SciELO - Scientific Electronic Library Online

 
vol.61 issue2A Chinese road map to offender re-entry: A case studyThe first 40 years of Orania author indexsubject indexarticles search
Home Pagealphabetic serial listing  

Services on Demand

Article

Indicators

Related links

  • On index processCited by Google
  • On index processSimilars in Google

Share


Tydskrif vir Geesteswetenskappe

On-line version ISSN 2224-7912
Print version ISSN 0041-4751

Tydskr. geesteswet. vol.61 n.2 Pretoria Jun. 2021

http://dx.doi.org/10.17159/2224-7912/2021/v61n2A7 

NAVORSINGS- EN OORSIGARTIKELS RESEARCH AND REVIEW ARTICLES

 

De Kaapse kopers van de Reis naar Syrië en Palestina in 1851 en 1852 (1854) van CWM van de Velde

 

The buyers at the Cape of Reis naar Syrië en Palestina in 1851 en 1852 (1854) by CWM van de Velde

 

 

Gerrit Schutte

Emeritus hoogleraar, Geschiedenis van het Nederlandse Protestantisme. Vrije Universiteit Amsterdam. Professor Extraordinarius, Departement Geskiedenis, Universiteit van Suid-Afrika E-pos: gj.schutte31@gmail.com

 

 


SAMENVATTING

De voormalige Nederlandse marineofficier, cartograaf en tekenaar Charles William Meredith van de Velde (1818-1898) publiceerde in 1854 een Reis door Syrië en Palestina in 1851 en 1852. Van de Velde was een aanhanger van de Nederlandse opwekkingsbeweging, het Réveil. Hij had internationale contacten, was in de jaren 1860 bevriend met Henry Dunant en was medeoprichter van het Rode Kruis. In 1851-1852 (en in 1861-1862 opnieuw) reisde hij in het Nabije Oosten, met de bedoeling een betere kaart en beschrijving van het Heilig Land te maken. In 1854, na veertig jaren van anglicering, kochten maar kleine aantallen Kapenaren in voor Nederlandse boeken. Maar voor Van de Velde's dure en tweedelige Reis naar het Heilig Land tekenden meer dan honderd mensen aan de Kaap in! Wilden zij het boek hebben omdat zij de auteur hadden gekend, toen hij 1848-1850 aan de Kaap verbleef? In die tijd had hij allerlei mensen ontmoet, had aandacht getoond voor evangelisatie en had zelfs Messenger of Mercy van de Britse prediker James Smith vertaald, als De vredeboode voor geloovige lijders en uitgegeven door de Kaapse drukker NH Marais (1850)? Of verwachtten gelovigen erin gegevens om de Bijbel beter te verstaan, de omzwervingen van Abraham, de wandelingen van Jezus, de aanwijzingen door de woestijn naar het Beloofde Land?

Trefwoorden: Kaap de Goede Hoop, Heilig Land, Nederlandstalige boeken, Bijbelstudie, pietisme, evangelisatie, zending, Beloofde Land, Voortrekkers, Jerusalemgangers, CWM van de Velde, NH Marais


ABSTRACT

Charles William Meredith van de Velde (1818-1898), a former Dutch naval officer, cartographer and draughtsman, an adherent of the Dutch pietist Réveil with wide international connections, a friend of Henry Dunant and a co-founder of the Red Cross in the 1860s, travelled to the Near East in 1851-1852 (and again in 1861-1862), to make a better map and description of the Holy Land. In 1854 he published an updated Reis naar Syrië en Palestina in 1851 en 1852 ("Travels to Syria and Palestine in 1851 and 1852"). By then, after forty years of anglicising, Dutch-language books generally attracted small numbers of Cape buyers only. Still, more than a hundred people at the Cape ordered copies of Van de Velde's comprehensive and therefore, expensive, description of the Holy Land comprising two volumes. Were they familiar with the author, as a result of his two years of residence at the Cape in 1848-1850, where he had shown interest in evangelisation and had translated Messenger of Mercy by the British preacher James Smith, published by the Cape Town printer HN Marais as De vredeboode voor geloovige lijders (1850)? Were the pious at the Cape eagerly awaiting new information to understand their Bible reading, to follow the paths of Abraham, the walk of Jesus, or the trails through the wilderness and desert to the promised land?

Keywords: Cape Colony, Holy Land, Dutch books, Bible study, pietism, evangelisation, mission, Promised Land, Jerusalemgangers, Voortrekkers, CWM van de Velde, NH Marais


 

 

KENNISMAKING

In 1854 verscheen bij de Utrechtse uitgever Kemink en Zoon een Reis door Syrie en Palestina in 1851 en 1852, van de hand van "de oud luitenant ter zee, ridder van het Legioen van Eer C.W.M. van de Velde". Het was een duur boek in twee delen in groot formaat, viii + 334 respectievelijk xvi + 429 bladzijden, met een "Kaart van Syrie en Palestina met aantooning der gevolgde reisroute" en een "Plattegrond van Jeruzalem" en aan het begin van elk deel een mooie steendruk aquarel (Het meer van Tiberias, Zicht op Jeruzalem). Op de Lijst van Intekenaren stonden de namen van 391 mensen in Nederland, Nederlands West- en Oost-Indië en de Kaap de Goede Hoop. Wat opvalt is, dat onder die 391 intekenaren er niet minder dan 107 Kapenaren waren, goed voor niet minder dan 167 exemplaren, want de boekhandelaar NH Marais in Kaapstad bestelde 50 exemplaren, zijn collegae L Taats 11 en WF van de Vliet twee.1

Die grote Kaapse belangstelling roept verschillende vragen op. Ze lijkt bijvoorbeeld strijdig met het geldend beeld van de dalende betrekkingen tussen Nederland en de Kaap na 1814, en de verengelsing van de elite aan de Kaap.2 Werden andere Nederlandse boeken ook zo veel ingetekend door de Kapenaren? Wie waren die kopers? Kenden zij de auteur? Waarom wilden zij dit boek bezitten?

We beginnen met een kennismaking met de reiziger-auteur, Charles William Meredith van de Velde.3 Hij was op 4 december 1818 geboren te Leeuwarden, eerste kind van Jan van de Velde, officier van gezondheid bij de Infanterie, en Cornelia Maria Jonquière, een dochter van de commandant van de stad, majoor Jean Paul Sixte Jonquière en zijn vrouw Johanna Geertruida de Man.4 Nog geen veertien jaren oud werd hij leerling van het Koninklijk Instituut voor de Marine te Medemblik,5 en als 17-jarige trad hij als adelborst in dienst bij de marine. Hij maakte eerst een reis naar de Nederlandse koloniën in West-Indië en zeilde vervolgens in september 1837 op het korvet "Triton" naar Nederlands Oost-Indië, waar hij medio april 1838 aankwam. De "Triton" bezocht vervolgens diverse delen van de archipel, en Van de Velde had opdracht overal zo nodig de zeekaarten te verbeteren: (kaart)tekenen stond in Medemblik op het lesrooster.

In september 1841 kwam Van de Velde, intussen luitenant ter zee, voor verlof terug in Nederland. Hij had een portefeuille vol tekeningen bij zich, want behalve kaarten had hij ook havens, baaien, landschappen, dorps- en stadsgezichten en enkele inheemse vorsten getekend. Hij had duidelijk aanleg voor tekenen en had in Medemblik bovendien de bekende zeeschilder PJ Schotel als docent gehad. Van de Velde's tekeningen werden in de jaren 1843-1846 met een beschrijving in afleveringen als Gezigten van Neerlands Indië gepubliceerd. Een mooi boek, een beschrijving van Insulinde in vijftig prachtige lithografieën, sfeervol, stemmig en ietwat romantisch, een plezier om te zien.6 Er bestond in Nederland belangstelling voor de mensen en natuur in de koloniën in de Oost en Van de Velde gaf met zijn tekeningen Nederlands Oost-Indië een gezicht.

In zijn Europees verblijf schreef Van de Velde de tekst bij de Gezigten en maakte de kaart van Java af waarmee hij in Batavia al mee bezig was.7 Ook kreeg hij een tijdelijke opdracht bij het opmeten van de Zuiderzee, terwijl hij medio 1843 extra verlof nam in verband met ziekte van zijn moeder, die "na een lang geduldig lijden" op 23 december 1843 overleed.8 Zijn vader was al op 19 april 1832 overleden. CWM9 had nog een zus en een broer, Jeannette (1821) en François (1825).10 François was al sinds 1840 naar het voorbeeld van zijn broer bezig met de opleiding in Medemblik, hij zou in 1844 naar de Oost gaan. Jeannette zal bij haar moeder gewoond hebben, en ook zij ging naar de Oost, maar vermoedelijk pas in 1846 of 1847.

Tweede Indische verblijf

Van de Velde arriveerde eind november 1845 weer in Indië, verwisselde de marine voor de bestuursdienst en werd benoemd tot ambtenaar bij het Bureau voor de Statistiek (tegen een tractement van f 300 per maand) in Buitenzorg.11 Een aanstelling met toekomst, want Statistiek, onderdeel van de Algemene Secretarie, verzamelde gegevens en schreef nota's voor de Hoge Regering, de Gouverneur Generaal en Raad van Indië. Gouverneur Generaal JJ Rochussen12 noemde Van de Velde "knap, maar eigenwijs en prétentieus".13 Een half jaar later schreef Rochussen: Van de Velde "die om geplaatst te worden zoo veel moois had beloofd voor het Statistiek, doch die eigenlijk niets goed heeft gedaan dan eenige kaarten teekenen verlaat de Algemeene Secretarie en Java, onder de vorm van een verlof buiten bezwaar der Schatkist. Die vorm is verkozen om éclat te vermijden, zijnde de oorzaak gelegen in een criminal chit-chat. Hij gaat eene pelgrimsreis maken naar het Heilige Land tot boete".14 De latere evangelist Isaac Esser, toen mede-ambtenaar van Van de Velde, noemde hem eens "een Satan en een engel tegelijk".15 Esser kende hem persoonlijk en wist ook van Van de Velde's homofiele geaardheid.16

Haast om die pelgrimsreis te gaan maken toonde Van de Velde niet, die aanvulling "tot boete" zal wel een sneer van Rochussen zijn. Van de Velde was een overtuigd evangelisch christen, beïnvloed door de internationale opwekkingsbeweging het Réveil, gekenmerkt door een gevoelig persoonlijk geloof, openlijk getuigenis en beoefenen van barmhartigheid, met name aan behoeftigen. De Christelijke Vrienden (zoals de aanhangers het Réveil in Nederland zich noemden) spraken veel over zending onder Israel (onder de Joden dus, Israel was niet een geografisch begrip). Abraham Capadose hield in 1842 bijvoorbeeld een reeks opwekkings-bijeenkomsten voor Vrienden van Israel en Isaac da Costa publiceerde in 1847 een boek Israel en de volken.17 Voor de mensen van het Réveil waren Jeruzalem en het Heilige Land belangrijke plaatsen, daar had Jezus geleefd en geleden en verwachtten dat daar de komende wederkomst en nieuwe wereld zou beginnen.18 Volgens sommigen moest een hervestiging van Joden in Palestina er aan voorafgaan. Ook de opkomende moderne theologie stimuleerde het Bijbelonderzoek en de Bijbelse geografie, inclusief de discussie over de historiciteit van de Bijbelse informatie. Eeuwenlang kende de Westerse wereld van Palestina niet veel meer dan wat de Bijbel bood en de verhalen van de Kruistochten plus een enkel achttiende-eeuws reisverslag, totdat de internationale verhoudingen Palestina na 1830 enigszins toegankelijk maakten, hoewel het nog steeds deel was van het Ottomaanse Rijk.19 Dit versterkte het oude verlangen naar het Oosten.20 En dus werd reizen in het Nabije Oosten mogelijk en vestigden zich er Amerikaanse, Engelse, Franse en Duitse zendelingen die evangeliserende diaconale projecten ondernamen. Er kwamen dus ook losse gegevens over land en leven beschikbaar, die nieuwe vragen opriepen en verwerkt werden in de "gewijde aardrijkskunde". Een Nederlands voorbeeld is de Bijbel-Atlas (1842-1849) van ds. GH van Senden, geschreven voordat hij Palestina 1850 bezocht in gezelschap van prinses Marianne, dochter van koning Willem I en gescheiden echtgenote van prins Albrecht van Pruisen.21 Zij behoorde tot de selecte maar groeiende internationale groep van toeristen in Palestina. Ook serieuze geografen en cartografen reisden naar het Nabije Oosten, met name om Bijbelse gegevens te verifiëren en verduidelijken. Ook Van de Velde, overtuigd christen, cartograaf, nieuwsgierig reiziger, wilde daarom naar het Heilig Land, een combinatie van vroomheid, wetenschappelijke aandrang en behoefte aan avontuur.

Op 24 november 1847 trouwde Van de Velde's zus Jeannette in Buitenzorg.22 Als oudste broer moest CWM bij dat huwelijk aanwezig zijn, dus zal Van de Velde pas na die bruiloft Java hebben verlaten, in december 1847.23 Hij was intussen, als beloning voor zijn hulp aan Fransen, benoemd tot ridder Legion Honneur.24 Het Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen betreurde het vertrek van het lid Van de Velde.25

 

ZENDINGSACTIVITEIT AAN DE KAAP DE GOEDE HOOP?

Over de reis van Van de Velde naar patria is weinig bekend. JH Rombach, die enkele biografische schetsen van Van de Velde opstelde, schreef dat hij terugkeerde via Ceylon en de Kaapkolonie, "alwaar hij zendingsactiviteit zou hebben ontplooid". Van de Velde was opgegroeid in een Waals Gereformeerd/Hervormd26 gezin en deed in februari 1835 geloofsbelijdenis in de Hervormde Kerk te Lutjebroek.27 Van de religieuze sfeer in zijn ouderlijk huis en zijn eigen ontwikkeling is mij verder niets bekend, maar het is duidelijk dat toen hij in 1845 weer naar Indië ging, hij de gevoelige, orthodoxe, piëtistische vroomheid van het Réveil omhelsde. Het Réveil had aanhangers in Haarlem, zij vroegen Isaac da Costa om voordrachten te komen geven, en Nicolaas Beets stond sinds 1840 in buurgemeente Heemstede28 - kennelijk had Van de Velde contact met hen. In de kring van het Réveil bestond belangstelling voor inwendige zending (filantropie en evangelisatie in Nederland), maar ook voor overzeese zending, in het bijzonder onder inwoners van de Nederlandse koloniën. Ook in Batavia en Buitenzorg leefden in de jaren 1840 mensen die ontevreden waren over het algemeen gemakkelijke, lauwe geestelijke leven van de Nederlanders ter plekke. Van de Velde deelde die opvatting en richtte eind 1846 in Buitenzorg een hulpgenootschap voor zendingsactiviteiten op.29

Inderdaad verbleef Van de Velde tijdens zijn reis in 1848 enige tijd op Ceylon, waar hij een gesprek voerde over het christelijk geloof met een jonge bekeerling.30 Voor zendingsactiviteit door Van de Velde aan de Kaap had Rombach slechts één concrete aanwijzing: de verschijning in 1850 te Kaapstad van De vredebode voor geloovige lijders op het ziekbed en in tijden van verdrukking en benauwdheid, vertaald en voorzien van een kort voorwoord door Van de Velde, Kaapstad, februari 1850.31 Het exemplaar op de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag laat zien dat het een vertaling is van de toen bekende Engelse Baptisten opwekkingsprediker James Smith, Messenger of Mercy (1849).

Toen Van de Velde aan de Kaap arriveerde, was recent dr. John Philip overleden, de leider van de zendings- en emancipatie-activiteiten van de London Missionary Society. De LMS was vooral actief onder de Khoikhoi bevolking, en werd niet door ieder geliefd. Zijn overlijden gaf ruimte aan de Methodistische benadering, die het persoonlijk-geestelijke welzijn, de redding van de ziel centraal zette. Onder de Kapenaren waren er sinds de eeuwwende mensen die zendingswerk onder slaven en vrijgelatenen ondernamen,32 en nu werd versterkt door een opwekking, die meer persoonlijke, gevoelige vroomheid beklemtoonde. Er waren dominees en vooral ook gewone kerkleden aan de Kaap die zich inzetten voor Bijbel-Verenigingen en zondagsscholen, ook acties voor "inwendige zending" onder de (sinds 1834 vrijgelaten) slaven, de vrije gekleurden en de Griekwa's. Een nieuwe generatie dominees, de broers John en Andrew Murray, NJ Hofmeyr, JH Neethling en GW van der Lingen, bewerkte een vernieuwing in de Kaapse kerk. Zij hadden bij hun studie in Utrecht kennisgemaakt met het Réveil, waren er lid van studiegroepen als "Secor Dabar" en "Eltheto", die persoonlijke vroomheid, missionaire actie en filantropie beklemtoonden.33 Ook waren er zendelingen, uitgezonden door Duitse en Franse zendingsorganisaties, Eugène Casalis en zijn vrouw bijvoorbeeld, zendelingen onder de Basotho te Thaba-Bosiu, uitgezonden door het Parijse Zendingsgenootschap.34 Van der Velde verbleef bijna twee jaren aan de Kaap, maar harde bewijzen van zijn verblijf, zijn contacten en activiteiten heb ik niet kunnen vinden. Hij moet wel hebben kennis gemaakt met van die evangeliserende mensen en organisaties. Dat moet hem ertoe gebracht hebben tot het vertalen van het boekje Messenger of Mercy.

Van de Velde sprak niet alleen met allerlei mensen aan de Kaap, hij luisterde ook naar hun Nederlands dat al veelszins Afrikaans was. Hoe goed hij luisterde bewijst Eene schets uit mijne reisportefeuille: De oude hottentottin.35 Hij vertelde daarin dat hij begin 1850, terug wandelde van een bezoek aan mevrouw Casalis, die logeerde op een landgoed tussen Wynberg ("ma retraite" voor ieder, wier bezigheden hen niet nacht en dag aan de Kaapstad zelve gebonden houden") en Rondebosch ("met huizen tuinen zoo sierlijk en fraai, dat het u Bloemendaal bij Haarlem geheel voor den geest brengt"). Onderweg werd hij aangesproken door "eene oude Hottentottin":

"Morgen seur! waar gaat seur dan heen?" Verwonderd over de vrijpostigheid der leelijke oude, keek ik haar eens goed aan, zonder nogtans te antwoorden. "Soe!" ging zij al glimlagchende voort - "jij is maar reg fiet [zwierig gekleed] vandaag." Nog nooit had mij eene kleurling zoo onbeschaamd aangeklampt. Was zij welligt niet nuchteren?... Nog bleef ik haar zwijgend aanzien, terwijl zij met soortgelijk gesnap voortging. eene gedachte kwam bij mij op. Onze ontmoeting was niet toevallig. [Hij hoorde dat zij niet dronken noch kinds was, hij begon een serieus gesprek.]

"Maar oude Griet, (zoo heette zij zich) hoe kom jij dan zoo danig wijs om voor mijn aan te spreken."

[Zij] "Ik is nie wijs nie; maar seur het als te banja schelms gezig, daarom vraag ik voor seur."

[Hij] "Nou, oude Griet; ik mot hier die pad inslaan tusschen de boschjes. Ga jij ook mee zaam?"

"Nee, nee!" antwoorde zij, "ik het met jou niks uit te waai nie. Gee maar liever een ouwelap" [stuiver, penny].

[Van de Velde beloofde haar een sixpence als ze meeging, want hij wilde een gesprek met haar voeren over haar geloof.] "Nee, nee! jij wil een jilletje [streek uithalen] voor mijn maak! geef op de sixpence!"

[Hij hield haar aandacht vast door haar probleem (een kreupel been) te vergelijken met zijn eigen probleem]: "Ik het als te danig zeer daar van binnen, Griet het reg gezien, dat ik zoo banje schelm gezig het. Ik is zoo mer zoo schelm - groote schelm, maar hoe mot ik maak om te verander? Ik is bang om te sterven, en die dood kan toch dalkies kom."

"Jij is een bog van een kerel!" - riep ze met verwonderlijke brutaliteit uit - "ik kan nie vir jou help nie. Geef de sixpence, en maak nie spulletjies nie!" [maar Van de Velde zette het gesprek voort, over zonde en straf en zijn angst, en zij zei:] " Seur mot bekeer Seur mot na de kerk gaan, of na die oefeningshuis, seur mot in den Bijbel lees, en seur moet bidde", zei de arme Hottentottin met toenemende beklemdheid.

Van de Velde deelde dus alle koloniale vooroordelen en gedroeg zich superieur, maar aan het eind van het bladzijden lange gesprek baden "seur" en "Hottentottin" eensgezind om hulp van God:

"Zoudt Gij misschien gaarne met mij den Heere willen bidden Griet, om ons verder te helpen, dat wij geheel en al tot hem mogen komen?" "Och ja seur, stamelde ze."

Van de Velde kende dus de weg van Kaapstad naar Wynberg en prefereerde de wandeling boven de omnibus-dienst, hij wist van de zendingsstatie op de Kaapse Vlakte (waar Griet soms diensten bijwoonde) en hij bezocht kennelijk de Kleine Karoo.36 Want wat jaren later bezocht hij de Bekaa vallei, Libanons wijnbouwcentrum, en schreef: "de grond der B'kaä is uitnemend geschikt voor wijnbouw. Andere gedeelten der vallei wederom zijn zoo hard van gruisgrond, dat er niets wil groeien. De aarde is op die plaatsen ijzerachtig van hoedanigheid, en heeft hetzelfde dorre woestijnachtige voorkomen, dat men zoo menigvuldig ontmoet in de grote vlakten van Zuid-Afrika."37

Het verblijf van Van de Velde aan de Kaap is mij tot nu toe alleen bekend uit zijn eigen werk. Mogelijk bewaren de Kaapse archieven nog gegevens, maar tot nu zijn mij geen verwijzingen bekend. Ook aquarellen en tekeningen van Van de Velde uit die tijd zijn mij onbekend, op één uitzondering na: een gouache in de William Fehr Collection te Kaapstad, dat de "Anti-Convict Agitation in front of the Commercial Exchange, 4 juli 1849" weergeeft.38 Moeten we het feit dat meer dan honderd Kapenaren een paar jaren later een exemplaar bestelden van Van de Velde's Reis naar Syrie en Palestina, beschouwen als gevolg van de indruk die hij op hen had gemaakt?

 

REIS NAAR SYRIË EN PALESTINA

Medio 1850 was Van de Velde terug in Nederland. Hij huurde een kamer in Wageningen, meldde ds. OG Heldring begin januari 1851, die ook vertelde dat Van de Velde in die tijd bezig was met "het vertalen van ascetische geschriften uit het Engels".39 Beide heren hadden regelmatig contact - de afstand tussen Wageningen en Zetten was gering. Heldring (die allerlei organisaties voor christelijk-sociale hulp aan gehandicapten, gevallen vrouwen en zending oprichtte) was druk bezig Duitse arbeiders als zendeling naar Java te laten gaan (Van de Velde regelde huisvesting voor een tweetal in Wageningen en financierde dat).40 De Nederlands-Indische regering, bang voor onrust, was tegen zending onder de moslim bevolking van Java. Van de Velde stimuleerde Heldring om de regering hard aan te vallen en door de uitzending van die arbeiders-zendelingen een verandering van het beleid te forceren. Nadat Heldring reeds zelf een artikel van de situatie in de Christelijke Stemmen had geschetst, plaatste hij vervolgens een ingezonden "Brief aan ds Heldring betrekkelijk de evangelie prediking op Java": "gij liet ons van die weemoed verstaan door een Christelijke regeering tegen den zendelingarbeid Men moet Gode meer gehoorzaam zijn dan de menschen de regeering doet veel om [de mensen] evangelie te onthouden". Die Brief was zonder de naam van schrijver afgedrukt, maar de auteur verried zich duidelijk: "ik heb verscheidene jaren in de Oostindische Archipel, en voornamelijk ook op Java, doorgebracht", en ook: "Nog onlangs verhaalde mij een zendeling uit Zuid-Afrika van zegenrijk werk met hulp van de overheid".41 De confrontatie die Van de Velde, Heldring en anderen wilden, werd door politiek meer conservatieve Réveilvrienden overigens afgewezen.42

Van de Velde was toen al in Engeland, waar hij een bijeenkomst van de Evangelical Alliance in Engeland bijwoonde.43 Vandaar begon hij in oktober 1851 een reis naar Syrië en Palestina. Het verslag van die reis opende met de hoopvolle woorden, dat "hij de plaatsen betreden zal, die door de voeten onzes Gods en zaligmakers Jezus Christus werden gedrukt, een Beth-lehem, Nazareth, Galileesche zee-oever, den Olijfberg en Jerusalem!"44 In Londen, vertelde hij, had hij mensen ontmoet die de reis wilden meemaken, maar toen hij vertelde overal metingen en aantekeningen te gaan maken, haakten ze af. In de trein van Brussel naar Parijs ervoer hij geestelijke bevestiging van zijn voornemen: hij dronk halverwege ergens in een stationsrestauratie koffie maar liet zijn treinkaartje liggen, wat hij tot zijn schrik bij een controle ontdekte - maar de controleur gaf hem zijn kaartje, hij had het zien liggen en had het meegenomen. Van Parijs spoorde hij naar Marseille, en stapte daar op een stoomboot die hem bracht naar Beiroet (begin december). Daar kocht hij een rijpaard, een tent en "een halve kruidenierswinkel", inclusief wat "huismiddeltjes, quinine, zouten"; ook huurde hij een gids met pakpaarden en verzorgers. Als tolk ging een jeugdige zoon van een Amerikaanse zendeling mee. En dan te paard.

De reis was vol verrassingen, het landschap, de mensen, het weer, moeiten met dieren en gidsen, lokale gezagsdragers, een dief nam al zijn geld zodat Van de Velde terug naar Sidon en Beiroet moest, om geld te lenen. Weer op pad en dan eindelijk: Jeruzalem in! (20 maart 1852). Maar helaas, toen hij "voor het eerst de Jaffapoort binnentrad Weg ging alle plegtig en heilig gevoel!"Jeruzalem was een veelszins Europese stad, Van de Velde werd bestormd in het Engels, Frans en Italiaans door mannen met hotelkaartjes, de straten waren vol met winkeltjes met toeristenherinneringen als "rozekruizen, kruisjes, schaaltjes, kopjes, reukzeep". Kortom: Jeruzalem, Gods stad, was een grote teleurstelling.45 Vol ergernis constateerde hij: "God is meer aanwezig 'waar twee of drie eensgezind hem dienen', dan hier, in Jeruzalem."46

In Jeruzalem kon Van de Velde zijn tentje niet opslaan, dus huurde hij een kamer. Die herstelde zijn humeur wat: "De geriefelijkheid, die ik hier geniet en sedert Sidon geheel heb moeten ontberen, is mij hoogst welkom. Ontbering is soms goed, en verslaafd te zijn aan allerlei gemak en genot is een lastige kwaad. Nogthans het zou dwaasheid zijn te beweeren, dat iemand, opgevoed temidden van het beschaafde leven en gewoon aan de vervulling der behoeften zich gemakkelijk zal schikken in het ruwe, woeste leven van de tegenwoordige bewoners des lands."47 In Jeruzalem ontmoette hij ook andere reizigers, zoals bijvoorbeeld de conservator van het Leidse Museum van Natuurlijke Historie dr. ME Beima, die een jonge Friese edelman begeleidde (de eerste Friezen in Jeruzalem na de Kruistochten, spotten zij).48 Niet Prinses Marianne, die was al een jaartje terug toen Van de Velde zijn reis begon, en Van Senden's Het Heilige Land. De mededeelingen uit een reis naar het Oosten was verschenen in september 1851, toen Van de Velde al in Londen was, hij vermeldde in zijn eigen boek dat van Van Senden niet. Jaren later, in juli 1859, bracht Van de Velde een bezoek aan de prinses in haar toenmalige verblijf in Reinhartshausen, zij kocht twee exemplaren van Van de Velde's Kaart van Palestina.49

Van de Velde maakte overal notities van waarnemingen en metingen: hoogte, breedte en lengte van bergen, steden, afstanden, hoogte van gebergte en geografische ligging. de wegen en paden. De natuur was zeer gevarieerd, mooi, zeker geen verlaten woestijn, zijn aquarellen lieten een groen land zien.50 "Waarlijk men weet in Europa nog niet half, welke schilderachtige en lieflijke plekjes Palestina bezit."51 Hij herkende Bijbelse gegevens en beschreef ruïnes van Bijbelse en latere tijden, deed er navraag over bij de mensen in de omgeving en vergeleek zijn gegevens met de bestaande literatuur, juist ook recente. Onderweg bezocht hij allerlei zendingsmensen. Zijn reisverslag is vol ontmoetingen met interessante mensen, Druzen, Turken, Arabieren, Joden, Europeanen en Amerikanen. Hij sprak met hen, woonde soms bij hen, at met hen. De gewone dorpsmensen, ook de Bedoeïnen, waren arm en onontwikkeld, en de Turkse bestuurders keken op hen neer, waren omkoopbaar.

Van de Velde deelde volop de negentiende-eeuwse Europese overtuiging van superioriteit, moreel, religieus, technisch-wetenschappelijk, en de beelden van eeuwen van strijd tegen het Osmaanse rijk en Barbarijse zeerovers. Al aan het begin van de reis, op de boot Marseille naar Beirout, domineerde dat stereotype vooroordeel zijn verslag: het eiland Chios stond onder "Turksche despotismus",52 Rhodos "onder de halve maan. Waar deze den schepter voert, is dood en verwoesting, zedelijk en tijdelijk; in het ottomaansche gebied [van het eiland] armoede, luiheid en verkwijning", in het kwartier der Latijnen en Grieken echter waren er nette, zindelijke kerkgebouwen.53 Pinksteren 1852 behoefde hij gelukkig niet onder "hateful Moslims" te vieren omdat hij bij zendelingen verbleef.54 Hij wist zich er dus "omringd door menschen, die met een oog, door onkunde en fanatismus verblind, achterdochtig en vijandig op ons nederzien; of door anderen, die, dieper gezonken, slechts bedacht zijn, hoe zij het best ons zullen berooven en plunderen. Die in dit land wil reizen moet wel bedenken dat hij zich naar een land begeeft van God vervloekt" 55 Om direct voort te gaan dat hij - "God een trouwe hoeder en medgezel" - veilig zijn arbeid in de bergen van Bilad-Besjarah kon volbrengen. Toen hij wat langer in het Nabije Oosten verbleef, versloeg hij naast het vooroordeel ook de realiteit, slechte en goede ervaringen. Juist een aangename ontmoeting bracht hem tot een opmerkelijke overpeinzing.56 Nat, koud en hongerig belandde hij eens eind van de middag bij het verblijf van een sheik in de omgeving van Jaffa. Hij en zijn gezelschap werd vriendelijk ontvingen, ze kregen koffie en een pijp en hij moest vertellen wie hij was en waarom hij daar belandde. Hij toonde kaarten en legde de functie uit van zijn instrumenten, benodigd bij zijn metingen, en stelde op zijn beurt vragen naar oude ruïnes en kreeg zinvolle antwoorden. "Het verwondert mij waarlijk de lieden nog zoo gewillig te vinden", schreef Van de Velde, "bij ons zou zo'n vreemdeling als spion ontmaskerd worden". Hier denken ze natuurlijk ook, dat die belangstelling voor ruïnes voortkomt uit een zoektocht naar de schatten die hun voorvaderen daarin nalieten. Ze verwachten ook, dat de vreemde mogendheden de Sultan willen verjagen om zelf de bevolking te gaan afpersen. "Natuurlijk", aldus Van de Velde, "hun geweten zegt wel, dat zij dit land hebben gestolen en geroofd, maar wij weten dat zij dat mochten om de Gods vloek te vervullen, maar die functie is vervuld, en nu komt de tijd van Gods belofte tot terugkeer van het volk, aan wie het beloofde land rechtens toebehoort". Sommigen stellen zich inderdaad negatief tegenover de vreemdelingen, anderen liggen zich er bij de gebeurtenissen neer, Insj'Allah. Van de Velde geloofde dus in bekering en terugkeer, hier en daar wees hij ook naar plaatsen waar ruimte was voor Joodse kolonisten (met moderne landbouwmethoden), maar hij legde meer aandacht op zending en riep ook zeker de Joden niet op tot massale terugkeer naar het Heilig Land, profeteerde ook geen duizend vrederijk.57

Van de Velde's reis had een wetenschappelijke kaart en beschrijving van het Heilig Land tot doel. De kaart en handleiding werden opgesteld conform de toenmalige regels van de cartografie en binnen de beschikbare mogelijkheden. Dat "zijn" Palestina "groener" is dan gewoonlijk, is opmerkelijk, meer er is geen reden dat zijn waarneming gekleurd was door de Bijbelse beschrijving "land van melk en honing". Zijn aquarellen tekenden altijd de schoonheid van de schepping, niet de mens en zijn kwaad en vloek. Het reisverslag beschreef de dagelijkse gebeurtenissen en handelingen, en tegelijkertijd ook de persoonlijke beleving van die reis, de duiding van de ontmoetingen en ervaringen. Maar ook daar beschreef hij de gebeurtenissen, feitelijk en zakelijk. Maar die gebeurtenissen waren ook ervaringen, persoonlijke belevingen en hadden dikwijls uitleg, achtergronden. Jeruzalem was een teleurstelling omdat zijn gedroomde beeld en gewenste religieuze beleving botsten met zijn feitelijke waarneming. Kaart en aquarellen, reisverslag en duiding samen gaven Van de Velde's Heilig Land.58

Schrijven

Op 25 juli 1852 kwam Van de Velde terug in Nederland, waarop hij kamers huurde in Utrecht. De reis was beëindigd, de verwerking ervan kon beginnen. Hij gaf lezingen aan geïnteresseerden en die lezingen trokken aandacht. In een brief van 12 januari 1853 aan Nicolaas Beets, die een van die lezingen had aangehoord, meldde Van de Velde dat zelfs de London Royal Geographical Society aandacht had geschonken aan zijn waarnemingen en metingen in Palestina59 en dat de Schotse uitgever Blackwood aanbood een Engelse editie uit te geven.60 Hij schreef verder: "Gisteren avond had ik Jerusalem te behandelen. Het zwaarste deel van al mijne voordragten. Maar de Heer heeft mijne geholpen. Ik bid soms in stilte of deze lezingen nog mogen bijdragen om zielen tot de zaligmaker te leiden". Vertellen waar Jezus wandelde, het land beschrijven waar hij leefde, verklaren wat in de Bijbel staat: dat was wat Van de Velde deed. Ook al had hij zijn boek opende met een tekst van Paulus: "Wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen".

Hanna Belmonte, de vrouw van Isaac da Costa, noteerde in haar Dagboekje (6 maart 1853) dat Van de Velde op de avond van de jaarlijkse bijeenkomst van de Christelijke Vrienden een "alleruitmuntendst" toegift gaf aan de voorlezingen die hij eerder in die kring in Amsterdam had gegeven. "Ds. van Marken deed een heerlijk nagebed en Da Costa een allerliefst woord van dankzegging tot Van de Velde, dat zeer voldeed."61

Die lezingen hadden Van de Velde echter ook geleerd dat hij zich moest beperken: wat hij eerder wilde opschrijven (en met Beets had besproken), ontdekte hij nu, zou eerder zes delen dan zes hoofdstukken opleveren. Dus: "Het wetenschappelijk geographische gedeelte vindt dan een deel op zich zelf, ten geleide van de kaarten".62 Voor het overige hoopte hij bij gelegenheid van een bezoek "uwe raad en hulp te genieten". Vandaar ook dat van de Velde zijn "hartelijke blijdschap" uitte met het feit dat Beets het beroep van de Stellenbosche [Theologische] Kweekschool had afgewezen, een blijdschap die volgens hem gedeeld werd door "het geheele lieve Vaderland".63

Op 23 april 1853 stuurde Van de Velde weer een brief aan Beets: "Eindelijk is het zoo ver dat ik U mijn eerste proef Manuscript kan toezenden". Hij had graag persoonlijk komen, maar zijn zus en kinderen logeerden bij hem. "Zend het [manuscript] mij s.v.p. met Uwe aanmerkingen zoo spoedig [later in de brief: volgende week] mogelijk terug". De kamerhuur hier eindigt op 15 mei, ging Van de Velde verder, misschien zou hij naar Edinburgh gaan om er de Engelse editie te begeleiden, maar voor die tijd wilde hij "de [druk]pers hier op goede gang te hebben". De volgende brief aan Beets, van 26 oktober 1853, kwam inderdaad uit Edinburgh (23 Duke Street), "om U te bedanken voor Uwe bereidwilligheid, waarmede gij mijn arbeid met Uwe gaven dient".64

Aan de Amsterdammer JA Wormser schreef van de Velde eind november 1853: "De Engelsche editie van mijne reis in Palestina houdt mij gedurende deze winter hier. Ik ben genoodzaakt bij den pers te blijven om te zien, dat de vertaling der Hollandsche text rigtig toegaat".65 Edinburgh beviel Van de Velde "bij uitstek. Welk van nuttige en goede zaken! Gezond klimaat en eenvoudige maar solide levenswijs". Hij had het druk. Zijn schrijftafel was vol. "Dit leven is mij grootere inspanning dan de 12 Uren per dag te paard in Palestina. Maar als ik niets schrijf, wat baat dan al het reizen." Aan Wormser schreef hij er breedvoeriger over:

Het spijt mij wel deze winter op zoo grooten afstand te zijn van de vaderlandsche vrienden, maar pligt roept mij hier, en als ik in mijn zwervend leven maar nu en dan iets goeds hoore van de vrienden, en op mijne beurt nu en dan hun iets te kennen mededeelen uit den vreemde, dan moet ik reeds dankbaar zijn. Door mijn verblijf alhier ben ik in staat geweest om ook voorzieningen te maken in de uitgaaf eenen groote kaart van Palestina, naar mijne opmetingen - zonder het aandeel van Groot Britanie zou dit in ons kleine land bezwaarlijk geweest zijn.

Voor een onrustig en emotioneel man als Van de Velde was die lange periode van hard en geconcentreerd werken wel zwaar: hij klaagde aan de mensen van de Duitse uitgever Perthes, die zijn kaart zou drukken, steeds over "the hardship of map-making wrecking his health and patience".66 Bijna vijftien jaren was Van de Velde bezig met het opstellen, steeds weer verbeteren en corrigeren van proefdrukken en herzieningen van de kaart, Map of the Holy Land en de Memoir to accompany the Map of the Holy Land (1858),67 immer klagend over de slaafse arbeid.68

Dat jarenlang zitten aan de schrijftafel leverde dus wel veel op. In 1854 verscheen zijn reisverslag in het Nederlands en het Engels: Reis door Syrië en Palestina in 1851 en 1852 en Narrative of a Journey through Syria and Palestine in 1851 and 1852,69 in 1855-1856 een Duitse uitgave Reise durch Syrien und Palästina in den Jahren 1851 und 185270 en in 1858 de kaart en de toelichting. Heldring schreef begin 1855 in de Christelijke Stemmen een aankondiging van de verschijning van de Reis, gevolgd door een lange passage er uit.71 Vrij wat vrienden uit de Réveilkring hadden ingetekend voor een exemplaar, enkelen ook voor twee exemplaren en Groen van Prinsterer drie, en mej. Zeelt zelfs vier - kennelijk om minder financieel gegoede relaties ermee gelukkig te maken.

In 1857 verscheen Le Pays d'Israel, de reisbeschrijving en geïllustreerd met honderd litho's.72 Want Van de Velde vond altijd en overal gelegenheid om te tekenen, lijkt het. Dat tekenwerk leverde ook inkomsten, naast de royalties van zijn boeken. Toen de verkoop van de kaart en de Handleiding niet direct goed verkochten was Van de Velde in paniek; die kaart heeft mijn gezondheid vernield, en is dat alle beloning? Toen de uitgever de rechten op de kaart wilde kopen voor 1200 Thaler (ongeveer f 1800) reageerde Van de Velde dat cartografie veel meer werk is dan tekenen, maar voor de Franse bundel had hij 30.000 francs (f 14.500) gekregen!73

Van de Velde's Reis was een stevige bijdrage tot de bijbelse geografie, vergelijkbaar met de Researches (1841) van de grondlegger van dat vak, Edward Robinson (1797-1869)74 - Van de Velde ontmoette hem in Palestina, en kon tot zijn vreugde noteren dat Robinson onjuiste hoogte en breedte opgaf door verouderde apparatuur. Omgekeerd vond Robinson de methode van Van de Velde niet goed, niet strikt wetenschappelijk: hij plukt her en der gegevens bij elkaar, bijvoorbeeld ook die van de zendeling Elie Smith met wie hij zelf zijn reizen maakte. Hij schreef aan Smith: "Mr. van de Velde is talking of taking a copy of Your former notes, and states he had before. He is beginning to assume a little more of a dictatorial tune". Hij viel mee, een tijdje later constateerde Robinson: "Every day convinces me more and more that Mr. van de Velde could have made little or no use of Your journals".75 De kaart van het Heilig Land werd uitgegeven door de beste uitgever van kaarten, Perthes in Gotha, en was een toonaangevend standaardwerk voor minstens dertig jaar.76

Van de Velde bleef rondtrekken, tekenen en schilderen. In 1861-62 maakte hij opnieuw reis door Palestina, nu als afgevaardigde van een Engels comité om steun te verlenen aan de christenen in Libanon en Palestina, slachtoffers van een burgeroorlog daar in 1860.77 Hij raakte bevriend met Henry Dunant in Genève, behoorde tot de oprichters van het Rode Kruis en leidde in 1864 de eerste Rode Kruis-ambulance tijdens de Deens-Pruisische oorlog over Sleeswijk-Holstein en ook tijdens de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871.78 De jaren erna verbleef hij veel in Frankrijk, onder meer in Besançon waar zijn zuster en haar kinderen en kleinkinderen woonden. Hij voelde zich thuis in de Franse Eglise Réformé Libre. Hij overleed in 1898, in een hotel in Menton. De dochters van zijn zuster en een paar neven herdachten hun oom in het overlijdensbericht met de woorden: "Zij die den overledene gekend hebben, zien in hem heengaan een voorbeeldig Christen, een weldoener voor velen en iemand wiens werken getuigenis afleggen, dat hij een van God gezegende was".79

De Lijst van Intekenaren

Zoals gemeld bestelden niet minder dan 104 Kapenaren een exemplaar van Van de Velde's Reis naar Syrië en Palestina in 1851 en 1852 (1854), plus drie boekhandelaren, die gezamenlijk voor nog eens zestig exemplaren debiet zagen. Zoveel belangstelling aan de Kaap voor een duur boek uit Nederland: dat lijkt strijdig met het beeld van de dalende betrekkingen tussen Nederland en de Kaap na 1814, en de verengelsing van de elite aan de Kaap.80 Er verschenen in die tijd wel meer boeken in Nederland waarvoor men tevoren kon intekenen, maar die haalden geen noemenswaardige aantallen Kaapse intekenaren: voor de Bijbel-Atlas (1851) van ds. GH van Senden bijvoorbeeld tekenden alleen de boekhandelaar WF van der Vliet en ds. JH Neethling in. Het kan hebben geholpen, dat Van de Velde door zijn verblijf aan de Kaap in de jaren 1848-1850 door intekenaren persoonlijk herinnerd werd. Het is ook mogelijk, dat de Kaapse theologie-studenten in Nederland enthousiast hebben geschreven over de voordrachten van Van de Velde in 1852-1853. Maar het moet toch vooral het onderwerp zelf zijn geweest dat de intekenaren de Reis deed bestellen: verlangen naar kennis van het Heilige Land, hulp bij Bijbelstudie. Het hiervoor genoemde Réveil aan de Kaap legde nadruk op het lezen en bestuderen van de bijbel. Dat vroeg om studiemateriaal, verhalend, beeldend, interessant. In Nederland behoorden vrij veel leesgezelschappen en kerkelijke studiegroepen tot de intekenaren. Dachten de Kaapse boekhandelaren vooral aan dat soort klanten? Er bestond een Bijbelvereniging met afdelingen in veel plaatsen, ook in Natal en Transoranje, en duizenden leden. De Bijbelvereniging verspreidde ook literatuur: Bijbels, Psalmboeken, liederenbundels, Bijbelse Almanakken en tractaten.81 Of de Bijbelvereniging inderdaad een rol vervulde in de bekendstelling van Van de Velde's boek is mij onbekend.

Voor veel Kaapse kolonisten en Afrikaner boeren in het binnenland was de Bijbel hun enige lectuur en zij vergeleken traditioneel niet zelden hun eigen situatie met Bijbelse voorbeelden, noemden hun woonplek bijvoorbeeld Dal Josafat (ong.1700) of Dalmanuta (ong.1860). Ze verenigden zich met het verlangen van het volk naar God en naar Jeruzalem, zoals dat bijvoorbeeld in de Psalmen verwoord werd. De geschiedenis van de Grote Trek kent een opmerkelijk groepje, die dat letterlijk nam, de "Jeruzalemgangers".82 Zij waren sterk anti-Engels en vergeleken hun Trek (1837) met de uittocht uit Egypte. Steeds weer volgden zij zich belaagd, steeds verder trokken zij, gevoelden zich "vreemdelingen in Mesech" (hun overleden leider JA Enslin werd 1852 begraven op de plaas Meseg, tussen Zeerust en Groot-Marico, West-Transvaal).83 Na hun moeizame pelgrimage meenden een aantal van hen ver genoeg noordwaarts waren gekomen om de oever van de Nijl te hebben bereikt en noemden hun nederzetting Nylstroom (1860, noord van Pretoria). Andere Trekkers vestigden in 1882 een hun eigen staatje Republiek Gosen, in een gebied dat zendingsmensen in 1850 die Oudtestamentische naam hadden gegeven.84

De Kaapse kolonisten, Jeruzalemgangers en Voortrekkers deden niet anders dan veel vluchtelingen uit Europa die naar Amerika reisden en geloofden in de Verenigde Staten een aards paradijs in een nieuwe wereld vol ongekende mogelijkheden te vinden. Moravische (Broedergemeente, Hernhutters) en andere zendelingen gaven trouwens, evenals overal, de hele negentiende eeuw lang hun staties en nederzettingen in Zuid-Afrika Bijbelse namen, een hele reeks vanaf Genadendal 1799: Bethelsdorp, Mamre, Bethulie, Berea, Bethesda, Siloa, Salem, Edendale, Saron, enzovoort. Typerend is ook, dat de theoloog, schrijver, politicus en Afrikaner nationalist SJ du Toit boeken schreef als Sambesia, of Salomons goudmijnen bezocht (1894) en Di Koningin fan Skeba, of Salomo syn oue Goudfelde in Sambesia (1898). Eerder reisde hij naar het Heilig Land, in 1883 beschreven in Bijbellande doorreisd (zijn zoon, theoloog en dichter JD du Toit bezorgde in 1945 een heruitgave, aangevuld met zijn eigen reis door Palestina).

Bijbelstudie en dromen van een eigen, vrij land: de Kapenaren reisden graag mee met Van de Velde in Palestina.

Hoe de uitgever de Kapenaren informeerde over de mogelijkheid tot intekenen op het boek is mij onbekend. Alle intekenaren woonden in Kaapstad, op elf na - zij woonden in Saldanhabaai, Simonstad, Prince Albert, Groot Drakenstein en D'Urban en de dominees van Stellenbosch (TJ Herold), Somerset west (J Brink en Reitz), Franschhoek (PN Ham), en Richmond (Berrangé), plus vier Kaapse studenten in Utrecht. Voor theologen was het boek van Van de Velde verplichte literatuur, lijkt het, maar die vijf dominees plus drie collegae uit Kaapstad (SP Heyns, W Murray en J Spijker) vormden minder dan de helft van Zuid-Afrikaanse predikanten.85 Hetzelfde geldt voor het tiental Kaapse theologiestudenten in Utrecht: slechts vier bestelden een exemplaar: S Hofmeyr (student Utrecht 1849, predikant Colesberg 1858, overleden 1888), JH Hofmeyr (student Utrecht 1853, predikant Murraysburg 1859, overleden 1908), C Murray (student 1853, predikant Clanwilliam 1858, overl.1904) en JHD de Villiers (student Utrecht 1852, enkele jaren later overleden).

De Kapenaren die wel ingetekend hadden, waren: HT Bam, CF Barth, JA Bartman, JH Beyers, AV Bergh, ds. JF Berrangé, Richmond, L Berrangé, JG Blanckenberg Snr, PB Borcherds, Civ. Commissaris en Resident Magistraat, CH Bösenberg, PJ Botha, JF Bredenkamp, Abr. Brink, ds. Jan Brink, Somerset (west), WG Combrink, WC Dillman, RHG van Driel, CS Eckard, JD Ekermans, JPE Faure, C Fleck, Med.doct., DG Fock, PA de Gier, PN Ham, Predikant N.H. Gemeente Franschhoek, PF Hammes, JH Herkroodt, ds.TJ Herold, N.H. Gemeente Stellenbosch, SP Heyns, Theol.Dr., Predikant Kaapstad, AH Hofmeyr, JH Hofmeyr, Student Theol. Utrecht, S Hofmeyr, Theol. Stud. Utrecht, PD Höhne, E van der Horst, AJ Hurlingh, DG de Jongh, CF Juritz, FX Jurjens, Saldanhabaai, C de Kock, FC Fey van Koetsveld du Crocq, JS Leibbrandt Sr, J Suassa de Lima, RJ Loedolph, J van Manen, Prince Albert, NH Marais, Boekhandelaar te Kaapstad, 35 beste, 15 gewone exx., PP Marais, L Marquard Sen., JN Meeser, PD Morgenrood, WD Morgenrood, FJ Muller, C Murray, Theol.stud. Utrecht, W Murray, Pred. aan de Kaap - N.N., te Kaapstad, Hnelson, HAC van Niekerk, JJ van Niekerk, JJ Niewoudt, Groot Drakenstein, PJ Olthoff, JK van Os, JC Overbeek, SC Palvei, J Pietersen, A van den Poel, JF Reitz, Phil.Dr., Pred. N.H. Gem. Somerset West, PJ Richter, Ino A Roos, L de Roos, PE de Roubaix, JN Rossouw Senr., JF Schierhout, JC Smith, JJH Smuts, T Spengler, A Spolander, J Spijker, Pred. Kaapstad, J Steffens, JW Stigling, JA Stoll, L Taats, 11 exx., FR Tesselaar, JJ Tesselaar, JA Teubes, J Tier, OJ Truter Senr., Agent NHM, J Villet, R Villet, De Villiers, Theol. Stud. Utrecht, Gert J Visser, Blauwberg, WF van der Vliet, 2 beste exx., M Vogelgezang, T Volsteedt, JJ Vos, MC Vos jr., MC Vos, Sen., WS de Vos, C de Waal, D'Urban, P de Waal, Simonstadt, WA Wentzel, Wit, C Mathiessen de, J de Wit, JU, Dr. Wit, J Cars de, M Woeke, GC Wolhuter, PH Woutersen, AJ Zeederberg, RA Zeederberg Jr.

Van de Velde's Reis was geen goedkoop boek en de lezer moest het Nederlands machtig zijn en een redelijk niveau van ontwikkeling en intellectuele belangstelling bezitten. De intekenaren behoorden dan ook tot de geschoolde en redelijk vermogende middenklasse van de Kaapkolonie. Verscheidenen van hen hadden ook een persoonlijke band met Nederland, omdat zij er geboren waren, er hadden gestudeerd, of onderhielden persoonlijke, kerkelijke en zakelijke banden ermee. Het waren ook actieve christenen, met belangstelling voor Bijbelstudie. Een derde van de intekenaren waren lid van de Bijbelvereniging; Dr. SP Heyns was president, AH Hofmeyr, JS Leibbrandt en PN Ham bestuurslid, de zendeling Marquard thesaurier. In de plaatselijke afdelingen met soms vele tientallen leden konden zij de bevindingen van Van de Velde uitdragen.

 

BIBLIOGRAFIE

Baud, WA. (ed.). 1983. De semi-officiële en particuliere briefwisseling tussen J.C. Baud en J.J. Rochussen 1945-1851. Assen.         [ Links ]

Bosman, H. 2013. The Jerusalemgangers as an Illlustration of Resistance against the British Empire and Nineteenth Century Biblical Interpretation in Southern African. In Carly Crouch & Jonathan Stökl (eds). In the Name of God. The Bible in the Colonial Discourse of Empire. Leiden: Brill, pp. 151- 168.         [ Links ]

Broeyer, FGH & van Klinken, G. 2008 Reizen naar het Heilig Land. Protestantse impressies 1840-1960. Zoetermeer: Meinema.         [ Links ]

Brummer, V. 2013. Vroom of regsinnig. Theologie in die NG Kerk. Wellington.         [ Links ]

Claasen, JP. 1981. Die Jerusalemgangers. Pietersburg.         [ Links ]

Dijkstra, M. 2013. Palestina en Israel: Een verzwegen geschiedenis. Utrecht.         [ Links ]

Dubois, OW (red.). 2000. Dagboekje van Hanna da Costa-Belmonte. Heerenveen: Groen.         [ Links ]

Faehndricht, Jutta. 2020. Als Künstler und Kartograph im Heiligen Land (1851/52). Die drei Palästina des C.W.M. van de Velde. Berlin: Reimer.         [ Links ]

Groen van Prinsterer, G. 1847. Het Parijsche Zendelinggenootschap, werkzaam in Zuid-Afrika, vooral in Nederland aanprijzenswaard. Den Haag.         [ Links ]

Hond, Jan de. 2008. Verlangen naar het Oosten. Orientalisme in de Nederlandse cultuur ca 1800-1920. Leiden.         [ Links ]

Klaassen, MJC. 1970. Adelborstenopleiding te Delft-Medemblik-Breda 1816-1857. Den Helder.         [ Links ]

Kluit, ME. 1970. Het protestantse Reveil in Nederland en daarbuiten 1815-1865. Amsterdam.         [ Links ]

Krüger, Bernhard. 1966. The Pear Tree Blossoms. The History of the Moravian Church in South Africa 1737-1869. Genadendal.         [ Links ]

Leer, Kees van der & Marieke Spliethoff. 2010. Prinses Marianne, kunstenaars, dominees en een pelgrimage. Voorburg.         [ Links ]

Mulert, FE. 1927. Charles William Meredith van de Velde. Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek 7. Den Haag, pp. 1225-1226.         [ Links ]

Ploeger, J. 1940. Ulrich Gerhard Lauts (1787-1895). Universiteit van Pretoria, MA-thesis.         [ Links ]

Reenders, H. 1991. Alternatieve zending. Ottho Gerhard Heldring (1804-1876) en de verbreiding van het christendom in Nederlands-Indië. Kampen: Kok.         [ Links ]

Reenders, H. 1994. Het Réveil en het Heilige Land (1830-1875). Jaarboek voor de geschiedenis van het Nederlands Protestantisme na 1800 2. Kampen, pp. 30-73.         [ Links ]

Rinsum, HJ van. 2010 Beets te laten vertrekken is schier ondenkbaar. Nicolaas Beets en de Teologiese Kweekskool, NGTT 51, 223-237.         [ Links ]

Robinson, Edward. 1856 [1841]. Biblical researches in Palestine and the adjacent regions. Boston.         [ Links ]

Rombach, JH. 1962 Two great figures in Red Cross History. International Review of the Red Cross: 351-361.         [ Links ]

Rombach, JH. 1980. C.W.M. van de Velde (1818-1898), tekenaar, reiziger, enz. De Negentiende eeuw: 108-121.         [ Links ]

Schoeman, Karel. 1997. Dogter van Sion. Machteld Smit. Kaapstad: Human & Rousseau.         [ Links ]

Schoeman, Karel. 1996. J.J. Kicherer en die vroeë sending, 1799-1806. Kaapstad: Suid-Afrikaanse Biblioteek.         [ Links ]

Schoeman, Karel. 2005. The Early Mission in South Africa/Die vroeë sending in Suid-Afrika. Pretoria: Protea Bookhouse.         [ Links ]

Scholtz, GD. 1976. Die ontwikkeling van die politieke denke van die Afrikaner. Johannesburg: Voortrekkerpers.         [ Links ]

Schutte, GJ. 1989. Inleiding. Nederlandse publicaties betreffende Zuid-Afrika 1800-1900. Kaapstad: SA Biblioteek.         [ Links ]

Schutte, GJ. 1995. Godsdienstig Haarlem. Deugd boven geweld. Een geschiedenis van Haarlem, 1245-1995. Hilversum: Verloren, pp. 363-384.         [ Links ]

Schutte, GJ. 2010. Licht en Warmte. Het Heilige Land van G.H. van Senden. Broeyer en Van Klinken 2008, 46-60.         [ Links ]

Schutte, GJ. Ter perse. De Heilige Landloper C.W.M. van de Velde.         [ Links ]

Senden, GH van. 1851. Het Heilige Land, of Mededeelingen uit een reis naar het Oosten. Gorinchem: Noorduyn 1851-1852.         [ Links ]

Velde, CWM van de.1846 [1979]. Gezigten uit Nederlands Indië, naar de natuur geteekend en beschreeven. [Franeker: Wever].         [ Links ]

Velde, CWM van de. 1850. De vredebode voor geloovige lijders op het ziekbed en in tijden van verdrukking en benauwdheid. Kaapstad. (Vertaling van James Smith, Messenger of Mercy (1849)).         [ Links ]

Velde, CWM van de. 1851. Brief aan ds. Heldring betrekkelijk de Evangelie-prediking op Java. Bijblad bij de Christelijke Stemmen 5:342-352.         [ Links ]

Velde, CWM van de. 1854. Reis naar Syrië en Palestina in 1851 en 1852. Amsterdam.         [ Links ]

Velde, CWM van de. 1854. Narrative of a Journey through Syria and Palestine in 1851 and 1852. Edinburgh: Blackwood.         [ Links ]

Velde, CWM van de. 1855. Reise durch Syrien und Palästina in den Jahren 1851 und 1852. Leipzig: Weigel.         [ Links ]

Velde, CWM van de. 1855. Eene schets uit mijne reisportefeuille: De oude hottentottin. Magdalena. Evangelisch Jaarboekje 3:18-3.         [ Links ]

Velde, CWM van de. 1857. Map of the Holy Land. Gotha: Perthes.         [ Links ]

Velde, CWM van de. 1866. Handleiding ten gebruike bij de kaart van het Heilig Land. Amsterdam: W.H. Kirberger.         [ Links ]

 

 

Ontvang: 2021-01-21
Goedgekeur: 2021-04-05
Gepubliseer: Junie 2021

 

 

 

GJ SCHUTTE is emeritus hoogleraar geschiedenis van het Nederlands protestantisme aan de Vrije Universiteit Amsterdam en Professor Extraordinarius aan het Departement Geschiedenis, Universiteit van Suid-Afrika. Hij studeerde en promoveerde aan de Universiteit van Utrecht en doceerde tot 2005 moderne en contemporaine geschiedenis aan de Vrije Universiteit. Zijn specialismen zijn de geschiedenis van de Verenigde Oostindische Compagnie, van het calvinisme en van de Nederlands - Zuid-Afrikaanse betrekkingen. De Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns verleende hem in 2006 de Stalsprys vir Geskiedenis. Zijn meest recente publicaties zijn Hendrik Swellengrebel in Afrika: Journalen van drie reizen in 1776-1776 / Hendrik Swellengrebel in Africa: Journals of Three Journeys in 1776-1777 (VRV/VRS: Kaapstad/Cape Town 2018); Koloniaal Kaapstad in 1751-1752. Brieven van de tantes Ten Damme aan hun nichtjes Swellengrebel (ZAH: Amsterdam 2020). Hij was redacteur (met Rolf van der Woude) en co-auteur van Geloof en Geschiedenis. Honderd jaar Gezelschap van Christelijke Historici in Nederland (Verloren: Hilversum 2020).
GJ SCHUTTE is Professor Emeritus of the history of Dutch Protestantism at the Vrije Universiteit Amsterdam, and Professor Extraordinarius, Department of History, Unisa. He obtained his PhD at Utrecht University and up to 2005 taught modern and contemporary history at the VUA. The history of the VOC, of Calvinism and of the Dutch - South-African relations are areas of his special interest. In 2006 he was awarded the Stals Prize for History by the South African Academy for Science and Arts. His latest books are Hendrik Swellengrebel in Afrika: Journalen van drie reizen in 1776-1776 / Hendrik Swellengrebel in Africa: Journals of Three Journeys in 1776-1777 (VRV/VRS: Kaapstad/Cape Town 2018); Koloniaal Kaapstad in 1751-1752. Brieven van de tantes Ten Damme aan hun nichtjes Swellengrebel (ZAH: Amsterdam 2020). He was co-editor (with Rolf van der Woude) and co-author of Geloof en Geschiedenis. Honderd jaar Gezelschap van Christelijke Historici in Nederland (Verloren: Hilversum 2020).
1 Leendert Taats, in 1851 gekomen uit Nederland, was sinds 1853 boekhandelaar op de hoek van Bree- en Waalstraat.
2 G.J. Schutte, 'Inleiding', Nederlandse publicaties betreffende Zuid-Afrika 1800-1900 (Kaapstad: SA Biblioteek 1989).
3 Delen van dit artikel zijn ontleend aan G.J. Schutte, 'De Heilige Landloper C.W.M. van de Velde' (ter perse). Ik ben mw. dr.Jutta Faehndricht (Lipska, Tripline), Leibnitz-Institüt für Länderkunde, Leipzig, zeer dankbaar voor de kennismaking met delen van de tekst van haar na voltooiing van dit artikel verschenen boek Als Künstler und Kartograph im Heiligen Land (1851/52). Die drie Palästina des C.W.M. van de Velde (Reimer: Berlin 2020).
4 Tresoar, Leeuwarden: www. Alle Friezen. Zie ook J.H. Rombach, 'C.W.M. van de Velde (1818-1898), tekenaar, reiziger, enz.', De Negentiende eeuw (1980) 108-121.
5 M.J.C. Klaassen, Adelborstenopleiding te Delft-Medemblik-Breda 1816-1857 (Den Helder 1970). Docent in geschiedenis en aardrijkskunde was U.G. Lauts, 'die skakel tussen Nederland en die Voortrekkers' in Zuid-Afrika (J. Ploeger, Ulrich Gerhard Lauts (1787-1895) (Universiteit van Pretoria, 1940 MA-thesis).
6 Gezigten uit Neêrlands Indië, naar de natuur geteekend en beschreven door C.W.M van de Velde, luitenant ter zee. Opgedragen aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Hendrik der Nederlanden, enz., enz. (1846; vii+87 blz. 50 platen; prijs f 62,50 volgens C.L. Brinkman, Cumulatieve catalogus). In 1979 verscheen een facsimile uitgave bij T. Wever, Franeker 1979, met inleiding van W.A. Braasem. Vergelijk John Bastin and Bea Brommer, Nineteenth Century Prints and Illustrated Books of Indonesia (Utrecht 1979) 22-24, 159-160, 337-338.
7 Kaart van het eiland Java tezamengesteld uit officieele bronnen, door J.C. Baud en C.W.M. van de Velde 1845 (1 kaart, 2 bladen); zie ook C.W.M. van de Velde, Toelichtende aanteekening behoorende bij de kaart van het eiland Java, uit officieele bronnen te zamengesteld (Leiden: S. en J. Luchtmans 1847, 165 blz.). Originele kaart: De Haag, Nationaal Archief, Gedrukte kaarten van Oost-Indië en West-Indië inv. nr 64-64M Kaart van het eiland Java tezamengesteld uit officieele bronnen, door J.C. Baud en C.W.M. van de Velde.1845.
8 Bekendmaking in de Opregte Haarlemsche Courant, 2.1.1844. Regionaal Archief Haarlem: zij woonde en stierf op Oudegracht 171 en werd begraven in de begraafplaats Kleverlaan, Haarlem, in het graf van de rijke schilderes en kunstverzamelaar Maria Hoofman [overleden Grote Houtstraat 593], waarop een gemeenschappelijke grafsteen ligt: (bovenaan) Maria Hoofman, geboren 11 november 1776, overleden 21 October 1845, (en onderaan) Cornelia Marie Jonquière, wed. Van de Velde, geboren 1 Dec. 1793, overleden 23 Dec. 1843. Volgens de begraafadministratie werd ook op 14 augustus 1850 Wilhelmina Henriette Gravin van Hompesch, 78, ongehuwd, in dit graf begraven. De relatie tussen die dames is mij onbekend.
9 Zijn brieven en tekeningen ondertekende hij met W. van de Velde, werd hij William of Willem genoemd?
10 Johannes van de Velde (44) overleed 19.4.1832 te 's Hertogenbosch; Jeanette Pauline Gertrude Antoinette was geboren op 27.12.1821, François Hendrik Willem op 23.12.1825 in Nijmegen.
11 Baud, Briefwisseling Baud-Rochussen II, 55.
12 W.A. Baud ed., De semi-officiële en particuliere briefwisseling tussen J.C. Baud en J.J. Rochussen 1945-1851 (Assen 1983) II, 30; De Haag, Nationaal Archief, Gedrukte kaarten van Oost-Indië en West-Indië inv. nr 64-64M Kaart van het eiland Java tezamengesteld uit officieele bronnen, door J.C. Baud en C.W.M. van de Velde.1845. Bij S. en J. Luchtmans, Leiden, verscheen van zijn hand ook een Toelichtende aanteekening behoorende bij de kaart van het eiland Java, uit officieele bronnen te zamengesteld (1847, 165 blz.). In de jaren erna zijn verscheidene kaarten door Van de Velde getekend verschenen in de Verhandelingen en berigten betrekkelijk het zeewezen.
13 Biefwisseling Baud-Rochussen, II, 113; zie ook Reenders, Heldring, 141. In 1856 verzorgde P.J. Veth de uitgave van Borneo's Wester-afdeeling geographisch van Van de Velde.
14 Briefwisseling Baud-Rochussen, II, 314.
15 Reenders, Heldring, 141 nt 67.
16 Tientallen jaren later beschreef Esser in zijn Autobiografie (Collectie Esser. HDC-VU) het verhaal rondom Van de Velde.
17 M.E. Kluit, Het protestantse Reveil in Nederland en daarbuiten 1815-1865 (Amsterdam 1970) 469.
18 H. Reenders, 'Het Réveil en het Heilige Land (1830-1875)', Jaarboek voor de geschiedenis van het Nederlands Protestantisme na 1800 2 (Kampen 1994) 30-73.
19 Broeyer en Van Klinken, Reizen naar het Heilig Land.
20 J. de Hond, Verlangen naar het Oosten. Orientalisme in de Nederlandse cultuur ca 1800-1920 (Leiden 2008).
21 G.J. Schutte, 'Licht en Warmte. Het Heilige Land van G.H. van Senden'; Kees van der Leer en Marieke Spliethoff, Prinses Marianne, kunstenaars, dominees en een pelgrimage (Voorburg 2010). Van Sendens verslag over de reis van de Prinses Het Heilige Land. De mededeelingen uit een reis naar het Oosten verscheen in september 1851, toen Van de Velde al in Londen was, hij vermeldde in zijn eigen boek dat van Van Senden niet. In juli 1859 bracht Van de Velde een bezoek aan de prinses in haar toenmalige verblijf in Reinhartshausen, zij kocht twee exemplaren van Van de Velde's Kaart van Palestina. Zie Lipska, Tripline.net/trip/C.W.M .van_de_Velde; Travels_1855-1865: brief aan Perthes, 5 juli 1859, vanuit Eltville am Rhein. Van de Velde bracht in september1865 opnieuw een bezoek aan de Prinses.
22 Bevolkingsregister Haarlem 1849 verwijst naar CBG: familie advertentie.
23 De Javasche Courant van 17.11.1847 meldde, dat hij voor twee jaar verlof had gekregen (John Bastin and Bea Brommer, Nineteenth Century Prints and Illustrated Books of Indonesia (Utrecht 1979) 338). Volgens De Nederlander 23.2.1850 werd op zijn verzoek eervol ontslagen.
24 Het Legion Honneur is aan Van de Velde toegekend, en het Dagblad voor Zuid-Holland en's Gravenhage van 3.11.1847 meldde dat aan Van de Velde vergunning was verleend tot het aannemen van dat buitenlandse eerbetoon, volgens Rombach, 'C.W.M. van de Velde', 111 op 22.10.1847. De reden is onzeker: volgens Rombach omdat hij een Franse admiraal had geholpen bij problemen met zijn schip; daarbij corrigeerde hier een eerder door hem gestelde reden: 'he supported the mission for French seamen at the Cape Colony' (Rombach, 'Two great figures', 357). Volgens anderen omdat hij admiraal D'Urville bij zijn verblijf in de Molukken had geholpen.
25 Verhandelingen van het Bat. Genootschap 22 (1849) 21.
26 Jeannette van de Velde gaf aan de Burgerlijke Stand te Haarlem op: Waals Gereformeerd. De familie Jonquière's had een Franse achtergrond.
27 Westfries Archief. DTB Medemblik; Lutjebroek.
28 G.J. Schutte, 'Godsdienstig Haarlem' in Deugd boven geweld. Een geschiedenis van Haarlem, 1245-1995 (Hilversum 1995,363-384) 373.
29 Reenders, Heldring, 148.
30 'Wat Jezus voor ons heeft gedaan', Magdalena. Evangelisch Jaarboekje 1 (1853) 12-17. Magdalena werd uitgegeven 'ten behoeve van het Asyl Steenbeek', een instelling voor de opvang van prostituees, opgericht door ds.O.G. Heldring.
31 Rombach, 'Van de Velde',111. Volgens De Standaard, 2.2.1893 verscheen een herdruk bij Höveker, Amsterdam: 280 blz., prijs f 1, 50. In een brief uit Edinburgh van 25.11.1853 aan J.A. Wormser in Amsterdam (VU-HDC, collectie Wormser inv. 29) meldde Van de Velde dat hij nog geld ('remises') van Marais verwachtte.
32 Karel Schoeman, Dogter van Sion. Machteld Smit (Kaapstad 1997); Karel Schoeman, J.J. Kicherer en die vroeë sending, 1799-1806 (Kaapstad 1996); Karel Schoeman, The Early Mission in South Africa/Die vroeë sending in Suid-Afrika (Pretoria 2005).
33 G.D. Scholtz, Die ontwikkeling van die politieke denke van die Afrikaner (Johannesburg 1976) III , 116-129; V. Brummer, Vroom of regsinnig. Theologie in die NG Kerk (Wellington 2013).
34 Zij verbleef in Wijnberg, terwijl Casalis naar Frankrijk was. Ondermeer door de politieke onrust in Frankrijk kreeg het Parijse Zendelinggenootschap nauwelijks inkomsten. G. Groen van Prinsterer schreef Het Parijsche Zendelinggenootschap, werkzaam in Zuid-Afrika, vooral in Nederland aanprijzenswaard (Den Haag 1847) en gaf regelmatig verantwoording van ontvangen giften tbv het Parijsche Zendelinggenootchap in de Chr. Stemmen.
35 Magdalena. Evangelisch Jaarboekje 3 (1855) 18-33.
36 Volgens F.E. Mulert, 'Charles William Meredith van de Velde', Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek 7 (Den Haag 1927) 1225-1226; volgens Wikipedia (12.7.2020) bezocht Van de Velde ook Transvaal, waarvoor ik geen sporen heb gevonden.
37 Reis naar Syrië en Palestina in 1851 en 1852 (Amsterdam 1854) II, 392.
38 Accession number 878. Ik dank die informatie aan Esther Esmijol, curator Social History Collections William Fehr Collection, Iziko Museums of South Africa, 14 december 2020. In de Anti-Convict Agitation (1849-1850) keerde de Kaapse bevolking zich (succesvol) tegen de vestiging van Engelse veroordeelden aan de Kaap.
39 Reenders, Heldring,141 nt 69. Ik vond alleen een vertaling uit het Nederlands in het Engels: The Power of the Word. Translated from the Dutch. With a prefatory notice by C.W.M. van de Velde (Edinburg 1854, 1860), in de catalogus van The British Library, St. Pancras, London.
40 Reenders, Heldring, 135.
41 [C.W.M. van de Velde,] 'Brief aan ds. Heldring betrekkelijk de Evangelie-prediking op Java', Bijblad bij de Christelijke Stemmen 5 (1851) 342-352.
42 Reenders, Heldring, 141-144.
43 Reenders, Heldring, 143 nt 86.
44 Van de Velde, Reis, I, 2.
45 Van de Velde, Reis, I, 3-4.
46 Van de Velde, Reis, II, 39.
47 Van de Velde, Reis, II, 5.
48 Van de Velde, Reis, II, 52. Elte Martens Beima (Oostermeer 1801-1873 Leiden) maakte november 1851 tot mei 1852 een educatieve reis naar Palestina en Egypte met Hector Livius van Heemstra (1828-1909).
49 Lipska, Tripline [-dr. Jutta Faehndrich], (https://www.tripline.net/trip/C.W.M.van_de_Velde: Travels_1855-1865): brief aan Perthes, 5 juli 1859, vanuit Eltville am Rhein.Van de Velde bracht in september1865 opnieuw een bezoek aan de Prinses.
50 Jutta Faehndrich, 'Biographie', verwijzend naar De Hond, Verlangen naar het oosten.
51 Van de Velde, Reis, I, 348.
52 Van de Velde, Reis, I, 40.
53 Van de Velde, Narrative II, 429 (Reis, I, 365).
55 Van de Velde, Reis, I, 260-261.
56 Van de Velde, Reis, I, 313-314 (Narrative I, 423-424).
57 Vergelijk M. Dijkstra, Palestina en Israel: Een verzwegen geschiedenis (Utrecht 2013) na nt 94.
58 Ik zie dus iets meer eenheid in Van de Velde's beeld van Palestina dan Jutta Faehndrich, A Map, the Beauty, and the Beast. The Three Palestines of Lieutenant van de Velde https://research.researchgate.net/publication /344770888) (2019), nu in Faehndrich, Als Künstler und Kartogaph, 19-21, 115-148.
59 Lipska, Tripline meldt samenwerking tussen Van de Velde en de Royal Geography Society in 1856, 1861, 1865 en de Royal Navy in 1862-1864.
60 Den Haag, KB, Maatschappij Ned. Letterkunde, LTK Beets A1: Van de Velde aan N. Beets, 12.1.1853, Wm. Blackwood werd inderdaad de uitgever van Narrative of a Journey through Syria and Palestine in 1851 en 1852 (Edinburgh 1854).
61 O.W. Dubois red., Dagboekje van Hanna da Costa-Belmonte (Heerenveen: Groen 2000) 154.
62 Inderdaad verschenen een reisverslag (1854), een kaart (1857); en een handleiding bij de kaart (1858).
63 H.J. van Rinsum, 'Beets te laten vertrekken is schier ondenkbaar', Nicolaas Beets en de Teologiese Kweekskool', NGTT 51 suppl. (2010) 223-237.
64 De band met Beets bleef, want Van de Velde maakte in 1884 een tekening voor het Album amicorum voor de zeventigjarige Beets (Maatschappij de Nederlandse Letterkunde te Leiden).
65 C.W.M. van de Velde aan J.A. Wormser, Edinburgh, 25.11.1853 (HDC-VU, Collectie Wormser inv. 29). Wormser staat in de Lijst van Intekenaren van Van de Velde's Reis naar Syrië en Palestina.
66 Sophie Perthus, Jutta Faehndrich, 'Visualizing the map-making process: studying 19th century cartography with Mapanalist', e-Perimetron vol. 8 no 2 (2013) 72.
67 Map of the Holy Land, constructed by C.W.M. van de Velde, ingraved by Leonhardt and by Stichardt (Gotha: Perthes 1857). Memoir to accompany of the Map of the Holy Land (1858; Nederlandse uitgave Handleiding ten gebruike bij de Kaart van het Heilig Land. Amsterdam: W.H. Kirberger 1866).
68 Mapping the Holy Land. The Foundation of Scientific Cartography of Palestine (Haim Goren, Jutta Faehndrich, Bruno Schelhaas, Petra Weigel eds.; London-New York 2017).
69 Narrative of a Journey through Syria and Palestine in 1851 and 1852 (Edinburgh: Blackwood 1854).
70 Reise durch Syrien und Palästina in den Jahren 1851 und 1852 (Leipzig: Weigel 1855 , 2 vol.).
71 Vereeniging Christelijke Stemmen 1855, 108-117
72 Le Pays d'Israel. Collection de cent vues prises d'après nature dans la Syrie en la Palestine (Paris: Renouard 1857). De tekeningen zijn herdrukt in Haehndrich, Als Künstler und Kartograph, 193-223.
73 Lipska, Tripline. Een arbeider verdiende in die tijd ongeveer f 300 of f 400 per jaar.
74 Biblical researches in Palestine and the adjacent regions (Boston 1841, herzien 1856).
75 Mapping the Holy Land, 160 nt 235.
76 Beoordelingen van het werk van Van de Velde: Jan de Hond, Verlangen naar het Oosten. Orientalisme in de Nederlandse cultuur ca 1800-1920 (2008); Perthus and Faehndrich, 'Visulizating'; Goren. 'Mapmaking'.
77 Schutte, 'De Heilige Landloper'.
78 Rombach, 'Two figures'.
79 Advertentie Dagblad voor Zuid-Holland en 's Gravenhage, 28.3.1898.
80 Schutte, 'Inleiding', Nederlandse publicaties betreffende Zuid-Afrika 1800-1900.
81 Afgezien van Engelstalige Bijbels etc., kwam al dat drukwerk kwam uit Amsterdam; de tractaten (een lijst van 390 titels) waren kennelijk uitgegeven door het Nederlandsch Godsdienstig Tractaat-Genootschap: Verslag van de twee-en-twintigste Algemeene Vergadering van Bestuurders en leden der Bijbelvereeniging aan de Kaap de Goede Hoop, gehouden op Dinsdag, den 9den October 1849 (Kaapstad 1849).
82 J.P. Claasen, Die Jerusalemgangers (Pietersburg 1981); H. Bosman, 'The Jerusalemgangers as an Illlustration of Resistance against the British Empire and Nineteenth Century Biblical Interpretation in Southern African', in Carly Crouch and Jonathan Stökl eds., In the Name of God. The Bible in the Colonial Discourse of Empire (Leiden: Brill 2013) 151-168.
83 Claasen, Jerusalemgangers, 1. Vreemdelingen in Mesech = ver van Jerusalem, temidden van vijanden: Psalm 120:5.
84 Genesis 47: 4; vergelijk Bernhard Krüger, The Pear Tree Blossoms. The History of the Moravian Church in South Africa 1737-1869 (Genadendal 1966) 233. De Republiek Gosen (1882) werd spoedig speelbal van het Britse imperialisme.
85 Waarom andere predikanten het boek van Van de Velde niet bestelden is onbekend; bestelden zij de Engelstalige editie of vreesden zij dat het al te orthodox zou zijn, waren tevreden met Robinson of werden niet bereikt door de mogelijkheid tot intekenen?

Creative Commons License All the contents of this journal, except where otherwise noted, is licensed under a Creative Commons Attribution License