SciELO - Scientific Electronic Library Online

 
vol.52 número1 índice de autoresíndice de materiabúsqueda de artículos
Home Pagelista alfabética de revistas  

Servicios Personalizados

Articulo

Indicadores

    Links relacionados

    • En proceso de indezaciónCitado por Google
    • En proceso de indezaciónSimilares en Google

    Compartir


    Tydskrif vir Geesteswetenskappe

    versión impresa ISSN 0041-4751

    Tydskr. geesteswet. vol.52 no.1 Pretoria mar. 2012

     

    VARIA

     

    Op weg naar de crisis - de Afrikaanse literatuur in Nederland in 2011

     

     

    Eep Francken

    A.A.P.Francken@hum.LeidenUniv.NL

     

     

    2011 was in Nederland een jaar van een crisis die eraan komt. Wij Nederlanders zijn er over het algemeen uitstekend aan toe, maar de economische vooruitzichten zijn minder goed en dat is het onderwerp van veel gepraat en geschrijf. We moeten onze eurovrienden in Griekenland steunen, de lonen houden de inflatie niet meer bij, de werkloosheid loopt op en de kas van het koninkrijk loopt leeg. De regering bezuinigt, ten koste van de subsidies voor literaire tijdschriften, musea, theaters, orkesten, voor filmmakers en andere kunstenaars. Wij burgers worden bang en gaan oppotten. De boeken- en vooral de tijdschriftenwereld heeft het moeilijk doordat de lezers uitwijken naar gratis dagbladen of het internet. Uitgeverijen fuseren en boekwinkels wankelen.

    Toch zijn er in 2011 zes vertalingen uit het Afrikaans gepubliceerd, plus een halve dichtbundel in het Afrikaans. De grote winnares is Irma Joubert met haar Meisje uit de trein (Tussen stasies). Gek genoeg is maar bij een van de vertalingen de oorspronkelijke titel behouden. Zijn de Afrikaanse titels zo slecht of de Nederlandse uitgevers zo eigenwijs? In de dag- en weekbladen is op de meeste Zuid-Afrikaanse boeken gereageerd. Dat spreekt zeker niet vanzelf want er zijn de afgelopen twintig jaar veel kranten verdwenen en wat overblijft heeft voor literatuur minder aandacht. Daar staat tegenover dat er tegenwoordig op het internet flink wat literaire recensiesites te vinden zijn, maar dit brede terrein moet ik hier overlaten aan de eigen speurzin van de Zuid-Afrikaanse lezer. Wat de oudere literatuur betreft stelt de voortdurende belangstelling voor Ingrid Jonker alles en iedereen in de schaduw. Verder bracht 2011 voor de liefhebbers van het Afrikaans een nieuw woordenboek, flink wat concerten, een mooi festival en goed nieuws voor de toekomst, crisis of niet.

    De Martinus-Nijhoffprijs voor vertalers (2010) werd op 6 maart in het Muziekgebouw aan het IJ (Amsterdam) uitgereikt aan Riet de Jong-Goossens, voor al haar vertalingen uit het Afrikaans. Vierentachtig vertalers namen deel aan de vertaalwedstrijd ter gelegenheid van deze bekroning, met als opgave: "Slippers van satyn" van Amanda Strydom. De winnares, Oda Visser, overtuigt vooral in het tweede en vijfde couplet:

    Wie komt daar op de zandweg aan
    Met wapperende haren?
    Wie is zij die zo soepel danst
    Op 't ritme van gitaren?

    De maan strooit zilver in haar hals
    De zon draait met haar mee
    Haar rokje is de regenboog
    Haar blik de sterrenzee

    En zij heeft slippers van satijn
    Slippers van satijn
    Slippers van satijn
    En een tamboerijn

    Ze wist waar ze ons vinden kon
    Haar bruine ogen stralen
    Lippen glanzen, tanden blinken
    Ze lacht in alle talen

    Ze wervelt al het stof omhoog
    Neemt kinderen bij de hand
    Opa gooit z'n krukken weg
    Geen mens blijft aan de kant

    Wie, wie, wie komt er op haar slippers aan
    Wie, wie, wie is zij die zo soepel danst
    Wie, wie, wie komt er op het zandpad aan
    Wie, wie, wie is zij die zo soepel danst?

    Het lied is zonder twijfel het Afrikaanse genre dat in Nederland de breedste waardering krijgt, ook zonder vertalers. Koos Kombuis bracht midden juni een bliksembezoek met drie optredens. Strydom kwam aan het eind van het jaar met haar programma "Vuur in glas" in tien theaters, waaronder het Haagse Diligentia. Chris Chameleon trad onder meer op bij het Eindhovense festival Folkwood. Gert Vlok Nel stond op 25 september in Paradiso (Amsterdam). Hij was in die periode ook "artist in residence" van het Literaire Productiehuis Wintertuin. Dat hield onder meer in dat hij optrad in Nijmegen en daar in een zestiende-eeuws huis mocht wonen. Bij wijze van afsluiting werd de dichter-zanger op 19 oktober gehuldigd op een "Gert Vlok Nel Tribute Night" met als hoogtepunt uiteraard een optreden van hemzelf.

    Chameleon, Nel en Strydom deden ook mee aan het driedaagse Festival voor het Afrikaans, medio juni in het Tropentheater, Amsterdam. Ook David Kramer en D'Low, "rapper en zanger afkomstig uit de kleurlingbuurten van het arme Mitchell's Plain", beklommen het podium van deze mooie, maar voor musici bepaald niet makkelijke zaal. Veel meer Afrikaner grootheden waren ingevlogen, zoals E.K.M. Dido, Etienne van Heerden en Marita van der Vyver. Gideon van Eeden en Louise van Wingerden presenteerden hun toneelstuk: "Afrika is nie vir sissies nie". Ook Breyten Breytenbach trad op en exposeerde bovendien een schilderijreeks, verbonden met schrijvers die voorop gingen bij de ontwikkeling van het Afrikaans: "Voormoeders en Abbavaders".

    In veel opzichten was het festival een groot succes. De opkomst van het publiek, Nederlanders en expat-Zuid-Afrikanen, was goed. Veel voorstellingen waren uitverkocht. De sfeer was ook goed. Chameleon kocht twee werken van Breytenbach. Over het algemeen waren de bezoekers tevreden. Zeer on-Nederlands maar ook zeer gewaardeerd was het aanbod van gratis Zuid-Afrikaanse wijn. Van verschillende kanten hoorde men suggesties voor een herhaling. Maar de weerklank in de Nederlandse media viel jammer genoeg wat tegen. De grote kracht die dit allemaal bedacht, Joris Cornelissen, heeft met zijn vrijwilligers de mensen die van het Afrikaans houden, drie prachtige dagen bezorgd, maar willen we deze kring uitbreiden dan is er meer pers nodig.

    Die pers had meer belangstelling voor een ander spektakel: de speelfilm Black butterflies over het leven van Ingrid Jonker, helaas in het Engels maar van een Nederlandse regisseuse, Paula van der Oest, en met hoofdrollen voor de bekendste Nederlandse spelers: Carice van Houten als Ingrid en Rutger Hauer als Abraham Jonker. De keuze voor het Engels doet vreemd aan omdat de Nederlandse bioscopen dezer dagen juist voor Nederlandse films vollopen. De uitblinkende acteur Liam Cunningham had in zijn rol van Jack Cope ook in een Nederlandse versie Engels kunnen spreken. De recensies waren niet ongunstig, ook niet juichend. Met de studenten met wie ik was gaan kijken, werd ik 't eens over het rapportcijfer 6½. Die studenten wezen net als officiële critici op het netelige punt dat zelfs Jonkers gedichten hier alleen in het Engels klinken. De echte Ingrid Jonker, de Afrikaanse, vindt de bioscoopbezoeker in de "filmeditie" van haar tweetalige verzamelbundel Ik herhaal je (vert. Komrij), met de biografie door Henk van Woerden. Heel wat mensen hebben haar daar inderdaad gevonden want inmiddels haalde zij al een 11de en zelfs 12de druk, voor poëzie uitzonderlijk. Zo helpt een Engelse film de Afrikaanse literatuur vooruit (Podium € 15).

    Of Black butterflies ook een rol speelde bij de beslissing van de firma Post.NL om woorden van Jonker op een nieuwe postzegel te zetten, weet ik niet. Deze zegel is een van maar liefst achttien Zuid-Afrika-zegels (met bijvoorbeeld ook Van Riebeeck en de Bo-Kaap) in een serie "Grenzeloos Nederland". In het silhouet van een Zuid-Afrikaans luipaard lezen we: "die kind wat net wou speel / in die son by Nyanga is / kind wat 'n man geword het trek". Voor de literatuurfilatelist niet te missen.

    Ik weet ook niet of die woorden "Grenzeloos Nederland" impliceren dat Zuid-Afrika en het Afrikaans in een of andere zin nog Nederland(s) zijn. Deze vraag kwam in elk geval wel aan de orde toen het Tweede Kamerlid Martin Bosma (fractie Geert Wilders) zich op 20 april in NRC Handelsblad ontpopte als bewonderaar van de grote Afrikaanse dichters. Maar de "taal van Breyten Breytenbach en Dan Roodt" acht hij in haar voortbestaan bedreigd en hij beweert ook: "Steeds harder klinkt de roep om een eigen stukje onder de zon voor Afrikaners, een volksstaat." Nederland zou het voor het Afrikaans moeten opnemen, vindt Bosma, want: "Afrikaans is Nederlands. Het voortbestaan van het Afrikaans is het sterkste bewijs dat onze taal een internationale taal is."

    In de NRC van 28 april reageerde Breyten Breytenbach. Bosma's woorden over het Afrikaans als Nederlands schoten hem in het verkeerde keelgat, want "Afrikaans is nie Nederlands nie", maar "'vermenging van sewentiende-eeuse Nederlandse dialekte en ander nie-Europese tale ... 'n bruin taal gegroei uit die stam van Nederlandse dialekte toe ... 'n inheemse baster." Met Bosma's bewering over het Nederlands als internationale taal maakt Breytenbach de kachel aan. Overigens kreeg Bosma in dezelfde krant bijval van Dan Roodt.

    Intussen had in januari een door Bosma niet genoemde Afrikaanse dichteres in de Nederlandse pers aandacht gekregen: Ronelda S. Kamfer, in kritieken op haar tweetalige Nu de slapende honden (vert. Alfred Schaffer, Podium 2010, € 17,50). Wilke Martens spreekt op 4 januari in de gratis krant Metro over "de rauwe werkelijkheid van het Zuid-Afrikaanse leven" die Kamfer naar voren brengt, "zonder de esthetiek uit het oog te verliezen." Aan een Nederlandse vertaling heeft Martens geen behoefte, zegt ze, die zit haar alleen maar in de weg in haar streven naar "het echte gevoel van de gedichten". Af en toe "gissen naar de werkelijke betekenis" vindt ze niet erg. In plaats van de door Martens genoemde "esthetiek" noemt Toef Jaeger in een genuanceerde beschouwing in NRC Handelsblad (4 februari) als eventueel tegenwicht tegen alle rauwheid in Kamfers bundel eerder Kamfers ironie en haar persoonlijke taalgebruik. Op 17 november gaf Louise Viljoen over Kamfer en over de bredere problematiek van de zwarte of bruine Afrikaanse schrijvers een mooi gastcollege in Leiden. Eind 2011 schreef Thomas Möhlmann lovend over Kamfer in het poëzietijdschrift Awater en vertelde de uitgever het nieuwtje dat er ook van Kamfers tweede bundel een tweetalige uitgaaf komt.

    Tweetalig in andere zin is de gezamenlijke bundel die Jan Kleefstra en Floris Brown bij een kleine uitgever lieten verschijnen, zonder dat dit veel aandacht trok. Kleefstra schrijft in het Nederlands "Uit het lege midden", Brown in het Afrikaans "Sing vir my", bij elkaar één boekje (Friese Pers Boekerij € 16,50).

    Ook de vertalingen die Uitgeverij Mozaïek uit Zoetermeer uitgeeft, krijgen in de pers naar verhouding weinig belangstelling. Mozaïek richt zich op een christelijk publiek en vindt dan ook voornamelijk weerklank in traditioneel-christelijke kring. Waarschijnlijk heeft de vertaling van Wilhelmina, kampkind op Java van Mariël le Roux (door Riet de Jong-Goossens) met als nieuwe titel: Sterretje,: het waargebeurde verhaal van een meisje dat de jappenkampen overleeft toch ook wel lezers met een Ind(ones)ische achtergrond bereikt. Jacomijn Hoekman interviewde de schrijfster voor het Reformatorisch dagblad.

    In elk geval heeft Mozaïek met de Afrikaanse literatuur wel succes. De Zuid-Afrikaanse bestseller van het jaar komt uit Zoetermeer: Het meisje uit de trein, met in iets meer dan een half jaar vijf drukken (€ 21,90). Met deze geschiedenis van een halfjoods meisje dat de jodenvervolging overleeft, sluit Mozaïek in Nederland naadloos aan bij andere dikke Shoah-toppers. De Tweede Wereldoorlog is nog lang niet afgelopen. Het bestverkochte boek van 2011 is immers Het familieportret (Those who save us) van Jenna Blum met 261559 exemplaren. De winnares van 2010, Tatiana de Rosnay met Haar naam was Sarah (Sarah 's key) zat in 2011 altijd nog boven de 150000. De boeken van Blum, Rosnay en Joubert hebben alle drie een klein meisje op het omslag. We hebben hier te maken met historische vertellers. Het vertel-genre is in de Nederlandse literatuurkritiek sinds jaar en dag een ondergeschoven kindje, maar de lezers trekken zich daar niks van aan. Buitenlandse neerlandici nemen het trouwens wel voor de vertellers op.

    Ook dit boek van Mozaïek moest het aanvankelijk doen met aanbevelingen in het Nederlands dagblad en het Reformatorisch dagblad. "Deze roman raakt je in je hart", zegt de ND-critica Ati van Gent, "alles werkt mee om je een paar uur onder te dompelen in een aangrijpende, boeiende geschiedenis." Wat kritischer is Riet de Jong-Goossens in het maandblad Zuid-Afrika. Zij drukt verbazing uit over de vanzelfsprekende manier waarop Joubert schrijft over gevoelige kwesties uit de Tweede Wereldoorlog (zoals Zuid-Afrikaanse pleegouders die alleen niet-Joodse kinderen van gesneuvelde SS'ers willen adopteren) en spreekt over een "vlot geschreven boek met goede dialogen", zij het erg lang uitgesponnen. De Jong sluit positief af, maar met een zweempje ironie: "De vele kopjes koffie die worden gezet doen de dorstige lezer verlangen naar meer!" Volgens Hans Ester kreeg Joubert voor dit boek "terecht veel lof toegezwaaid" (Friesch dagblad 13 augustus). Een anonieme recensent van de bibliotheekdienst Biblion prijst de vertaling van Dorienke de Vries.

    Mozaïek kwam meteen met een tweede Joubert: Ver wink die Suiderkruis (Het spoor van de liefde, ook vert. De Vries, € 17,90), waarvan het verhaal aan dat van Tussen stasies voorafgaat. Dit boek staat centraal in de beschouwing van Ester. Hij is "van a tot z" geboeid maar dringt toch aan op meer diepgang. Boven zijn stuk staat: "Krijgen Kate en Bernard elkaar?" Het is mooi dat De Jong en Ester deze vertelster serieus bespreken. En in haar "verlangen naar meer" krijgt De Jong haar zin want Mozaïek kondigt voor 2012 meer Joubert aan.

    Ailantus, intussen opgegaan in Uitgeverij Nieuw Amsterdam, deed een moedige poging om op de overvolle thrillermarkt een plaatsje te krijgen voor het debuut van Karin Brynard, Plaasmoord (Moord op Huilwater, vert. Riet de Jong-Goossens, € 19,95). Bij de presentatie in Amsterdam werd Brynard geïnterviewd door Lidewijde Paris. Volgens Annemarié van Niekerk in Trouw is het boek zowel "superspannend" als "een wezenlijke bijdrage aan het maatschappelijk debat". Brynard haalde zelfs het vermaarde damesblad Libelle. Haar boek kreeg een warme aanbeveling, tien lezeressen kregen gratis exemplaren. Maar de schrijfster kreeg het advies om 200 bladzijden te schrappen.

    Eerder was Antjie Krog in Nederland. In Tilburg hield zij op 31 mei een Engelse lezing, met gebruik van de zeer Vlaamse stripfiguren Suske en Wiske. Ook figureert zij als een van de tien Grote denkers over de toekomst in het boek dat Wilberry Jakobs en Ida Overdijk maakten op basis van hun gelijknamige bekroonde televisieserie (Lemniscaat € 29,95). Hier onder meer een uitvoerig vraaggesprek met Krog over medemenselijkheid.

    Ook Etienne van Heerden kwam naar de Benelux, voor de lancering van zijn 30 nachten in Amsterdam (Podium € 25). Op 17 november voerde hij op het festival Crossing Border in Den Haag een gesprek met Jeroen van Kan, ook te beluisteren op Radio 6; een paar dagen later was hij in het Toneelhuis te Antwerpen gesprekspartner van Dirk Leyman. Tjitske Mussche interviewde hem voor het programmablad van de VPRO. Naar aanleiding van de 30 nachten spreekt Van Heerden over zijn onderzoek naar Cor van Gogh ("Die onmerkwaardige broer"), over identiteit en waarheidsvinding als nationale vragen van Zuid-Afrika en over zijn bijgestelde opvatting van de literatuur, "als archief ... als een manier om te herinneren".

    De kritiek tot 1-1-2012 staat in de regionale pers, van Arie Storm (onder meer in De Twentsche Courant Tubantia van 28 november en Het Parool van 30 november), Sonja de Jong (Haarlems dagblad 14 december) en André Keikes (Leeuwarder Courant 30 december). Storm is van het boek niet onder de indruk en Keikes suggereert dat Van Heerden "wel wat te veel" tegelijk heeft willen doen. Ook De Jong hapt naar adem als zij het boek uitheeft, maar zij heeft juist genoten en spreekt van "een ongelooflijk rijke roman, geschreven in een magistrale stijl". Ook de debuterende vertaalsters Karina van Santen en Marine Vosmaer krijgen van haar een pluim.

    Zo krijgt de bekroonde Riet de Jong-Goossens versterking. Maar zelf gaat ze gewoon door met vertalen: naast de al genoemde boeken verscheen aan het eind van het jaar ook nog het kloeke Afstande van Dan Sleigh, onder de titel De lange tocht (Athenaeum € 24,95).

    Alle vertalers en andere lezers kunnen sinds voorjaar 2011 profiteren van "Anna", het Prisma Groot Woordenboek Afrikaans en Nederlands in één alfabetische woordenrij onder redactie van Willy Martin (Unieboek-Het Spectrum € 69,99). Zij danken dit mede aan de bijstand van de stichting ZASM, die sinds mensenheugenis voor ieder met belangstelling voor Zuid-Afrika in Amsterdam het Zuid-Afrika-huis openhoudt, de vestigingsplaats van de wonderbaarlijke SAI-bibliotheek, met Afrikaanse leeskring en wat er verder bij hoort. Het beste nieuws van het crisisjaar 2011 is dat ZASM het huis gaat reorganiseren en moderniseren. De al decennia rondzoemende rampzalige berichten over een sluiting van deze unieke instelling zijn daarmee van de baan.