SciELO - Scientific Electronic Library Online

 
vol.54 número1The Dutch cultural boycott against South Africa: An analysisT2 Vocabulary and education: Integration of theory and practice índice de autoresíndice de assuntospesquisa de artigos
Home Pagelista alfabética de periódicos  

Serviços Personalizados

Artigo

Indicadores

Links relacionados

  • Em processo de indexaçãoCitado por Google
  • Em processo de indexaçãoSimilares em Google

Compartilhar


Tydskrif vir Geesteswetenskappe

versão On-line ISSN 2224-7912
versão impressa ISSN 0041-4751

Tydskr. geesteswet. vol.54 no.1 Pretoria Jan. 2014

 

De progressieve constructies bezig zijn en besig wees Een contrastief corpusonderzoek Nederlands -Afrikaans

 

Progressive constructions with bezig/besig ("busy") in Dutch and Afrikaans: a contrastive corpus study

 

 

Tim Geleyn en Timothy Colleman

Vakgroep Taalkunde, Afdeling Nederlands. Universiteit Gent. België. E-pos: tim.geleyn@ugent.be

 

 


SAMENVATTING

Dit artikel vergelijkt de perifrastische progressieve constructies bezig zijn (om) + te-infinitief en besig wees om + te-infinitief. Er wordt aangetoond dat enkele typische fenomenen die met grammaticalisatie gepaard gaan veel duidelijker van toepassing zijn op de besig-constructie in het Afrikaans dan op de Nederlandse bezig-constructie, zodat aangenomen mag worden dat Afrikaans besig veel sterker gegrammaticaliseerd is dan Nederlands bezig. Aan de hand van corpusdata uit zes Nederlandse en twee Afrikaanse kranten wordt aangetoond dat Afrikaans besig veel vaker progressief wordt gebruikt dan bezig in het Nederlands. Daarnaast is de constructie met progressief besig in het Afrikaans semantisch breder toepasbaar (host-class expansion, Himmelmann 2004), in die zin dat de constructie frequent voorkomt met niet-handelingswerkwoorden en onbezielde subjecten. Aangezien die moeilijk te combineren zijn met de activiteitsl ezing van het adjectief besig in zijn oorspronkelijke betekenis, mag dat als betekenisverbleking gelden.

Kernwoorden: Nederlands, Afrikaans, corpuslinguïstiek, progressief aspect, bezig, besig, grammaticalisatie, host-class expansion


ABSTRACT

Both Dutch and Afrikaans display three periphrastic progressive constructions, which indicate that an action is going on at a particular moment of time: (i) a prepositional construction with aan het/ die + zijn/wees, (ii) a construction with posture verbs (zitten/staan/liggen) with a to-infinitive (Dutch) or a coordinating verb (A frikaans) and (iii) a construction with bezig/besig followed by a to-infinitive (see, among others, Bertinetto, Ebert & De Groot 2000; Breed 2012; Donaldson 1993). This paper focuses on the latter of these constructions, which until now has only received little attention in the grammatical literature. In the instances in (1) below, the bezig/besig-construction is used to express that a volitional action is/was going on for a certain amount of time.
(1a) Sowat elf brandweerwaens was tot in die vroeë oggendure nog besig om die brand te blus. (Die Burger, 12/01/1998) lit. "About eleven fire engines were busy extinguishing the fire until long into the night."
(1b) Brandweerlieden zijn druk bezig een man te bevrijden uit de fel gehavende personenwagen. (Gazet van Antwerpen, gva2) lit. "The firemen are busy rescuing a man from the heavily damaged car. "
However, progressive besig can also be used to express ongoing processes which do not involve a volitional agent - as shown in (b), Dutch bezig is hardly an option in such contexts.
(2a) 'n Groot chaos is besig om onder sy neus te ontwikkel. (Die Burger, 06/02/1998)
(2b) ??Een grote chaos is bezig om zich voor zijn neus te ontwikkelen. lit. "A great chaos is busy developing right under his very nose."
(3a) Haar nuutste album is besig om goed te verkoop. (Die Burger, 06/02/1998)
(3b) ??Haar nieuwste album is bezig om goed te verkopen. lit. "Her newest album is busy selling well."
The aim of this paper is to examine the use of this construction in detail from the perspective of the grammaticalization theory, based on corpus data from six Dutch and two Afrikaans newspapers. Firstly, we show that besig in Afrikaans is used more often in a progressive construction than Dutch bezig. As is well-known, grammaticalization goes hand in hand with an increasing frequency (see, among others, Bybee 2003). Secondly, we show that the besig-progressive is more broadly applicable semantically than bezig in Dutch (host-class expansion, Himmelmann 2004). A semantic categorization of the types of verbs and subjects that are used with the construction indicates that the besig-progressive is used more frequently with verbs and subjects which seem incompatible with the basic "busy, acting"-semantics of the adjective besig: process verbs and inanimate subjects. It appears that besig has bleached from its etymological, "busy activity" meaning and is used as an aspectual marker denoting that something is going on, without focusing on the (complexity of the) activity, while Dutch bezig has to a large extent retained its "activity " semantics.

Key words: Dutch, Afrikaans, corpus linguistics, progressive aspect, bezig, besig, grammaticalization, host-class expansion


OPSOMMING

In hierdie artikel word die perifrastiese progressiewe konstruksies bezig zijn (om) + te-infinitief en besig wees om + te-infinitief met mekaar vergelyk. Daar word aangetoon dat enkele tipiese fenomene wat met grammatikalisasie gepaardgaan, baie duideliker van toepassing is op die Afrikaanse besig-konstruksie as op die Nederlandse bezig-konstruksie. Sodoende kan aangeneem word dat besig in Afrikaans baie sterker gegrammatikaliseerd is as die Nederlandse bezig. Aan die hand van korpusdata, saamgestel uit ses Nederlandse en twee Afrikaanse koerante, word aangetoon dat die Afrikaanse besig meer gereeld in 'n progressiewe konstruksie gebruik word as die Nederlandse bezig. Daarnaas is die Afrikaanse konstruksie semanties breër toepasbaar (host-class expansion, Himmelmann 2004), in die sin dat die konstruksie frekwent voorkom saam met niehandelingswerkwoorde en niewilskragtige subjekte, wat strydig is met die oorspronklike aktiwiteitsbetekenis van die adjektief besig. Dit kan as betekenisverbleking gesien word.


 

 

1. INLEIDING1

In het Nederlands en het Afrikaans bestaan er drie perifrastische constructies die progressief aspect uitdrukken, d.w.z. aangeven dat een bepaalde actie aan de gang is of was. Er is een constructie met (i) aan het/aan die plus infinitief, (ii) een constructie met werkwoorden van lichaamshouding (zitten/sit, liggen/lê, staan), gecombineerd met een te-infinitief (Nederlands) of nevengeschikt met een ander werkwoord (Afrikaans) en (iii) een constructie waarin bezig/besig gevolgd wordt door een te-infinitief (zie o.a. Bertinetto, Ebert & De Groot 2000; Donaldson 1993).2 In de tweede paragraaf wordt nog verder ingegaan op (de literatuur over) de drie bovengenoemde constructies, maar het valt op dat in de Nederlandse grammaticale literatuur de eerste twee constructies veel meer aandacht hebben gekregen dan de bezig-progressief (zie o.a. Booij 2004; Leys 1985; Lemmens 2002, 2005; Van Pottelberge 2004), met Kirsner (1985, te versch.) als enige uitzondering. Met dit onderzoek proberen we alvast een deel van die leemte op te vullen. In het Afrikaans is (progressief) aspect nog " 'n volledig onontginde navorsingsterrein", zoals Breed (2012:vi) opmerkt in de inleiding van haar recente proefschrift. Aan de hand van literatuur- en eigen corpusonderzoek doet ze heel wat relevante bevindingen over die drie progressieve constructies vanuit de grammaticalisatietheorie. Naast een bespreking van de lexicale oorsprong van de drie constructies, maakt Breed een verdere vergelijking op basis van (i) frequentie, (ii) werkwoordcollocaties, (iii) transitiviteit en (iv) combinatiemogelijkheden met andere progressieven. Bij de bespreking van de bezig/besig-progressief baseert Breed zich o.m. op de ongepubliceerde BA-scriptie van de eerste auteur (Geleyn 2010), waarvan we hierbij een uitgebreide en herwerkte versie voor een groter publiek beschikbaar willen stellen.

In dit artikel inventariseren en vergelijken we op basis van een gedetailleerde corpusanalyse het gebruik van de Nederlandse bezig- en de Afrikaanse besig-progressief. Uiteraard zijn er heel wat overeenkomsten tussen beide talen, zoals de volgende twee corpusvoorbeelden aantonen:

(1) Brandweerlieden zijn druk bezig een man te bevrijden uit de fel gehavende personenwagen. (Gazet van Antwerpen, gva2)

(2) Sowat elf brandweerwaens was tot in die vroeë oggendure nog besig om die brand te blus. (Die Burger, 12/01/1998)

In beide zinnen wordt aangegeven dat een volitionele handeling aan de gang was: brandweermannen waren gedurende zekere tijd een bepaalde handeling aan het verrichten, nl. iemand bevrijden uit een wagen of een brand blussen. Andere Afrikaanse voorbeelden laten echter vermoeden dat er ook verschillen zijn tussen het gebruik van de betreffende progressiefconstructies in beide talen:

(3) 'n Groot chaos is besig om onder sy neus te ontwikkel. (Die Burger, 06/02/1998)

(4) ??Een grote chaos is bezig om zich voor zijn neus te ontwikkelen.

(5) Haar nuutste album is besig om goed te verkoop. (Die Burger, 06/02/1998)

(6) ??Haar nieuwste album is bezig om goed te verkopen.

De voorbeelden in (3) en (5) benoemen veeleer een proces dat aan de gang is, waarbij het subject niet naar een volitioneel agens verwijst. In het Nederlands is de constructie met bezig in zulke contexten onmogelijk, of in elk geval erg ongewoon (zie de vertalingen in 4 en 6). De variant met aan het zou hier een beter resultaat geven:3

(7) Een grote chaos is zich voor zijn neus aan het ontwikkelen.

(8) Haar nieuwste album is goed aan het verkopen.

De Afrikaanse constructie met besig wees lijkt dus breder toepasbaar te zijn dan bezig zijn in het Nederlands.

In dit artikel wordt het gebruik van beide constructies diepgaand veigeleken aan de hand van corpusdata uit zes Nederlandstalige kranten en twee Afrikaanstalige. Meer bepaald wordt de relatie tussen beide constructies bekeken vanuit het perspectiefvan de grammaticalisatietheorie: in hoeverre is het gerechtvaardigd om te stellen dat de Afrikaanse constructie sterker gegrammaticaliseerd is dan de Nederlandse? De tweede paragraaf geeft een beknopt overzicht van het bestaande onderzoek naar perifrastische progressieve constructies in beide talen. In de derde paragraaf komt aan bod welke corpora gebruikt zijn en volgens welke categorieën de data gelabeld werden. Vervolgens wordt in de vierde paragraaf de frequentie van de progressieve constructie met bezig/besig in beide talen onderzocht. Als besig in het Afrikaans inderdaad sterker gegrammaticaliseerd is dan Nederlands bezig, valt te verwachten dat er ook een verschil in frequentie zal zijn. De vijfde paragraaf gaat over de context van de constructie: met welk types van werkwoorden en subjecten worden bezig en besig gecombineerd? Vanuit de hypothese van sterkere grammaticalisatie valt te verwachten dat de constructie in het Afrikaans semantisch meer combinatiemogelijkheden heeft dan in het Nederlands (host-class expansion, Himmelmann 2004:32). In de zesde paragraaf worden nog enkele andere aspecten van de bezig/besig-progressief besproken die gelinkt kunnen worden aan de grammaticalisatiehypothese. De zevende paragraaf, tot slot, vat de belangrijkste bevindingen samen en bespreekt ook enkele invalshoeken voor verder onderzoek.

 

2. PROGRESSIEF ASPECT

Deze paragraaf beschrijft beknopt de verschillende mogelijkheden waarmee in het Nederlands en het Afrikaans aangegeven kan worden dat een bepaalde situatie aan de gang is, die m.a.w. durativiteit/progressiviteit uitdrukken. Onze aandacht richt zich specifiek op de drie perifrastische constructies die al in de inleiding vermeld werden:

We bespreken eerst kort de twee andere constructies alvorens over te gaan naar een overzicht van het bestaande onderzoek naar de bezig-progressief.

2.1. De prepositionele constructie en de constructie met werkwoorden van lichaams-houding

De prepositionele progressiefconstructie (cf. de bovenste rij in Tabel 1) is uitvoerig beschreven door Van Pottelberge (2004). Hij merkt op dat de constructie slechts in zes moderne West-Germaanse talen voorkomt, weliswaar met verschillen in frequentie en gebruiksrestricties, namelijk in het Nederlands, Hoogduits, Nederduits, West-Fries, Pennsylvania-Duits en Afrikaans. Naast zijn/wees zijn er nog andere werkwoorden mogelijk: raken/raak, blijven/bly, krijgen/kry, gaan etc. (Donaldson 1993:221; Van Pottelberge 2004:274). Met die werkwoorden wordt nog andere informatie aan de zin toegevoegd, zoals causativiteit, "beginpunt" etc.

(9) Die honde gaan aan die blaf. De honden gaan aan het blaffen.

(10) Hy kry die mense aan die lag. Hij krijgt de mensen aan het lachen.

Sporadisch wordt in het Afrikaans die vervangen door 't (bijvoorbeeld Ek is 'n brief aan 't skryf, zie Donaldson 1993:221), wat een relict is van het Nederlandse lidwoord het (Van Pottelberge 2004:275). Deze variant van de constructie heeft een vrij formeel karakter; Breed (2012:117) beschouwt de 't-variant zelfs als archaïsch.

Het tweede constructietype, met werkwoorden van lichaamshouding (cf. de middelste rij in Tabel 1), wordt gebruikt "om de voorstelling weer te geven dat een subject een van de blijkbaar als primair beschouwde lichaamshoudingen aanneemt en daarbij in een bepaald proces verwikkeld is" (Leys 1985:266). De werkwoorden die typisch tot deze groep gerekend worden zijn zitten, liggen en staan. Lopen (zin 11) heeft zich daar later, in de 17de eeuw, bij aangesloten (cf. Van der Horst 2008: 888), en ook hangen (zin 12) wordt door bijvoorbeeld de ANS (1997:973-974) bij die groep ondergebracht. Daarbij moet worden opgemerkt dat er duidelijke verschillen zijn in de mate van grammaticalisering tussen zitten/liggen/staan enerzijds en lopen en hangen anderzijds; zie hierover vooral Lemmens (2002, 2005), die uitgebreid ingaat op de overeenkomsten en verschillen tussen de afzonderlijke werkwoorden van lichaamshouding.

(11) Hij loopt de hele tijd te zingen.

(12) De was hangt aan de lijn te drogen.

De constructie met werkwoorden van lichaamshouding komt enkel voor in het Nederlands, Afrikaans en enkele Friese taalvariëteiten (Van Pottelberge 2002:145). In het Nederlands wordt er een te-infinitief gebruikt, in het Afrikaans is er een nevengeschikte constructie met het voegwoord en:

(13) Ik zit te lezen. Ek sit en lees.

In het Middelnederlands was die vorm met en(de) erg frequent (Van der Horst 2008: 879-880). Zo schreef Philip Utenbroeke bijvoorbeeld in de Spiegel Historiael (eind 14de eeuw):

(14) Daer hi sit ende leest.

Die constructie verdween in het Nederlands na de 17de eeuw echter langzaam uit de standaardtaal (Van Pottelberge 2002:171). Breed (2012:121) combineert de cijfers van Lemmens (2005:188) voor het Nederlands met eigen corpusonderzoek voor het Afrikaans om de relatieve frequentie tussen aspectueel zitten, liggen en staan te vergelijken:

NL: staan (48%) > zitten (39%) > liggen (13%)

AFR: sit (51%) > staan (33%) > (16%)

Breed (2012:121) stelt dat "sit moontlik veralgemeen het om in meer kontekste en saam met 'n groter tipe werkwoorde te kombineer".

2.2. Bezig/besig

De derde perifrastische constructie wordt gevormd met het adjectief bezig/besig, dat vanuit zijn lexicale betekenis aangeeft dat een subject betrokken is bij een bepaalde handeling. De GVD omschrijft het adjectief bezig als "1. op zeker moment het genoemde verrichten". Ook in het lemma in het WNT is het betekenisaspect "verrichten, werken" aanwezig: "onledig, in de weer, aan het werk, met iets doende". De omschrijving van besig in het Verklarende Handwoordeboek van die Afrikaanse taal (HAT) ligt in dezelfde lijn: "werkende, aan die gang, bedrywig; druk". De constructie bezig + te-infinitief is ongeveer synoniem met het prepositionele aan het + infinitief. Toch kan er wel enig verschil optreden, zoals het geval is bij de volgende zinnen (ANS 1997:1049):

(15) De industrie is dat probleem aan het overwinnen.

(16) De industrie is bezig dat probleem te overwinnen.

In (15) lijkt "de overwinning" volgens de ANS dichterbij dan in (16). In de eerste zin lijkt het proces min of meer vanzelf te verlopen, terwijl de tweede zin impliceert "dat er meer gerichte activiteiten voor nodig zijn" (1997:1049). Dat valt te verklaren door de lexicale betekenis van bezig: in (15) is het betekenismoment "werken" of "in de weer zijn" niet aanwezig, in (16) wel. Kirsner (te versch.) linkt de grotere moeite die door de bezig-constructie wordt gesuggereerd aan de expliciete voorstelling van de beschreven gebeurtenis als een complex proces, met verschillende deelfasen: "[T]he version with bezig te, asserting explicitly that the event is complex, has 'internal structure', different parts or stages to progress through, evokes a more arduous, drawn-out task." De aan het-constructie, daarentegen, "does not mention either complexity or its absence or detectability of discernible phases".

In het Nederlands is de bezig-constructie niet erg frequent. In grammatica's wordt de bezig-progressief in het hoofdstuk over aspect doorgaans slechts en passant genoemd (bv. Klooster 2001:61-63; ANS 1997:1049-1050) of zelfs helemaal niet vermeld (bv. Vandeweghe 2007, Smedts & Van Belle 2003). Breed (2012:115) vergelijkt de relatieve frequentie van de drie perifrastische constructies in beide talen, en komt tot de conclusie dat terwijl bezig in het Nederlands de minst gebruikelijke van de drie is, de constructie met besig in het Afrikaans net de meest frequente is:

NL: zitten/liggen/staan/lopen/hangen + te-INF > aan het + INF > bezig-progressief

AFR: besig-progressief > aan die + INF en sit/lê/staan/loop (nevengeschikt)

Voor het Afrikaans baseerde Breed (2012) zich hiervoor op het Taalkommissiekorpus.4 Voor de onderlinge volgorde in het Nederlands verwijst Breed naar o.m. Lemmens (2003) en Booij (2004), maar er worden geen absolute cijfers gepresenteerd. In ons krantencorpus van ongeveer 6.5 miljoen woorden werd de constructie met werkwoorden van lichaamshouding 666 keer aangetroffen, de aan het-constructie 390 keer, en de bezig-progressief 181 keer. Dat bevestigt dus de voorgestelde volgorde. We laten het aan toekomstig onderzoek over om de kwantitatieve vergelijking tussen de drie constructies nog diepgaander uit te werken.

 

3. ONDERZOEKSOPZET

Dit onderzoek beperkt zich tot de bezig/besig-progressief, die in de literatuur nog het minste aandacht heeft gekregen. Naast het verschil in frequentie (cf. supra), bleek uit de voorbeeldzinnen in de inleiding dat er ook verschillen in gebruikscontext bestaan tussen beide talen. Dit onderzoek wil die verschillen tussen het Nederlands en het Afrikaans gedetailleerd in kaart brengen. De data voor het onderzoek werden betrokken uit twee krantencorpora.

Voor het Nederlands werd daarvoor een gedeelte van de krantencomponent van het CONDIV-corpus (Grondelaers et al. 2000) gebruikt: nl. de jaargangen 1998 en aangrenzende jaren uit De Standaard, Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg voor Vlaanderen en NRC Handelsblad, De Telegraaf en De Limburger voor Nederland. Voor het Afrikaans werd er materiaal geselecteerd uit de jaargangen 1998 en 1999 van Volksblad en Die Burger. Uit beide corpora werd vervolgens een random sample van 1000 bezig- resp. besig-voorbeelden geselecteerd voor de verdere analyse.5, 6

3.1. Progressief vs. niet-progressief gebruik

De eerste stap in de manuele analyse was om na te gaan in hoeveel zinnen bezig/besig effectief werd gebruikt als een markeerder van progressief aspect. Cruciaal daarbij is natuurlijk de vraag welke gebruikswijzen als progressief mogen worden beschouwd. Het gebruik dat in de literatuur doorgaans wordt gepresenteerd als een perifrastische progressieve constructie vergelijkbaar met aan het + infinitief en zitten/liggen/... + te-infinitief, is bezig/besig (om) + te-infinitief. Er is echter nog een andere bezig-constructie, die semantisch heel dicht bij dat "echte" progressieve gebruik aanleunt, nl. de combinatie van bezig/besig met het voorzetsel met en een genominaliseerde infinitief, met of zonder determinator (zie resp. 17-18 en 19-20).7 In het Nederlands bestaat er daarnaast ook nog een (weliswaar zeldzame) mengconstructie waar na bezig met een te-infinitief volgt (21). Zowel de zinnen met bezig (om) + te-infinitief als die met bezig met gevolgd door een genominaliseerde infinitief of te-infinitief werden geselecteerd voor de tweede fase van het onderzoek.

(17) De ARD is bezig met het maken van een reeks portretten over de Europese konings-kinderen. (Gazet van Antwerpen, gva2)

(18) Jan Ellis is druk besig met die skryf van 'Dikker as Water'. (Die Burger, 02/02/1998)

(19) In de verschillende hoofdstukken van het verhaal kan de speler de kunstenaars tegenkomen terwijl ze bezig zijn met filmen (in het hoofdstuk People). (NRC Handelsblad, nieuws06)

(20) Hulle is druk besig met vrugte pluk, maar Maandag was 20 werkers weens drankmisbruik afwesig. (Die Burger, 11/02/1998)

(21) Blijkbaar zijn de Directe Belastingen in Brussel bezig met de bestanden bij te werken. (Het Belang van Limburg, hbvl2a)

De niet-progressieve gebruikspatronen kunnen onderverdeeld worden in enkele hoofdcategorieën, namelijk bezig zijn/blijven zonder complement (22-23), bezig zijn aan8 (24), bezig zijn met + substantief (25-26) en (zich) bezighouden (met) (27-28). Dergelijke zinnen werden niet meegenomen in de verdere analyse.

(22) Terwijl de huiszoeking bezig was, boden zich nog enkele andere gebruikers aan. (Het Belang van Limburg, hbvl2a)

(23) Die spelers het deurentyd besig gebly. (Volksblad, 13/04/1998)

(24) Leeuwerink was bezig aan zijn achtste seizoen bij de mannen-eredivisionist. (De Telegraaf, nie_sp7)

(25) De liefdadigheidsprojecten nemen niet weg dat Janssen zelf al lang bezig is met aparte projecten. (Gazet van Antwerpen, gva2)

(26) Ek is al lank besig met my doktorsgraad in die Regte, en is op die oomblik besig met my doktorale tesis. (Volksblad, 17/03/1998)

(27) Ik heb me totnogtoe beziggehouden met hevig beukende muziek en cultuur op Studio Brussel. (Het Belang van Limburg, hbvl2a)

(28) Die borduurwerk is vir haar iets wat jou ure lank besig hou. (Volksblad, 26/05/1998)

3.2. Semantische labeling

In de tweede fase van het onderzoek werden de 803 na de selectiefase behouden bezig/besig-zinnen door de twee auteurs onafhankelijk van elkaar gecodeerd op twee semantische parameters: [+/-handelingswerkwoord] en [+/- bezield subject]. De mate van overeenkomst werd bepaald d.m.v. een kappa score (cf. Carletta 1996). Er was een inter-rater agreement van K=0.869 voor de werkwoorden en K=0.913 voor de subjecten. Beide scores liggen hoger dan K=0.8, wat wijst op een uitstekende overeenkomst. De cijfers die in de rest van dit artikel gepresenteerd worden, zijn de uiteindelijke cijfers bekomen na individueel overleg over de zinnen die door beide auteurs aanvankelijk verschillend waren geanalyseerd. Twee Nederlandse en vier Afrikaanse voorbeeld-zinnen konden niet geclassificeerd worden omdat het werkwoord niet eenduidig als handelings- of niet-handelingswerkwoord te interpreteren was.9 Omdat de geconstateerde frequentieverschillen tussen beide talen erg groot zijn, beïnvloedt de weglating van die zes zinnen de uiteindelijke analyse in geen enkel opzicht.

3.2.1. Handelings- vs. niet-handelingswerkwoord

Een eerste onderscheid werd gemaakt tussen handelingswerkwoorden en niet-handelings-werkwoorden. In de eerste categorie is er een actief Agens dat iets doet (handelt), terwijl een handelend Agens in de tweede categorie net afwezig is. De beschreven stand-van-zaken verloopt daar min of meer vanzelf, zonder bewuste manipulatie of actie.10 De lexicale betekenis van bezig/ besig sluit perfect aan bij de eerste categorie van werkwoorden: er wordt een activiteit in uitgedrukt. Als zou blijken dat progressief bezig/besig meer dan sporadisch met niet-handelingswerkwoorden voorkomt, dan zou dat een indicatie van betekenisverbleking en dus grammaticalisatie zijn. Ook Mesthrie (2002:350) onderzoekt in zijn studie naar de grammaticalisatie van aspectueel busy in het Zuid-Afrikaanse Engels de werkwoorden waarmee busy wordt gecombineerd. Hij stelt de volgende hiërarchie voor:

activity verbs (abandon, ask) > momentary verbs (hit, jump) > transitional event verbs (arrive, die) > process verbs (change, deteriorate) > bodily sensation (ache, hurt)

In ons onderzoek hebben we de eerste twee categorieën samengenomen onder de noemer "handelingswerkwoorden", de andere categorieën zijn de niet-handelingswerkwoorden.

3.2.2. Bezield vs. onbezield subject

In navolging van het onderscheid in Zaenen et al. (2004) tussen human - other animate - inanimate subjects werden de subjecten uit de bezig/besig-zinnen in drie grote categorieën ingedeeld. De eerste categorie zijn de bezielde subjecten (personen). In de tweede categorie werden organisaties, instellingen, landen, politieke partijen etc. ondergebracht. Het gaat daarbij vaak om geïnstitutionali-seerde organisaties (bijvoorbeeld Microsoft, de VN). Een belangrijk criterium hierbij is dat er steeds personen geïmpliceerd moeten zijn, ook al worden die niet rechtstreeks vermeld.11 De derde categorie is gereserveerd voor niet-bezielde subjecten, zowel concreet (bv. arm, uurwerk) als niet-concreet onbezield (bv. rechtstelsel, liefde). Aangezien onbezielde referenten zich er in principe niet toe lenen om te worden voorgesteld als "aan het werk" of "met iets doende", zou het meer dan sporadisch voorkomen van onbezielde subjecten in de perifrastische constructies met bezig en/of besig opnieuw een indicatie zijn van betekenisverbleking en grammaticalisatie.

 

4. DE FREQUENTIE VAN (PROGRESSIEF) BEZIG/BESIG

As mentioned above, "Microsoft" is a noun that commonly refers to an organized group of people. However, it is also possible to use the word "Microsoft" to refer to an abstract entity, a corporation. When we say "Microsoft was founded in 1980", we are not referring so much to the people in the company as to the company as an inanimate entity or legal body.

In de Nederlandse data werd bezig in 174 van de 1000 zinnen gebruikt in een perifrastische progressieve constructie (zie Tabel 2). Het Afrikaanse besig werd in een veel groter aantal van zijn gebruiksgevallen gecombineerd met een infinitiefcomplement, namelijk in 629 van de 1000 zinnen. Er zijn dus duidelijke verschillen tussen beide talen wat betreft de verhouding tussen progressief en niet-progressief gebruik, en die blijken ook statistisch zeer significant (x2=430.8; df=1; p<.001). Een hogere frequentie kan op een verdere graad van grammaticalisatie wijzen (zie o.a. Bybee 2003:602): deze bevindingen vormen m.a.w. een eerste ondersteuning van de hypothese dat de constructie in het Afrikaans al sterker gegrammaticaliseerd is.

 

 

Als we een onderscheid maken tussen de verschillende constructies met bezig/besig die gebruikt kunnen worden om progressiviteit uit te drukken, dan bekomen we de frequenties in Tabel 3:

In beide talen is de constructie waarin bezig/besig gevolgd wordt door een te-infinitief het best vertegenwoordigd (zinnen 29-30). In tegenstelling tot in het Afrikaans is om in het Nederlands in deze constructie trouwens niet verplicht aanwezig. In 84 van de 109 zinnen was er geen om, in 25 zinnen wel.12 In het Nederlands treffen we daarnaast ook nog geregeld de constructie bezig met aan (37,36% van de zinnen), meestal in combinatie met een nominalisatie van type 2 (zin 31) en af en toe met een nominalisatie van type 3 (zin 32) of te-infinitief (zin 33). Besig met een genominaliseerde infinitief (zinnen 34-35) is in het Afrikaans duidelijk een marginale constructie.

(29) In de petitie schrijven de verenigingen dat Horst bezig is om een ontmoedigingsbeleid door te voeren voor de sport. (De Limburger, nieuws06)

(30) Sokker is besig om in dié wêrelddeel te groei. {Volksblad, 18/03/1998)

(31) Aan de Deurneseweg in Venray zijn drie mannen bezig met het plaatsen van lantaarnpalen. (De Limburger, nieuws01)

(32) Zuid-Laos is dag-in-dag-uit alleen maar bezig met overleven. (De Limburger, verstr3)

(33) We zijn voortdurend bezig met personeel te trainen en het systeem uit te leggen. (Gazet van Antwerpen, gva2)

(34) Die meerderheid van Suid-Afrika se suikermeulens sal tot aan die einde van Januarie besig wees met die pars van suikerriet. (Die Burger, 06/01/1998)

(35) Hulle is druk besig met vrugte pluk, maar Maandag was 20 werkers weens drankmisbruik afwesig. (Die Burger, 11/02/1998)

 

5. DE SEMANTISCHE REIKWIJDTE VAN DE BEZIG/BESIG-PROGRESSIEF

5.1. Handelings- vs. niet-handelingswerkwoorden

De inventarisatie van de werkwoorden leert dat de progressieve bezig-constructie in het Nederlands bijna uitsluitend voorkomt met handelingswerkwoorden, namelijk in 166 van de 172 gevallen (95,4%), zie de frequenties in Tabel 4. In het Afrikaans werd de besig-progressief slechts in 70,4% van de zinnen gevolgd door een handelingswerkwoord, hetgeen significant minder vaak is dan in het Nederlands (x2=50.469; df=1; p<.001). De aangetroffen handelingswerkwoorden vormen qua semantiek een vrij heterogene set, onder (36) tot (41) staan voorbeelden met verschillende werkwoorden opgesomd.

 

 

(36) Wel zijn de eurolanden met een hogere rente bezig om die voor het einde van het jaar naar het lage Duitse niveau te brengen. (NRC Handelsblad, varia10)

(37) Waas Gramser van de toneelgroep 'De Onderneming' was verleden jaar al bezig om een versie van Don Quichot te ensceneren. (Gazet van Antwerpen, gva2)

(38) De politie is volop bezig de 36 tips na te trekken. (De Limburger, nieuws01)

(39) Vier gemaskerde mense het die winkel van agter binnegekom en die personeel, wat besig was om die dag se inkomste te bêre, met 'n vuurwapen aangehou. (Die Burger, 29/01/1998)

(40) Elsabé Augoustides sê Ellen Motoung het Dinsdagmiddag terwyl sy besig was om gras te sny op die lykskelet afgekom. (Volksblad, 14/05/1998)

(41) Die Wallabies se sewespan is besig om hom voor te berei vir die Hongkongse toernooi later vandeesmaand. (Volksblad, 19980312)

In het Nederlands werd slechts in een kleine minderheid van de zinnen een niet-handelingswerk-woord aangetroffen (4,6%). Dat was steeds in de constructie bezig zijn (om) + te-infinitief. De zes werkwoorden in kwestie zijn uit de hand lopen, verdwijnen, verliezen, verspelen en worden (2x) - zie (42) en (43) voor twee voorbeelden. In de met-constructie werden helemaal géén niet-handelingswerkwoorden aangetroffen. Niet-handelingswerkwoorden bij besig zijn in het Afrikaans veel frequenter (29,6% van de zinnen). We vinden er de Afrikaanse equivalenten van de vijf bovengenoemde Nederlandse werkwoorden, naast nog heel wat andere werkwoorden, bv. afneem, bereik, bloei, ontwikkel en sterf, zie (44) tot (48) voor enkele voorbeelden.

(42) Groot-Brittannië is bezig de belastingslag te verliezen. (NRC Handelsblad, nieuws6)

(43) Emile is volop bezig een grote te worden. (Het Belang van Limburg, hbvl2a)

(44) Die laaste tyd is dinge egter besig om te verander. (Die Burger, 05/02/1998)

(45) Hoë finansiële amptenare meen Japan se ekonomiese probleme is ernstig en is besig om te vererger. (Volksblad, 18/04/1998)

(46) Ek kon eenvoudig nie glo wat besig was om te gebeur nie. (Volksblad, 17/03/1998)

(47) Vriende het aanvanklik gedink hy maak 'n grap, maar sy vrou wat by was, het besef haar man is besig om te sterf. (Volksblad, 07/04/1998)

(48) Terwyl, ná die aanval op Jeffreysbaai, wat teen ongeveer 12 nm. plaasgevind het, het paniekbevange lyfplankryers met Jucker, wat besig was om erg te bloei, by dieselfde hospitaal aangejaag gekom. (Volksblad, 30/05/1998)

In geen enkele van de bovenstaande zinnen is er sprake van een Agens dat bewust handelt. De beschreven stand-van-zaken gebeurt veeleer vanzelf, zonder controlerende instantie: in de terminologie van Mesthrie (2002) gaat het om process verbs (43-46), transitional event verbs (47) en verbs of bodily sensation (48).

5.2. Bezielde vs. niet-bezielde subjecten

Uit de cijfers in Tabel 5 blijkt dat zowel in het Nederlands als in het Afrikaans de bezig/besig-progressief in het merendeel van de gevallen (63,95% en 54,56% respectievelijk) een persoon als subject heeft:

 

 

(49) Volgens Chr. van Gisbergen, voorzitter van de vakgroep varkenshouderij, zijn de cijfers een bewijs dat varkensboeren druk bezig zijn met het investeren in milieuvriendelijke stallen. (De Telegraaf, nie_s3)

(50) Brink is besig om 'n nuwe spesienaam en genusnaam vir dié diersoort na te vors. (Volksblad, 20/05/1998)

De tweede categorie is ook nog goed vertegenwoordigd, in 60 van de 172 gevallen in het Nederlands en 140 van de 625 zinnen in het Afrikaans verwijst het subject naar een organisatie, officiële instelling etc. Hierbij gaat het niet om typische menselijke subjecten, maar worden er wel mensen geïmpliceerd: in bijvoorbeeld zin (51) zijn het de medewerkers van de firma die de bijsluiter aanpassen. Tot deze categorie werden naast instellingen ook dieren (zoals koeien in 53) en intelligente machines/voertuigen (54) gerekend. Bij die voertuigen wordt er nog steeds een menselijke bestuurder verondersteld die de handeling uitvoert.

(51) De farmaceutische firma Eli Lilly is druk bezig de bijsluiter van het middel Prozac aan te passen. (Het Belang van Limburg, hbvl2a)

(52) Mnr. Colin Eglin het gesê uit die berig blyk dit dat die ontmoeting tussen McBride en Kelly vrese laat posvat dat die IRL besig is om hom te herbewapen. (Volksblad, 16/03/1998)

(53) Wat meer is: danksy voortdurende seleksie vir meer melk en beter voeding en bestuur is die wêreld se top-Jerseys besig om die agterstand in volume teenoor dié van die groter suiwelrasse in te haal. (Volksblad, 18/03/1998)

(54) Sneeuwschuivers waren gisteren volcontinu bezig om de pas enigszins begaanbaar te houden. (De Telegraaf, nie_sp9)

Slechts twee keer (1,16%) werd in het Nederlands een duidelijk onbezield subject aangetroffen (zinnen 55-56), telkens in de constructie bezig zijn (om) + te-infinitief - overigens twee keer in combinatie met een niet-handelingswerkwoord. Het gaat duidelijk om een marginaal gebruik. In het Afrikaans treffen we een onbezield subject bij besig veel frequenter aan, in ongeveer een vierde van de Afrikaanse zinnen (23,04%). Dat kan ofwel abstract (58) ofwel meer concreet onbezield (59) zijn. Het percentage niet-bezielde subjecten ligt significant hoger dan in het Nederlands (X2= 43.144; df=1; p<.001).13

(55) Somber, saai, is het wielrennen bezig te verdwijnen? (De Limburger, sport01)

(56) Dit plan om het Blok te treffen in de portemonnee is nu bezig op een forse manier uit de hand te lopen. (De Telegraaf, nie_s6)

(57) Die beseringspook is besig om behoorlik onder die vinnige boulers in Suid- Afrika se krieketspan toe te slaan. (Volksblad, 31/03/1998)

(58) Ongelukkig is presies die teenoorgestelde besig om te gebeur. (Volksblad, 21/03/1998)

(59) Kirstenbosch se geskiedkundige kanferboomlaning, wat meer as 'n eeu gelede deur Cecil John Rhodes aangeplant is, is besig om weens 'n klaarblyklik ongeneeslike siekte dood te gaan. (Die Burger, 15/01/1998)

5.3. HOST-CLASS EXPANSION EN SEMANTIC BLEACHING

Uit de literatuur over grammaticalisatie is bekend dat, naarmate een item grammaticaliseert, het vaak in meer verschillende omgevingen gebruikt kan worden, zowel in syntactisch als in semantisch opzicht ("context expansion").14 Himmelmann (2004:32-33) merkt op dat die uitbreiding van de context op drie niveaus kan plaatsgrijpen, met name een expansie (i) binnen de constructie zelf ("host-class expansion", de constructie kan elementen bevatten die er voorheen niet in aangetroffen werden), (ii) van de syntactische omgeving waarin de constructie gebruikt wordt ("syntactic context expansion"), en (iii) van de ruimere semantische en pragmatische context waarin de constructie voorkomt ("semantic-pragmatic context expansion").

Wat betreft de besig-progressief, lijkt er sprake te zijn van constructie-interne expansie: besig om + te-infinitief wordt in het Afrikaans veel frequenter gebruikt in combinatie met niet-handelingswerkwoorden en/of onbezielde subjecten, die moeilijk verenigbaar zijn met de activiteitsbetekenis van het adjectief besig. Het adjectief is in de progressieve constructie m.a.w. onderhevig aan betekenisverbleking ("semantic bleaching"). De betekenis "werken, drukke activiteit", die in de Nederlandse progressiefconstructie nog duidelijk aanwezig is, is in het Afrikaans sterk afgezwakt. Besig functioneert daar veeleer als een loutere markeerder van progressiviteit: iets is aan de gang, maar de betekenis "werken, drukke activiteit" is veel minder geïmpliceerd.

Tot slot, onze data voor bezig/besig lijken te suggereren dat er een soort continuum van mate van grammaticalisering bestaat, zowel intralinguaal als interlinguaal. Niet-gegrammaticaliseerd is de Nederlandse constructie bezig zijn met + (genominaliseerde) infinitief. De oorspronkelijke lexicale betekenis van bezig is daarin nog het sterkst; we treffen dan ook steeds handelingswerk-woorden en bezielde subjecten aan. Kirsner (te versch.) merkt op dit vlak een verschil op tussen de bezig-constructies met en zonder met:

[O]ne must also consider the de facto opposition between bezig zijn te + inf, used here as an aspectual marker, and the less grammaticalized bezig zijn met + inf 'to be occupied with,' with the preposition met 'with', where bezig retains more of its etymological meaning and is limited to truly agentive subjects.

Kirsners oordeel over de bezig zijn te + inf- constructie is echter wat te rooskleurig: op basis van (geconstrueerde) voorbeelden als Dat effect is bezig te verdwijnen en Bob is bezig kaal te worden, betoogt hij dat de bezig-constructie met een te-infinitief wel degelijk een gegrammaticaliseerde progressieve constructie is, vergelijkbaar met aan het + infinitief. Echter, onze data laten zien dat zulke zinnen in de praktijk slechts sporadisch voorkomen: slechts in 6 van de 107 geattesteerde voorbeelden wordt bezig + te-infinitief gecombineerd met een niet-handelingswerkwoord en/of een onbezield subject. De grote meerderheid van de bezig-zinnen benoemt een gebeurtenis die zich voltrekt op instigatie van een agentief subject. Er kan dan ook slechts sprake zijn van beperkte grammaticalisatie en betekenisverbleking.

Vergelijken we de Nederlandse constructie bezig zijn (om) + te-infinitief met de Afrikaanse besig wees om + te-infinitief, dan is die laatste constructie duidelijk veel sterker gegrammaticali-seerd: de Afrikaanse constructie is in sterkere mate uitgegroeid tot een breed toepasbare loutere progressiefmarkeerder dan de Nederlandse, zoals blijkt uit de veel frequentere combinatie met niet-handelingswerkwoorden en/of onbezielde subjecten.15

 

6. VERDERE AANWIJZINGEN VOOR GRAMMATICALISATIE

In de vorige paragraaf werd aan de hand van een inventarisatie van de types werkwoorden en subjecten aangetoond dat de besig-progressief in het Afrikaans sterker gegrammaticaliseerd is dan de Nederlandse bezig-constructie. Er kunnen nog een aantal andere argumenten worden aangehaald voor die hypothese, nl. de aanwezigheid van negatie (6.1), afwezigheid van een versterkend bijwoord (6.2) en de combinatie met een passieve infinitief (6.3).

6.1. Negatie

Kirsner (te versch.) vergelijkt o.a. de aanvaardbaarheid van niet in de drie onderstaande constructies:

(60) Ik rook al drie maanden niet meer.

Ik ben al drie maanden niet meer aan het roken.

Ik ben al drie maanden niet meer bezig te roken.

Zulke zinnen werden in een enquête voorgelegd aan een tiental native speakers van het Nederlands, die ze moesten beoordelen als normaal, twijfelachtig of verkeerd/ongrammaticaal. De zinnen met de bezig-progressief bleken daarbij lager te scoren dan die met aan het, die op hun beurt lager scoorden dan zinnen met enkel een vervoegde werkwoordsvorm in de onvoltooid tegenwoordige tijd. Kirsner ziet als oorzaak hiervoor dat de bezig-progressief in sterkere mate aangeeft dat er een (complexe) activiteit aan de gang is:

If there is no event at all, then it should be possible for this message to be communicated adequately by the negated simple verb form and there is no need to bring up additional issues such as negating change within the event or negating its complexity and duration, the possibility of which would be suggested explicitly by the use of these latter two forms [i.e. aan het en bezig, TG & TC].

Bezig lijkt semantisch moeilijk te combineren met het negatiepartikel niet: het suggereert immers expliciet dat er een activiteit aan de gang is, terwijl niet dat net ontkent. In onze data troffen we voor het Nederlands geen enkele zin aan met een negatiepartikel, in het Afrikaans zeven (bv. zinnen 61-62). Dat kan opnieuw op sterkere betekenisverbleking bij besig wijzen: de activiteitslezing is daar afgezwakt, waardoor er makkelijker een negatiepartikel in de zin kan verschijnen. Wegens de beperkte data zijn we natuurlijk genoodzaakt om hier enigszins tentatief te blijven.

(61) En die meeste van die tyd is El Nino met vakansie, sê hy, of waar hy ook al gaan as hy nie besig is om die weer onderstebo te keer nie. (Die Burger, 17/01/1998)

(62) Hoewel sake nie baie rooskleurig lyk nie, is Manuel nie besig om te swig nie. (Die Burger, 04/02/1998)

6.2. Versterkend bijwoord

Een verdere indicatie voor de betekenisverzwakking van besig in het Afrikaans biedt de mate waarin bezig/besig gemodificeerd wordt door druk, een bijwoord van graad dat de activiteitscomponent van het adjectief versterkt.

(63) Brandweerlieden zijn druk bezig een man te bevrijden uit de fel gehavende personenwagen. (Gazet van Antwerpen, gva2)

(64) Du Plessis sê sy was Saterdag omstreeks 13:15 in die winkel toe 'n bedelaar buite alarm maak en sê dat mense druk besig is om 'n motor te steel. (Volksblad, 25/05/1998)

In (63) doen de brandweerlieden hun uiterste best om het slachtoffer te bevrijden, in (64) geldt hetzelfde voor de mensen die de motor aan het stelen zijn. In de Nederlandse data werd druk bezig in 16 van de 174 zinnen aangetroffen, in de Afrikaanse data slechts in 7 van 629 zinnen (x2= 32.003; df=1; p<.001). Daarnaast troffen we in nog 23 andere Nederlandse zinnen andere modificaties aan die de lexicale betekenis van bezig lijken te versterken, zoals de voorbeelden in (65-67).16

(65) Als je niet genoeg wedstrijdritme hebt, ben je te veel bezig met het controleren van de bal. (NRC Handelsblad, nieuws3)

(66) Maar vooral in zijn geboorteland Polen is de Chopin-society koortsachtig bezig met het organiseren van herdenkingen, concerten en andere activiteiten. (De Telegraaf, nie_s12)

(67) Die oplossing vir die gebrek aan werkskepping is groter binnelandse besparing, maar die Regering is aktief besig om dit verder in die wiele te ry. (Volksblad, 25/03/1998)

Dat we in het Nederlands vaker een modificatie bij bezig vinden (in totaal in 39 van de 174 zinnen, tegenover slechts 20 keer in 629 Afrikaanse zinnen, x2= 74.069; df=1; p<.001), kan erop wijzen dat bij Nederlands bezig nog vaker de oorspronkelijke betekenis in het geding is. Dat geldt zeker voor zinnen waarin bezig versterkt wordt door een bijwoord van graad (druk, maar daarnaast ook volop en hard). Een modificatie toevoegen aan een zin met verbleekt besig als (68) heeft een vreemd resultaat:

(68) ??[...] lyk dit egter of dié skip druk besig is om te sink voordat hy nog gedraai is.

Besig functioneert in die zin als een loutere progressiefmarkeerder, waarbij de lexicale betekenis van het adjectief volledig verbleekt is.

6.3. Passieve infinitief

De progressieve besig-constructie werd in het Afrikaanse corpussample ook één keer aangetroffen in combinatie met een passieve infinitief (cf. zin 69). Via gerichte zoekopdrachten in het Media24-krantenarchief konden nog verscheidene andere voorbeelden gevonden worden (70-72).

(69) Daardie mis is besig om deur die hitte van die son verdryf te word. (Volksblad, 06/04/1998)

(70) Ons is besig om ingeloop te word. (Die Burger, 17/10/2003)

(71) Party is besig om gebou te word. (Beeld, 26/07/1990)

(72) Sy is besig om soos 'n toebroodjie in plastiek toegedraai te word. (Beeld, 29/05/1990)

Het Nederlandse equivalent van bijvoorbeeld zin 69 is zeer ongewoon of zelfs onmogelijk (?*Die mist is bezig om verdreven te worden door de hitte van de zon). Bij de besig-progressief in het Afrikaans is die combinatie wel mogelijk: er lijkt dus sprake te zijn van syntactic context expansion (Himmelmann 2004:32), de besig-progressief wordt gebruikt in een syntactische context die voordien niet mogelijk was, namelijk in passieve in plaats van actieve zinnen. Breed (2012:161) koppelt dat ook aan de betekenisverbleking van besig: "Die feit dat die besig-progressief so gemaklik en frekwent in die passiewe vorm aangebied word, is 'n aanduiding van semantiese veralgemening, sowel as die duidelike gebruik van is besig om die funksie van 'n hulpwerkwoord te verrig."

 

7. CONCLUSIE

Het doel van dit artikel was om aan de hand van een contrastief corpusonderzoek naar frequentie en semantische toepasbaarheid na te gaan of er verschillen optreden tussen de progressieve constructie(s) met bezig in het Nederlands en die met besig in het Afrikaans die wijzen op een verschillende mate van grammaticalisatie. Er kan geconcludeerd worden dat enkele typische fenomenen die met grammaticalisatie gepaard gaan inderdaad in veel sterkere mate van toepassing zijn op de progressieve constructie in het Afrikaans dan op de Nederlandse constructie(s).

Er werd allereerst een duidelijke stijging in frequentie opgemerkt (paragraaf 4). In het doorzochte krantencorpus bleek de progressieve besig-constructie in het Afrikaans significant vaker voor te komen dan het Nederlandse equivalent. Daarmee gaat semantische reductie gepaard: in het Afrikaans hoefje niet meer echt bezig te zijn, in de zin van "druk doende", in het Nederlands is dat bijna uitsluitend zo. Met die semantische reductie gaat een uitbreiding van de context gepaard. Niet-handelingswerkwoorden en onbezielde subjecten kunnen gemakkelijker gecombineerd worden met een besig-progressief in het Afrikaans (paragraaf 5). Tot slot werden nog enkele andere aspecten aangehaald die mogelijk gekoppeld kunnen worden aan de verdere grammaticalisatie van besig. Zo treffen we af en toe een negatiepartikel aan in de constructie, maar zijn versterkende bijwoorden zoals druk dan weer minder gebruikelijk dan bij Nederlands bezig. In het Afrikaans kan de constructie tot slot ook met een passieve infinitief worden gecombineerd (paragraaf 6).

Dit onderzoek opent perspectieven voor verder onderzoek, zowel diachroon als contrastief. Er zou bijvoorbeeld nagegaan kunnen worden wanneer de progressieve constructie in het Afrikaans precies is beginnen te grammaticaliseren. Er kan aan de hand van een geschikt corpus onderzocht worden vanaf wanneer er (meer dan sporadisch) niet-handelingswerkwoorden en onbezielde subjecten worden aangetroffen in de constructie. Wegens de beperkte beschikbaarheid van (diachrone) Afrikaanse corpora zou dat echter een zekere mate van corpusopbouw impliceren. Een andere mogelijkheid is om eventuele stilistische variatie bij het onderzoek te betrekken. De onderhavige studie was beperkt tot krantentaal, maar toekomstig onderzoek zou de resultaten van onze studie kunnen toetsen aan taalgebruik uit informelere genres en/of aan substandaardvariëteiten van het Afrikaans. Tot slot is er ook de mogelijkheid tot verder contrastief onderzoek: busy lijkt, volgens onder meer Mesthrie (2002), in het Zuid-Afrikaanse Engels qua gebruik overeen te komen met besig in het Afrikaans, al dan niet onder Afrikaanse invloed. Er is zeker nog ruimte voor systematisch onderzoek naar de semantische verbindingsmogelijkheden van progressief busy in verschillende variëteiten van het (Zuid-Afrikaanse) Engels vs. die van Nederlands bezig en Afrikaans besig.

 

BIBLIOGRAFIE

ANS = Haeseryn, W., Romijn, K., Geerts, G., De Rooij, J. & Van Den Toorn, M. C. 1997. Algemene Nederlandse spraakkunst. Tweede, herziene editie. Groningen/Deurne: Martinus Nijhoff/Wolters Plantyn.         [ Links ]

Bertinetto, P. M., Ebert, K. H. & De Groot, C. 2000. The progressive in Europe. In Dahl (ed.). Tense and Aspect in the Languages of Europe. Berlin/New York: Mouton de Gruyter.         [ Links ]

Booij, G. 2004. De aan het infinitief-constructie in het Nederlands. In De Schutter, Devos & Van Keymeulen (eds). Taeldeman man van de taal, schatbewaarder van de taal. Gent: Academia Press.         [ Links ]

Breed, C. A. 2012. Die grammatikalisering van aspek in Afrikaans: 'n semantiese studie van perifrastiese progressiewe konstruksies. PhD Thesis. Noordwes-Universiteit.         [ Links ]

Bybee, J. & Dahl, Ö. 1989. The creation of tense and aspect systems in the languages of the world. Studies in Language, 13:51-103.         [ Links ]

Bybee, J., Perkins, R., et al. 1994. The Evolution of Grammar. Tense, Aspect, and Modality in the Languages of the World. Chicago: University of Chicago Press.         [ Links ]

Bybee, J. 2003. Mechanisms of Change in Grammaticization: The Role of Frequency. In Joseph & Janda (eds). The Handbook of Historical Linguistics. Malden-Oxford-Melbourne-Berlin.         [ Links ]

Carletta, J. 1996. Assessing agreement on classification task: the kappa statistic. Computational linguistics, 22(2):249-254.         [ Links ]

Donaldson, B. 1993. A Grammar of Afrikaans. Berlijn: Mouton de Gruyter.         [ Links ]

Garretson, G. 2004. Coding practices used in the project Optimal Typology of Determiner Phrase. Boston, MA: Boston University.         [ Links ]

Geleyn, T. 2010. De progressieve constructies bezig zijn en besig wees. Een contrastief corpusonderzoek Nederlands-Afrikaans. Bachelor Thesis. Universiteit Gent.         [ Links ]

Grondelaers, S., Deygers, K., Van Aken, H., Van Den Heede, V. & Speelman, D. 2000. Het CONDIV-corpus geschreven Nederlands. Nederlandse Taalkunde, 5(4):356-363.         [ Links ]

GVD = Den Boon, T. & Geeraerts, D. 2005. Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal. Utrecht/ Antwerpen: Van Dale Lexicografie.         [ Links ]

HAT = Odendal, T. T. 1994. Verklarende handwoordeboek van die Afrikaanse taal. Johannesburg: Perskor.         [ Links ]

Himmelmann, N. P. 2004. Lexicalization and grammaticization: Opposition or orthogonal? In Bisang, Himmelmann & Wiemer (eds). What makes Grammaticalization? A Look from its Fringes and its Components. Berlijn: Mouton de Gruyter.         [ Links ]

Kirsner, R. S. (1985). Iconicity and grammatical meaning. In Haiman (ed.). Iconicity in Syntax. Amsterdam/Philadelphia: John Benjamins Publishing Company.         [ Links ]

Kirsner, R. S. (te versch.). Qualitative-Quantitative Analyses of Dutch and Afrikaans Grammar and Lexicon. Amsterdam/Philadelphia: John Benjamins Publishing Company.         [ Links ]

Klooster, W. 2001. Grammatica van het hedendaags Nederlands: een volledig overzicht. Den Haag: SDU.         [ Links ]

Lemmens, M. 2002. The semantic network of Dutch posture verbs. In Newman (ed.) The linguistics of sitting, standing and lying. Amsterdam: John Benjamins Publishing Company.         [ Links ]

Lemmens, M. 2003. Germanic progressives revisited. Paper presented at the 9th annual meeting of the Society for Germanic Linguistics, Buffalo, April 2003. Lemmens, M. 2005. Aspectual posture verb constructions in Dutch. Journal of Germanic Linguistics, 17(3):183-217.         [ Links ]

Leys, O. 1985. De konstruktie staan te + infinitief en verwante constructies. Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 13(3):265-277.         [ Links ]

Mesthrie, R. 2002. Endogeny versus contact revisited: aspectual busy in South African English. Language Sciences, 24(3-4):345-358.         [ Links ]

Mortier, L. 2008. An analysis of progressive aspect in French and Dutch in terms of variation and specialization. Languages in contrast, 8(1):1-20.         [ Links ]

Smedts, W. & Van Belle, W. 2003. Taalboek Nederlands. Kapellen: Pelckmans.         [ Links ]

Van der Horst, J. 2008. Geschiedenis van de Nederlandse Syntaxis. Leuven: Universitaire Pers Leuven.         [ Links ]

Vandeweghe, W. 2007. Grammatica van de Nederlandse zin. Antwerpen-Apeldoorn: Garant.         [ Links ]

Van Pottelberge, J. 2002. Nederlandse progressiefconstructies met werkwoorden van lichaamshouding. Nederlandse Taalkunde, 7(2):142-174.         [ Links ]

Van Pottelberge, J. 2004. Der am-Progressiv: Struktur und parallele Entwicklung in den kontinental-westgermanischen Sprachen. Tübingen: Gunter Narr Verlag.         [ Links ]

WNT = De Vries, M. & Te Winkel, L. A. 1882-1998. Woordenboek der Nederlandsche Taal. 's Gravenhage: Martinus Nijhoff.         [ Links ]

Zaenen, A., Carletta, J., et al. 2004. Animacy Encoding in English: why and how. In Webber & Byron (eds). Proceedings of the 2004 ACL Workshop on Discourse Annotation. Stroudsburg, PA: Association for Computational Linguistics.         [ Links ]

 

 

 

Tim Geleyn is als doctoraatsonderzoeker verbünden aan de vakgroep Taalkunde van de Universiteit Gent (België). In 2011 behaalde hij er zijn masterdiploma Taal- en Letterkunde. Zowel zijn BA- als zijn MA-scriptie bevatten een contrastieve component Nederlands - Afrikaans: hij deed corpusonderzoek naar de bezig/besig-progressief (BA) en naar het semantische en syntactische gedrag van de werkwoorden lijken, blijken, schijnen en hun Afrikaanse tegenhangers (MA). In september 2012 startte hij met het onderzoeksproject Variation and Change in constructional semantics: Argument structure constructions in varieties of Dutch, gefinancierd door het Bijzonder Onderzoeksfonds van de UGent, dat zowel synchrone als diachrone variatie in Nederlandse grammaticale constructies in kaart probeert te brengen.

Tim Geleyn is a doctoral researcher in the Dutch section of the Department of Linguistics at Ghent University (Belgium). He obtained his MA degree in Linguistics and Literature in 2011. Both his BA and his MA theses are characterized by a Dutch - Afrikaans contrastive line of approach: he conducted a corpus-based study of the bezig/besig-progressive (BA) and the semantic and syntactic behaviour of the verbs lijken, blijken, schijnen and their Afrikaans counterparts (MA). In September 2012 he started working on a research project named Variation and Change in constructional semantics: Argument structure constructions in varieties of Dutch, funded by the Bijzonder Onderzoeksfonds from Ghent University, which looks into both synchronic and diachronic variation in Dutch grammatical constructions.

 

 

 

Timothy Colleman is verbonden aan de vakgroep Linguïstiek van de Universiteit Gent (België) als docent Nederlandse Taalkunde. Zijn onderzoek richt zich voornamelijk op de syntaxis en semantiek van grammaticale constructies in het Nederlands en verwante talen, inclusief Afrikaans, vanuit synchroon en/of diachroon perspectief. Theoretisch sluit zijn werk aan bij de constructiegrammatica, de cognitieve linguïstiek en de grammaticalisatietheorie, methodologisch wordt het gekenmerkt door een corpusgebaseerde aanpak, met gebruik van zowel kwalitatieve als kwantitatieve technieken. Hij promoveerde in 2006 aan de Universiteit Gent op een proefschrift over de syntaxis en semantiek van constructies met een indirect object in het heden-daagse Nederlands. Hij heeft talloze artikelen gepubliceerd in zowel neerlandistische als internationale tijdschriften en verzamelbundels.

Timothy Colleman is an Associate Professor in the Dutch section of the Department of Linguistics at Ghent University (Belgium). His research primarily focuses on the syntax and semantics of grammatical constructions in Dutch and related languages, including Afrikaans, from a synchronic and/or diachronic perspecticve. This work is informed by key theoretical concepts from construction grammar, cognitive linguistics, and grammaticalization theory and is characterized methodologically by the use of qualitative and quantitative techniques for the analysis of corpus data. He obtained his Ph.D. in Linguistics from Ghent University in 2006 for a corpus-based study of the syntax and semantics of indirect object constructions in present-day Dutch. He has published extensively in both Dutch and international linguistic journals and edited volumes.

 

 

1 Beide auteurs zijn verbünden aan de vakgroep Taalkunde van de Universiteit Gent; het hier gerapporteerde onderzoek is gedeeltelijk tot stand gekomen binnen het onderzoeksproject "Variation and Change in constructional semantics: Argument structure constructions in varieties of Dutch", gefinancierd door het Bijzonder Onderzoeksfonds van de Universiteit Gent (BOF-project nr. 01N00912). We bedanken ook graag de drie anonieme beoordelaars voor hun nuttige commentaar bij een eerdere versie van dit artikel.
2 We hanteren de term perifrastisch om aan te geven dat die drie constructies progressiviteit uitdrukken met behulp van vrije morfemen i.p.v. via affixering. Mortier (2008:9) stelt zich vragen bij de perifrastische aard van progressieve constructies met bezig: The construction bezig zijn met is compatible with the infinitive as well as with nouns (for example, Ik ben bezig met de was). It is, however, doubtful that this construction, as well as its variants with met + infinitive and te + infinitive, is really periphrastic by nature. We therefore chose not to treat them under the heading of verbal periphrases. (Mortier 2008: 9) Mortier vermeldt niet expliciet waarom de constructie met bezig niet als een perifrastische constructie zou mogen gelden. Mogelijk is dat oordeel ingegeven door de overweging dat bezig veel minder sterk gegrammaticaliseerd is dan de andere constructies; dit artikel gaat verder in op de mate van grammaticalisatie van bezig, specifiek in vergelijking met het Afrikaanse besig.
3 De constructie met enkel een vervoegde werkwoordsvorm in de onvoltooid tegenwoordige tijd klinkt wellicht nog gewoner, zeker in 8 (Een grote chaos ontwikkelt zich voor zijn neus; Haar nieuwste album verkoopt goed). Kirsner (1985, te versch.) gaat uitgebreider in op de relatie tussen de "gewone" constructie met een vervoegd werkwoord en de perifrastische progressieven.
4 Breed trof de besig-progressief 7992 keer aan in haar corpus, tegenover 4929 aan ife-progressieven en 4721 zinnen met werkwoorden van lichaamshouding. Het Taalkommissiekorpus (TK-korpus) dateert uit 2010 en bestaat uit zowel prozateksten als non-fictie, ten belope van ongeveer 60 miljoen woorden tekst.
5 Het uiteindelijke Nederlandse sample telde 514 zinnen uit Vlaamse kranten en 486 zinnen uit Nederlandse kranten.
6 We nemen ons voor om die dataset in toekomstig onderzoek nog uit te breiden. Zo zou het, zoals opgemerkt door een anonieme beoordelaar, nuttig zijn om voor het Afrikaans ook data uit Beeld bij het onderzoek te betrekken, om na te gaan of er onderlinge verschillen zijn tussen de verschillende Afrikaanse kwaliteitskranten, met verschillende verspreidingsregio's. Daarnaast zou het met name ook interessant zijn om het gebruik van besig en andere perifrastische constructies in die kwaliteitskranten te vergelijken met het taalgebruik van tabloids als Die Son en Sondag. In het huidige artikel blijft regionale en stilistische variatie binnen het Afrikaans echter buiten beschouwing: in plaats daarvan beogen we een grondige, kwantitatieve vergelijking van het Nederlands en het Afrikaans.
7 In de terminologie van de ANS gaat het in (17) en (19) om respectievelijk nominalisaties van type 2 en van type 3 (ANS 1997: 882-885).
8 In het Afrikaans komt die constructie niet voor.
9 Dat geldt bijvoorbeeld voor de zin De gemeente is bezig de grond van het bisdom te verwerven (De Limburger, nieuws03). Uit de context kan niet worden opgemaakt of de gemeente actief handelt om de grond te verwerven (wat een analyse als handelingswerkwoord zou rechtvaardigen), dan wel of de gemeente de grond veeleer krijgt zonder daarvoor bewuste handelingen te ondernemen (wat van verwerven in deze context een niet-handelingswerkwoord zou maken). Ook de Afrikaanse zin [...] en die land se verbrokkelende ondernemings in staatsbesit is besig om miljoene werkgeleenthede af te staan (Volksblad, 06/03/1998) is in dat opzicht dubbelzinnig: is daar nog ergens sprake van een actieve handeling of niet.
10 Specifieke tests om beide types van elkaar te onderscheiden, zijn o.m. nagaan of het werkwoord in de imperatiefvorm gebruikt kan worden en of de zin aangevuld kan worden met 'en X doet dat ook' (Vandeweghe 2007: 54).
11 Dat geldt bijvoorbeeld in een zin als Microsoft stelt eerstdaags een nieuw logo voor. Microsoft en andere instellingen worden echter ook af en toe beschreven als abstracte entiteit, veeleer dan als een groep mensen. Die gevallen werden als niet-bezield geanalyseerd. Cf. ook Garretson (2004):
12 Kirsner (te versch.) merkt hierover op: "[O]m creates something of a structural break between the claim of bezig that an activity or process is involved and the infinitive indicating the activity". Hierdoor kan om in bepaalde zinnen vreemd gaan klinken. Kirsner (1985:254) gaat bij 15 native speakers na of ze Ik ben bezig brieven te schrijven (zonder om) en Ik ben bezig om brieven te schrijven (met om) een aanvaardbare zin vinden. 14 van de 15 vinden de zin zonder om aanvaardbaar, maar slechts 3 van de 15 keuren ook de variant met om goed. Ze merken daarbij op dat in die zin met om het schrijven nog verder van het eindpunt lijkt verwijderd dan in de zin zonder om (zie Kirsner 1985:253-256). In het licht van deze gerapporteerde grammaticaliteitsoordelen komt de variant mét om in onze krantendata nog verrassend vaak voor: in voorbeelden als (29), (36), (37), enz., wekt het gebruik van om naar ons taalgevoel ook helemaal geen vreemde indruk.
13 Voor de chikwadraattest werden de eerste twee categorieën samengenomen en tegenover de derde categorie, de duidelijk onbezielde subjecten, geplaatst.
14 Zie o.a. Bybee & Dahl (1989: 63 e.v.); Bybee et al. (1994: 23, 289-293); Bybee (2003: 604-605).
15 De chikwadraattest, dit keer zonder de bezig raef-gevallen, levert twee keer een heel significant verschil op: - distributie van handelings- en niet-handelingswerkwoorden in Nederlands vs. Afrikaans: X*=27.504; df=1; p<.001 - distributie van bezielde en onbezielde subjecten in Nederlands vs. Afrikaans: X*= 25.817; df=1; p<.001
16 Als vuistregel hanteerden we dat enkel modificaties waarbij nog een extra druk onmogelijk was, als bepalingen konden gelden die duidelijk de activiteitsbetekenis van bezig versterken, vergelijk: * ... ben je te veel druk bezig met het controleren van de bal. (NRC Handelsblad, nieuws3) ES en GS zijn al zeven jaar druk bezig de aardewerkcollectie van Sphinx-Céramique in kaart te brengen. (De Limburger, div03)

Creative Commons License Todo o conteúdo deste periódico, exceto onde está identificado, está licenciado sob uma Licença Creative Commons