SciELO - Scientific Electronic Library Online

 
vol.59 issue1Kommentaar op die artikels van prof Wessel Pienaar rakende riglyne by die keuse van padprojekte deur die Suid-Afrikaanse owerheidKommas en betekenis author indexsubject indexarticles search
Home Pagealphabetic serial listing  

Services on Demand

Article

Indicators

Related links

  • On index processCited by Google
  • On index processSimilars in Google

Share


Tydskrif vir Geesteswetenskappe

On-line version ISSN 2224-7912
Print version ISSN 0041-4751

Tydskr. geesteswet. vol.59 n.1 Pretoria Mar./May. 2019

http://dx.doi.org/10.17159/2224-7912/2019/v59n1a12 

VARIA

 

Een engel en een ganzenveer

 

 

De Afrikaanse literatuur in Nederland in 2018

Op de maandag voor Kerst beleefde ik iets wat ik nooit eerder had meegemaakt: in mijn boekwinkel stond er een rij van vijftien klanten voor de toonbank. En maar liefst vier man waren druk bezig met afrekenen en inpakken. In Nederland klagen boekhandelaren en cultuurcritici al minstens vijftig jaar over de boekenverkoop. Sinds 2008 krijgen zij een beetje gelijk door de economische crisis. De echte boekwinkel heeft ook te kampen met concurrentie via internet. Van de 890 winkels (2007) waren er in 2017 485 over.

Maar de lezer die een boek uit een webwinkel koopt, heeft wel een boek gekocht. Vanaf 2015-'16 gaat alles weer iets beter: de verkoop een beetje vooruit en zelfs weer wat meer adressen waar wij onze boeken kunnen aanschaffen zonder bezorgdienst. In 2017 2,4 per levende Nederlander, totaal 41 miljoen boeken, waarvan ruim 7% e-boeken. Het e-boek wordt goedkoper, de "korting" in vergelijking met het papieren boek loopt steeds verder op.

Mag de boekwinkel op verdere verbetering rekenen op grond van de rij die ik zag in Leiden? Nee, natuurlijk niet, maar als ik in mijn kristallen bol kijk, zie ik betere cijfers voor 2018. Wat kwamen de mensen kopen? Afrikaanse poëzie en romans zijn hier vrijwel alleen te koop in vertaling. 2018 leverde nieuwe uitgaven op van vertaald werk van Annemari Coetser, Ingrid Jonker, Irma Joubert, Marlene van Niekerk en Wilma Stockenström.

 

Een vertaalengel, tijdschriften en een festival

Vertalingen komen er nooit zonder vertalers. Die krijgen meestal te weinig waardering, in elk geval in Nederland. Onze vertalers werken in de schaduw - bijna niemand kent ze ̶ en, als zij niet goed opletten, ook nog voor een slecht honorarium. De Werkgroep "Literair Vertalers" van de Auteursbond, een organisatie voor belangenbehartiging, reikt jaarlijks een onderscheiding uit aan een persoon die tegen deze wantoestand ingaat. Niet per se in woord en gebaar, met lofredes of lofdichten op de vertaler, maar eerder in de praktijk: door bij te dragen aan nieuwe vertalingen en de vertaler nu juist wel in de schijnwerpers te zetten.

Voor 2018 koos men Ingrid Glorie. De onderscheiding heet: de Vertaalengel. Glorie vertaalt zelf uit het Afrikaans, maar dat speelde geen rol. De Werkgroep prijst haar voor haar inzet voor vertalingen en vertalers Afrikaans-Nederlands. Terecht, want een onvermoeibaarder ijveraar kun je je niet voorstellen. De tweejaarlijkse "Week van de Afrikaanse roman", haar initiatief, is al een reuzenwerk. Maar ook als lid van de Maatschappij der Nederlandse letterkunde, als trekkracht van het digitale tijdschrift Voertaal en van het papieren Zuid-Afrika Spectrum, met daarin de agenda van de Afrikaanse Leeskring, en als multi-inzetbare interviewster/gesprekleidster staat zij voortdurend op de bres voor de Afrikaanse literatuur en de vertalingen daarvan.

Het Zuid-Afrika Spectrum is het enige blad dat in Nederland regelmatig schrijft over onvertaalde Afrikaanse literatuur. Glorie schreef in 2018 zelf over de Chinese roman van Etienne van Heerden, terwijl ook de Afrikaanse kroniek van Hans Ester van groot belang is. In stukken over Spertyd van Elsa Joubert en Skepelinge van Karel Schoeman maakte hij duidelijk, voor welke moeilijkheden die schrijvers zichzelf bij juist deze twee boeken geplaatst hebben. Naar aanleiding van Op 'n dag, 'n hond van John Miles karakteriseerde Ester de hoofdfiguur als een "mijmeraar die verkiest om niet te handelen en die telkens opnieuw door het leven overrompeld wordt." Een verrassende keuze van Ester was Die diepblou see, een roman van de in Nederland minder bekende François Loots over de geleerde en politicus Jan Hofmeyr (1894-1948). Het boek richt zich volgens Ester op de labiele kanten van Hofmeyrs persoonlijkheid, zijn blijvende onvolwassenheid en de geestelijke schade die hij in de harde politieke strijd had opgelopen. Ester waardeert vooral wat Loots schrijft over Hofmeyrs dromen, op te vatten als herinneringen aan zijn verloren "ware verlangens."

2018 was een jaar zonder "Week van de Afrikaanse roman", hij komt weer in 2019. Maar geen nood: in september 2018 opende het Vlaamse Cultuurhuis "De Brakke Grond" in Amsterdam zijn deuren voor een "Festival voor het Afrikaans", opnieuw een festijn van Ingrid Glorie, "slechts" gedurende een weekeinde. Het programma was zo vol dat ik er alleen een greep uit doe. Het publiek luisterde naar het Afrikaanse lied, gezongen door Laurika Rauch en Gert Vlok Nel - allebei knoopten hier een tournee aan vast. De Elzabad Voices, een koor uit de Bijlmer, de "zwarte" wijk van Amsterdam, zong Afrikaanse liedjes met Riku Lätti. Sandra Prinsloo speelde haar solo Moedertaal, een tekst van Nico Scheepers. Antjie Krog presenteerde twee jonge Afrikaanse dichters: Jolyn Phillips en Churchil "meneer" Naudé. Een jonge Nederlandse debuteerde met eigen liedjes in een eigen Afrikaans. Zij heet Lieke Joosen. En het publiek zag "Krotoa: Eva van de Kaap", een muziektheatervoorstelling naar een meertalig scenario van Sylvia Vollenhoven. Ook deze productie ging op pad langs theaters en schouwburgen in en buiten Amsterdam. Glorie krijgt dit allemaal voor elkaar dankzij haar samenwerking met het Zuid-Afrikahuis en de Taalunie.

 

Antjie Krog

Lang voor het Festival kleurde 2018 voor Nederland al naar een goed Krogjaar. Op 17 februari schreef zij in de NRC-kranten over de toestand in Zuid-Afrika (vert. Tom Lanoye). In gepeperde taal tekent zij Zuma als tegenpool van Mandela, als gruwelijk onstuitbaar spook uit een nachtmerrie. "Mandela heeft alle Zuid-Afrikanen bewust gemaakt van iets groters dan onszelf, Zuma van iets akeligs in onszelf." Zijn corruptie zaaide overal bederf: bedriegerij "tot in het kleinste dorpje" - een geschiedenis van "vervallen hospitalen, scholen als braakliggende weiden voor lanterfanters", misstanden waarvan de apartheid en "de witten" de schuld krijgen: "het zijn wij die niet veranderen, die gestolen hebben en niets terug willen geven, die nog altijd denken dat wij de baas zijn". Is Zuid-Afrika in deze gespletenheid nu verloren? Nee, Krog ziet altijd perspectief. Na de ramp die Zuma was, staan volgens haar "de meesten van ons" nu klaar om "vol overgave" bij te dragen aan nieuwe plannen van "een bezielend en slim staatshoofd", zodat op alle kwaad een wending ten goede kan volgen.

Op 24 maart volgde een meer filosofisch interview in Trouw door Marc van Dijk, waar Krog vertelde over haar individuele ontwikkeling, uitleg gaf over de rol van verzoening in Afrikaanse denkwijzen en de schade die onwetende westerse critici berokkenden aan de Waarheids- en Verzoeningscommissie.

Op 18 april werd zij in SPUI25 in Amsterdam geïnterviewd door Mirjam van Hengel. Op 19 april ontving zij in een Amsterdams hotel de Gouden Ganzenveer, een culturele prijs die bestemd is voor iemand van grote betekenis "voor het geschreven en gedrukte woord in de Nederlandse taal". Die veer weegt 53,2 gram. Stichting De Gouden Ganzenveer heeft de Nederlandse taal ruim opgevat. Daar kwam kritiek op, niet gericht tegen Krog maar tegen de Stichting. Politiek erg correcte lieden begonnen over de koloniale overmeestering van het Afrikaans door Nederlanders. Reinjan Mulder tekende protest aan omdat de Ganzenveer volgens hem prestaties in de Nederlandse taal moet loven (De Volkskrant 26 januari). Volgens Krog bewegen het Nederlands, Vlaams en Afrikaans "als tektonische platen over elkaar heen", moet toenadering tussen de talen niet op conservatieve behoudzucht maar op progressieve bevrijding gericht zijn en wordt het voortbestaan van onze talen bepaald door: "de bereidheid ons aan te passen aan het vreemde" (Boekblad 20 april). Uitvoerige verslagen van 18 en 19 april zijn te vinden in Voertaal.

Uitgeverij Podium zette aan de festiviteiten luister bij met Hoe alles hier verandert. Het is een keuze uit Krogs prozaboeken, die eerder uit het Engels zijn vertaald, met een voorkeur voor autobiografische stukken. Van Podiums Nederlandse uitgaven van Krogs Afrikaanse poëzie worden - zo onthulde directeur Joost Nijsen, ook in Boekblad - per bundel "een paar duizend exemplaren" verkocht. En in 2018 is bij Dedicon te Grave Kleur komt nooit alleen uitgekomen als luisterboek.

Op 20 april bracht NRC Handelsblad een flink interview van Nynke van Verschuer met Krog onder de kop: "Zelfs een baby'tje is bij ons doordrenkt van politiek", onder meer over heden en toekomst van Zuid-Afrika en de rest van de wereld. Dat mensen die "in hun thuisland niet kunnen overleven", nu met bootjes naar Europa komen, ziet Krog als een "rechtstelling" op wereldschaal, "een cruciale rechtstelling, die je niet moet tegenhouden maar moet aanmoedigen." Net als in haar artikel van 17 februari laat zij zien dat in Zuid-Afrika de tegenstellingen onder invloed van Zuma steeds scherper werden - alles is politiek, alles is zogenaamd de schuld van "witte mensen". Zuid-Afrika heeft volgens Krog nog één kans, die ligt in "radicale maatregelen" door de tegenwoordige president, voor een nieuwe grondverdeling, meer werk, verbetering van het onderwijs en van de gezondheidszorg. Lukt dat niet, "dan is dat het eind". Tussen deze woorden door verorberde zij met smaak haar pastinakensoep.

In september was Krog behalve voor het Festival ook terug in Amsterdam voor een openbaar interview door Chris Keulemans op de 22ste en voor de presentatie van een Ganzenveer-huldeboekje op de 24ste. Met bijdragen van Krog zelf, Maarten Dessing, Adriaan van Dis en Tom Lanoye. Titel: Antjie Krog ( 12,50, maar digitaal gratis via de site van De Gouden Ganzenveer). Ook van deze bijeenkomsten doet Voertaal verslag. Het tijdschrift Neerlandia. (2018 nr 3) heeft van Krog een onvertaalde Afrikaanse column "Die swart staar" met ondertitel: "Gedurende Rhodes-must-fall-proteste". De schrijfster voelt de hele dag starende ogen van zwarte mensen die haar verwijten dat zij te veel heeft: te veel geld, te veel eten, te veel ruimte. Haar verweer is dat zij ook veel weggeeft, maar die liefdadigheid doorziet zij zelf meteen als "hoogste vorm van ego streling". Dus blijven de ogen staren. Ontspanning vindt zij tenslotte als zij Zuid-Afrikaanse natuurbeelden bij zich oproept en van planten en dieren de Afrikaanse namen.

 

Meer optredens en bijeenkomsten

Chris Chameleon kwam twee keer naar Nederland en trad op met verschillende formaties. Karin Hougaard bracht haar programma: "Grepe". Het zal geen toeval zijn dat zij Culemborg aandeed. Marita van der Vyver liet zich van haar culinaire kant zien, in juni bij een evenement "Taste of Amsterdam" (zou dat lekker zijn?), toen zij in het Zuid-Afrikahuis haar Een jaar koken in de Provence presenteerde (Orlando 19,95). In november verscheen zij als schrijfster en eetkunstenares op een Zuid-Afrikaanse markt in Haarlem - van boerewors tot rugby - waar ook rymkletser Lee Ursus optrad. Rustiger was het op 21 januari geweest in "De Nieuwe Liefde" in Amsterdam, op een poëziemiddag met Breyten Breytenbach, en in het Zuid-Afrikahuis op 13 april. Daar praatte Irma Joubert met Ingrid Glorie over haar Meisje uit het verscholen dorp.

 

Meer literaire gesprekken

In het Zuid-Afrikahuis gebeurde meer. De Maatschappij der Nederlandse letterkunde en "North South Lines", een Gronings "debatinitiatief", organiseerden op 9 november een symposium over rap, taal en identiteit: "Afrikaanse rymklets en de Nederlandse context". Vier Zuid-Afrikaanse kunstenaars, de regisseur Catherine Henegan en de rappers Frazer Berry, Lee Ursus en Jitsvinger (die laatste direct vanuit Kaapstad), gingen in gesprek met Margriet van der Waal. Over de hiphop als reactie op onderdrukking; de positie van het Kaaps Afrikaans, de "bruine" volkstaal, naast en tegenover het standaard-Afrikaans; de positie van nieuwe vormen van het Nederlands tegenover het standaard-Nederlands; de ondervertegenwoordiging van niet-blanken in het culturele leven in Zuid-Afrika en in Nederland; de rap ter correctie van het traditionele glorieuze beeld van het Europese kolonialisme; hiphop als eventuele bron van "andere" kennis, dat is kennis die zich onttrekt aan rationele toetsing; tekortschietend entrepreneurschap onder rappers; en te weinig belangstelling aan de universiteiten. Die laatste kwestie werd aangepakt in het symposium zelf, want voor en na het panel was het woord aan twee academische hiphopfans: Aafje de Roest en Vivien Waszink, die hun voorliefde onderwierpen aan wetenschappelijke studie. Marita van der Vyver werd gesignaleerd in het publiek.

Op 6 december bood het Zuid-Afrikahuis een literaire avond met Daniël Hugo en Gerbrand Bakker, over Hugo's Afrikaanse vertaling van Bakkers grote succes Boven is het stil. De publicatie van dat boek bleek met een dun lijntje verbonden met Stellenbosch. Jarenlang had Bakker geen uitgever gevonden, want "zo'n boerenroman" was, naar men toen zei, uit de mode. Tot hij Alfred Schaffer tegenkwam, toen nog geen docent op Stellenbosch maar werkzaam bij Cossee in Amsterdam. De rest is literatuurgeschiedenis.

Hugo vertelde over de Nederlandse literatuur in Zuid-Afrika - een onderwerp voor een jaarlijks overzicht voor de Koninklijke Nederlandse Academie? - en beklemtoonde de belangrijke rol van zijn uitgever Nicol Stassen en van subsidies uit Vlaanderen en Nederland, die voor de vertaling van Nederlandse boeken vrijwel onmisbaar zijn. Hij benadrukte ook dat de boerderij uit Boven is het stil weinig tot niks te maken heeft met de Zuid-Afrikaanse plaas. Boven is het stil is geen plaasroman. Doordat ook Bakker vertaler is en het publiek nog meer vertalers telde, volgde een gesprek over de vertaalpraktijk en vertaalproblemen Nederlands-Afrikaans, met voorbeelden uit Bakkers boek, dat veel langer had kunnen doorgaan dan de tijd - en "moderator" Glorie ̶ toelieten.

 

Afrikaans in Amsterdam, een Nederlander in Kaapstad

15 juni was de dag van de oratie van de nieuwe bijzondere hoogleraar Zuid-Afrikaanse letterkunde, cultuur en geschiedenis aan de UvA, in de aula van de universiteit, de Lutherse kerk aan het Singel. Margriet van der Waal sprak over de belangrijke rol van kunst en cultuur voor de beeldvorming en de meningsvorming, en daardoor ook voor de machtsvorming en de politiek. Zij ging in op het Zuid-Afrikaanse voorbeeld van de ontruiming van Skipskop in de jaren tachtig, toen de apartheidsregering aan de opvatting van nauw betrokkenen geen boodschap had en die bewoners bij de besluitvorming als het ware kon wegdenken. In zijn bekende lied presenteerde David Kramer een vollediger beeld, maar in de visie van Ronelda S. Kamfer is Kramer als witman vooringenomen en had hij beter kunnen zwijgen. Vervolgens verbeeldde Anneli Groenewald in Die skaalmodel het leed van bruin en blank.

Kort na Van der Waals oratie publiceerde Sief Veltkamp-Visser, vroeger directeur van het Zuid-Afrikahuis, een kloek boek over de geschiedenis van de leerstoel Afrikaans aan de UvA, vanaf het begin tot Van der Waal, met na de Nederlandse hoogleraar Gerrit Besselaar (1933-'38) drie Afrikaanse literatoren: N.P. van Wyk Louw (1950-'58), H. van der Merwe Scholtz (1959-'62) en Ena Jansen (2002-'16). In haar gedetailleerde studie geeft Veltkamp ook aandacht aan de twee vrouwen die het onderwijs overnamen toen er geen hoogleraar was: Elisabeth Conradie (1938-'39) en Truida Lijphart-Bezuidenhout (1969-'87). Afrikaans in Amsterdam is een uitgave van het Zuid-Afrikahuis ( 17,50).

Terzelfdertijd promoveerde Annemiek Recourt, ook aan de UvA, bij Ena Jansen op een proefschrift van 864 pagina's over de Nederlandse journalist, dichter, schrijver, maar vooral literair organisator, mentor en stimulator Jan Greshoff. Het heet Moralist van de ontrouw (Van Oorschot 45). De titel verwijst naar de afkeer van vooringenomenheid en vaste principes waarmee Greshoff uiteenlopende, soms tegenstrijdige standpunten verdedigde. Ondanks de hartstocht waarmee hij dat deed beschouwde men hem soms als windvaan.

Het gezin Greshoff ontweek in 1939 de Tweede Wereldoorlog door te verhuizen naar Kaapstad. Dit was bedoeld als tijdelijk, maar na enkele maanden in Nederlands-Indië en, voor de rest van de oorlog, als cultureel voorlichter bij de Nederlandse ambassade in New York, koos Greshoff, een beetje tegen heug en meug, toch voor de moederstad als uiteindelijke woonplaats. Recourt bespreekt Greshoffs rol in de Afrikaanse literatuur, bij het tijdschrift Standpunte, in de rol van de felle criticus Kees Konyn en bij andere culturele activiteiten. Hij was bevriend met vooraanstaande schrijvers zoals W.E.G. Louw en Opperman maar deze betrekkingen waren niet probleemloos. Een hoogte- of liever dieptepunt in de biografie is de breuk in zijn vriendschap met N.P. van Wyk Louw, eerder beschreven in de Louw-biografie van J.C. Steyn. Via Greshoffs dagboeken onthult Recourt iets van zijn bij leven nauwelijks uitgesproken gedachten over de apartheid en over het niveau van de Afrikaanse literatuur en cultuur. Greshoff bespeurde provincialisme en zelfoverschatting, maar er was één aankomende schrijver van wie hij de hoogste verwachting koesterde en die hij dan ook hielp zoveel hij kon: Etienne Leroux.

 

Meer vertalingen

Een voor Nederland nieuwe schrijfster is Annemari Coetser, van wie bij Mozaïek in Utrecht Alles begint met Anna uitkwam, vertaald door Riet de Jong en Bert Aquarius ( 21,99, e-boek 12,99). Marianne Hoksbergen voorspelt: "liefhebbers van familiegeschiedenissen en dan ook nog van de Boeren in Zuid-Afrika zullen hun hart ophalen aan deze roman." Zij wijst ook op Coetsers behandeling van "de uiteenlopende opvattingen over Hitler en nazi-Duitsland" (Nederlands Dagblad 10 augustus).

Mozaïek bracht ook weer herdrukken van romans van Irma Joubert: Kronkelpad (vijfde druk 15, e-boek 6,49), Kind van de rivier (Pérsomi: kind van die brakrant, zesde druk 15, e-boek 4,99). Het meisje uit de trein verscheen als groteletterboek bij Kok Omniboek, Utrecht. Het magazine Puur! van uitgeverij Kok had in het "zomernummer" (april!) een interview met Joubert.

Manuzio in Kampen heeft van Wilma Stockenström nu ook Abjater die zo lachte uitgegeven ( 17,90). De vertaler, Rob van der Veer, vertelde in juni over deze vertaling in Voertaal. In De Volkskrant van 8 september vergeleek de criticus Peter Swanborn het lot van de hoofdfiguur, een dienstbode, met dat van de slaaf in het eerder vertaalde Expeditie naar de baobab. Hij prees Stockenströms inlevingsvermogen en taalbeheersing. Op 15 december volgde lof van Lidewijde Paris in "Nieuwsweekend", sinds mensenheugenis een veelbeluisterd radioprogramma op zaterdagochtend (alsnog te beluisteren via https://www.nporadio1.nl/gemist).

Querido revancheerde zich voor de niet helemaal bevredigende Nederlandse uitgave van Memorandum met een prachtige tweetalige editie van Marlene van Niekerks In de stille achterkamer, vertaald door Van Niekerk zelf en Henda Strydom ( 18,99). Het gaat hier om gedichten naar aanleiding van werk van Adriaen Coorte, de laat-zeventiende-eeuwse schilder van stillevens, en van de in 1920 jong gestorven Jan Mankes, bewonderd om zijn fijnzinnige portretten en dierschilderingen en alweer stillevens, die in Bologna de aandacht van Morandi trokken. Querido heeft de Afrikaanse bundels Gesant van die mispels en In die stille agterkamer samengevoegd.

Geert Buelens zei bij de presentatie, op 6 juni in de Athenaeum-winkel in Amsterdam, dat men Van Niekerks verstilde gedichten kan zien als daden van verzet, als tegengif tegen de overmaat van nepnieuws die van dag tot dag op ons af komt. Maar haar poëzie biedt allerminst een uitvlucht naar een stille achterkamer, want via haar eigen familiegeschiedenis weet zij het werk van Coorte en Mankes ook te betrekken op onze eigen prangende vragen, zoals apartheidsschuld of klimaatverandering.

Janita Monna situeerde Van Niekerks werk te midden van andere gedichten over Coorte en noemde Kopland, Willem Jan Otten, De Mérode en Faverey, geraakt als die zich toonden door de rust van de schilderijen die in fijn geschilderde alledaagse onderwerpen de grenzen van tijd en ruimte lijken te overschrijden. Zo zoekt volgens Monna ook Van Niekerk "verbinding tussen toen en nu." Zo leiden voor Monna ook "Van Niekerks aangenaam trage regels, even af van wat vluchtig is" (Trouw 9 juni). Arjan Peters besloot zijn korte signalering: "bij Van Niekerk begint ook de taal stil te leven, even delicaat en duidelijk, waardoor de drie eeuwen van lawaai die tussen haar en hem liggen, zonder een woord verkruimelen"(De Volkskrant 16 juni). In het poëzieblad Awater zei Kim van Kaam dat Van Niekerk "keek naar de schilderijen, ze keek en keek en keek, totdat ze meer zag dan de gemiddelde kijker". Ook wees zij op Van Niekerks verwijzing naar de VOC-tijd (herfstnummer, 2018-3). Van Niekerks bundel lokte nogal wat internet-reacties uit. Ik vermeld de conclusie van de dichter Remco Ekkers op de literaire weblog Tzum: "In veel schilderijen (gedichten) ziet Marlene beelden uit haar jeugd, maar steeds gaat het om de verrukking van de aarde en haar producten en de onvermijdelijke teloorgang" (15 juni).

De ware Breytenbachiaan, die alles van zijn held in huis wil halen, moet Campert kiest te pakken krijgen, dat als ondertitel meegekregen heeft: Gedichten kiezen Remco Campert, een bundeling van Camperts columns over poëzie uit De Volkskrant. Een van de gedichten die Campert heeft gekozen - Campert onderwerp of lijdend voorwerp?- is van Breytenbach en heet in vertaling: "Een voetnoot bij de nacht van de geschiedenis" (Bezige bij 21,99, e-boek 9,99). Uitgeverij Podium kwam met een opvallende nieuwe uitgave van het tweetalige Ik herhaal je (Ingrid Jonker gekozen en vertaald door Gerrit Komrij, met de korte biografie door Henk van Woerden, 18de druk 21). Het eveneens tweetalige Mammie van Ronelda S. Kamfer uit 2017 kreeg nog een late bespreking van Jogchum Zijlstra, die na zijn eerdere collega-critici niet veel nieuws bracht. Hij kenschetste haar gedichten als: "rauw, confronterend, maar ook zeer toegankelijk en teer en daarmee poëzie van hoge kwaliteit" (Nederlands Dagblad 1 juni).

Uitgeverij Bruna bood rond de jaarwisseling achttien titels van Deon Meyer aan en men kon toen al intekenen op de volgende: Prooi, in de boekwinkel af te halen op 12 februari. Meyer kreeg lof van niemand minder dan Jan Terlouw, vroeger een van onze belangrijkste politici, succesvol schrijver van jeugdboeken en inmiddels opgeklommen tot de status van knuffelbejaarde met de verdiende reputatie van wijze man. Over Koorts zei Terlouw: "Maar wat het boek vooral bijzonder maakt is de beschrijving van een wereld met maar enkele overlevenden. Dat is knap en overtuigend gedaan. Meyer laat de mens zien in zijn boosaardigheid en generositeit, in zijn creativiteit in het negatieve en het positieve, in zijn destructie en scheppingsdrang" (Het Parool 10 maart). Ook zonder kristallen bol valt te voorspellen dat Deon Meyer in 2019 in Nederland de meest verkochte Afrikaanse schrijver blijft.

EEP Francken
a.a.p.francken@hum.leidenuniv.nl

Creative Commons License All the contents of this journal, except where otherwise noted, is licensed under a Creative Commons Attribution License