SciELO - Scientific Electronic Library Online

 
vol.62 número1The WAT is a wonderful thingPoems índice de autoresíndice de assuntospesquisa de artigos
Home Pagelista alfabética de periódicos  

Serviços Personalizados

Artigo

Indicadores

Links relacionados

  • Em processo de indexaçãoCitado por Google
  • Em processo de indexaçãoSimilares em Google

Compartilhar


Tydskrif vir Geesteswetenskappe

versão On-line ISSN 2224-7912
versão impressa ISSN 0041-4751

Tydskr. geesteswet. vol.62 no.1 Pretoria Mar. 2022

http://dx.doi.org/10.17159/2224-7912/2022/v62n1a16 

VARIA

 

De dichter en de doodskop

The poet and the kick of death

 

De Afrikaanse literatuur in Nederland in 2021

Begin 2021 hoorden we alles wat we weten wilden (en meer) over het wel en wee van de Nederlandse boekenwereld in 2020. Dat jaar was afgesloten met een grote domper, want winkels en bibliotheken moesten op 15 december sluiten vanwege de pandemie. En dat terwijl er in die laatste weken normaal extra veel wordt verkocht. Toch was ik vorig jaar te somber, toen ik in mijn glazen bol had gezien dat 2020 slechter zou worden dan 2019. Er zijn in 2020 41 miljoen boeken verkocht, even veel als in 2018 en 1 miljoen meer dan in 2019. Het beste genre is het kinderboek (plus 5 %), en dat geeft hoop voor de toekomst. Maar de verschuiving van de traditionele boekwinkel naar de handel online ging helaas door. Die is al lang aan de gang maar wordt versneld als de winkels dicht zijn. In 2019 besteedden de lezers 63 % van hun boekengeld in winkels, in 2020 56 %.

De race om de titel "het best verkochte boek" is de laatste j aren niet spannend meer. Steeds wint De zeven zussen van Lucinda Riley, nu met 227.000 stuks. Nog saaier wordt het op de Top Tien, want van die tien zijn er maar liefst zes delen uit de Zussen-serie. Rutger Bregman houdt de eer van Nederland hoog met De meeste mensen deugen, op de tweede plaats. Dit was bovendien het meest uitgeleende boek bij de Openbare Bibliotheek. De avond is ongemak van Marieke Lucas Rijneveld, bekroond met de Engelse Booker Prijs, werd nummer 11.

Alle verstoring van het openbare leven door de pandemie is in 2021 doorgegaan. De boekwinkels gingen open maar moesten weer dicht toen het aantal besmettingen te groot werd Dit keer op 19 december, opnieuw kort voor kerstmis. Vrolijke acties om geliefde boekwinkels te hulp te komen, zijn weer gestart, maar ze lijken minder in getal en ook wat minder vrolijk.

 

Bij elkaar of digitaal?

Initiatiefnemers, organisatoren en medewerkers bij boekpresentaties en andere literaire bij eenkomsten horen in Nederland tot een dappere mensensoort. Een flinke opkomst is immers volstrekt onzeker. Af en toe bespringt mij weer de herinnering aan een klein symposium over niemand minder dan J.M. Coetzee, met als bezoekersaantal: één.

Des te moediger zijn die dapperen in coronatijd. Voor een bijeenkomst is een bepaalde voorbereiding nodig (wat? wie? waar? wanneer?), maar hoe de situatie over zeven dagen zal zijn, is onbekend. Soms is er publiek toegestaan maar hoeveel is onzeker. Moet je de belangstellenden nadrukkelijk en geestdriftig uitnodigen? Of met de rem erop: voorzichtig, met terughouding? Zeg je dan niet bijna: "blijf maar liever weg"? Als het maar een beetje mogelijk is, moet je je vertoning voor de zekerheid ook digitaal toegankelijk maken. Dan kan iedereen meekijken, "in oost en west, op zee of waar ook ter wereld." Maar wie komt er dan nog in je zaaltje zitten?

Langs verschillende weg was er in 2021 toch heel wat Afrikaans te horen en te zien. En ook terug te kijken: van menig schouwspel kun je dankzij de computer soms ook maanden later meegenieten, ook in Zuid-Afrika. Wel bleek het ondoenlijk om hier foutloos alle bijzonderheden te vermelden: relevante websites en hoe (en zelfs: of) elke samenkomst is doorgegaan.

Een grote prestatie leverde de kleine ploeg van het Zuid-Afrikahuis in Amsterdam, waar Ingrid Glorie een maandelijkse serie literaire bijeenkomsten voor elkaar bracht. Met onder meer: Jolyn Phillips, in gesprek met de Gentse professor Yves T'Sjoen over Bientang; de Nederlandse verschijning van In een land zonder vogels van Harry Kalmer; Deon Meyer in gesprek met zijn collega-misdaadschrijver Peter Römer e.a., Ena Jansen (ook e.a.) over Eybers, Ronelda S. Kamfer in gesprek met haar vertaler Alfred Schaffer over Chinatown; Marita van der Vyver met Francine Maessen (Universiteit van Amsterdam) over 'n Baie lang brief aan my dogter; Annemarie van Niekerk met Adriaan van Dis en Jaap Goedegebuure over Om het hart terug te brengen. Glorie ontving tenslotte zelf Irma Joubert (met haar vertaalster Dorienke de Vries) en Cynthia McLeod, een van de bekendste auteurs van Suriname.

Maar het Zuid-Afrikahuis had in oktober en november meer in petto. Bij de opening van de eigen kinderbibliotheek op 13 oktober kinderrijmen met Antjie Krog, in gesprek met ouders en specialisten over kinderpoëzie en taalontwikkeling, en op 26 oktober, de geboortedag van Karel Schoeman, een symposium "Een stem uit de stilte", met Schoeman-kenner Ria Winters, Willie Burger, Johann Rossouw, vertaler Rob van der Veer, François Smith, de Leidse hoogleraar Olf Praamstra en Toni Bandov van de Universiteit Zagreb.

In november riep Margriet van der Waal, de hoogleraar Afrikaans aan de UvA, mede namens de U Gent een stoet van een kleine twintig sprekers bij elkaar voor een tweedaags drietalig symposium over: "transtaligheid, samehorigheid, en die konstruksie van Suid-Afrikaanse gemeenskappe". Titel: "Om te behoort". De Afrikaanse literatuur was geen hoofdonderwerp, maar onder de deelnemers waren toch Jerzy Koch, Antjie Krog en H.J. Pieterse, en onder de besproken schrijvers: Corrié Coetzee, Lynthia Julius, S.J. Naudé en Nathan Trantraal. En ook hier viel het licht op de kinder- en jeugdliteratuur.

De Afrikaanse literatuur kreeg ook aandacht buiten het Zuid-Afrikahuis. In de reeks "Poëzie in de kerk" in de Bethlehemkerk te Hilversum kondigde men voor 21 september prof. Maaike Meijer (Maastricht) aan, over Elisabeth Eybers. En op tal van plaatsen kon men - al of niet digitaal - kennismaken met Ronelda S. Kamfer en/of Antjie Krog. Voor 6 juni annonceerde de Amersfoortse Courant een uitvoering van Krogs mis voor het universum (Broze aarde), in de Oude Kerk van Soest. Een paar dagen later werkte Kamfer mee aan Poetry International, Rotterdam. Op 9 september luisterden Kamfer en Krog de uitreiking op van de P.C. Hooftprijs aan Alfred Schaffer, in het Haagse Diligentia. Met haar "One of us" ("ons celebrate sy achievement") wist Kamfer de bekroonde dichter zichtbaar te raken. Precies twee maanden later verzorgden "K & K" in Amsterdam (bij Spui 125) het poëtisch element op een tweede bijeenkomst rond Om het hart terug te brengen van Van Niekerk, met de beroemde socioloog Abram de Swaan.

Broze aarde was ook aanleiding voor een (video-) gesprek van Krog met de "Klimaat-dichters" Moya De Feyter en Saskia Stehouwer, geleid door Margriet van der Waal, vanuit het Afrika-studiecentrum in Leiden (10 november). Op 18 november maakte Krog, uitgaand van "De zegger van verzen", een bekend gedicht van Albert Verwey, haar (Engelse) Verwey-lezing voor de Universiteit Leiden tot een pleidooi voor de existentiële betekenis van de poëzie. Noodgedwongen moest ook dit digitaal, in een leeg Groot Auditorium. In het (Afrikaanse) nagesprek met Annemarie van Niekerk schetste Krog haar beeld van F. W. de Klerk.

 

Zuid-Afrika spectrum

Dit digitale magazine had geen last van een virus. In een aanbod aan actualiteit, geschiedenis en kunst ging flink wat Afrikaanse literatuur schuil. Hardus Ludiek verzorgde een Nederlandse introductie voor de Afrikaner beroemdheid Nataniël en Engela Duvenage adviseerde iedereen een uitstap naar de "Tuin van Digters" in Wellington.

Vanuit de universitaire wereld attendeerde Francine Maessen op "Boeke met Burger" van prof. Willie Burger en op de Afrikaanstalige hiphop; vertelde Ria Winters over de wording van haar universitaire scriptie over Karel Schoeman; leverde Dewald Koen "ekokritiek" bij Kaar van Marlene van Niekerk en sprak Ingrid Glorie met dr. Egonne Roth, die bij haar studie over de dichteres Olga Kirsch meer dan honderd onbekende gedichten heeft aangetroffen. Prof. Hein Viljoen van de Noordwes-Universiteit liet ons lief en leed delen rond zijn docentschap in Leiden. Ook Viljoen moest digitaal aan de slag ("aan 't begin vir my 'n nagmerrie") maar zijn studenten maakten alles goed. "Superleuk" vonden zij die nieuwe Afrikaanse schrijvers. Als onderwerp voor individuele werkstukken kozen zij Ingrid Jonker het meest. Eén student had bij Viljoen kennisgemaakt met het mooiste boek dat hij ooit gelezen had, en dat was Laat vrugte van C.M. van den Heever.

Kansvatter van Carel van der Merwe kreeg in het "Spectrum" een positieve bespreking van Lindie Koorts. Francine Maessen noemde Soe rond ommie bos van Veronique Jephtas een "ijzersterk debuut." Ingrid Glorie liet zien hoe Marita van der Vyver in 'n Baie lang brief aan my dogter uitvoering gaf aan haar voornemen, "rekenschap te geven van het verleden", complimenteerde François Smith omdat die in Die getuienis twee "godsdienstfanaten" ten tonele voert zonder hun geloofsbeleving belachelijk te maken en interviewde Annemarie van Niekerk.

Het "In memoriam" voor Jaap Steyn, van de hand van Hans Ester, bracht Steyn terug in mijn herinnering. Met zijn grondige aanpak van zijn biografische onderzoek in Nederland maakte hij indruk. Hij kende ons land goed, maar van lang geleden, zodat hij te kampen kreeg met veranderingen in het dagelijks leven. Hoewel wat wereldvreemd, liet hij zich niet van de wijs brengen en maakte hij zich vertrouwd met nieuwigheden zoals de "strippenkaart" voor bus en tram, intussen al lang weer afgeschaft. Ester tekent Steyn als dichter en prozaïst, maar in de eerste plaats als biograaf, met de biografie van N.P. van Wyk Louw als meesterwerk. Hij noemt Steyn gedreven door een "liefde voor het Afrikaans" en voegt toe: "die volstrekt niet blind was."

 

Vertaald

Twee Afrikaanse schrijvers grossieren in Nederlandse vertalingen, die bijna altijd ook meer dan eens herdrukt worden: Bij Irma Joubert gaat het om historische, bij Deon Meyer om speurdersromans. Ze stelden ook ditjaar niet teleur. Van Joubert verscheen Een thuis in Afrika (Na 'n plaas in Afrika, vert. Dorienke de Vries, Mozaïek 24,99).1 "Een nieuwe Joubert is voor mij altijd een feestje", luidde de belijdenis van Marianne Hoksbergen (Nederlands Dagblad 6 november). Zij zou "er niet onder lijden" als Joubert een vervolg schrijft. Miranda van der Bruinhorst sloeg dezelfde toon aan, maar met de precisering dat haar waardering vooral uitgaat naar Jouberts tekening van de personages. (Reformatorisch Dagblad 24 december).

De nieuwe Meyer is Donkerdrif (vert. Martine Vosmaer en Karina van Santen, Bruna 22,99). Over Joubert schrijft meestal alleen de christelijke pers, maar applaus voor Meyer klinkt bij alle gezindten. Het Nederlands Dagblad prijst hem, maar zijn nieuwe boek wordt evengoed toegejuicht in de "kwaliteitskrant" als in de - meer volkse - grootste krant van Nederland en in streekkranten.

Voor een verrassende reactie tekent Almatine Leene in het Friesch Dagblad van 6 februari. Toen de boekwinkel nog open was, wilde zij een boek van Meyer kopen en stond ermee bij de kassa, toen een andere winkelbezoeker haar ongevraagd toevoegde dat zij van die schrijver niet het beste boek gekozen had. Deze bemoeial bleek Meyer zelf te zijn, in Friesland op tournee. Leene herkende hem niet. Hoe kwam dat? Haar gedachten dwaalden weg van Deon Meyer om uit te komen bij een andere vraag: "Zou jij Jezus herkennen als je Hem tegenkwam?"

De regionale kopbladen van het AD (bijvoorbeeld de Provinciale Zeeuwse Courant, 13 maart), lieten Meyer standaardvragen beantwoorden, over welk boek bij de ondervraagde een bepaalde rol vervult. Bij "in mijn jeugd verslonden" zei Meyer: Fritz Deelman, bij "het boek dat ik had willen schrijven": Triomf van Marlene van Niekerk ("ken geen boek dat zo ontregelend en verwarrend is") en bij "wil ik herlezen": Toorberg van Van Heerden.

"Een dijk van een verhaal", zegt Paola van de Velde over Donkerdrif in De Telegraaf (2 maart). Een opstapje naar een vraaggesprek met Meyer, die ernstig spreekt over zijn thema van de hebzucht: "Hebzucht is niet voor niets een van de zeven hoofdzonden. Iedereen maakt zich hieraan schuldig, jong, oud, blank, zwart, bedrijven of individuen. Het is een van onze donkerste driften." Ook Gijs Korevaar combineerde zijn lof met een interviewtje. Meyer vertelt hoe zijn boeken ongeveer ontstaan (Nederlands Dagblad 12 maart).

Arjen Ribbens houdt vooral van Meyers karakters (Griessel als geheelonthouder die zich gedraagt als alcoholist) en van de "petites histoires" over de Zuid-Afrikaanse samenleving (weet Cupido af te blijven van zijn samosa's?). Te veel toeval in het plot vergeeft hij Meyer graag (NRC Handelsblad 19 maart).

Marijn van der Jagt hoort tot de critici die de dubbele betekenis van de titel uitleggen. Donkerdrif is een van de besproken boeken in een lang stuk: "Waarom we zo van helden houden die het recht in eigen hand nemen". Dat gaat over onze voorliefde voor speurders die zich van regels en wetten weinig aantrekken, en over "onze eigen donkere behoeften" (Vrij Nederland 1 juni).

Stond er voor Deon Meyer in de Nederlandse pers weer een warm bad van vriendelijkheid en brede aandacht klaar, twee andere nieuwe vertalingen moesten het met minder doen. Harry Kalmers In een land zonder vogels (vert. Rob van der Veer en Manuzio, 20) is over het hoofd gezien. Elsa Jouberts novelle We wachten op de commandant verging het weinig beter. In een kort stukje in een omroepblad zei Gert-Jan Schaap: "knap gecomponeerd én spannend" (Visie 9 december, vert. Van der Veer, Manuzio 14,99).

Een uniek type vertaling leverde de harpiste en componiste Anne Vanschothorst met klip lied snaar. Zij voegde haar harpmuziek op cd toe aan poëzie van Antjie Krog, zoals die door de dichteres was voorgedragen. In een begeleidend boek staan Krogs teksten, met de vertaling van Robert Dorsman ( 27,99).

Om het hart terug te brengen. Een memoir. Liefde en geweld in Zuid-Afrika van Annemarie van Niekerk kent een bijzondere ontstaansgeschiedenis. Van Niekerk schreef het voor het grootste deel in het Afrikaans (vert. Jaap Goedegebuure), de rest in het Nederlands (Atlas Contact 24,99). Met een plaasmoord op goede vrienden als aanleiding schreef Van Niekerk een persoonlijk boek, met naast autobiografische ook wel fictieve kanten, waarbij haar verhouding tot Zuid-Afrika en vooral de geweldsaspecten van de Zuid-Afrikaanse samenleving volop belicht worden.

Anna Krijger (Trouw 30 oktober) zag met een zeker ontzag hoe Van Niekerk oude zekerheden onderuit haalt en ook bij nieuwere denkbeelden vraagtekens zet. Het geweld in Zuid-Afrika noemt Krijger: "verpletterend". Naar haar inschatting vraagt het "een mengeling van moed en koppigheid om te geloven dat 'de regenboognatie' het trauma van de apartheid ooit te boven zal komen," maar in Van Niekerk herkent zij tegelijk: "een schrijver die zichzelf en alles wat ze kent op het spel zet ten behoeve van waarheid en rechtvaardigheid."

Na een uitvoerige kritische bespreking van de veelheid van verhalen waardoor zij zich bij lezing van Van Niekerks boek lichtelijk overspoeld voelde, stelde Kim Schoof, bij wijze van afronding: "Maar het ruim vierhonderd pagina's tellende vlechtwerk dat Om het hart terug te brengen is, heeft me des te meer doordrongen van de gruwelijk complexe situatie in Zuid-Afrika" (De Groene Amsterdammer 18 november).

 

Kamfer in de pers

De Afrikaanse schrijver die in Nederland, naast Krog, het opvallendst naar voren komt is de dichteres Ronelda S. Kamfer, in 2021 met Chinatown (Podium, tweetalig 22,99). De oplagen van Eybers, Jonker en Krog, haalt Kamfer niet, maar Alfred Schaffer vertaalt al haar bundels en zij krijgt veel aandacht van de pers. Zij brengt een nieuw geluid als eerste dichteres van de Kaapse Vlakte. Guus Middag beschrijft in "Mengtaalpoëzie" (Onze Taal, jrg.90, september) haar Kaaps Afrikaans als: "Afrikaans dat in en om Kaapstad wordt gesproken, doorspekt met erg veel Engelse woorden. Zij mengt het met straattaal."

Janita Monna en Dieuwertje Mertens hebben allebei Kamfer geïnterviewd. Aan Monna vertelt Kamfer over de ontwikkeling van haar persoonlijkheid. De Afrikaanse poëzie was voor haar de "taal van de rijke witte man" waarin zij zich niet herkende. In haar werk blijkt haar eigen Kaaps Afrikaans een volwaardige taal. Haar moeder bracht de boeken mee die haar vooruit hielpen, achtergebleven boeken uit het bejaardenhuis waar moeder schoonmaakte. Zij noemt Dostojevski en andere Russen. "En in de verschrikkelijke buurt waar ik woonde, was ook een prachtige bibliotheek."

"Onverschrokken, onverholen, rauw en direct" noemt Mertens de nieuwe bundel, waarin Kamfer Zuid-Afrika tekent als land van geweld en van misbruik, vooral misbruik van vrouwen. Beide gesprekken gaan ook over Kamfer zelf als slachtoffer, over de verhoudingen in haar familie en over de vraag wat haar dichterschap tegen deze achtergrond voor haar betekent (Trouw 10 april en Het Parool 5 mei).

Voor Obe Alkema (NRC Handelsblad 3 december) zijn Kamfers gedichten, bepaald door "snijdende humor en pakkende beelden", wrange vruchten van haar "ontsnapping", haar socialisatie "langs lijnen van gender en etniciteit", tegen een achtergrond van "puin van de apartheid" en van "ruïnes van onderdrukking en uitbuiting." Maar Alkema bespeurt ook enige hoop. Die ligt in de gedichten op zichzelf, geschreven als die zijn voor de volgende generatie, die misschien méér ontsnapten telt, voor "zwarte en bruine jochies / in een klas vol witte kinderen."

Een opvallende reactie geeft Christine Otten in de Volkskrant (26 december). Na een begin met fors trompetgeschal, waarbij zij Chinatown uitroept tot "opzienbarendste dichtbundel die het afgelopen jaar verscheen" en over Kamfer zegt: "met huid en haar in haar eigen werk aanwezig, net als haar familie, haar voorouders én de Zuid-Afrikaanse geschiedenis", beschrijft Otten de schrijfgroep die zij leidt, in een gevangenis, en tekent zij de reactie van gevangenen op Kamfers poëzie. Doordat Kamfer machteloze achtergestelden in Zuid-Afrika een stem geeft, bereikt zij ook de mannen die hun vrijheid in het cachot zijn kwijtgeraakt. Boven Ottens stuk staat: "Iedereen heeft recht van spreken."

 

Eybers, Leipoldt, Anker

Reageert men tegenwoordig in Nederland alleen nog op de allernieuwste Afrikaanse literatuur? Nee! Buiten de dag- en weekbladen kon men lezen over C. Louis Leipoldt, Elisabeth Eybers en Willem Anker.

De juridisch hoogleraar H.U. Jessurun d'Oliveira stelde in zijn artikel "Elisabeth Eybers schreef in het Afrikaans" in zijn ondertitel de vraag: "Kreeg zij ten onrechte de P.C. Hooftprijs?" D'Oliveira is ook poëzieliefhebber en poëziecriticus en was in de jaren zestig redacteur van het baanbrekende literaire tijdschrift Merlyn. Als poëzielezer heeft hij voor het werk van Eybers alle waardering, maar als jurist vroeg hij zich af of de geldende regels en voorschriften de bekroning van Afrikaanse poëzie (in plaats van Nederlandse) toestaan. Zijn antwoord staat in: De Parelduiker jrg. 26 nr. 2.

In Batavia, de hoofdstad van het toenmalige Nederlands-Indië (nu Jakarta, Indonesië) stond de dichter Leipoldt in 1912 als aan de grond genageld toen hij een doodskop zag, die de bekroning vormde van een afschrikwekkend gedenkteken. Hij was diep geschokt en deze ervaring liet hem nooit meer los. Het ging om de schedel van een zekere Pieter Erberveld, zoon van een Thaise moeder en een Duitse vader, een rijk man, die in 1722 vreselijk was gemarteld en ter dood gebracht omdat hij een opstandeling zou zijn tegen het Nederlandse gezag. Het monument was opgericht om iedereen die dat gezag óók wilde aantasten, te waarschuwen voor wat hem te wachten stond.

In een uitvoerige studie: "Een rusteloos leven na de dood. Pieter Erberveld in Indië, Japan, Indonesië en Zuid-Afrika" {Indische Letteren jrg. 36, maart) bespreekt Olf Praamstra het levenseinde en het verrassend brede naleven van deze Erberveld. Hij neigt tot de opvatting dat de beschuldiging aan het adres van Erberveld vals was en Erberveld zelf het slachtoffer van een in-gemene samenzwering van de hoogste Nederlandse gezagsdrager, de gouverneur-generaal.

In het Zuid-Afrikaanse deel van Praamstra's verhandeling is Leipoldt de hoofdfiguur. Men weet dat hij poëzie schreef over Erberveld, dat hij Erberveld besprak in zijn reisdagboek, maar juist die fragmenten schrapte voor de publicatie en dat hij tientallen jaren werkte aan een drama over Erberveld, maar het niet voltooide.

Waarom deze mislukking? Praamstra beklemtoont dat Leipoldt Erberveld vooral zag als man "van gemengden bloede", dus in samenhang met een van de gevoeligste kwesties in de samenleving in Zuid-Afrika. Over de positie van de Zuid-Afrikaanse "kleurlingen" had Leipoldt veel te zeggen, maar hij kon er maar niet toe besluiten om dat ook werkelijk te doen. Praamstra bespreekt ook Henriette Grové en Elsa Joubert, die elk op eigen manier in hun werk de herinnering aan Leipoldt levend hielden.

In een bundel van Michiel van Kempen: Het andere postkoloniale oog. Onbekende kanten van de Nederlandse (post)koloniale cultuur en literatuur, vindt men van Margriet van der Waal "'Ons is meer Suid-Afrikaners as enigiemand anders in hierdie land'". Haar onderwerp is Buys van Willem Anker, over de tegendraadse blanke met kinderen bij vele vrouwen die oog noch oor had voor de zogenaamde raszuiverheid.

Volgens Van der Waal laat Anker zien hoe tegenwoordige tegenstellingen en problemen hun wortels hebben in het begin van koloniaal Zuid-Afrika. Hier zoekt Van der Waal ook een verklaring voor het grote succes van Ankers boek: het verhaal belichaamt vragen over wat Zuid-Afrikanen zijn en hoe zij in hun "onontwarbare verknooptheid en onderlinge afhankelijkheid van Zuid-Afrikanen met elkaar" kunnen leven. De zin die zij als titel koos, is een bewering van een "gemengde" nazaat van Buys.

Wie met Van der Waal meegaat, en terugdenkt aan Leipoldt, kan concluderen dat een moderne schrijver als Anker een gevoelig onderwerp als de verhoudingen tussen mensen van verschillende kleur makkelijker ter sprake brengt dan Leipoldt vroeger. Maar ook Anker kiest daarvoor nog wel de omweg van de historische roman. Dankzij Praamstra, Van der Waal, Anker en veel anderen bleef in 2021 de verhouding tussen de bevolkingsgroepen bepalend voor het Nederlandse beeld van Zuid-Afrika en van de Afrikaanse literatuur.

Eep Francken

Universiteit Leiden en Noordwes-Universiteit. E-pos: a.a.p.francken@hum.leidenuniv.nl

 

 

1 De prijzen die ik noem, gelden voor nieuwe boeken op papier. Als e-boek of tweedehands zijn ze veel goedkoper.

Creative Commons License Todo o conteúdo deste periódico, exceto onde está identificado, está licenciado sob uma Licença Creative Commons