SciELO - Scientific Electronic Library Online

 
vol.53 issue1Die kuberruimte - voordele en nadeleSo kry ons Afrikaans (2012) - Christo van Rensburg author indexsubject indexarticles search
Home Pagealphabetic serial listing  

Tydskrif vir Geesteswetenskappe

On-line version ISSN 2224-7912
Print version ISSN 0041-4751

Tydskr. geesteswet. vol.53 n.1 Pretoria Mar. 2013

 

VARIA

 

Een grote glimlach op Schiphol

 

 

De Afrikaanse literatuur in Nederland in 2012

In Nederland zijn we massaal aan het somberen. Salarissen houden de inflatie niet meer bij, huizen staan jarenlang te koop, winkelomzetten lopen sterk terug, winkels staan leeg, de werkloosheid loopt snel op. Crisis! De regering bezuinigt, de gewone Nederlander houdt ook de hand op de knip. Niet dat hij er een boterham minder door eet, maar in plaats van een duur restaurant kiest hij een goedkoper. Niet dat hij afziet van vakantie, maar hij gaat minder vaak en blijft vaker in Nederland. Niet dat hij ophoudt met lezen, maar in plaats van de boekwinkel bezoekt hij de bibliotheek of begeeft hij zich op het internet. In januari 2012 bleek de traditionele boekhandel 20 % minder te hebben verkocht dan in januari 2011. Een ramp dreigde. Dankzij een vertaalde Engelse bestseller in drie dikke delen was de achteruitgang over het hele jaar "slechts" 7%.

Het internet heeft voor de literatuur ook voordelen. Naast de traditionele kritiek in dagen weekbladen is op het internet een schier eindeloze reeks lezersreacties te vinden, van korte "tweets" over wat iemand vorige week gelezen heeft tot uitgewerkte recensies die in een dagblad niet zouden misstaan. Gespecialiseerde literaire sites nemen de functie van het literaire tijdschrift gedeeltelijk over. Zij brengen ook vraaggesprekken met schrijvers. Van de Nederlandse internetreacties op de Afrikaanse literatuur kan ik hier bijna niets vermelden. Dat is niet erg, want met voor de hand liggende trefwoorden als "Afrikaans", "literatuur" en/of de naam van uw geliefdste schrijver is alles ook vanuit Zuid-Afrika makkelijk bereikbaar.

De meeste nieuwe romans zijn nu ook verkrijgbaar als e-boek. Wel een beetje goedkoper dan op papier, maar het voordeel valt in Nederland nogal tegen. De uitgeverijen zijn met boeken waarvoor ze geen grote verkoop verwachten, terughoudend. Dat zijn ze altijd al maar nu zijn ze nog terughoudender. In die moeilijke categorie valt het merendeel van de literatuur, zeker de extra dure vertaalde literatuur, dus ook de Afrikaanse literatuur. Toch bracht 2012 een aantal vertalingen uit het Afrikaans, maar de meeste zijn inderdaad gericht op een breed publiek.

De mooiste gebeurtenis op het vlak van de Afrikaanse literatuur in Nederland leverde intussen een Afrikaans gedicht op. Dat begint zo:

Ek sit op Schiphol met 'n groot glimlag op my gesig

soos 'n sestigjarige vrou wat van 'n affaire af terugkeer

oorstelp, oorweldig, durfend om haarselfversigtig en blosend te herbedink

Maar eerst die vertalingen. In de christelijke boekhandel vliegen de boeken van Irma Joubert de laatste jaren over de toonbank. Haar Nederlandse lezers konden in 2012 blij worden van twee nieuwe romans: Kind van de rivier (Pérsomi: kind van die brakrant, 23,90) en Pontenilo (Anderkant Pontenilo, 23,50). Beide zijn vertaald door Dorienke de Vries en uitgegeven door Mozaïek in Zoetermeer. Op de site van de uitgeverij geeft De Vries haar indrukken van Jouberts werk: "Wat is toch het geheim van Irma Joubert?", ook op LitNet. Een eerdere roman, Het spoor van de liefde, haalde dit jaar een vierde druk. In mei maakte Joubert een achtdaagse bliksemtournee door Nederland. Haar lezers konden met haar in gesprek gaan in boekwinkels in onze "bible belt": Krimpen aan den IJssel, Spakenburg, Sommelsdijk, Bennekom, Nijkerk en Ermelo en op het voormalige eiland Urk. Maar Joubert kwam ook op bezoek in Gouda, Zwolle, Rotterdam, Woerden en Groningen en in het Zuid-Afrikahuis, Amsterdam. Sfeervolle beelden van haar optredens in Krimpen, Nijkerk en Rotterdam kunt u zien op YouTube.

Van de drie christelijke dagbladen publiceerden er twee een vraaggesprek met Joubert. Marianne Hoksbergen en Linda Stelma interviewen haar voor het Nederlands Dagblad: "terwijl de Zuid-Afrikaanse klanken over haar tong rollen, beginnen haar ogen te twinkelen" (19 mei). In het Reformatorisch Dagblad (11 mei) beklemtoont Joubert tegenover Jacomijn Hoekman de centrale plaats van de liefde in haar leven, ook van het liefhebben van God. Naar aanleiding van Kind van de rivier vertelt ze over haar eigen ervaringen met "armblankes". Ook de apartheid komt ter sprake. Als kind aanvaardde Joubert die apartheid als iets vanzelfsprekends, maar een gedwongen verhuizing van Indiase kooplieden in haar dorp maakte toch grote indruk. Hans Ester gaf in Zuid-Afrika vanjuni van Kind van de rivier een genuanceerde bespreking.

Een Afrikaanse schrijver die met volstrekt anders getint werk grote oplagen haalt, is Deon Meyer. Hij was al wel eerder vertaald maar brak in 2012 in Nederland door. Zijn 13 uur werd in juni door de gezaghebbende jaarlijkse Detective- en thrillergids van Vrij Nederland namelijk tot "Thriller van het jaar" uitgeroepen. Dat is in de wereld van de literaire misdaad een belangrijke onderscheiding (A.W. Bruna, 19,95). De vertaling is van Karina ven Santen en Martine Vosmaer, die ook 30 nagte in Amsterdam vertaald hebben. De Nederlandse Reader 's digest deed er voor Meyer nog een schepje bovenop met de uitverkiezing tot "Het beste boek".

In de genoemde Detective- en thrillergids staat Meyer afgebeeld over twee hele bladzijden. In een lang interview met Miriam Mannak, afgenomen "op het terras van Long Street Café" in Kaapstad, vraagt de schrijver aandacht voor de goede ontwikkelingen in de Zuid-Afrikaanse misdaadbestrijding: "Zo is het aantal moorden tussen 1994-'95 en 2010-'11 met zo'n veertig procent gekelderd." De Zuid-Afrikaanse politie krijgt van Meyer een groot compliment omdat de verschillende bevolkingsgroepen inmiddels behoorlijk goed in het corps geïntegreerd zijn. Meyer karakteriseert zichzelf als "niet meer dan een verhalenverteller" en als een entertainer. Voor de blanke emigranten naar Australië of Canada heeft hij geen sympathie. Die gaan voorbij aan de verantwoordelijkheid die ze dragen omdat ze nog altijd profiteren van de vroegere bevoorrechting. De schrijver draagt op zijnjas een Zuid-Afrikaans vlaggetje.

Zijn nieuwe uitgever Bruna geldt in Nederland van ouds als de misdaaduitgever bij uitstek. In de sfeer van het succes herdrukte Bruna meteen Meyers eerder vertaalde boeken Feniks (in het kader van een weggeefactie) en Duivelspiek (Infanta, 7,50). Ook wist men kort voor Sinterklaas Onzichtbaar in de boekwinkel te krijgen, ook vertaald door Van Santen en Vosmaer, ook 19,95.

Voor de criticus Hans Ester vormde 13 uur een teleurstelling: "Wie zich door middel van de literatuur geestelijk wil verrijken, moet zijn voedsel elders zoeken" (Zuid-Afrika, september). Maar J.L. in het Vlaamse blad Humo (3 juli) is vol lof en geniet van: "zo'n razend tempo dat je als lezer constant naar adem snakt". Ook Ineke van den Bergen van De Volkskrant is enthousiast: "Een verhaal, zo direct, sterk, kort en krachtig in vorm, taal en inhoud, tref je niet vaak." (9 juni). Meyer krijgt de hoogst mogelijke waardering van vijf sterren. Een genuanceerde lofprijzing geeft Ludo Teeuwen in de Brusselse Standaard (24 augustus): "In het thrillergenre zonder twijfel een topper". Hier scoort 13 uur vier sterren. Teeuwen heeft oog voor de sociaal-politieke kant van Meyers werk en stelt zelfs vast dat de schrijver een boodschap heeft, namelijk dat in Zuid-Afrika, ondanks alle mogelijke kritiek, "de nieuwe constellatie wel werkt". Dit sluit goed aan bij wat de schrijver in zijn VN-interview zegt. Op het internet staan veel meer reacties, ook enkele interviews. Raadpleeg de speciale misdaadsites!

Meyers verkiezing was niet het enige eerbetoon in de sfeer van de Afrikaanse letteren. De vertaalster Riet de Jong-Goossens ontving in het Tropenmuseum de Van Riebeeckpenning van de Nederlands Zuid-Afrikaanse Vereniging. Inmiddels heeft zij haar vertaling van Wildvreemd, het debuut van Carina Stander, bij de uitgever ingeleverd. Als redactrice van het blad Zuid-Afrika introduceert De Jong maandelijks nieuwe Afrikaanse boeken aan de hand van een vertaling van een of enkele bladzijden. Van belang voor de gewone lezers, maar in het bijzonder voor de lezers die ook uitgever zijn! Zuid-Afrika doet trouwens nog veel meer aan literatuur, ook teveel om te vermelden.

De Jongs laatstverschenen boekvertaling is De lange tocht (Afstande) van Dan Sleigh, de roman over Xenophon, de oude Griek die bij veel gymnasiumklanten in het geheugen blijft hangen door al zijn geschrijf over afgelegde parasangen. De lange tocht is eind 2011 verschenen en kreeg in 2012 nog enkele recensies. Wim Bossema toont zich zo onder de indruk van Sleighs eerste roman Eilande (in het Nederlands Stemmen uit zee) dat hij over het nieuwe boek onzeker wordt. Zo komt hij met een vreemd bezwaar als: "Terwijl Sleigh in Stemmen op zee het ene na het andere boeiende personage tevoorschijn toverde, hield hij het bij De lange tocht bij slechts twee". Aan de andere kant vindt hij het: "wel degelijk een goede historische roman" maar daarop volgt dan weer: "soms lijkt het meer op een jeugdboek van Thea Beckman" (Volkskrant 3 maart). Dan had Frank Hellemans van het Vlaamse Knack (13 februari) er toch meer van genoten. Hij vindt De lange tocht "een prachtige roman" en stelt dat Sleigh hier, als terloops, komt te schrijven over een conflict van beschavingen. Ook Annemarié van Niekerk was geboeid: "Hier en daar lijkt de roman wat erg lang van adem, maar wie zich overgeeft aan zijn kadans kan zich des te beter inleven in de eindeloos lijkende, moeizame tocht. daarbij speelt de prachtige, lyrische stijl de rol van verborgen verleider." (Trouw 21 april) Dit is meteen een compliment voor Riet de Jong. Net als zijn vertaalster werd ditjaar ook de auteur Sleigh onderscheiden. Op Koninginnedag hoorde hij op het Kasteel in Kaapstad dat "het Hare Majesteit de koningin behaagd" heeft om hem, historicus en romancier, vanwege zijn vele werk in verband met de Kaapse geschiedenis van de V.O.C. te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Ook op Etienne van Heerdens Dertig nachten (2011) reageerde de kritiek nog in 2012. Bossema raakte vooral gefascineerd als het personage tante Zan aan het woord kwam, maar alles wat zij doet, overtuigt hem toch niet helemaal (Volkskrant 2 januari). Teeuwen in De Standaard (6 januari) combineert zijn bespreking met een vraaggesprek. Onder de opvallende kop: "Jives op de ruïnes van de apartheid" noemt hij Van Heerdens roman: voor Zuid-Afrika "een geschiedenis én een toekomst in een explosie van woorden". Ook voor Teeuwen is tante Zan de belangrijkste figuur. Van Niekerk (Trouw 14 april) geeft de vertaalsters een afzonderlijk compliment voor hun vertaling van Zans woordenvloed en wijst en passant op wat een wezenstrek in heel Van Heerdens oeuvre mag heten: "ondanks de tragische ondertoon een onverwacht speels karakter".

Men weet dat 30 nagte in Amsterdam zijn oorsprong vindt in Van Heerdens verblijf in de Amsterdamse Schrijversresidentie aan het Spui, boven boekwinkel Athenaeum, in 2007. In februari 2012 keerde hij er terug en trok van daaruit Nederland in. Op 22 februari sprak hij aan de Universiteit Utrecht met zijn vertaalster Martine Vosmaer voor een dertigtal zeer geïnteresseerden (bijna allemaal vertalers!) over vertaalproblemen, naar aanleiding van de Engelse en Nederlandse vertalingen van 30 nagte. Van Heerden sprak veelal Engels, zoals aan Nederlandse universiteiten helaas gewoon wordt, maar stapte af en toe over op het Afrikaans en het Nederlands. Ook hier ging het onder meer over de woordenvloed van tante Zan. Haar rauwheid blijkt makkelijker in het Nederlands dan in het Engels over te brengen. Ook voor Van Heerden zelf is Zan het favoriete personage. Voorts bracht hij zijn idee naar voren van de literatuur als een archief, een "bestendiging van die geheue", dat in een tijd van grote verandering werkzaam is, in onze tijd bij veel Afrikaanse schrijvers, bijvoorbeeld bij een nieuwkomer als Sonja Loots.

Twee dagen later ging Van Heerden in de Centrale Bibliotheek van Den Haag in gesprek met Jeroen van Kan en Bart Luirink. Omdat vier mensen in het publiek zeiden geen Nederlands te verstaan, schakelde men ook hier over op het Engels. Wel las Van Heerden fragmenten uit 30 nagte in het Afrikaans, met boven hem projectie van het Nederlands. De vragen gingen, zoals vaker bij Zuid-Afrikaanse schrijvers, minder over de literatuur dan over de Zuid-Afrikaanse politiek. Van Heerden toonde zich bezorgd over verrechtsing op vele fronten. Los van wat men van iemand als Malema vindt, bij een werkloosheidspercentage van 50 % staat zo iemand wel voor een authentieke woede. Gevraagd naar eventuele emigratieplannen beloofde Van Heerden drie keer per jaar naar Amsterdam te blijven komen maar in Zuid-Afrika te blijven wonen. Het hele gesprek is te zien in het archief van www.winternachten.nl ("Van Heerden" onder de H!). Op internet staan meer Nederlandse recensies en interviews (op schrift), bijvoorbeeld op http://www.literatuurplein.nl" http://www.literatuurplein.nl

Van Heerdens opvolgster als Amsterdams gastschrijver was de dichteres Ronelda S. Kamfer. Zij betrok de residentie in april-juni met haar gezin. Terzelfdertijd kwam uitgeverij Podium met de tweetalige uitgave van haar tweede bundel Grond/santekraam, onder de titel: Santenkraam ( 17,50). Kamfer fungeerde op 22 mei in het Zuid-Afrikahuis als gastdocent in een collegereeks van Ena Jansen voor studenten van de Vrije Universiteit en van de Universiteit van Amsterdam. Later die dag was er een publieksbijeenkomst Hier vertelde zij onder meer over haar plan om samen met haar man, de striptekenaar Nathan Trantraal, te komen tot een getekend verhaal over een aantal personages uit Grond/santekraam. Ook in Den Haag en Antwerpen is Kamfer opgetreden, en bij verschillende andere gelegenheden in Amsterdam. Zo ging zij op 6 juni in De Balie in gesprek met Adriaan van Dis en Christine Otten.

In de pers (en op het internet!) hebben Kamfer en haar bundel over het ontruimde dorp Skipskop veel indruk gemaakt. Het Apostolisch genootschap heeft het gedicht "Gaan" meteen opgenomen in zijn Declamatorium 2012. Op 11 en 12 mei kreeg Kamfer zowel in NRCHandelsblad als De Volkskrant een groot interview. Boven het NRC-stuk (door Christine Otten) staat: "Kleurlingen in Zuid-Afrika hebben bijna geen geschiedenis, vertelt dichteres Ronelda S. Kamfer", zodat ongeveer gebeurt waar Kamfer naar eigen zeggen vroeger bang voor was: zij wordt "gebombardeerd tot Stem van de Kleurlingen". Maar Otten kwalificeert de bundel ook als: "voortreffelijk vertaald door Alfred Schaffer, complexer dan Als de slapende honden, maar niet minder betoverend". Tegenover Arjan Peters (Volkskrant) spreekt Kamfer over haar keuze voor het Afrikaans, dat tegenwoordig gezien wordt "als de taal van arme mensen", een taal met weinig "status". Maar het is wel de taal waarin zij zelf "oprechter" is, de taal die zij met haar grootouders sprak en nu ook thuis blijft spreken. "Iets van rebellie" komt daarbij, want alle jonge kleurlingen schrijven Engels. Dat wordt ook van haar verwacht en tegen die verwachting gaat ze graag in. In beide kranten noemt Kamfer Antjie Krog als haar voorbeeld en inspiratiebron. Zo heeft zij dankzij Krog kennisgemaakt met iemand als Paul van Ostaijen.

Ottens opmerking over het betoverende krijgt misschien een echo bij Luuk Gruwez. Die heeft het over een historische werkelijkheid die tegen het eind van de bundel de trekken krijgt van een mythologische (De Standaard, 7 september). Eerder schreef Janita Monna al in Trouw over "een plek met mythische proporties" en "allemachtig mooie vondsten" (31 augustus). Rob Schouten bespreekt de bundel in Vrij Nederland, 18 september. Hij wijst op de nauwe band tussen de Afrikaanse poëzie en de maatschappelijke werkelijkheid. "Breytenbach was er voor de vrijheidsstrijd," zegt hij, "Antjie Krog voor de afrekening met apartheid en de geborneerdheid, Ronelda Kamfer is er voor het rauwe bestaan van nu." Hij noemt Kamfer ronduit: "een hit", door haar "rechttoe rechtaan poëzie", zeker niet subtiel maar wel trefzeker, bijvoorbeeld waar de dichter zichzelfaanduidt als: "bedonnerd gebore".

Kamfer was niet de enige Afrikaanse dichteres die in 2012 voor het voetlicht kwam. Over "Sheila Cussons en Wilma Stockenström in de Nederlandse literatuur" schreef Yves T'Sjoen een studie die hij opnam in een fors boek met veertien stukken van verschillende auteurs. Het heet: Toenadering. De rode draad is het "literair grensverkeer tussen Afrikaans en Nederlands". T'Sjoens mederedacteur is Ronel Foster (Acco, Leuven/Den Haag, 34).

Op zondag 19 februari was er in het Zuid-Afrikahuis een koffieconcert met liederen van Nederlandse en Zuid-Afrikaanse dichters en componisten.

Op zaterdagmiddag 13 oktober organiseerde de Maatschappij der Nederlandse letterkunde in samenwerking met het Zuid-Afrikahuis een klein symposium over Elisabeth Eybers, bijna vijf jaar na haar overlijden. De middag stond in het teken van de lancering van de digitale catalogus van Eybers' bibliotheek. Haar boeken zijn in het Zuid-Afrikahuis te vinden in een speciale Eybers-kamer.

Op 26 oktober werd Charl-Pierre Naudé ontvangen als eregast van de Maastricht International Poetry Night. Hij werd geïnterviewd door Robert Dorsman. Onder de mensen die hem gelukwensten was Breyten Breytenbach.

De poëzie van Ingrid Jonker stond centraal op een dichtersmiddag in het Centrum voor Debat, Bezinning en Poëzie "De Nieuwe Liefde" in Amsterdam (28 oktober). Behalve van poëzievoor-dracht was daar ook te genieten van vioolmuziek, zang en poëzieanalyse.

In De Groene van 16 november vertelt Fred de Vries hoe hij lang maar vergeefs poogde om de dichter-zanger Gert Vlok Nel te bewegen tot een vraaggesprek. Het enige resultaat was dat Nel voor De Vries op het hoesje van zijn nieuwe cd "Onherroeplik" een opdracht schreef: "Vir Fred, wat my nooit sal interview nie. Liefde, Gert."

De dichteres en vertaalster Zandra Bezuidenhout verbleef in het begin van 2012 twee maanden in het Amsterdamse Vertalershuis. Zij vertaalde Nederlandse boeken in het Afrikaans. Een daarvan verdient hier een plaats: Afrikaners, een volk op drift van dezelfde Fred de Vries (Nijgh & Van Ditmar 19,95). In dat boek komt ook de Afrikaanse literatuur ter sprake, maar ik blijf er kort over. Onder de sterke titel Rigtingbedonnerd is de vertaling immers in Zuid-Afrika verkrijgbaar.

Op 10 oktober vierde Den Haag in een uitverkochte Centrale Bibliotheek de naderende zestigste verjaardag van Antjie Krog. Presentator Bas Kwakman onthulde dat men wel moeite had moeten doen om Krog in Den Haag te krijgen. Zij meende namelijk dat Nederland een beetje "Antjie-moe" zou worden. Maar de volle zaal en alle belangstellenden die men de toegang had moeten weigeren, wezen niet op Antjie-moeheid. Het werd een onvergetelijke avond waar Krog zelfhet voornaamste aandeel in nam.

Van Dis interviewde haar over de Afrikaanse poëzie na 1994. Volgens Krog vloog toen het dak van die poëzie af. Dat betekende frisse lucht, maar ook een grote onzekerheid. De bruine dichters kwamen de poëzie binnen. Voor het eerst klonk in het Afrikaans de stem van de township. Dit betekent een scheiding in de poëzie, want de dichter klinkt "wit", bevoorrecht, goed opgeleid, of hij klinkt "bruin". In die situatie moeten de blanke dichters op zoek naar een nieuwe plaats voor zichzelf.

Krog gaf een geweldige voordracht van Afrikaanse gedichten die haar door de jaren hebben geïnspireerd. Ze kwam ook met een nieuw eigen gedicht, voortgekomen uit een bezoek aan Israël. De viering werd een historische gebeurtenis doordat de fine fleur van de Nederlandse poëzie door Peter Swamborn en Robert Dorsman tot een poëtische gelukwens gebracht bleek, een gedicht speciaal voor Krog. Vierenveertig dichters deden mee, waarvan een aantal op de avond in Den Haag heeft voorgedragen: 44 gedichten voor Antjie (Tortuca, Rotterdam).

Ook van deze avond zijn beelden te vinden in het archief van www.winternachten.nl Daar hoort men echter niet het antwoordgedicht waarmee Krog een dag later bedankte. Het begin citeerde ik al. Ik eindig met het slot:

maar hier op die lughawe oefen ek om gewoon aan te neem

geneentheid gulheid gaafheid 'n oorstelpende sensitiewe vriendelikheid

mense wat iets doen omdat hulle lus het

vir die lekkerte vir die sommer net vir die meelewing

vir die lenige plesier

om hul taal byna aseminhouend skouspelagtig te kalibreer

in die rigting van die wye verkeerd-ganende familie-land

en my gistraand gewoon as gewone mens tussen gewone mensen welkom noem

dit

vind ek, liewe mede-poëtiese takkelinge,

ongewoon

en buitengewoon

heerlik

 

Eep Francken

A.A.P.Francken@hum.LeidenUniv.NL

Creative Commons License All the contents of this journal, except where otherwise noted, is licensed under a Creative Commons Attribution License