SciELO - Scientific Electronic Library Online

 
vol.55 número1Mentorskap vir beginnerskoolhoofdeEATING and DRINKING in Afrikaans - a lexical semantic study índice de autoresíndice de materiabúsqueda de artículos
Home Pagelista alfabética de revistas  

Servicios Personalizados

Articulo

Indicadores

Links relacionados

  • En proceso de indezaciónCitado por Google
  • En proceso de indezaciónSimilares en Google

Compartir


Tydskrif vir Geesteswetenskappe

versión On-line ISSN 2224-7912
versión impresa ISSN 0041-4751

Tydskr. geesteswet. vol.55 no.1 Pretoria mar. 2015

http://dx.doi.org/10.17159/2224-7912/2015/V55N1A8 

NAVORSINGS- EN OORSIGARTIKELS

 

Charl-Pierre Naudé en Gert Vlok Nel in Nederland en Vlaanderen: Laterale transnationale bewegingen van Afrikaanstalige schrijvers naar Nederlands en Engels

 

Charl-Pierre Naudé and Gert Vlok Nel in the Low Countries: Lateral transnational movements of Afrikaans poets into Dutch and English language areas

 

 

Yves T'Sjoen

Universiteit Gent Navorsingsgenoot: Departement Afrikaans en Nederlands Universiteit Stellenbosch. Yves.TSjoen@UGent.be; https://biblio.ugent.be/person/801000850425

 

 


SAMENVATTING

Nederlandse literatuur is méér dan de literatuur die in het Nederlandse taalgebied wordt geproduceerd, gedistribueerd, geconsumeerd en gerecipieerd. Ook anderstalige literaturen, al dan niet in vertaling, functioneren en circuleren in een nationaal literair circuit, in het kritisch repertoire van schrijvers en critici, in een literair discours en in fondsen van uitgevershuizen. Buitenlandse schrijvers en teksten participeren direct of indirect in het gesprek over literatuur. In het literaire veld van Nederland en Vlaanderen zijn al langer Zuid-Afrikaanse auteurs aanwezig. Naast de canonieke stemmen - Breytenbach, Brink, Krog, Van Heerden en Van Niekerk - zijn Afrikaans-talige dichters present op literaire festivals, in kranten, tijdschriften en op internetblogs, in vertaling. Gert Vlok Nel en Charl-Pierre Naudé, debutanten in het midden van de jaren negentig in de Afrikaanse poëzie, zijn beiden naar het Nederlands vertaald. Hoewel Nel vooral een dichterperformer is en Naudé met zij n poëzie minder aanwezig is op de bühne en al helemaal geen muziek gebruikt om zijn gedichten voor een publiek van toehoorders te brengen, vertoont hun schrijversloopbaan een vergelijkbare laterale beweging van het Afrikaans naar het Nederlands of van een "marginale" literatuur naar een middelgrote taal in Europees perspectief. Tegelijk publiceren beiden in het Engels. Met name Naudés zelfvertaling Against the light en enkele vertalingen van Nels gedichten in opdracht van Poetry International Rotterdam kunnen in dat opzicht worden genoemd. Deze auteurs bewegen zich dus evenzeer in een verticale richting naar de metropool van de hedendaagse wereldliteratuur.

Trefwoorden: transnationalisme, globalisatie, marginaal transnationalisme, Afrikaanse dichtkunst, Nederlandse dichtkunst, marginale culturen, vergelijkende literatuur, literaire vertaling, auto-vertaling, literair-institutioneel onderzoek, literaire netwerking


ABSTRACT

Translations and interviews, performances at international festivals, transnational writer networks and (mentions in) literary criticism are indications of the local, national or global circulation of literary authors and texts beyond the boundaries of a national field or a specific language area. The concept of transnationalism or world literature is too broad for indicating the specific moves foreign writers make. The way poets and texts position and manifest themselves in an international poly-systemic atmosphere can be of various kinds. Shih and Lionnet introduced for this purpose the concept of "minor transnationalism". Relationships and interactions between minority cultures or marginal literatures, such as Afrikaans and Dutch, can be seen as "lateral" movements. From an international perspective Dutch literature, situated in a language area of about 23 million native speakers, can also be considered as in the centre of European literature. In that way we can better speak of a "vertical" movement. The case studies on Gert Vlok Nel and Charl-Pierre Naudé are interesting from this perspective. Nel is mostly known as a poet-performer who makes use of music to bring his poems to stage in South Africa and elsewhere. From that perspective Naudé's authorship is related to a more traditional posture. His literary work is printed in books and performances for a live audience are rather limited. Both poets have been translated into Dutch and their presence and reception in the literature of Flanders and the Netherlands is obvious. Nevertheless the critical reception of their poetry is quite different. Nel's and Naudé's poems are also translated into English. Therefore we can speak of a global vertical movement towards the Anglo-American epicentre of contemporary world literature.

Key words: transnationalism, globalisation, minor transnationalism, Afrikaans poetry, Dutch poetry, minority cultures, comparative literature, literary translation, auto-translation, literary-institutional research, poetics, literary networking


 

 

ZWEMMEN BUITEN EEN TAALGEBIED

Schrijvers circuleren en functioneren niet uitsluitend in het taalgebied waar initieel de productie, distributie en receptie van hun literaire werk plaatsvindt. Ze overschrijden in vele gevallen de grenzen van het eigen taalgebied of van het nationale circuit waartoe hun literatuur wordt gerekend. Dat gebeurt door middel van vertalingen, optredens op internationale festivals, interviews in anderstalige media (televisie, radio, kranten en tijdschriften, internetblogs), interculturele netwerken, receptieteksten en kritische repertoires van anderstalige schrijvers en literatuurbeschouwers. Comparatief sociologisch onderzoek naar landsgrenzen- en taalgebied-overschrijdende dialogen en dus naar internationale trajecten van schrijvers wordt onder de algemene noemer van het transnationalisme of de wereldliteratuur bestudeerd (o.a. Casanova 1999 en Damrosch 2003).

Transnationalisme, als aanduiding van "die proses van globalisering" (Viljoen 2014:5), is niet altijd een adequaat want te generaliserend instrument voor de beschrijving van particuliere schrijversloopbanen in globaal perspectief. In deze bijdrage staat het concept "minor transnationalism" (Shih & Lionnet 2005) centraal. Zoals Louise Viljoen betoogt in haar "eerste verkenning [van] slegs die breë buitelyne van die ondersoeksveld" (2014:21) kunnen in de hedendaagse Afrikaanse literatuur ten opzichte van het Nederlands en het Engels verticale en laterale bewegingen worden onderscheiden. Zij beschrijft meer bepaald de transnationale verschuivingen van de canonieke Afrikaanstalige Zuid-Afrikaanse schrijvers Breyten Breytenbach, André Brink, Etienne van Heerden, Antjie Krog en Marlene van Niekerk naar het Nederlandse taalgebied en daarbuiten. Omgekeerd kunnen ook Nederlandstalige schrijvers zoals Herman de Coninck, Luuk Gruwez, Gerrit Komrij, Rutger Kopland, Tom Lanoye, David van Reybrouck, Miriam Van hee, Willem van Toorn en Tommy Wieringa, door bemiddeling van vertalers als Heilna du Plooy, Daniel Hugo, Hennie van Coller en Zandra Bezuidenhout, tot het literaire systeem van het Afrikaans in Zuid-Afrika worden gerekend (Malan 2014).

Er is niet steeds sprake van een toetreding tot de mondiale literaire ruimte of dus een beweging in de richting van de metropool van de wereldliteratuur. De verticale ontwikkeling draagt er toe bij dat het werk in een kleine of middelgrote taal en uit een veeleer perifere culturele context door bemiddeling van vertaling in het Engels, de contemporaine lingua franca van de internationale literaire wereld, wordt opgenomen in wat de Franse cultuursocioloog Pascale Casanova de "république mondiale des lettres" (1999) noemt. Of anders uitgedrukt: "We realized [...] that our battles are always framed vertically, and we forget to look sideways to lateral networks that are not readily apparent" (Lionnet & Shih 2005:1). Toetreden tot de Anglo-Amerikaanse publieke literaire ruimte is vandaag een conditio sine qua non om als schrijver een internationale statuur te verkrijgen. Een verticale beweging is volgens Viljoen, in de lijn van Lionnet en Shih, een verschuiving van "'n marginale letterkunde" naar "'n Europese sentrum", een "laterale beweging" vindt plaats "tussen 'n marginale letterkunde en 'n letterkunde wat deel vorm van die Europese sentrum, maar nie noodwendig 'n sentrale rol daarin beklee nie" (2014:6). In dat laatste geval kunnen bewegingen tussen de "marginale taal" Afrikaans en het Nederlands worden geanalyseerd. Het onderzoek betreft de aanwezigheid van Afrikaanse schrijvers in het Nederlands, met name een middelgrote taal van 23 miljoen sprekers, dat overwegend deel uitmaakt van het Europese centrum maar niet behoort tot "die magtige metropolitaanse sentrums van die wêreld nie" (2014:5). De literaire ruimte in Nederland kan ook een cruciale transitzone zijn naar andere Europese literaturen.

De zogeheten zijdelingse bewegingen van Zuid-Afrikaanse auteurs in Nederland documenteren hun "literêre status in die transnationale domein" (Viljoen 2014:6). Hoewel minder prominent zijn ook andere dan alleen canonieke Afrikaanse schrijvers present in Nederland en Vlaanderen. In deze bijdrage wordt de schrijversloopbaan beschreven van Gert Vlok Nel en Charl-Pierre Naudé in het Nederlandse en Vlaamse literaire systeem. Beiden debuteren in het midden van de jaren negentig als dichter in de smeltkroes van het multilinguale Zuid-Afrikaanse literaire systeem met Afrikaanstalige werken, respectievelijk Om te lewe is onnatuurlik. Eenvoudige spoorwegstories (1993) en Die nomadiese oomblik (1995). Een belangrijke kanttekening is dat de posture van beide schrijvers verschillend is. Nel is een dichter-performer die van muzikale omlijsting gebruik maakt om zijn gedichten op het podium een eigen stem te geven. Naudé beantwoordt meer aan de klassieke posture van de dichter die alleen occasioneel zijn gedichten voorleest voor een levend publiek. Het voorbije decennium is (een deel van) beider literaire productie naar het Nederlands vertaald door onder anderen en vooral Robert Dorsman. Zowel Nel als Naudé zijn aanwezig op literaire festivals in de Lage Landen en aan hun dichtkunst wordt aandacht besteed in tijdschriften en op weblogs. Louise Viljoen besluit dat "die suksesvolle oorgang van Afrikaanse skrywers na die transnasionale domein dus op 'n komplekse samehang van 'n verskeidenheid faktore [berus] wat in bepaalde kontekste op verskillende maniere uitspeel" (2014:21). In dit beperkte onderzoek zijn verschillende factoren onder meer de uiteenlopende poëtica's van beide tweetalige schrijvers. Nel is een dichter-zanger die vooral met performances aanwezig is in de transnationale ruimte van het Nederlandse taalgebied. Naudé bewerkt zelf zijn poëzie voor de Engelstalige (Zuid-Afrikaanse en Anglo-Amerikaanse) markt en hanteert een andersoortige opvatting van literatuur. Waar de eerste schrijver zich met zijn optredens richt op een Afrikaans- en Nederlandstalig publiek, tracht de andere schrijver de beperking van het Nederlands te ontstijgen door zelf Engelse vertalingen van oorspronkelijk Afrikaanse teksten aan te bieden en simultaan in beide talen te schrijven. In dat laatste geval wordt gekozen voor het Engels als "toegangsroete tot die groter globale wêreld vir Afrikaanse skrywers" (Viljoen 2014:21). Die toegangspoort kan zoals gezegd tegelijk leiden naar andere Europese literaturen.

De bemiddelende functie van vertalers, schrijvers en critici, bloemlezers, redacteuren van uitgeverijen en andere culturele actoren voor de presentie en receptie van buitenlandse literatuur is voor de Nederlandse literatuur nauwelijks onderzocht. In de literatuurgeschiedschrijving is tot vandaag weinig aandacht besteed aan de receptie van anderstalige literaturen en evenmin aan de betekenis van teksten, auteurs en literaire debatten in het buitenland die het vertoog over literatuur in Nederland en Vlaanderen hebben gestuurd of die daarin een rol hebben gespeeld en spelen. De verstrengeling van en de interacties tussen literaturen die in verschillende talen zijn geschreven, vergen het nodige onderzoek. Het literaire veld wordt door een dynamiek van autochtone en allochtone ontwikkelingen gedetermineerd (Andringa, Levie & Sanders 2006:197-198). Buitenlandse literatuur is aanwezig in vertalingen of als referentiepunt in literaire debatten, in de beschouwerspraktijk van recensenten en het strategische repertoire van schrijvers: "de presentie van buitenlandse literatuur [heeft] het nationale literaire veld in belangrijke mate [...] gekleurd" (2006:199). Teksten van Zuid-Afrikaanse (Afrikaans- en Engelstalige) auteurs functioneren in Nederland en Vlaanderen door bemiddeling van vertalers onder wie Riet de Jong-Goossens, Adriaan van Dis, Robert Dorsman, Krijn Peter Hesselink, Maarten Polman, Alfred Schaffer, Laurens Vancrevel, Jaap van der Haar en Rob van der Veer. Vertalingen fungeren bij uitstek maar niet uitsluitend als bemiddelaars tussen binnen- en buitenlandse circuits. Aan de betrokkenheid bij de interculturele transmissie van literatuur wordt in de literatuurgeschiedschrijving weinig belang gehecht. De keuze voor een "internationaal literair-historisch onderzoeksperspectief" (2006:199) is evident maar wordt in het onderzoek tot op heden niet gemaakt. Belangrijke vragen betreffen de inbedding van Nederlandse literatuur in een internationaal kader, de interacties met buitenlandse literatuur, receptiepatronen van anderstalige literatuur in Nederland en Vlaanderen en de impact van gerecipieerde buitenlandse romans en poëzie op het literaire systeem (2006:199).

Receptiestudie is een wijdvertakte discipline die om voor de hand liggende redenen uitgaat van een heuristisch-bibliografische onderzoeksvraag. De empirische studie van tijdschriften, zoals rubrieken over/met buitenlandse literatuur (in vertaling), van culturele krantenbijlagen met gespecialiseerde katernen over anderstalige literatuur, van digitale media en van uitgeversfondsen die al dan niet in reeksverband buitenlandse teksten aanbieden, van interviews met en publicaties van buitenlandse schrijvers et cetera levert de basis voor de studie van receptiepatronen. Dit onderzoek laat zien op welke wijze "de internationale dynamiek van de Nederlandse literatuur" verloopt. Tot de literair-institutionele context behoren zowel actoren, zoals schrijvers, critici en vertalers, als instanties (letterenfondsen, uitgeverijen, periodieken). Ook voor de ontwikkeling van poëticale opvattingen of de wijze waarop een schrijver zich positioneert in het nationale circuit of een eigen schrijfpraktijk legitimeert, spelen buitenlandse uitgevers, vertalers, schrijvers en teksten een niet onbelangrijke en in sommige gevallen een cruciale rol. Deze mentions (de term is van E.K. Rosengren) kunnen een strategisch belang hebben of bijvoorbeeld op poëticale affiniteit wijzen. Het betekent dat schrijvers zich "op bepaalde werken als normatief referentiekader [...] beroepen". Naast de kritische receptie is er natuurlijk ook de scheppende receptie: werken kunnen "in een creatieve transformatie tot referentiepunt [...] worden". In dat geval betreft het "de intertextuele en transmediale verwerking in nieuw werk" van buitenlandse teksten (Andringa, Levie & Sanders 2006:205).

In dit artikel ligt, zoals gezegd, de klemtoon op de presentie en receptie van Gert Vlok Nel en Charl-Pierre Naudé in een taalgebied dat internationaal, op grond van historische (koloniale) en linguistische aspecten, het dichtst aanleunt bij het Afrikaanse literaire systeem. Niet zozeer de verwevenheid met de Nederlandse literatuur krijgt aandacht als wel, vanuit documentair oogpunt, de wijze waarop beide schrijvers aanwezig zijn in een middelgrote Europese taal. In dat opzicht sluit de bijdrage aan bij eerder ondernomen onderzoek naar de toetreding van Zuid-Afrikanen in de Nederlandse literatuur (T'Sjoen 2012, 2013, 2014 en 2015; Viljoen 2014) en de intermediërende rol van vertalers en critici in de transnationale dialoog. De verkennende literair-documentaire onderzoeksbevindingen leggen de basis voor een breder opgezette receptiegeschiedenis van en een (poëticale, institutionele) beschrijving van de laterale bewegingen tussen Afrikaanstalige schrijvers en het Nederlandse taalgebied.

Dit is hoofsaaklik die beweging van Afrikaans na die relatief klein taal Nederlands wat wel aansienlike kulturele kapitaal verteenwoordig en in talle opsigte die eienskappe van 'n metropolitaanse literêre kultuur verteenwoordig. [...] Nederland en die Nederlandse literêre toneel bied [...] 'n ruimte vir Afrikaanse skrywers maar dit is onwaarskynlik dat dit 'n deurslaggewende rol speel in hulle verdere deurgang tot die transnasionale ruimte. (Viljoen 2014: 21)

Dat een van beide schrijvers zelf die toegang tracht te forceren, mag uit de tweede gevalstudie blijken.

 

GERT VLOK NEL IN NEDERLAND EN VLAANDEREN

Niet alleen het subsidiebeleid van het Nederlandse Literaire Productie- en Vertalingenfonds en het Vlaams Fonds voor de Letteren of workshops die zijn gericht op literaire vertalingen dragen er toe bij dat Afrikaanse dichters frequenter naar het Nederlands worden vertaald dan naar een andere taal (Viljoen 2014:11). Literaire uitgeverijen en andere instituties, zoals het Poëziecentrum (Gent),1 en literaire festivals, zoals Winternachten en Poetry International, zetten Afrikaanse schrijvers op de kaart in de Lage Landen:

Daar is [...] 'n ruim aantal Afrikaanse digters wat 'n mate van blootstelling verwerf in die Nederlandstalige konteks deurdat hulle genooi word om op te tree by literêre geleenthede [...], maar nóg binne Suid-Afrika nóg binne die groter wêreld deurdring tot nie-Afrikaanse gehore. (Viljoen 2014:11)

Naast de zogenaamde prominente Zuid-Afrikaanse schrijvers in het Nederlandse literaire veld, zoals Breytenbach, Brink en Krog, vermeldt Viljoen de dichters Wilma Stockenström, Gert Vlok Nel, Ronelda S Kamfer, Danie Marais en Charl-Pierre Naudé.

Gert Vlok Nel (1963, Beaufort Wes) was als singer-songwriter geregeld te gast op literaire evenementen in Nederland en Vlaanderen. De posture van deze schrijver-performer is hoe dan ook anders dan die van bijvoorbeeld Charl-Pierre Naudé. Een korte verkenning levert een niet-exhaustieve lijst op met optredens in de context van Winternachten (Den Haag 1999 en Nijmegen 2012), Poetry International (Rotterdam 2002 en 2009), Paradiso (met Dichters uit Epibreren, 2007), Koningsblauw (Behoud de Begeerte, 2012) en Poëziecentrum (2014). In 2012 verbleef hij twee maanden als writer in residence in Nijmegen op uitnodiging van Winternachten (Esterhuizen 2012). Daarnaast is de schrijver met acht gedichten uit zijn voorlopig enige bundel Om te lewe is onnatuurlik (1993) present in Komrij's De Afrikaanse poëzie in 1000 en enige gedichten (1999).2 Het debuut is in 2007 door Robert Dorsman als Het is onnatuurlijk om te leven vertaald, door Antjie Krog van een voorwoord voorzien en onder de redactionele leiding van Annemiek Recourt uitgegeven in het fonds van Podium.3

De bekendheid van en waardering voor Nel in Nederland en Vlaanderen respectievelijk Zuid-Afrika, met lovende reacties van o.a. Hambidge, Krog en Van Heerden, is vooral toe te schrijven aan de talrijke muzikale performances.4 Er verschenen twee cd's bij Munich Records (Wageningen), Om Beautiful-Wes se beautiful woorde te vergeet (1998) en Onherroeplik (2012), alsook het fotoboek Om Beautiful-Wes se beautiful woorde te verlaat (Quellerie, 1999) met verzamelde lyrics. Naar aanleiding van de eerste cd toerde de schrijver met een woord- en muziekproductie in Zuid-Afrika. Nel heeft voornamelijk renommee verworven als performer en dichter van melancholieke poëzie. Meestal wordt hij in verband gebracht met Bob Dylan, J.J. Cale, Koos du Plessis en Tom Waits.

Gert Vlok Nel beweegt zich in verschillende artistieke velden. Naast dichter en muzikant is hij ook actief als grafisch kunstenaar. In Nijmegen exposeerde hij pasteltekeningen (Esterhuizen 2012). De doorbraak van de dichter-zanger geschiedde ter gelegenheid van de documentaire Beautiful in Beaufort- Wes, die door de bekende Nederlandse regisseur Walter Stokman in opdracht van het televisieprogramma Het Uur van de Wolf (VPRO) is gecreëerd. Het televisieportret kreeg een Gouden Kalf toegekend.

Ook academisch onderzoek kan bijdragen tot de (inter)nationale statuur van schrijvers (Le Roux 1998) maar belangrijker voor de verticale beweging van een schrijversloopbaan is natuurlijk de beschikbaarheid van Engelse vertalingen. Voor Nels optreden op Poetry International schreef Dorsman de webpagina en bezorgde Richard Jürgens de Engelse vertaling van zeven gedichten: 'Beautiful in Beaufort West', 'Don't forget me, Dixie', 'Epitaph', 'For those in peril on the sea', 'Hillside Lullaby', 'River' en 'Timotei Shampoo' (Anoniem 2010). De vertaalde gedichten zijn in zoverre ik kon nagaan niet gebundeld. In termen van transnationalisme kunnen we op basis van deze bibliografische gegevens concluderen dat Gert Vlok Nel weliswaar present is in het Nederlandse (literaire) systeem - zijn werk onderging een laterale beweging in de terminologie van Shih en Lionnet - maar niet tot een transnationale ruimte. De Engelse vertalingen kunnen hoogstens op een bescheiden manier bijdragen tot een verticale beweging die gericht is op het epicentrum van het transnationale domein.

 

CHARL-PIERRE NAUDÉ IN NEDERLAND EN VLAANDEREN

De vertaler Robert Dorsman speelt voor de toetreding van Charl-Pierre Naudé (Kokstad, 1958) tot het literaire veld in Nederland ook al een belangrijke rol. In tegenstelling tot Gert Vlok Nel gebruikt Naudé geen attributen, zoals muzikale begeleiding of zang, om zijn gedichten voor een publiek te brengen.

Naudés poëzie maakte deel uit van een vertaalworkshop tijdens Poetry Internationaal 2000 (Dorsman 2000, Leibbrand 2007 en Dorsman 2014). Op instigatie van Dorsman bogen de Nederlandse dichters J. Bernlef, Judith Herzberg, Ed Leeflang, Willem van Toorn en Anne Vegter zich over gedichten in de debuutbundel Die nomadiese oomblik (1995). In 2014 was Naudé, op dat ogenblik writer in residence in Berlijn in opdracht van de Deutscher Akademischer Austauchdienst (Künstlerprogramm), te gast op hetzelfde festival in Rotterdam.5 Ter gelegenheid van dat optreden besteedde Poëziekrant, in samenwerking met PI, aandacht aan enkele schrijvers die geprogrammeerd stonden. Van Naudé zijn drie gedichten in een vertaling van en ingeleid door Dorsman gepubliceerd in het tijdschrift.6 Gedocumenteerd zijn ook de passages van Naudé in Hengelo (2009), op het Felix Poetry Festival (Antwerpen, 2010), in het Literaire Salon in Tilburg (2012) en als eregast tijdens het Maastricht International Poetry Festival (2012) (Francken 2010; Viljoen 2014: 15; Van der Walt 2012).

Niet alleen optredens tijdens literaire festivals in Nederland en België creëren aandacht voor Afrikaanstalige dichters en dragen dus bij tot hun presentie in het transnationale domein. Naast de vanuit institutioneel-strategisch oogpunt belangwekkende tweetalige bundel sien jy die hemelliggame (2007) in de Zeeuwse Slibreeks, "deels de vrucht [...] van een verblijf in het Kunstencentrum in Vlissingen" (Leibbrand 2009), zijn er de (vertaalde) gedichten in Nederlandstalige periodieken.7 Naudé heeft overigens samen met Peter Holvoet-Hanssen samengewerkt aan het artistieke multimediale project E-POS II. Bij die gelegenheid trad hij zelf op als vertaler (T'Sjoen 2014:73-81 en T'Sjoen 2015).

Optredens in Nederland en vertalingen in Nederlandstalige bladen mogen dan een bepalende rol spelen voor het verwerven van symbolisch kapitaal in zowel het Afrikaanse als het Nederlandse literaire systeem, receptieteksten construeren een particulier beeld van een schrijverschap in de internationale ruimte. De vertaler Dorsman heeft voor het door Gerrit Komrij geïnitieerde poëzietijdschrift Awater Naudés poëzie aan een Nederlands lezerspubliek voorgesteld (2008). Al in de lead is sprake van "een van de interessantste dichters uit Zuid-Afrika". De auteur refereert niet enkel aan de gunstige ontvangst van Die nomadiese oomblik in Zuid-Afrika, onder meer de bekroning met de Ingrid Jonker-prijs (1997),8 ook de selectie door Gerrit Komrij van "maar liefst acht gedichten" uit het debuut voor de bloemlezing De Afrikaanse poëzie in 1000 en enige gedichten (1999) wordt beklemtoond.9 Dorsman stelt, met een verwijzing naar Poetry International 2000, dat "Naudé [...] niet helemaal onbekend [is] in Nederland". Anders dan Gert Vlok Nel, in verband gebracht met Afrikaanse werkerspoëzie (Le Roux 1998; Krog 2004), is Naudé in Zuid-Afrika "een opvallende metafysische dichter genoemd, verre familie van Donne" (Dorsman 2014:74) en, zo stelt Dorsman, hij laat zich inspireren door Breytenbachs "moreel bewustzijn" in het Zuid-Afrika van de postapartheid en doet dat - met een citaat uit een interview met Naudé - "op een meer gesublimeerde, mysterieuze manier" (Dorsman 2008:27). Vervolgens becommentarieert Dorsman "[d]ie sublimering" door te verwijzen naar het openingsgedicht van Die nomadiese oomblik.

De schrijver draagt ook zelf actief bij tot zijn posture in een ander taalgebied. De toetreding tot het Nederlands zorgt vanzelfsprekend voor een breder publiek dan alleen de Zuid-Afrikaanse context (Viljoen 2014:11). Niet alleen de betrokkenheid bij en de neerslag van het E-POS II-project in Revolver, met vertalingen die Holvoet-Hanssen en Naudé van elkaars poëzie hebben vervaardigd,10 is vanuit dat perspectief vermeldenswaard. Naudés hertaling van enkele sonnetten van Alfred Schaffer naar het Afrikaans is in dit opzicht ook van belang (zie noot 16). Maar wat in het geval van Naudés aanwezigheid in de transnationale ruimte wellicht strategisch veel belangrijker is, is een proeve van zelfvertaling. Viljoen stelt dat kan worden gesproken over "'n hele aantal [minder prominente] Afrikaanse skrywers wie se werk ook in Nederlands vertaal is en in die Nederlandstalige wêreld bekend is [...], maar wat nie op dieselfde wyse sigbaar is in die transnasionale domein buite Nederland nie" (2014:7). In het lijstje worden naast de onderzochte casussen ook Karel Schoeman, Wilma Stockenström, Ingrid Winterbach, Eben Venter, Dalene Matthee, Marita van der Vyver, Riana Scheepers, Dan Sleigh, Annelie Botes, E.K.M. Dido, Ronelda Kamfer, Deon Meyer, Irma Joubert en Karen Brynard genoemd. Schrijvers kunnen zelf werken aan hun visibiliteit in zowel de Nederlandse, de Europese als de (globale) transnationale ruimte. Aangezien dat laatste domein dicht aanleunt bij een monolinguale, in casu een Anglo-Amerikaanse context, is het van belang dat vertalingen van literair werk naar het Engels beschikbaar zijn. De toegangsroute naar de "wereldliteratuur" of dus het transnationale veld loopt inderdaad via het Engels (Viljoen 2014:21).11 Verder in dit artikel wil ik aangeven dat ook het Nederlandse taalgebied een interessante toegangsweg kan zijn voor een Zuid-Afrikaanse auteur. Naudé heeft met Against the light gedichten uit zijn tweede bundel In die geheim van die dag (2004) bewerkt en in het Engels aangeboden. Zelf spreekt hij over "his English poems" en dus "English 'reworkings' or 'transcriptions' of his previous Afrikaans poems, and therefore that these are not his poems in English" (Murray 2012:25).12 Jeffrey Murray, die Naudé in een Engelstalig artikel over intertekstuele relaties met de Romeinse dichter Catullus ook al "one of the most promising contemporary voices in Afrikaans poetry today" noemt (2012:25), spreekt over "an Anglo-Afrikaans writer, as a striking model for critically exploring post-apartheid South Africa through his passionate and personal poetry" (Murray 2012:31). Opmerkelijk is dat vanuit Nederlands perspectief Naudé "veel minder geëngageerd dan Breyten Breytenbach" wordt genoemd (Dorsman 2008:27) terwijl de Zuid-Afrikaanse academicus Murray precies de politiek-ideologische lading van Naudés schrijverschap benadrukt. Dorsmans beschouwende tekst is trouwens verschenen na publicatie van Against the light. In hoeverre de Engelse zelfvertaling, mogelijk als deel van een literaire strategie om een breder gehoor te bereiken binnen en buiten Zuid-Afrika (de brede Engelstalige community van Zuid-Afrika maar ook de anglofone wereld daarbuiten), de nodige respons oplevert zal de toekomst uitwijzen. Feit is dat Naudés poëzie momenteel functioneert in drie taalgebieden (Afrikaans, Nederlands en Engels) en meer transnationaal present is dan Gert Vlok Nels minder omvangrijke dichtwerk. De aanwezigheid van Naudé in de Engelstalige publieke ruimte heeft natuurlijk ook met afkomst te maken. De tweetaligheid van de schrijver (Afrikaans en Engels), en in het bijzonder de literaire aanwezigheid in het Engels, biedt hoe dan ook perspectieven in een Europese context. Hoewel de schrijver er niet van overtuigd is dat een optreden alleen met Engelstalige teksten voor een bilinguale Zuid-Afrikaanse schrijver een voordeel is. Aanwezigheid in Nederland heeft in Naudés geval de opening naar het Duitse taalgebied vergemakkelijkt.

Die rol van Engels in die loopbaan van 'n SA outeur soos myself is kompleks. Die gebruik daarvan word deels toenemend geforseer deur beide die Nederlandse en Duitse ruimtes, weens die toenemende toegang wat afsonderlike EU ruimtes tot Engels as wêreldtaal het. En as gevolg van die relatiewe isolasie van Afrikaans as taal. Voorbeeld: Ek verskaf aan my Duitse vertaler gedigte in twee versies: Afrikaans EN Engels. Dit word bykans van my verwag. Nog 'n voorbeeld. In die nuutste (komende) tweejaarlikse uitgawe van tydskrif Terras (wat ook vertaalde gedigte van Van Niekerk gaan bevat) verskyn 'n beskouende artikel wat ek geskryf het oor die Duitse digter Daniel Falb. Die artikel het ek in Engels geskryf en dit is na Ned vertaal. Daar bestaan gewoon meer vertalers uit Engels in Nederlands as uit Afrikaans. Ek is egter nie oortuig daarvan nie dat die skryf van 'n beskoulike artikel in Engels vir 'n Nederlandse tydskrif beter is as om dit in Afrikaans te geskryf het nie.

My eie gebruik van Engels het ook iets te doen daarmee dat ek baie na aan Engels grootgeword het ('n ma wat van huis uit Engelssprekend was). Dis meer as slegs 'n tweede taal vir my. Dis my ma en my een ouma se taal, en ek het dus 'n hartsverbondenheid daaraan. (Maar, nou ja, hierin verskil my posisie ook nie veel nie van, sê maar, Etienne van Heerden se posisie?).13

 

NIEUWE ONDERZOEKSVRAGEN

"[Françoise Lionnets en Shu-mei Shihs] definisie [van minor transnationalism] gee erkenning aan die feit dat transnationalisme deel uitmaak van die proses van globalisering, maar ook dat dit op ander maniere en meer verspreid kan voorkom as wat [een] beeld van sentripetale en sentrifugale kragte suggereer. As sodanig is die transnasionale nie gebonde aan die binêre opposisie tussen die lokale en die globale nie, maar kan dit voorkom in 'n verskeidenheid van lokale, nasionale of globale ruimtes en versprei wees oor verskillende ruimtes en tydperke" (Viljoen 2014:5; vgl. Lionnet & Shih 2005:5). Verrijkend kan ook een onderzoek zijn naar transtemporele relaties, zoals tussen de naturalistische roman op het einde van de negentiende eeuw in Frankrijk, Nederland en Vlaanderen en bijvoorbeeld het werk van J.M. Coetzee.14 De gevalstudies over Gert Vlok Nel en Charl-Pierre Naudé, beiden in het midden van de jaren negentig als dichter gedebuteerd in het Afrikaanse literaire systeem van Zuid-Afrika en vertegenwoordigers van uiteenlopende poëtica's en met divergente literaire trajecten, hebben uitgewezen dat schrijvers tegelijk in verschillende "lokale, nationale en globale" ruimtes kunnen figureren. Nel is actief als performer en dankt zijn bekendheid in Nederland en Vlaanderen voornamelijk aan beide cd's en de optredens die hij er op concertpodia en tijdens literaire festivals brengt. Naudé is geen zanger of musicus maar een letterkundige en filosoof die als schrijver actief is. Hoewel zijn dichtkunst meestal als moeilijk toegankelijk wordt voorgesteld ("metafysisch", "gesublimeerd"), en in ieder geval niet tot de expressieve belijdenisliteratuur kan worden gerekend, heeft ook hij een eigen plek verworven in het Nederlandse taalgebied. Mogelijk zorgt aansluiting bij een literair-filosofisch discours in het hedendaagse poëzielandschap hiervoor. De bemiddelende rol van de vertaler Robert Dorsman en de bloemlezer Gerrit Komrij is voor beide schrijvers van belang. Zoals schrijvers hebben ook critici, bloemlezers en vertalers hun vooronderstellingen op het gebied van de literatuur, zodat in Dorsmans en Komrij's beeldvorming van Naudé en Nel esthetische voorkeuren en dus een particuliere zienswijze bepalend zijn. Ik kan hier verwijzen naar de portretten van Nels en Naudés schrijverschap die de Nederlandse publicist Dorsman schreef voor de webpagina van Poetry International (Dorsman 2002 & 2004). Naast de intermediërende rol van de vertaler, een speler die bijdraagt tot de transmissie van teksten in verschillende literaire landschappen, kan ook de betekenis van festivalorganisator, redacteur van een uitgeverij, recensenten en anderen worden toegelicht. Met Against the light, de zelfvertaling van Naudé, is door de schrijver een poging ondernomen het overwegend Engelstalige publiek van Zuid-Afrika aan te spreken - de bundel is net zoals In die geheim van die dag in het fonds van Protea Boekhuis (Pretoria) verschenen - en bij uitbreiding de deelnemers aan de overwegend Anglo-Amerikaanse transnationale (globale) ruimte. Globalisering en transnationalisme zijn brede containerbegrippen die vele variëteiten en strategieën insluiten. Wat we in elk geval voor ogen moeten houden, is dat "[m]inority cultures are part of our transnational moment" (Lionnet & Shih 2005:7). Waar voor Nel geldt dat zijn poëzie deel uitmaakt van een laterale transnationale beweging, nagenoeg uitsluitend gericht op het Nederlandse literaire (poly)systeem, kan voor Naudé worden gesteld dat hij die toegangspoort naar een veeleer geglobaliseerde en dus transnationale ruimte zelf forceert - onder andere via Nederland en Vlaanderen - en zijn schrijversloopbaan door de Engelstalige presentie (en vooralsnog beperkte receptie) een verticale beweging ondergaat. Naudé werkt als schrijver in dat opzicht aan een meer internationale statuur. Al moeten we er dan weer aan toevoegen dat Nel als dichter en zanger simultaan in verschillende mediale ruimten present is en daaraan zijn symbolisch kapitaal in Zuid-Afrika en Nederland ontleent.15

 

BIJ WIJZE VAN BESLUIT

In deze descriptieve bijdrage heb ik de aanwezigheid en het functioneren van twee Zuid-Afrikaanse dichters in het Nederlandse (en Vlaamse) literaire systeem willen documenteren. De artistieke persoonlijkheid van beide actoren is verschillend. Gert Vlok Nel is de zanger-dichter die optreedt in concertzalen en schouwburgen, Naudé is de filosoof-dichter - meer een poet's poet - die zich vooral in zijn dichtbundels uitspreekt. Het verkennend en allesbehalve exhaustieve overzicht van literaire optredens, vertalingen en beschouwende stukken geeft aanleiding tot nieuwe onderzoeksvragen. De vertalingen die Naudé zelf produceerde van Nederlandstalige schrijvers (Holvoet-Hanssen, K. Michel,16 Schaffer) kunnen al dan niet vanuit comparatief perspectief in vertaalwetenschappelijke zin worden bestudeerd en ook in de tegengestelde richting kan aandacht worden besteed aan de Nederlandse vertalingen van Nel en Naudé. In zoverre ik kon nagaan, zijn de vertalingen die Dorsman en de schrijvers-vertalers Bernlef, Herzberg, Leeflang, Van Toorn en Vegter van gedichten in Die nomadiese oomblik tot stand brachten nog niet vertaalstrategisch en/ of poëticaal gelezen. Een andere onderzoeksvraag betreft de mate waarin Nels en Naudés (vertaalde) poëzie aansluit bij het literaire en intellectuele discours, de institutionele netwerken en individuele poëtica's in het Nederlandse taalgebied. Niet alleen literaire aspecten maar misschien vooral buitenliteraire factoren spelen in het grensverkeer tussen literaire systemen een decisieve rol.17

 

BIBLIOGRAFIE

Andringa, E., Levie, S. & Sanders, M. 2006. Het buitenland bekeken. Vijf internationale auteurs door Nederlandse ogen (1900-2000). In Andringa, Levie & Sanders (eds). Nederlandse Letterkunde 11(3):197-210.         [ Links ]

Anoniem. 2010. Gert Vlok Nel - Translated by/vertaal deur Richard Jürgens. http://versindaba.co.za/2010/06/15/gert-vlok-nel-vertaling-in-engels/        [ Links ]

Casanova, P. 1999. La République mondiale des lettres. Paris: Editions du Seuil.         [ Links ]

Damrosch, D. 2003. What is World Literature? Princeton: Princeton University Press.         [ Links ]

Dorsman, R. 2008. Ik ben het niet altijd met mijn gedichten eens. Awater 7(3):26-29.         [ Links ]

Dorsman, R. 2000. Ambience Afrikaans. Over de poëzie van Charl-Pierre Naudé - een impressie. Vlieënde Hollander. LitNet. http://www.oulitnet.co.za/vholland/cpnaude.asp        [ Links ]

Dorsman, R. 2002. Gert Vlok Nel. Website Poetry International Rotterdam http://www.poetryinternationalweb.net/pi/site/poet/item/428        [ Links ]

Dorsman, R. 2004. Charl-Pierre Naudé. Website Poetry International Rotterdam http://www.poetryinternationalweb.net/pi/site/poet/item/5373/10/Charl-Pierre-Naude        [ Links ]

Dorsman, R. 2014. Charl-Pierre Naudé. Poëziekrant 38(3):74-75.         [ Links ]

Finlay, A. Charl-Pierre Naudé: Interview. New Coin 43(2):22-34.         [ Links ]

Francken, E. 2010. Hengelo is Afrika. De Afrikaanse literatuur in Nederland in 2009. Tydskrif vir Geesteswetenskappe 50(1):137-139.         [ Links ]

Hambidge, J. 2013. Woorde wat weeg: Charl-Pierre Naudé http://joanhambidge.blogspot.com/2013/02/charl-pierre-naude-in-die-geheim-van.html        [ Links ]

Komrij, G. 1999. De Afrikaanse poëzie in 1000 en enige gedichten. Amsterdam: Bert Bakker.         [ Links ]

Krog, A. 2004. Die beautiful woorde van Van Wyk Louw. http://www.uj.ac.za/EN/Faculties/humanities/departments/afrikaans/NPvanWykLouw/ Documents/2004/VanWykLouwlesing        [ Links ]

Leibbrand, J. 2009. 'n Vreemdeling onder beleg. Meander. Literair e-zine (10 februari). http://meandermagazine.net/wp/2009/02/n-vreemdeling-onder-beleg/        [ Links ]

Le Roux, C.J. 1998. Vervreemdingstegnieke in die werkerspoësie van Gert Vlok Nel se digbundel om te lewe is onnatuurlik. Stellenbosch: ongepubliceerde magisterscriptie.         [ Links ]

Lionnet, F. & Shih, S. 2005. Introduction. Thinking through the Minor, Transnationally. Lionnet, F. & Shih, S. (eds). Minor transnationalism. Durham/London: Duke University Press.         [ Links ]

Malan, M. 2014. Interview met vertaler Daniel Hugo: Nederlandse en Vlaamse literatuur in Afrikaans. Maandblad Zuid-Afrika 91(9):184-185.         [ Links ]

Murray, J. 2012. Classical Dialogue: Allusion and intertextuality in Charl-Pierre Naudé's Against the light. Tydskrif vir Letterkunde 49(2):25-33.         [ Links ]

Naudé, C.P. 1995. Die nomadiese oomblik. Kaapstad: Tafelberg.         [ Links ]

Naudé, C.P. 2005. In die geheim van die dag. Pretoria: Protea Boekhuis.         [ Links ]

Naudé C.P. 2007. Against the light. Pretoria: Protea Boekhuis.         [ Links ]

Naudé C.P. 2007. sien jy die hemelliggame. Zeeland: Slibreeks Kunstuitleen Zeeland.         [ Links ]

Naudé, C.P. 2014. [Zonder titel]. Poëziekrant 38(3):75-78.         [ Links ]

Nel, G.V. 1993. Om te lewe is onnatuurlik. Eenvoudige spoorwegstories. Kaapstad: Tafelberg.         [ Links ]

Nel, G.V. 2007. Het is onnatuurlijk om te leven. Vertaling: Dorsman, R. Amsterdam: Podium.         [ Links ]

Odendaal, B. 2008. Bernard Odendaal in gesprek met Charl-Pierre Naudé. Tydskrif vir Letterkunde 45(2): 184-193.         [ Links ]

T'Sjoen, Y. 2012. Sheila Cussons en Wilma Stockenström in de Nederlandse literatuur. Aanzetten voor een receptiestudie. Literair-institutionele positionering en kritische ontvangst van twee Zuid-Afrikaanse dichters in Nederland. Tydskrif vir Nederlands en Afrikaans 19(2):106-125.         [ Links ]

T'Sjoen, Y. 2013. Beloken blikvelden in de Lage Landen. Eenentwintigste-eeuwse receptie van Nederlandse vertalingen van Afrikaanse poëzie. Tydskrif vir Letterkunde 50(1):16-35.         [ Links ]

T'Sjoen, Y. 2014. Een zinkend schip. Inbedding van de epiloog in Holvoet-Hanssens eerste poëziereis. Peter Holvoet-Hanssen en Charl-Pierre Naudé als vertalers. In: Idem Zoals een grens op de kaart'. Nederlandse literatuur in vergelijkendperspectief. Gevalstudies. Gent: Academia Press, 73-81.         [ Links ]

T'Sjoen, Y. 2015. Transnationale relaties in de poëzie van Peter Holvoet-Hanssen en Charl-Pierre Naudé. Tydskrif vir Nederlands en Afrikaans. Voorgelê         [ Links ].

Van Coller, H.P. & Odendaal, B. 2007. Antjie Krog's role as translator: a case study of strategic positioning in the current South African literary poly-system. Current writing 19(2):94-121.         [ Links ]

Van der Walt, C. 2012. Charl-Pierre Naudé soos koffie en croissants in Maastricht. http://www.litnet.co.za/Article/naud-soos-koffie-en-croissants-in-maastricht        [ Links ]

Viljoen, L. 2014. Die rol van Nederland in die transnasionale beweging van enkele Afrikaanse skrywers. Internationale neerlandistiek 52(1):3-26.         [ Links ]

 

 

Yves T'Sjoen promoveerde aan de Universiteit Gent op een historisch-kritische editie van de poëzie van Richard Minne. Momenteel concentreert zijn wetenschappelijk onderzoek zich op de teksteditie, de interbellum- en naoorlogse Nederlandstalige literatuur en de Afrikaanse literatuur van Zuid-Afrika. Hij is redacteur van en/of zetelt in de adviesraad van binnen- en buitenlandse tijdschriften (Zacht Lawijd, Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, Mededelingen van het Cyriel Buysse Genootschap, Dutch Crossing, TN&A, Stilet). Naast het lidmaatschap van CLIV en Ghent Centre for Digital Humanities is hij voorzitter van de onderzoeksgroep Teksteditie Literatuur in Vlaanderen en bestuurslid van het Gents Centrum voor het Afrikaans en de studie van Zuid-Afrika (UGent). Momenteel is hij redacteur van twee literaire editiereeksen: Experimentele literatuur in Vlaanderen 1950-1970 (Academic & Scientific Publishers) en Literatuur in Vlaanderen 1900-1950 (LannooCampus). Hij is aangesteld als buitengewoon hoogleraar (Departement Afrikaans en Nederlands, Universiteit Stellenbosch).
In his PhD dissertation (Ghent University) Yves T'Sjoen presented a historical-critical edition of the poetry by the Flemish writer Richard Minne. At this moment his research concentrates on textual scholarship, Dutch literature in the interwar period and after the Second World War and Afrikaans literature of South Africa. He is editor or serves on the advisory board of several national and international academic periodicals (Zacht Lawijd,, Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, Mededelingen van het Cyriel Buysse Genootschap, Dutch Crossing, TN&A, Stilet). Besides his membership of CLIV and Ghent Centre of Digital Humanities he is the chairman of the research unit Teksteditie Literatuur in Vlaanderen and committee member of Gents Centrum voor het Afrikaans en de studie van Zuid-Afrika (Ghent University). He is also editor of two scholarly series of Flemish literature: Experimentele literatuur in Vlaanderen 1950-1970 (Academic & Scientific Publishers) and Literatuur in Vlaanderen 1900-1950 (LannooCampus). Furthermore he is professor of the Department Afrikaans and Dutch at Stellenbosch University.
1 De aankondiging van Gert Vlok Nels optreden in Poëziecentrum (januari 2014) kan worden nagelezen op de website: http://www.poeziecentrum.be/nieuws/vrijdag-24-januari-2014-gert-vlok-nel-poeziecentrum.
2 Van Nel zijn de volgende gedichten geselecteerd: 'sirkus in die skemer', 'die posisie aan die einde van', 'bogellug', 'i dag iewers êrens wie onthou', 'Oupa Louw in memoriam', 'bom', 'dit maak nie saak wanneer nie' en 'die koms van Ligia' (Komrij 1999: 1049-1055). Het maximale aantal door Komrij geselecteerde gedichten per schrijver is tien.
3 De bundel is op de website van uitgeverij Podium als volgt aangeprezen, met verwijzingen naar recensies van Gert Vlok Nels optreden in Nederland in de Volkskrant en De groene Amsterdammer http://www.uitgeverijpodium.nl/Auteurs/book/235/Het-is-onnatuurlijk-om-te-leven. Podium heeft in het fonds wel meer Zuid-Afrikaanse schrijvers (Breyten Breytenbach, Etienne van Heerden, Ingrid Jonker, Ronelda Kamfer en Antjie Krog).
4 Om te lewe is onnatuurlik is bekroond met de Ingrid Jonker-prijs. Ook in literaire kringen is de waardering voor Gert Vlok Nel aanzienlijk.
5 Naar aanleiding van mijn beschouwing wijst Charl-Pierre Naudé op een "grijze zone" (een mixed zone) of simultaan laterale én verticale transnationale bewegingen in een schrijversloopbaan. Niet alleen de aanwezigheid in het Engelse taalgebied wijst op een verticale ontwikkeling voor een auteur. En misschien is de binaire oppositie verticaal/lateraal hoe dan ook een grove vertekening van bewegingen die de meest diverse gedaanten kunnen aannemen. "Die Nederlandse invloed in die totstandbrenging van my eie aanwesigheid in Duitsland moet nie onderskat word nie. Dieselfde geld Antjie Krog se geval heel moontlik (hoewel sy 'n onomwonde vertikale resepsie ondergaan het in Engels deur middel van haar prosa). So vermoed ek dat my voorafgaande (reeds bestaande) aanwesigheid in Nederland - 'n residensie op die Duits eiland Sylt - en daaruit voortvloeiend optredes by Poetry on the Road, Bremen, en nog ander Duitse festivals - bygedra het tot die huidige residensie in Berlyn. Ook weet ek dat van my werk in vertaling in 'n Noorweegse tydskrif verskyn het (naam ken ek nie), na aanleiding van optredes in Nederland. Dus wil ek die volgende indruk deurgee [...]. Daar bestaan 'n sekere "vermenging" van laterale en vertikale resepsie, 'n "grys area" kan mens dit noem (en dit gebeur tussen EU tale). Nederlandse resepsie (lateraal) het 'n baie goeie naam in die Duitse kringe. E-mail van Charl-Pierre Naudé aan Yves T'Sjoen, dd. 3 oktober 2014.
6 Het betreft de gedichten 'Nawoord', 'Opdracht' en 'Klamboes van Neptunus' (Naudé 2014: 75-78).
7 Van Naudé zijn, al dan niet in vertaling, gedichten gepubliceerd in Passionate Magazine, Raster (2002/98 en 2003/103), De Gids (2008), De Revisor (2005/1, 2007/1-2, 2009/3), Tirade, De Volksverheffing (2004), Revolver (2006/2007), Bunker Hill (2007), Liter (2014) en Poëziekrant (2014).
8 Zie voor de receptie van Naudé in Zuid-Afrika onder meer Odendaal (2008) en Hambidge (2013).
9 Van Naudé zijn de volgende gedichten geselecteerd: 'Alter ego', 'Die onophoudelike weerligstraal', 'Candid camera/kontakafdruk', 'Koper, kapel', 'Ambience Afrikaans', 'Die muskiet', 'Refleksie' en 'Inisiasie' (Komrij 1999: 1010-1014).
10 Naast Peter Holvoet-Hanssen hebben ook Willem Persoon en Lut de Block gedichten van Naudé naar het Nederlands vertaald en Gabeba Baderoon naar het Engels. Over het E-POS project, zie T'Sjoen (2014 en 2015).
11 In het Zuid-Afrikaanse literaire polysysteem na de afschaffing van apartheid (1990) kunnen wijzigingen in het verloop van schrijversloopbanen worden bestudeerd. Het simultaan ter beschikking stellen van Naudés tweede bundel in Engels én Afrikaans kan vanuit dat perspectief (Van Coller & Odendaal 2007) worden onderzocht. Met dank voor deze suggestie aan de peer reviewer.
12 Over het vertaalprocedé, met name het simultaan schrijven van de Afrikaans- en Engelstalige gedichten en in de woorden van Naudé de Engelse "oorsetting" en "nuutskepping", spreekt de dichter in New Coin (Finlay 2007) en Tydskrif vir Letterkunde (Odendaal 2008: 185).
13 E-mail van Charl-Pierre Naudé aan Yves T'Sjoen, dd. 3 oktober 2014. Met dank aan Charl-Pierre Naudé, die de toelating verleende uit de correspondentie te citeren.
14 Met dit voorbeeld wil ik louter aangeven dat niet uitsluitend transnationale maar bijvoorbeeld ook transgenerationele en transtemporele gevalstudies relevantie kunnen hebben voor het letterkundig onderzoek vanuit een internationaal perspectief. Dank aan Alfred Schaffer voor deze waardevolle suggestie.
15 Al moet ik er aan toevoegen dat Charl-Pierre Naudé de bibliofiele editie sien jy die hemelliggame van grafisch werk heeft voorzien en zich dus ook als beeldend kunstenaar presenteert.
16 Zie Fleur du mal. Magazine for Art & Literature: http://fleursdumal.nl/mag/category/poetry-library/modern-poetry/k-michel. Naudé vertaalde sonnetten van Alfred Schaffer die zijn gepubliceerd in Stilus, de afdeling met "kreatiewe werk" van het tijdschrift Stilet. E-mail van Charl-Pierre Naudé aan Yves T'Sjoen, dd. 23/08/2014.
17 Voor het onderzoek dat ten grondslag ligt aan dit artikel is logistieke steun verleend door het departement Afrikaans en Nederlands van de Universiteit Stellenbosch (september 2014). De studie maakt deel uit van de onderzoekscomponent binnen het bilaterale raamakkoord van de universiteiten Gent en Stellenbosch. Mijn dank gaat uit naar mijn collega's Ronel Foster, Alfred Schaffer en Louise Viljoen (US), Stefaan Goossens (Poëziecentrum), Robert Dorsman, Charl-Pierre Naudé en de honneursstudente Jana Neethling.