönig kwam om Romeins recht te doceren. De twee eerstgenoemden kwamen vooral om strafrecht en rechtsencyclopedie te onderwijzen.

Romeins recht werd dus toen in Leuven en in Gent door Belgen gedoceerd.

In Gent was het Pierre de Ryckere die de cursussen van Instituten en Pandecten mocht geven. De Ryckere was een Gentse advocaat die in de (Franse) rechtsschool in Brussel had gestudeerd en daar zijn diploma in 1815 had behaald. Na wat ik over het onderwijs in Brussel gezegd heb, is het moeilijk te denken, dat de Ryckere door zijn studies perfect voorbereid was om Romeins recht te doceren.

In Leuven werden de cursussen Romeins recht eerst door professoren uit de oude Universiteit Leuven gegeven23. Maar in 1819 werd Adriaan Holtius van Utrecht24 overgehaald om de Instituten te doceren25.

De Luikse rechtsfaculteit was dus de enige van de drie die vanaf het begin voor een Duitser gekozen had om Romeins recht te doceren. Zoals Harsin schrijft26, was de Belgische situatie in 1816 zo erg, dat eigenlijk gewoon geen enkele Belg in staat was om het Romeins recht wetenschappelijk voor te dragen.

Het panorama van het onderwijs Romeins recht in België was dus vrij gecontrasteerd in de zuidelijke Provincies der Nederlanden. Zoals Warnkönig het zelfs schrijft: "Le Droit romain est enseigné d'après Bartole dans une École, d'après Noodt et Voorda dans l'autre, et d'après Hugo et Savigny dans une troisième"27.

 

4. De persoon van Leopold August Warnkönig - Warnkönig in Luik

Warnkönig was zeker een ongewone persoon. Voor mij is hij zeker ook een van de belangrijkste professoren uit de geschiedenis van de Belgische universiteiten.

Warnkönig werd in 1794, in Bruchsal bij Karlsruhe geboren28. Hij heeft in Heidelberg gestudeerd en zijn proefschrift bij Gustav Hugo in Göttingen geschreven. Hugo heeft hem ook aan Savigny voorgesteld. Deze ontmoeting lijkt voor Warnkönig van groot belang geweest te zijn: vanaf toen was hij definitief overtuigd van de superioriteit van de Historische school. Hij zou er ook altijd trouw aan blijven. Zijn doctorstitel kreeg hij in 1816 en al een jaar later werd hij dus Professor aan de Universiteit Luik. Voor Warnkönig was deze leerstoel gelijk aan een missie29: Hij moest het goede woord van de Historische school in België en - over België - in Frankrijk verkondigen30. In werkelijkheid hoopte Warnkönig behalve met België vooral met Frankrijk contact op te nemen. België en Frankrijk waren toch bijna twintig jaar lang één land geweest. Waarschijnlijk is dit ook de verklaring waarom Warnkönig de leerstoelen van Königsberg en Breslau geweigerd heeft, die hem aangeboden werden31: Hij had dus een ander missie.

Toen hij in Luik aankwam, sprak hij nog geen Frans32. Op zich was dit toen geen groot probleem, omdat de colleges toch in het Latijn gegeven werden. Hij heeft de Franse taal dan toch vrij vlug geleerd en vond ook dat het onderwijs in het Frans moest doorgevoerd worden en niet meer in het Latijn33. Voor hem was interactie met de studenten belangrijk en dit was alleen in een taal mogelijk, die de studenten goed kenden.

Die situatie was niet eenvoudig toen hij in Luik aankwam. De Belgen waren nochtans niet overtuigd dat hun universiteiten het Duitse model moesten volgen. Ze vonden ook niet dat het Romeins recht nog van belang was, nu dat er het wetboek Napoleon was. Inderdaad was de titel van zijn inaugurele lezing34 in Luik: "De studii juris Romani utilitate et necessitate"35. Eigenlijk een heel modern thema. Of is het gewoon een eeuwig onderwerp? Eerlijk gezegd, ik zou niet weten welke romanist vandaag nooit met die kwestie bezig is geweest.

Voor zijn colleges over Romeins recht heeft Warnkönig onmiddellijk een studieboek voor zijn studenten geschreven36. Dit handboek werd al in 1819 gepubliceerd, zij het ook met een beetje te veel haast. Inderdaad verklaart Warnkönig in het voorwoord van zijn tweede editie37, dat hij onmiddellijk na zijn aankomst in Luik een handboek wilde schrijven. Hij kon de methode van zijn collega's niet aanvaarden, voor wie het onderwijs gewoon tot een dictee van de professor beperkt was38. Warnkönig was van mening dat een professor zijn studenten moest overtuigen, door met hen te discussiëren. Het dictee laat daar geen plaats voor en maakt kwaliteitsonderwijs onmogelijk.

De kwaliteit van het onderwijs was voor Warnkönig inderdaad een permanente zorg. Samen met De Reiffenberg39, heeft hij in 1828 bijvoorbeeld een lange nota over het universitaire onderwijs in België geschreven. Maar het verschil tussen Warnkönig en zijn andere Belgische en Franse collega's is voor mij het volgende:

1817 was niet alleen het jaar van de aankomst van Warnkönig in Luik. Het was ook het jaar van de ontdekking van het palimpsest van Verona. De onthulling van de tekst van de Instituten van Gaius betekende een fundamentele verandering voor onze kennis van het klassieke Romeins recht. Opeens hadden we met deze tekst voor het eerst een directe uitleg van een rechtssysteem dat we tot dan alleen maar indirect kenden. Maar niet iedereen heeft daardoor zijn onderwijs aangepast. Verre van. Eigenlijk was Warnkönig waarschijnlijk de eerste wetenschapper, die buiten Duitsland onmiddellijk met het studeren van het palimpsest begonnen is40. Al in het jaar 1820-1821 gaf hij als thema voor de universitaire wedstrijd (concours universitaire) de vergelijking tussen de Instituten van Gaius en Justinianus41. De prijs ging naar zijn leerling Evrard Dupont. Zijn dissertatie werd in 1822 gepubliceerd42.

De nieuwe studies over de Instituten van Gaius spoort Warnkönig ook aan tot het schrijven van een nieuwe editie43 van zijn handboek. Hij verandert de opbouw en opteert voor de structuur van de Instituten van Gaius in plaats van die van Justinianus. Voor Warnkönig was Gaius zo belangrijk dat het eigenlijk ondenkbaar werd, Romeins recht verder zoals vroeger te doceren44. Dat in de andere universiteiten Gaius vrij vaak geïgnoreerd werd was voor hem onbegrijpelijk en onaanvaardbaar.

Met Dupont had Warnkönig dus al heel vroeg een leerling die ook voor de Universiteit Luik van belang zou zijn. En Warnkönig liet hem dan ook in zijn tijdschrift, Thémis, publiceren. Warnkönig had Thémis al in 1819, samen met Athanase Jourdan en enkele andere collega's uit Parijs gesticht45. Het doel van dit tijdschrift was eigenlijk dubbel: voor Warnkönig, was dit tijdschrift het instrument waarmee hij zijn missie zou kunnen doorvoeren: ter herinnering "het goede woord van de Duitse historische school naar Frankrijk brengen"; voor de Fransen moest dit tijdschrift een plaats worden van resistentie tegen de cultus voor het wetboek Napoleon46. Het moet ook vermeld worden dat in het redactiecomité van Thémis, ook Antoine-Marie Demante zat, en die was dan weer een lid van de befaamde "Ecole de l'Exégèse". Daardoor ondervond Demante herhaaldelijk problemen in dit redactiecomité47. In Thémis wordt dus vaak over het rechtsonderwijs in Duitsland48 en in de Nederlanden49 geïnformeerd. Om dezelfde reden werden ook meerdere belangrijke werken van de Duitse historische school in het Frans samengevat, zoals bijvoorbeeld werken van Savigny over het bezit50 of over de geschiedenis van het Romeins recht in de Middeleeuwen51. Natuurlijk maakt Warnkönig daar ook publiciteit voor de ontdekking van de Instituten van Gaius.

Dus kan men ook zeggen dat door Dupont in Thémis te doen publiceren, Warnkönig een dubbel doel had bereikt: ten eerste laat hij daardoor zien hoe belangrijk de nieuwe methode van de Duitse historische school is, die daartoe gevoerd heeft, de Instituten van Gaius te ontdekken en te begrijpen. Ten tweede kan hij laten zien hoe goed zijn leerling Dupont is, door diezelfde methode in Luik toe te passen en stelt zo zijn leerling aan de Franstalige universitaire wereld voor.

Vanuit een wetenschappelijk standpunt was de komst van Warnkönig in Luik een groot succes. Hij is zeker een van de beroemdste en meest briljante professoren van mijn faculteit geweest52.

Maar als leraar was zijn succes wel minder. Het niveau van zijn colleges was gewoon te hoog voor de meeste Luikse studenten53. En blijkbaar was Warnkönig niet van plan om zijn eisen te minderen. Zo werd hij in 1826 bijna door de studenten gelyncht54.

Er bestaat geen twijfel, dat Warnkönig over een buitengewoon grote arbeidskracht beschikte. Maar tegelijkertijd kende hij ook perioden van enorme teleurstelling55. Zo was hij af en toe niet in staat om zijn colleges te geven56, die dan door Dupont moesten verzorgd worden. Na het vertrek van Warnkönig naar Leuven in 1827 heeft Evrard Dupont in Luik zowel de Instituten Romeins recht als de Pandecten gedoceerd.

 

5. Warnkönig in de Rijksuniversiteit Leuven

Na bijna tien jaar in Luik hebben de relationele problemen van Warnkönig met studenten en collega's hem aangezet om Luik te verlaten. In 1827 was de leerstoel voor Romeins recht van Leuven vacant geworden, door de dood van De Bruyn57. Maar eigenlijk was Warnkönig waarschijnlijk niet altijd een makkelijke collega. In zijn heel actieve fasen, kon hij ook heel erg beledigend zijn, met aanfluitingen zoals "oberflächlicher Schwadroneur" of "talentloser Halbnarr"58.

Van de Leuvense periode valt niet zoveel te herinneren. Zijn wetenschappelijke samenwerking met de twee andere buitenlandse collega's van zijn nieuwe faculteit, Birnbaum en Holtius, was wel heel goed. Allebei werden dicht bij het tijdschrift Thémis betrokken59. Thémis was door de dood van zijn directeur Athanase Jourdan helemaal veranderd60. De Fransen hebben toen hun interesse in Thémis ruimschoots verloren en Warnkönig heeft het tijdschrift bijna alleen beheerd.

Voor de rest was het verblijf van Warnkönig natuurlijk uiterst kort. Pas drie jaar na zijn aankomst in Leuven ontplofte de Belgische Revolutie, waardoor de rechtsfaculteit van de Rijksuniversiteit Leuven gesloten werd61. In heel België werden negenentwintig buitenlandse professoren ontslagen, onder wie ook Warnkönig. Maar een besluit van de voorlopige regering verzocht hem de leerstoel van Pandecten in de Rijksuniversiteit Gent te aanvaarden. Het is dus de tweede keer, dat een rechtsfaculteit in Leuven gesloten wordt.

 

6. Warnkönig in Gent

Vóór 1830 werden de cursussen Instituten en Pandecten hier door de advocaat De Ryckere gegeven, van wie Warnkönig schreef, dat hij nog altijd Romeins recht doceerde volgens de oude methode van Bartolus62. Maar in 1830 vroeg en kreeg De Ryckere zijn emeritaat; de cursussen Romeins recht zouden nu aan twee meesters van de Duitse historische school toevertrouwd worden: Haus en Warnkönig. De eerste zou de Instituten doceren, de tweede de Pandecten.

Ook in Gent werd het wetenschappelijk werk van Warnkönig heel geapprecieerd. In het bijzonder was hij de eerste die de politieke geschiedenis en de instellingen vanVlaanderen heeft onderzocht63. Met dit onderwerp trok Warnkönig ook de aandacht van Koning Leopold I64 en zijn invloed over de Koning ging zelfs crescendo.

Maar dezelfde relationele problemen zoals eerder in Luik en in Leuven hebben hem tot de beslissing gebracht, om België definitief te verlaten. De Belgische regering heeft wel nog een poging gedaan om Warnkönig nog een leerstoel in Luik aan te bieden, met een ongewoon hoog inkomen65, maar Warnkönig's beslissing was onherroepelijk. Zijn wetenschappelijke banden met België bleven wel altijd bestaan, maar de Duitse meester aanvaardde dus een roep naar Freiburg-im-Breisgau. Leuk genoeg had Warnkönig wel een beetje spijt. In haar biografie laat Gisela Wild hem zo aan het woord: "Warum nur, fragt er sich, ist er in diese Wüste gegangen?"66

 

7. Warnkönig en Laurent

Wat zijn de banden tussen Warnkönig en Laurent geweest? Gisela Wild schrijft in Warnkönig's biografie, dat Frangois Laurent een leerling van Warnkönig was, wat een beetje vreemd klinkt. Laurent is pas in 1830 vanuit Luxemburg in Luik aangekomen om te studeren, en toen had Warnkönig Luik al verlaten. En toen Frangois Laurent in Gent aangekomen was, was het als professor en kon hij moeilijk een leerling van Warnkönig worden. Laurent en Warnkönig waren dus collega's en hadden geen meester-leerling relatie.

Van waar komt de veronderstelling van Wild? Ze citeert hier een stuk van Laurent, dat deze in een tijdschrift schrijft, met als titel: Le messager des sciences historiques, des arts et de la bibliographie de Belgique67. In deze korte tekst beklaagt Laurent zich dat hij geen grondiger overzicht van Warnkönig's werken kan geven, omdat er in België geen enkel juridisch tijdschrift is. Daardoor moet hij dus in Le messager schrijven:

Nous regrettons que la nature du recueil dans lequel paraït cette analyse sommaire, ne nous permette pas d'entrer dans une discussion sur le fond de la matière; nous ne pouvons le faire ailleurs, la Belgique n'a pas de journal de droit! Nous avons á peine pu indiquer le contenu de l'ouvrage de M. Warnkönig. Si cette annonce tombe sous ses yeux, nous le prions d'y voir un témoignage de la gratitude que ses élèves ont conservée pour ses legons. Si nous ne profitons plus de son enseignement, nous profitons toujours de ses livres68

Als Frangois Laurent niet direct de leerling van Warnkönig was, voegt hij zich wel bij de studenten die veel van hem hebben geleerd.

De huldiging die Laurent over Warnkönig schrijft verdient om gelezen te worden:

M. Warnkönig, auteur de l'ouvrage intitulé: Juristische Encyclopedie (Erlangen 1853, 1 vol. gr. in-8°, de 569 pages), dont nous allons rendre compte, a professé dans les universités fondées sous le royaume des Pays-Bas, de 1817 á 1836. Il appartient á cette colonie de savants auxquels le Gouvernement hollandais donna la haute mission d'initier la Belgique á la culture scientifique de l'Allemagne. M. Warnkönig a noblement rempli sa tache. Dans les universités de Liège, de Louvain et de Gand, il releva l'étude du droit romain qui dans l'ancien établissement de Louvain était devenu une sèche synthèse, ou l'on aurait cherché en vain une étincelle du génie qui distingue les jurisconsultes de Rome. M. Warnkönig et ses collègues opérèrent une révolution dans l'enseignement. Nous nous rappelons avec un bonheur mêlé de quelque tristesse ces temps ou régnait dans nos universités une vie scientifique tous les jours plus active, plus étendue. M. Warnkönig prêchait d'exemple. Il publia des ouvrages sur le droit romain, sur le droit naturel. Appelé á une chaire dans la capitale des Flandres, il se livra avec ardeur á un travail dont l'illustre Savigny lui avait en quelque sorte fait un devoir. Son Histoire politique et civile de la Flandre, fruit de longues et pénibles recherches, montra aux Belges la voie dans laquelle il fallait marcher pour cultiver l'histoire de leur patrie. Lors de la reorganisation de l'enseignement en 1836, M. Warnkönig quitta la Belgique. Presque tous ses collègues allemands, moins heureux que lui, avaient été obligés d'abandonner leurs chaires en 1830, victimes des passions peu éclairées du moment. Qu'il nous soit permis á nous, qui avons profité des lemons de ces hommes savants et modestes, de leur payer ici le tribut de notre reconnaissance. C'est á eux que la Belgique doit ce qu'elle a de vie intellectuelle; ils ont allumé le feu sacré de la science; entretenons-le avec piété, avec zèle. Le développement matériel, la richesse ne suffit pas pour la gloire d'un pays; sans la science et les arts, l'industrie et le commerce conduisent tout droit á la barbarie69.

François Laurent wist dus wel hoeveel België aan Warnkönig verschuldigd was. Zelfs al waren - zoals eerder al gezegd - enkele studenten niet zo dankbaar, bleken de collega's veel lof ook voor de colleges van Warnkönig over te hebben. Zo bij voorbeeld ook Jules de Saint-Genois, die zich herinnert70: "J'appartenais á cette jeunesse avide d'écouter cette parole, aussi ingénieuse par le fond que pittoresque par la forme, et tout empreinte de germanismes, bien qu'il s'exprimat en frangais avec autant de feu que de volubilité".

Baron Jules de Saint-Genois des Mottes71 was een professor van de Universiteit Gent. Hij heeft (vanaf 1831) in Gent gestudeerd, in de tijd dus toen Warnkönig daar ook professor was. In tegenstelling tot Frangois Laurent, was De Saint-Genois dus wel een leerling van Warnkönig72. Naast Evrard Dupont, heeft België dus met De Saint-Genois een tweede leerling van Warnkönig.

Jules de Saint-Genois is ook dertig jaar lang de directeur van het pas vermelde tijdschrift geweest: Le Messager des sciences historiques, en hij werd in 1851 de eerste voorzitter van het Willemsfonds.

Blijkbaar73 heeft hij ook een leerstoel in Luik aangeboden gekregen en geweigerd. De rechtsfaculteiten van Gent en Luik hebben wel nog meer in gemeen dan men zou kunnen denken.

 

 

1 Deze tekst werd op 24 april 2013 in de Universiteit Gent voorgedragen in het kader van de "Ontmoetingen Frangois Laurent". De lezingen "Ontmoetingen Frangois Laurent" vinden sinds 2009 alternatief bij de universiteiten Gent en Luik plaats. Zij memoreren de historische banden tussen de universiteiten Gent en Luik, en het feit dat Frangois Laurent, nadat hij in Luik had gestudeerd, in Gent Professor is geworden.
2 Liesbeth Vandersteene, De geschiedenis van de Rechtsfaculteit van de Universiteit Gent. Van haar ontstaan tot aan de Tweede Wereldoorlog (1817-1940), Gent 2009, 19.
3 Victor Brants, La Faculté de droit de Louvain á travers 5 siècles (1426-1906), Louvain-Paris 1906, 1;         [ Links ] John Gilissen, L'enseignement du droit romain á l'école, puis faculté de droit de Bruxelles (18061817), in Satura Roberto Feenstra sexagesimum quintum annum aetatis complenti ab alumnis collegis amicis oblata, Fribourg 1985, 659-660.         [ Links ]
4 Fernand De Vis scher, "Gabriel Mudaeus" (Discours prononcé á l'occasion du IV centenaire du doctorat en droit de G. Mudaeus (1539) par son successeur á la chaire de droit romain de l'université de Louvain), in Annales de droit et de sciences politiques 1939 (nadr. in Fernand De Visscher, Etudes de droit romain public et privé III, Milano 1966, 433-445).
5 Zie bijvoorbeeld: Athur Verhaegen, Les 50 dernières années de l'ancienne université de Louvain (1740-1797). Essai historique, Liège 1884, 1-23.
6 Het is niet duidelijk, waarom Warnkönig hier 1798 schrijft. De beslissing om de oude Universiteit Leuven te sluiten da eert wel van 1797. Zie bijvoorbeeld: Pieter Dhondt, Un double compromis. Enjeux et débats relatifs à l'enseignement universitaire en Belgique au XIXe siècle, Gent 2011, 51, n.11 en 12.
7 Leopold August Warnkönig, De l'état de l'enseignement du Droit dans le royaume des Pays-Bas, in Thémis 5 (1823) 145-148.
8 Dhondt, op. cit., 22 ss.
9 Precies op 25 maart 1806, cfr. Gilissen, op. cit. , 662.
10 Gilissen, op. cit., 662.
11 Fred Stevens, Het rechtsonderwijs in de zuidelijke Nederlanden in het begin van de 19de eeuw, in CHRIDI 9 (1998), 121.
12 Roger Henrion, "Gobbelschroy", in Biographie nationale publiée par l'Académie Royale de Belgique, Tome 31 (suppl. 3/1) 1961, col. 396-400; Gilissen, op. cit., 668; Raf Verstegen, L'enseignement du droit en Belgique. Evolution de la législation auxXIXe et XXe siècle, in "Houd voet bij stuk". Xenia iuris historiae G. van Dievoet oblata, Leuven 1990, 177; Stevens, op. cit., 127.
13 Gilissen, op. cit., 663-667.
14 Stevens, op. cit., 198.
15 Gilissen, op. cit., 668-669. De vergelijking tussen Romeins recht en code civil welke later gepubliceerd werd, was dan niet het werk van een Brusselse professor, maar wel van een Luikse rechter: Olivier Le Clerq. Hij schreef in de jaren 1810-1812 het werk Le droit romain dans ses rapports avec le droit franfais et les principes de deux legislations, in 8 banden van ongeveer 500 bladzijden.
16 Gilissen, op. cit., 670-673.
17 Stevens, op. cit. , 127.
18 Gilissen, op. cit., 669-670.
19 Warnkönig, De l'état de l'enseignement du droit, op. cit., 155-156.
20 Warnkönig, De l'état de l'enseignement du droit, op. cit., 160.
21 Jacques Joseph Haus, is in 1796 in Würzburg geboren. Hij kwam in 1817 in Gent aan, waar hij eerst strafrecht doceerde. Na de Belgische revolutie en Belgische onafhankelijkheid, in 1830, heeft hij ook de Pandekten gedoceerd. Hij heeft tot 1878 in Gent gedoceerd (meer dan 60 jaren) en werd in België beroemd, als auteur van het Belgisch strafwetboek van 1867. Zie Vandersteene, op. cit., 18-19, 34, 60, 68.
22 Jean Michel Francis Birnbaum werd in 1792 in Bamberg geboren. Hij was 24, toen hij in Leuven aankwam. Hij is wellicht trouw aan Willem van Oranje gebleven en heeft dus België in 1830 verlaten om in Freiburg-im-Breisgau, daarna in Utrecht en eindelijk in Gießen, te doceren. Zie Stevens, op. cit., 137.
23 De Instituten van Romeins recht werden door Xavier Jacquelart gedoceerd en de Pandecten door Jean De Bruyn. Zie Brants, op. cit., 178.
24 Holtius had in Utrecht, maar ook even in Göttingen gestudeerd.
25 Gedurende het jaar 1826-1827 heeft Adriaan Holtius ook de Pandecten gedoceerd. Zie Brants, op. cit., 179-180.
26 Paul Harsin, in Liber memorialis, L 'université de Liège de 1867 á 1935, notices biographiques, Liège 1936, Tome 1er, 4.
27 Warnkönig, De l'état de l'enseignement du droit, op. cit., 161.
28 Gisela Wild, Leopold August Warnkönig 1794-1866. Ein Rechtslehrer zwischen Naturrecht und historischer Schule und ein Vermittler deutschen Geistes in Westeuropa, Karlsruhe 1961.
29 Jules de Saint-Genois, Notice surL.-A. Warnkönig, associé de l'Académie, Bruxelles 1868, 9.         [ Links ]
30 Wild, op. cit., 12.
31 De Saint-Genois, op. cit., 6.
32 De Saint-Genois, op. cit., 5.
33 Frédéric Auguste Ferdinand Thomas De Reiffenberg/Léopold Auguste Warnkönig, Essai de réponse aux questions officielles sur l'enseignement supérieur, Bruxelles 1828, 33-36.
34 Cfr. Alphonse Le Roy, Liber memorialis. L 'université de Liège depuis sa fondation, Liège 1869, col. 603-604.         [ Links ]
35 Leopold August Warnkönig, Oratio de studii iuris romani utilitate et necessitate. Publice habita die 4 novembris 1817 cum in universitate leodiensi lectiones iuris romani solenniter aperiret, Liège 1819. Delen uit deze lezing werden ook in het Frans gepubliceerd, in Thémis ou bibliothèque du jurisconsulte, 2 (1824) 337-344.
36 Leopold August Warnkönig, Institutionum seu elementorum juris privati romani libri IV, in usum praelect. acad. vulgati, cum introduct. in univers. jurisprud. ad studium juris romani et notis litterariis, Liège 1819. Dit boek, net zoals de daaropvolgende edities hebben een groot succes in Engeland, Spanje en Portugal gehad. Zie De Saint-Genois, op. cit., 6.
37 Leopold August Warnkönig, Institutiones juris romani privati, Editio altera, emendata et novo ordine digesta, etiam ex Gaji Institutionibus, Vaticanis Juris Romani fragmentis aliisque fontibus recens detectis aucta, Leodii 1825, (praefatio), viii.
38 Warnkönig, Institutiones, Editio altera, op. cit., (praefatio), x-xi.
39 De Reiffenberg/Warnkönig, op. cit.
40 Over de impact van de ontdekking van het palimpsest op het onderwijs in België, zie: Jean-Frangois Gerkens, L 'impatto del Gaio veronese sull'insegnamento del diritto romano in Belgio, in INDEX 41 (2013), 494-506.
41 De preciese titel was: Cum genuini Institutionum Gaji jurisconsulti Commentarii jam vulgati sint disquiratur quasnam debeamus huic operi circa jus actionum et circa rationem procedendi in causis privatis apud Romanos notitias hactenus desideratas; quae inquisitio ita instituatur, ut judiciorum privatorum ordo historice illustretur. Judicetur denique in quantum in hac juris parte Gajum secutus sit, vel ab eo recesserit in suis Institutionibus componendis Justinianus.
42 Everardi Dupont, Disquisitiones in commentarium IV Institutionum Gaji, recenter repertarum, Lugduni Batavorum/Leodii 1822.         [ Links ]
43 Warnkönig, Institutiones, Editio altera, op. cit.
44 Warnkönig, Institutiones, Editio altera, op.cit. , (praefatio), xxiii-xxiv. De volledige aanhaling is: "Omne igitur punctum ille mihi tulisse videtur, qui cum didactica institutione historiam prudenter consociat, atque ita tradit, ac si romanos juvenes doceret. In hac quoque re, ut in multis aliis, a vero minime recedere putandi sunt, qui veterum exempla sequuntur et praesertim Gaji nostri, cujus Institutionum commentarios in juris romani doctorum manibus perpetuo versari, vehementer optandum est".
45 Cfr. Julien Bonnecase, La Thémis (1819-1831) son fondateur, Athanase Jourdan, 2e édition, Paris 1914, 219-230.         [ Links ]
46 Zo bij voorbeeld: Wild, op. cit., 20.
47 Bonnecase, op. cit., 221-222.
48 Thémis 3 (1821), 288-291; Thémis 4 (1822), 189-190, 279-283 (etc.).
49 Leopold August Warnkönig, De l'enseignement du droit dans les universités du Royaume desPays-Bas, in Thémis 1 (1819) 382-397;         [ Links ] Warnkönig, De l'enseignement, op. cit., 142-160. Dit artikel is met de letters "A.G." getekend, maar in de inhoudstafel word het wel aan Warnkönig toegeschreven.
50 Leopold August Warnkönig, Das Recht des Besitzes etc., in Thémis 3 (1821) 224-245 en in Thémis 5 (1823), 345-368, 468-477.
51 Thémis 6 (1824) 261-268.
52 Harsin, Notices biographiques, op. cit., 6.
53 Harsin, loc. cit.
54 Paul Hars in, Quelques incidents de la vie universitaire á Liège et á Louvain avant la Révolution de 1830, in La Vie Walonne 10 (1929-1930), 323.
55 Wild, op. cit., 2: "Niederschetternde Enttäuschung trifft ihn nach emphatischem Erglühen in Freundschaftsgefühlen, hingebungsvolles, fast peinliches Öffnen seines Innersten wechselt mit krampfhaftem Sichverschließen; sein Gemüt schwankt zwischen einem Himmelhoch-Jauchzend und Zu-Tode-Betrübt".
56 Le Roy, op. cit. , col. 646-647. Le Roy schrijft dat Warnkönig een ernstige ziekte had.
57 Officieel ging hy naar Leuven om dichter bij zijn schoonbroer Mone te wonen (Zie De Saint-Genois, op. cit., 6-7; Wild, op. cit., 16).
58 Wild, op. cit., 38.
59 Bonnecase, op. cit.,238-239.
60 Bonnecase, op. cit., 264-272.
61 De Saint-Genois, op. cit., 7; Le Roy, op. cit., col. 607.
62 Warnkönig, De l'état de l'enseignement, op. cit., 160-161.
63 Zie De Saint-Genois, op. cit. 8; Le Roy, op. cit., col. 608-611; Wild, op.cit., 28-34.
64 De Saint-Genois, op. cit., 8-9; Le Roy, op. cit., col. 609; Wild,op. cit., 32-34.
65 Wild, op. cit., 34.
66 Wild, op. cit., 35.
67 Frangois Laurent, Un mot sur les travaux récents de M. le Professeur Warnkönig, in Le messager des sciences historiques, des arts et de la bibliographie de Belgique, Année 1854, 315-316.
68 Laurent, op. cit. , 324.
69 Laurent, op. cit., 315-316.
70 De Saint-Genois, op. cit., 9.
71 P. de Decker, Notice sur la vie et les travaux de M.le baron Jules de Saint-Genois, Bruxelles 1869.
72 De Decker, op. cit., 8.; en ook: Discours prononcé par M. Haus, recteur de l'université de Gand, au nom de cet établissement (bldz. 44 van hetzelfde boekje).
73 Dit heb ik alleen op Wikipedia gelezen: http //nl.wikipedia.org/wiki/Jules_de_Saint-Genois (laatst gelezen op 13/05/2014).

Creative Commons License Todo el contenido de esta revista, excepto dónde está identificado, está bajo una Licencia Creative Commons